De mode is verraderlijk veranderlijk

COLUMN - Waarin Johnny Volente de modewereld probeert te doorgronden en uiteindelijk de trendwatcher in zichzelf ontwaart.

Wijnrood wordt de kleur van deze herfst, kopte Elsevier. Hoewel het me werkelijk geen fluit interesseert, besloot ik om er eens op te letten. Na drie weken herfst moet ik teleurgesteld concluderen dat ik geen opvallende toename in wijnrode kleding heb gesignaleerd. Daarbij moet ik aantekenen dat ik in een bejaardenbuurtje woon. Hier is de kleur van de herfst al zeker drie decennia lichtblauw met bloemetjes.

Elsevier schrijft zoiets natuurlijk niet zomaar. Ik ga de boel niet factchecken, maar ik geloof best dat Gucci, Carven en Haider Ackermann inderdaad alle drie wijnrood in hun modeshows lieten zien. Het kan natuurlijk per ongeluk een keertje gebeuren dat alle modehuizen dezelfde kleur kiezen, maar dergelijke overeenkomsten komen net even te vaak voor om vol te kunnen blijven houden dat er sprake is van toeval. Dat de grote modekoningen onderling afspraken maken, is eveneens uitgesloten. Geloof me, ik ken die types.

Modehuizen zijn geen buiten de maatschappij staande partijen die in achterkamers beslissen wat de kleur van de herfst wordt. Ze hebben een heel leger trendwatchers in dienst en die zagen het wijnrood al jaren aankomen. Onderbewust was die trend namelijk al ingezet. De modehuizen versterken het alleen maar, daarbij geholpen door de media.

In haar boek No Logo signaleert Naomi Klein iets soortgelijks. De jeugd kopieert volgens haar de mode uit achterstandswijken  Nike en Reebok springen daar slim op in door die mode via sporters en muzikanten naar de massa te brengen. Klein bedoelde het als aanklacht, maar ik zie er vooral een waardevolle marketingles in.

De ontwikkelingen die Klein beschrijft bestonden op mijn Drentse middelbare school in zekere zin ook. In den beginne had je, naast de grote grijze massa, drie subculturen: alto’s, gabbers en skaters. De alto’s droegen pyjama’s en legerjasjes waarop ze met benzinestift teksten van Nirvana hadden geschreven. Deze mensen waren niet cool en werden daarom compleet genegeerd. Gabbers en skaters konden wel op aandacht van de kleurloze middengroep rekenen. Na een poosje liepen hockeymeisjes in trainingsjasjes van Australian rond en hun vriendinnetjes droegen vesten van Dready. Een dag later kon dat net zo goed andersom zijn. De merken van de niches waren opgenomen door de massa en hadden hun karakteristieke waarde verloren.

Zelf behoorde ik altijd tot de kudde, maar toen het al lang niet meer stoer was kwam ik onverhoopt toch nog in een subcultuur terecht. Ik werd een bandjesmens. Bandjesmensen bezoeken een paar avonden per week rokerige betonnen zaaltjes waar volstrekt onbekende muziekgroepen onmodieuze muziek spelen.

Bandjesmensen waren altijd makkelijk te herkennen. De jongens droegen een wijde broek, een stoppelbaard, iets te lang haar en sneakers. De meisjes ook, maar dan zonder baard. Op de relatiemarkt was dat handig. Zag je een meisje op gympen, dan wist je dat ze van arthousefilms en indiemuziek hield, dat ze geabonneerd was op De Groene, biologisch at en zelf haar fietsband plakte. Maar de mode is verraderlijk veranderd. Tegenwoordig kan een meisje op All-Stars net zo goed een rosé drinkende, VVD stemmende LA The Voices-fan zijn, die haar geld verdient als salesmanager bij ING. Noem me intolerant, maar op zo iemand hoop ik nooit verliefd te worden. Je zou je leven er maar mee moeten delen.

De trendwatcher in mij voorziet gelukkig een spoedig einde aan de verwarring. In De Groene schrijven ze namelijk niet over mode, en in Elsevier klaarblijkelijk wel. Als ik deze herfst zorgvuldig al het wijnrood mijd, kan me niks gebeuren.

  1. 1

    Elsevier loopt hopeloos achter. Wijnrood is ontzettend september 2012, daar wil je, als beetje fashionista niet dood in gezien worden. En over wat voor wijn hebben we hier eigenlijk? Bordeaux, Beaujelais of rosé?

    Leuk stuk trouwens. Sinds ik werk voor een voormalig postorderbedrijf ben ik mij veel bewuster met mode gaan bezighouden. En inderdaad: alles wat ooit een zeker doel had of zelfs een betekenis, wordt gekopieerd en massaal gemaakt. Uiteindelijk blijft van alles alleen de vorm over.