De Minister en het Plagiaat

Sinds enige dagen is de Duitse minister Karl-Theodor zu Guttenberg op een bijzonder manier in opspraak geraakt. De charismatische adellijke minister – de “Duitse Kennedy” – die veelvuldig getipt wordt als opvolger van Angela Merkel – blijkt grote delen van zijn in 2007 verschenen proefschrift te hebben overgenomen uit allerhande bronnen.

Hoewel de precieze schaal van het plagiaat nog niet volledig is vastgesteld lijken de voorlopige uitkomsten van het onderzoek van honderden vrijwilligers bijzonder ernstig. De voorlopige tussenstand is dat op bijna driekwart van de bladzijden van zu Guttenberg’s proefschrift er geplagieerde passages lijken te staan en dat betekent concreet dat +/- 20% van de tekst overgeschreven is. Dit is een adembenemende hoeveelheid.

Voor de medestanders van zu Guttenberg, zijn partijgenoten en fanbase, lijkt dit alles geen probleem te vormen. De CSU-voorzitter heeft trouw geronkt dat de interesse in zu Guttenberg’s proefschrift slechts een uiting is van een infaam kommunistisch complot. Kanselier Merkel heeft al gauw gezegd dat ‘wetenschappelijke kwesties’ niet relevant zijn voor het functioneren van zu Guttenberg. De minister zelf heeft, volgens zijn fans op grootmoedige wijze, berouw getoond over de fouten die hij gemaakt heeft en heeft toegezegd zijn titel niet meer te zullen voeren. Hiermee is volgens velen de kous af.

Géén van deze reacties is op zijn plaats. Het handelen van zu Guttenberg is onverdedigbaar, kan niet anders worden geïnterpreteerd als frauduleus handelen, en heeft consequenties voor zijn politieke positie, zeker als conservatief politicus.

In de eerste plaats is er de aantijging dat zij die zu Guttenberg aanklagen, dit doen wegens onzuivere motivaties. Hiervan is echter niets gebleken, en als het al zou zijn, zou het verregaand irrelevant zijn. Het gaat hier niet om een serie onverifieerbare aantijgingen: integendeel, het gaat hier om keihard verifieerbare aanwijzingen dat er op massieve schaal plagiaat gepleegd uit honderden bronnen. Zelfs zu Guttenbergs inleiding is goeddeels overgeschreven uit een artikel uit de Frankfurter Allgemeine Zeitung.

Guttenberg zegt zelf dat hij “de controle heeft verloren over zijn bibliografie”, dat kan wezen – maar kan onmogelijk de verklaring zijn voor de schaal waarop dit plagiaat heeft plaatsgevonden. Ter vergelijking: ik heb ook een proefschrift geschreven en aangezien mijn promotieonderzoek bestond uit een gedetailleerd commentaar op een aantal filosofische en pedagogische grondteksten heb ik rijkelijk uit deze teksten geciteerd. Dit betekent concreet dat mijn proefschrift voor ongeveer 18% uit citaten bestaat, en dat is relatief veel.

Ik acht het dan ook ondenkbaar dat 20% van de tekst van een proefschrift op één of andere manier ‘per ongeluk’ onjuist geciteerd wordt, bovenop de tekst die wèl tot de legitieme citaten behoort. Het is meer dan ondenkbaar, het is een potsierlijke, ja, leugenachtige stelling. Het kan niet anders of er is stelselmatig, op grote schaal geplagieerd. Een dergelijke stelselmatigheid vooronderstelt een intentie om op frauduleuze wijze de doctorsgraad te verwerven. Zu Guttenberg’s bewering dat het plagiaat op één of andere manier niet intentioneel was, moet dan ook als volstrekt bezijden de waarheid worden geacht. Dat hij er werkelijk, als publiek persoon in de internettijd mee dacht wég te komen is nog de meest adembenemende gedachte.

Kanselier Merkel probeerde de brand gauw te blussen door te stellen dat ‘wetenschap en politiek geheel verschillende zaken zijn’. Dit is echter in het geheel niet het geval. Wie listig en onbetrouwbaar handelt in het ene, zal net zo goed bedriegelijk en leugenachtig opereren in het andere. In Duitsland biedt een doctorstitel een stevige maatschappelijke meerwaarde, en de up-and-coming jonge Baron zu Guttenberg wilde graag een doctorstitel, een meritocratische aanvulling op zijn wat al te aristocratische uitstraling, en heeft geen middel, moreel of immoreel geschuwd om dit doel te bereiken. Hij heeft ten tijde van zijn promotie zijn erewoord gegeven dat zijn proefschrift werkelijk van zijn hand was. Door zijn erewoord te breken is gebleken dat zijn erewoord niets waard is: letterlijk, dat hij voortaan zonder eer is. Wie als promovendus liegt tegen zijn promotor, tegen zijn examencommissie, zal er zijn hand niet voor omdraaien als minister te liegen tegen een parlementaire commissie, tegen een bondgenoot, tegen zijn kanselier, tegen zijn partijvoorzitter. Hij zal een slecht, een egoïstisch politicus zijn, die geen oog heeft voor het landsbelang.

Maar wat moeten we dan zeggen over zijn spijt? Heeft hij niet al afstand gedaan van zijn titel? Het is juist deze daad die nog het meest steekt – het lijkt niet meer te zijn dan een vals berouw, bedoeld om zo soepel mogelijk weer een politieke, en misschien zelfs een academische, doorstart te kunnen maken. Zijn berouw is uiteindelijk een lege geste.

Ten eerste kan juridisch gezien niemand afstand doen van eens verworven titels – ze kunnen enkel worden ingetrokken door de universiteit die ze verleend heeft. Ten tweede had zu Guttenberg sinds vrijdag in reeële zin al niets meer om op te geven: toen de schaal van de gepleegde academische fraude duidelijk werd, werd ook duidelijk dat de Universiteit van Bayreuth geen andere keuze zou hebben dan de verleende doctorsgraad in te trekken. Om dan “grootmoedig” en “schuldbewust” afstand van te doen van de ter discussie staande graad is een volstrekt leeg gebaar, niet in het minst omdat zu Guttenberg geen berouw heeft. Hij claimt immers nog steeds dat het plagiaat volstrekt ongemeend heeft plaatsgevonden. Maar het gaat hier ook niet om berouw, het gaat om macht, om invloed, om de man die hoopt in 2013 de nieuwe Duitse kanselier te worden en om zijn honderdduizenden extatische fans die niet genoeg van hem kunnen krijgen. Inmiddels heeft de
de ‘stop de heksenjacht tegen zu Guttenberg’-pagina 231.000 fans – vele duizenden meer dan de Borussia Dortmund pagina – en hun aantal neemt elk uur met duizenden toe. De dominante stemming op die pagina is er één alsof zu Guttenberg betrapt zou zijn op spieken bij een overhoring voor Frans. “Mundus vult decipi” klinkt er virtueel uit 231.000 kelen. “Ergo decipiatur” moet Baron zu Guttenberg hebben gedacht.

Nu moet gezegd worden: voor vele politieke stromingen zou de levensstaat of morele gehalte van een politicus niet uitmaken. Wie politiek ziet als een vorm van administratie kan de grootste schurk op het schild heffen en er voordeel in zien, als hij maar competent is! Ook voor wie denkt dat een politicus enkel en alleen maar een soort doorgeefluik is voor elke oprisping uit de onderbuik maakt het niet uit wanneer een kabinet steunt op een cabal van brievenbuspissers, cv-vervalsers, pornobaronnen, vrachtbrieffraudeurs, arrestantenmeppers, genocideontkenners en kopstootleveranciers. Maar júist een conservatieve politicus zal waarden centraal moeten stellen. Hij hoeft niet perfect te zijn, maar wel goed, hij mag zeker feilbaar zijn, maar belangrijker is dat hij eervol handelt. Een politicus is meer dan een roeptoeter of bureaucraat, een politicus heeft een hoge roeping, namelijk om in dit ondermaanse proberen enige vorm van gerechtigheid tot stand te brengen. De Baron zu Guttenberg heeft er vooralsnog geen blijk van gegeven dat hij in deze in gerechtigheid geïnteresseerd is.

  1. 1

    Dit is een goed stuk; je zou eens moeten kijken of je dit niet aan de Frankfurter Allgemeine Zeitung of iets dergelijks kunt slijten.

    Met jouw academische graad maak je denk ik wel indruk. Ik weet niet hoe goed je Duits is, maar dat hoeft geen beletsel te zijn. Vertalen kunnen ze daar ook.

    Moet je alleen in twee zinnen beschrijven waar het artikel over gaat, dat ze het van het Nederlands naar het Duits zouden moeten vertalen, en deze alinea zou ik als sample (in het Duits) meegeven. Dit is namelijk de kern, en die staat als een huis:

    “Wie listig en onbetrouwbaar handelt in het ene, zal net zo goed bedriegelijk en leugenachtig opereren in het andere. (…) Wie als promovendus liegt tegen zijn promotor, tegen zijn examencommissie, zal er zijn hand niet voor omdraaien als minister te liegen tegen een parlementaire commissie, tegen een bondgenoot, tegen zijn kanselier, tegen zijn partijvoorzitter. Hij zal een slecht, een egoïstisch politicus zijn, die geen oog heeft voor het landsbelang.”