De kunstenaar die zich een oor laat aannaaien (slot) – een kort verhaal

Oor Illustratie: Crachàt

Als een razende haalde hij zijn huis overhoop. Kleren vlogen door de lucht en dwarrelden verspreid op de grond neer. ‘Het zit altijd op zijn plek, maar wanneer je het nodig hebt, is het plotseling verdwenen.’ Hij verschoof zijn bureau, knielde neer op de grond om onder de commodekast te kijken en stak zijn hoofd zelfs door het open raam om te zien of het misschien op straat terecht was gekomen. De spiegel bood echter weer de oplossing; er was nog net een stukje oor zichtbaar dat zich tussen het hoofdeinde van zijn bed en het kussen had genesteld. Het had een vredige uitstraling, als hij niet beter had geweten, had hij zomaar kunnen denken dat het oor zich te rusten had gelegd na een dag vol sonische inspanning. Toen hij de deken oplichtte zag hij dat het stuk vlees niet ongeschonden uit de strijd was gekomen. De randen van het oor waren gerafeld en gestold. Bijna liet hij het uit zijn vingers glippen, zo schrok hij ervan. Hij wikkelde het oor in zijn zakdoek en stak het pakketje in zijn broekzak.

Aan het langzame geschuifel op de gang kon Vincent horen dat Sibelius thuis was. Een walm jenever begeleidde de vriendelijke stem in de opengaande deur.
‘Wie is daar?’, vroeg Sibelius terwijl hij op hooguit een meter van Vincent verwijderd was. De dokter kneep zijn ogen samen achter zijn dikke glazen en draaide zijn hoofd daarbij in het rond. ‘Ah Vincent, wat alleraardigst dat je mij een bezoek brengt’, zei de dokter toen hij diens stem hoorde. Er zijn al wat jaren verstreken sinds ik je heb gezien, is het niet?’
‘Bent u in staat om te opereren?’, zei Vincent ongeduldig. Hij haalde de zakdoek uit zijn broekzak en ontvouwde deze in het zicht van de dokter. Het oor lag op de witte zakdoek in de palm van zijn hand. ‘Dokter, ik wil dat u goed kijkt, ziet u dit?’ De dokter knikte. ‘Kijkt u nu naar mijn hoofd.’ De dokter richtte zijn blik omhoog, weer terug naar de hand en weer omhoog. Hij streek met zijn vingers over zijn kin.
‘Hoogst merkwaardig’, zei hij nadat hij de situatie had overzien.
‘U bent de enige die mij momenteel kan helpen.’
‘Tja’, antwoordde Sibelius, ‘het is alweer een tijdje geleden maar, hoe zal ik het zeggen…’, de dokter aarzelde even, ‘een echte vakman verleert zijn vak natuurlijk nooit.’ Ze gingen de oude praktijkruimte binnen die er nog exact hetzelfde uit zag als twintig jaar daarvoor. Op een klein plateau naast de behandeltafel lagen de messen, scharen en pincetten uitgestald. Vincent ging direct liggen en voelde zich slap worden. De morfine begon haar uitwerking te krijgen.

Oor2 Hij vocht tegen het moment van ontwaken. In zijn sluimerslaap opende hij voorzichtig een oog terwijl hij dat eigenlijk nog niet wilde. Half verdoofd keek hij de kamer rond en herkende deze niet als de zijne. Het steriele wit van het plafond stak scherp in zijn oog waardoor hij het onmiddellijk weer sloot, maar toch voelde hij de drang het weer te openen. Aan de rand van de behandeltafel zag hij Sibelius vreedzaam naar hem kijken.
‘Ah, de patiënt is weer wedergekeerd op aarde’, klonk het ver weg uit de mond van de dokter. ‘Hoe voelt de patiënt zich?’
Vincent kwam half overeind en voelde een steek naar zijn oor trekken. Ineens werd het hem weer duidelijk wat er aan de hand was. Hij voelde aan zijn oor en merkte dat dit er weer aan zat, maar er klopte iets niet.
‘Is het gelukt?’, vroeg hij nog wat verslapt.
‘Wel degelijk’, antwoordde de dokter en haalde daarbij een spiegel achter zijn rug vandaan. ‘Kijk zelf maar eens naar het vruchtbare resultaat van een geslaagde operatie.’ Hij wist niet wat hij zag, het oor was vastgenaaid maar met de schelp naar voren gericht, in dezelfde richting als zijn neus. ‘Maar het staat verkeerd om.’ De dokter liep op hem toe en bracht zijn ogen op tien centimeter van zijn oor.
‘Verdraaid nog aan toe’, zag de dokter nu ook en hij schrok van de cosmetische blunder die hij had aangebracht. Vincent betastte zijn oor en gaf er zachte tikjes tegen.
‘Ik vind het briljant’, zei hij met een glimlach op zijn gezicht. ‘Het is de perfecte asymmetrie, dat zie je toch nergens.’
De dokter knikte. ‘Maar horen kun je er niet meer mee.’
‘Maar dokter Sibelius, dat is toch helemaal niet erg. Het is pure kunst die u heeft geschapen.’

Einde

  1. 1

    Enige toelichting is wellicht op zijn plaats; het verhaaltje is gebaseerd op een stuk dat zo’n zes weken geleden op nu.nl stond. Een kunstenaar uit Canada (als ik het goed heb) heeft een oor op zijn bovenarm laten naaien. Hij wilde eerst het oor op zijn voorhoofd laten zetten, maar dat vonden de chirurgen te riskant.