De jongen met de vulpen

Na uren rijden riep de bezembinder vanaf de bok: ‘Kijk, daar ligt Den Haag.’ Pijke schoot overeind en klom op de stapel bezems.
In de verte zag hij de rand van de stad. Hoge huizen en meer dan één kerktoren. Nu gaat het gebeuren, dacht hij opgewonden.

De jongen met de vulpen bevat alle personages die gangbaar zijn in een sociaal-realistisch sprookje: er is een zieke moeder, er is een onbetrouwbare stiefvader, er is duivelse werkgever en er is een reddende engel. En er zijn vrienden, zowel in de smerige sigarenwerkplaats als aan de chique Laan van Meerdervoort.

Het verhaal gaat over Pijke Slim, een elfjarige wees die in 1874 naar Den Haag vertrekt om in de leer te gaan bij een baas met een kast vol boeken. Eenmaal in de stad komt hij erachter dat hij moet werken om de schulden van zijn stiefvader af te lossen. Pijke moet sigaren gaan rollen bij een baas die zijn werknemers zoveel mogelijk uitperst. De lonen worden uitbetaald in zijn dranklokaal, zodat het zuur verdiende geld meteen weer uitgegeven kan worden.

Op een dag staat er in de krant dat het kinderwetje van Van Houten is ingevoerd. Pijke realiseert zich dat hij eigenlijk helemaal niet mag werken en dat zijn baas straf kan verwachten als hij kinderen in dienst blijft houden. Vanaf dat moment probeert Pijke zijn toekomst in eigen hand te nemen. Het valt niet mee. Hij raakt betrokken bij zakkenrollerij.

Ineke Mahieu heeft een spannend verhaal bedacht. Ze heeft zich verdiept in de leef- en werkomstandigheden in de 19e eeuw en ze laat door haar boek zien dat er ook een keerzijde zat aan het kinderwetje. De naleving werd nauwelijks gecontroleerd en er was geen leerplicht. De jongen met de vulpen laat zien hoe de situatie van sommige kinderen nog slechter werd na de invoering. Het kinderwetje was ook een economische maatregel.

Het boek bevat veel interessante feiten over het stadsleven in negentiende eeuw, meestal worden die zeer beknopt besproken. Dat is dan ook mijn kritiek op het boek: het is te dun. Van mij had de schrijfster meer ruimte mogen nemen om allerlei wetenswaardigheden uit te diepen en om de relaties tussen de personages beter tot hun recht te laten komen. De introductie van de familie Van Mesdag is een creatieve vondst, maar het had nog veel meer uitgebouwd kunnen worden. En het is mooi dat Pijke kennismaakt met Barbara van Houten, maar er gebeurt tussen de twee kinderen bijna niets. Het lijkt alsof het meisje alleen maar ten tonele wordt gevoerd om het werk van de familie Van Mesdag aan te prijzen.

Een misser vind ik het begin van het boek. Ik begrijp niet waarom er in het eerste hoofdstuk een varken geslacht moet worden. Net als Pijke had ook mijn zoon van negen er moeite mee. Tijdens het voorlezen verzocht hij mij herhaaldelijk om even een paar regels over te springen, want hij hoefde al die details niet te horen. ‘Mam, ik ben vegetariër!’, riep hij dan boos. Blijkbaar heeft de schrijfster zich te weinig gerealiseerd dat kinderen van deze tijd andere waarden hebben. Mijn zoon genoot wel van alle onbekende woorden, zoals poepton, uilskuiken en jammeraar en niet te vergeten: schijtluis. Want dat is een sterk punt van dit boek: het bevat een gevarieerde woordkeuze. Niet alleen scheldwoorden, maar ook ander vocabulaire. Het is te hopen dat ze voor het inspreken van de luisterversie kiezen voor een echte Hagenees, zodat we kunnen horen hoe dat klinkt: schijtluis

De jongen met de vulpen is bedoeld voor de categorie 10-12 jaar. Het verhaal is zo sterk dat ik het jammer vind dat het niet tot een grote jeugdroman is uitgewerkt. Met iets meer inspanning en papier had het een wereldboek à la Levende bezems op kunnen leveren. Het onderwerp verdient het.

Ineke Mahieu: De jongen met de vulpen, Van Holkema & Warendorf, 160 p.

Bestel De jongen met de vulpen

  1. 1

    De populaire wetenschap vond 6 uur slaap szomers en 7 uur swinters ruim voldoende. Dit op niets gebaseerde “feit” heeft ook onder fabriekskinderen talloze ongelukken veroorzaakt. #weetje #nietzofijn