Geluk (3): de gelukkige planeet?

ACHTERGROND - Maandag 20 maart vierden we de ‘Internationale Dag van het Geluk.’ Ter gelegenheid daarvan werd onder auspiciën van de Verenigde Naties het World Happiness Report 2017 uitgebracht. Naar aanleiding hiervan brengt Sargasso een aantal artikelen over geluk, hoe onderzoekers dat trachten te meten en de conclusies die we daaruit kunnen trekken.
In deel 3: de Happy Planet Index.

In deel 1 van deze serie stond het World Happiness Report 2017 centraal; in deel 2 ‘geluksprofessor’ Ruut Veenhoven. Veenhoven is sinds 1985 directeur van de World Database of Happiness. Beide ranglijsten gaan over individueel geluk, wat resulteert in een ranglijst met gelukkige, minder gelukkige en ronduit ongelukkige landen.

De Happy Planet Index

Van een heel andere orde is de index die de New Economics Foundation (NEF) opstelt, de Happy Planet Index (HPI). De NEF is een Britse denktank. De denktank werd in 1986 opgericht door de leiders achter The Other Economic Summit (TOES) met als doel het ontwerpen van een model en nieuwe indicatoren voor welvaart gebaseerd op gelijkheid, diversiteit en stabiliteit:

‘There has never been a greater need for a new economy or a more important moment to act than right now, because a storm that has been gathering for decades is firmly upon us.
Millions of people feel they have lost control over their lives and are now being left behind by changes in the economy, technology and climate, even while being promised a parody of control that threatens to make matters worse.
We believe change begins when people recognise that the spiralling chaos and insecurity of daily life is caused by concentrations of power and ownership – whether old or new – operating increasingly beyond their control.’

De houdbare aarde

De Happy Planet Index (HPI) meet in de woorden van de makers

‘what matters: sustainable wellbeing for all. It tells us how well nations are doing at achieving long, happy, sustainable lives.’

Ze doen dit aan de hand van de volgende variabelen:

  • welbevinden op een schaal van 0 – 10 van Gallups World Poll;
  • levensverwachting volgens gegevens van de Verenigde Naties;
  • correctie voor ongelijkheid binnen landen op welbevinden en levensverwachting;
  • ecologische voetafdruk op basis van het Global Footprint Network.

Met name die laatste variabele maakt het grootste verschil met de andere indices: de houdbaarheid van de aarde vanuit de gedachte dat ‘ever-more economic growth is incompatible with the planetary limits we are up against.’ Geluk is vanuit die optiek niet de optelsom van het individuele geluk van miljarden aardbewoners, maar het geluk van de aarde en al haar levensvormen als geheel.

Hieronder de bovenste en onderste 15 uit een totaal van 140 landen uit de HPI dataset van 2016:


(klik op afbeeldingen voor vergroting)

En zie: op de eerste plaats komen we een bekende tegen uit de WDH: Costa Rica!
Het land heeft geen leger, kenmerkt zich door een zeer uitgesproken streven om het eerste klimaatneutrale land te worden en scoort het hoogst op ‘happy life years’ uit de WDH.

Toch hebben de opstellers van de HPI wel een paar kritische opmerkingen. Zo beoordelen zij de inkomensongelijkheid nog als te groot, omdat het belastingsysteem onvoldoende zorgt voor een eerlijke verdeling van welvaart. Bovendien heeft het, ondanks het duurzaamheidsstreven, nog een te grote ecologische voetafdruk.

Ecologische voetafdruk

Voordat ik verder ga met de HPI, eerst iets over die ecologische voetafdruk: deze heeft te maken met wat een groep mensen in een stad, land of gebied nodig heeft aan natuurlijke bronnen om zijn consumptieniveau te kunnen handhaven en zijn afvalproductie te kunnen verwerken. Daar staat de biocapaciteit die beschikbaar is tegenover. Vraagt een bevolking meer, dan is er sprake van een ecologisch tekort. Dit valt te compenseren door import of roofbouw. Omgekeerd kan er ook sprake zijn van een overschot. Er is dan een ecologische reserve; een land of regio kan erg vruchtbaar zijn. Of de bevolking te arm om er optimaal van te profiteren…

Mondiale hectares

Het uitgangspunt is dat elke consumptie omgerekend kan worden in een oppervlakte die voor de productie ervan nodig is. Op deze manier kunnen we consumptiegedrag of bevolkingsgroepen (landen) met elkaar te vergelijken. Deze oppervlakte wordt uitgedrukt in mondiale hectares. Men gaat uit van een beschikbare biocapaciteit van 1,7 mondiale hectare (m/h) per persoon. De gemiddelde ecologische voetafdruk bedraagt wereldwijd echter ongeveer 3,3 m/h. Een eenvoudige rekensom leert dan dat we ongeveer twee keer onze aarde nodig hebben om ons huidige consumptiepatroon voort te zetten.

Hoe ziet de verdeling tussen de bovenste tien grootverbruikers en de onderste groep achterblijvers er uit? Op bovenstaande lijst een overzicht van de ecologische voetstap per hoofd van de bevolking van 150 landen. Daarbij de opmerking dat een aantal landen ontbreekt in de nieuwe lijst en dat zijn niet de minste als het om consumptie gaat. Om er een paar te noemen: Qatar, Barein en Koeweit. Stuk voor stuk landen die in een eerder gedownloade dataset goed waren voor royale noteringen in de top tien.

Het Albanese wonder?

Terug naar de HPI.
Ik ga voorbij aan de manier waarop de samenstellers tot hun eindscore komen, maar volsta met de opmerking dat het gemiddelde 26,4 bedraagt. Nederland staat op de 18de plaats en scoort 35,3. Onze ecologische voetafdruk is 5,3 waarmee we op 113 staan.

Maar dat is niet het meest opvallende aan de HPI. Ook dat Noorwegen het eerste westerse land is op plaats 11 verbaast niet. Verbazing komt, als we naar plaats 12 kijken. Het tweede Europese land is namelijk Albanië.
Albanië?
Albanië!
Albanië was eeuwenlang een uithoek van het Ottomaanse Rijk. Na de Tweede Wereldoorlog kreeg het onder Enver Hoxha een dogmatisch communistisch regime dat zich steeds verder van de rest van de wereld isoleerde. Sinds de val in 1991 is Albanië een parlementaire democratie. De mensen leven er betrekkelijk lang en omdat het economisch gezien (naar westerse maatstaven) nog tamelijk onontwikkeld is, blijft de ecologische voetafdruk klein.
Hoe gelukkig zijn de Albaniërs in de andere lijsten? In het WHR staat het op plaats 109 en is daarmee het laagst genoteerde Europese land. In de WDH van Ruut Veenhoven moeten we nog dieper duiken voordat we het tegenkomen op plek 131.

Luxemburg

Geen idee of Albanië een fijn land is, maar hoe zit het met Luxemburg?
We mogen er graag even de benzinetank volgooien op weg naar een vakantiebestemming in het zuiden, maar het staat wel op de voorlaatste plaats in de HPI. En dat terwijl de mensen hier ook oud worden en aangeven gelukkiger te zijn dan de gemiddelde Albanees. Maar van alle onderzochte landen heeft Luxemburg de grootste ecologische voetafdruk.
Sterker nog:

‘At just 2.1%, Luxembourg claims the lowest share of consumption of energy from renewable resources in Europe. And just 1% of the national territory is classified as conservation areas. If life in Luxembourg was replicated across every other country, we’d need 9,1 planet Earths to sustain us!’

Luxemburg is natuurlijk maar een kleine, zij het bijzonder vette, vis. De gemiddelde Luxemburger wordt door die ecologische voetafdruk niet persoonlijk ongelukkiger, maar de planeet als geheel blijkbaar wel. Dat willen de opstellers van de HPI hiermee maar zeggen.

Sluitpost: Afrika beneden de Sahara

Net als in de eerder besproken ranglijsten, staan Afrikaanse landen beneden de Sahara ook in de HPI overwegend op de onderste plaatsen. De welvaart in Afrika is, gemeten in BNP per hoofd van de bevolking laag. In de lijst met het BNP per hoofd komen in onderste 20 landen 17 landen uit Afrika van beneden de Sahara voor. Ook op de index voor wellbeing van de Gallup World Poll, één van de variabelen waarop de HPI is gebaseerd, vinden we bij de onderste 20 landen maar liefst 14 Afrikaanse landen uit die regio.

De ecologische voetafdruk van de Afrikaanse landen is laag. Als we uitgaan van de 1,7 mondiale hectare beschikbare biocapaciteit per inwoner, dan vinden we onder de 52 landen die daaraan (meestal onvrijwillig) voldoen, maar liefst 33(!) Afrikaanse landen. Maar ook de lage voetafdruk compenseert niet voor ongelijkheid, gebrek aan welbevinden en lage levensverwachting.

Ranglijsten vergeleken

Hoe verhoudt de HPI zich tot de ranglijsten uit de vorige twee artikelen?
We zagen dat de WDH en WHR sterk correleerden (0.87). Met de HPI is dat een stuk minder: respectievelijk 0.53 en 0.52; middelmatig dus.
De HPI meet andere dingen dan de andere twee ranglijsten.

Het lijkt er op dat het twee grootheden in één index tracht te vangen waarvan je je kunt afvragen in hoeverre die zich met elkaar laten rijmen: geluk en levensverwachting aan de ene en ecologische voetafdruk aan de andere kant. Dat resulteert in een ranglijst waarin Albanië naast Noorwegen kan staan, Palestina (22) een paar plaatsen onder Nederland en Haïti op vrijwel gelijke hoogte met Japan (57 en 58).

Volgende aflevering: de staat als (on)geluksmachine?

  1. 1

    /semi-offtopic

    De Happy Planet index heeft Luxemburg als een-na-onderste. Tussen allemaal Afrikaanse droge armoede landen.

    Ik lach. Ik wist het: ontevreden volkje die Luxemburgers. Ik citeer graag even wat ik daar in 2004 over schreef:

    In Munshausen is een agrarisch museum en ik vraag of ik op een veldje daarnaast mag kamperen. Het mag.

    Als een land agrarische musea gaat openen is het gebeurd met de landbouw. Luxemburg is blijkbaar geen uitzondering. Iemand in het dorp had mij kort ervoor angstig geweigerd op zijn grond te laten kamperen, omdat je in Luxemburg niemand op je eigen grond mag laten kamperen. Word je dan gearresteerd of zo? Er is iets met Luxemburg. Ik ken het land van dertig jaar geleden, toen ik er drie jaar achter elkaar kamperend op vakantie ben geweest. Het was een mooi, kleinschalig agrarisch land. Je rook het land. Je rook de mest. De boerderijen maakten de dorpen levend. Open schuurdeuren. Als ik er nu door loop is het land dood. Het is schoon. Zelfs de bosweggetjes lijken aangeveegd. De dorpen zijn leeg. De economie is veranderd. Iedereen leeft van de banken en draagt een pak. Alleen buitenlanders werken in Luxemburg. De mensen zijn blijkbaar bang om anderen op hun eigen land te laten kamperen. Angst. Luxemburg is niet alleen een eigenwijs, maar tegenwoordig ook een onprettig klein land.

    […]

    De volgende dag loop ik een rondje door het dorp. Er zijn nog twee of drie actieve boeren. De rest van de boerderijen is opgeknapt en ze zien er prachtig uit. De grote schuren zijn leeg. Het is het beeld zoals overal in [West-]Europa. Bijna geen boeren meer en de overschietende boerderijen zijn opgekocht en opgeknapt. Maar de nieuwe rijken voegen niets toe aan het land en doen niets met het land. Verkopen aan investeerders en huizenbouwers. Het dorp wordt een buitenwijk van de stad. Het is in Nederland zo. Het is in Luxemburg zo. Het zijn de onroerend goed-prijzen en de financieringstechnieken die de boeren de das omdoen. De grond en de opstallen worden te duur. Efficiency en rendement
    Om dezelfde reden zullen overigens ook de campings verdwijnen. Een camping is niet meer te kopen, omdat de grondprijzen zo hoog zijn dat de lasten niet meer te betalen zijn uit een redelijke dagprijs voor een tentje of caravan.

    Mijn chagrijnige gedachten helpen me de dag door en na nog een heerlijke maaltijd loop ik na twee dagen, via de Moulin de Boulaide en de Moulin de Bigonville, opgelucht bij Martelange België weer in.

    God zij dank. Dat land heb ik gehad. Ik kom er nooit meer.