De eerste woorden

Schrijvers mogen nooit vergeten dat de inleiding altijd een onderdeel van de tekst is. Misschien lijkt dit vanzelfsprekend, maar afgelopen zaterdagavond kwam ik er achter dat niet iedereen er zo over denkt. Ik was in de houtzaagmolen ‘De Ster” in Utrecht om te luisteren naar schrijvers die graag voorlezen uit eigen werk. Het concept van de ‘Vorlesebühne’ is opgepikt in Berlijn, de stad waar tientallen voorleespodia floreren. Het thema in Utrecht was dit keer: ‘De inleiding’. Ik verwachtte de mooiste zinnen, de allereerste woordenstroom die de auteur op papier had gekregen bij het schrijven van een boeiend verhaal.

Nu is de Vorlesebühne in Utrecht vooral bedoeld voor absurdistisch proza, dus dat ze een lange inleiding gingen geven op de inleidingen die daarna zouden volgen, dat had ik wel verwacht. Maar het verrassende was: er kwamen geen inleidingen, tenminste geen inleidingen zoals je die van een prozaschrijver mag verwachten. De voordrachtjes bestonden uit huishoudelijke mededelingen, terzijdes, rondvragen, samenvattingen en wat verder ter tafel komt; het hele instrumentarium uit de cursus vergadertechnieken trok aan mij voorbij. Soms dacht ik even dat er toch een inleiding werd voorgelezen, maar later bleek het een voorwoord te zijn. Een geslaagde poging was het sprookje van de sierlijke slurfjes. Een sprookje is eigenlijk één lange inleiding, een aaneenschakeling van fictieve feitelijkheden die je allemaal moet weten om de kern van het verhaal te snappen.

De allerbeste inleiding kwam van de muzikale gast: Steven de Jong. Op geestige wijze introduceerde hij zijn moderne operetteliedjes. Want dat is waar, een liedje kun je wel op het podium toelichten, dat is een aardige manier om contact te krijgen met het publiek. Maar een prozaschrijver kan daar beter niet aan beginnen. De inleiding hoort in de tekst te zitten. Als je nog meer woorden nodig hebt, dan ben je verkeerd bezig.

Ik weet niet of het later op de avond nog tot een echte inleiding is gekomen, want in de pauze besloot ik om naar huis te gaan. De inleidingen op de zogenaamde inleidingen hadden nogal lang geduurd en er was geen treinverkeer tussen Utrecht en Amsterdam. Ik had nog een flinke reis voor de boeg en met pijn in het hart verliet ik de houtzaagmolen. In de trein mijmerde ik over hetgeen ik moest missen. Waarschijnlijk werden in de rubriek ‘het dode hoekje’ de mooiste inleidende zinnen voorgelezen, de eerste woordenstroom van een schrijver die niet langer onder ons is.

De troonrede kent geen inleiding. De koningin vraagt nooit of ze al kan beginnen, ze noemt geen kenteken van een auto die zijn lichten heeft laten branden, ze vertelt nooit wat we in haar toespraak kunnen verwachten. Ze heeft zich voor de gelegenheid mooi aangekleed en een nieuwe hoed opgezet, dat is haar inleiding. Na een korte aanhef knalt ze er direct in met zoiets als: ‘Ons land staat voor een grote opdracht.’ Iedereen weet dan wat ze daarmee bedoelt en wat er komen gaat.

  1. 1

    De Vorlesebühne is leuk, ja. Alleen jammer dat de entreeprijzen zijn verhoogd van € 6 naar € 9 per persoon. Waarom heb je zo iets niet veel vaker en ook wat dichter in de buurt?

  2. 2

    Ik vind dat je je geld slechter uit kan geven. Als de Vorlesebühne goed in vorm is, dan is negen euro niet te veel. Voor studenten zijn er gereduceerde tarieven.