De droom van het dualisme

Nu de mooiste analyses bij het debat over de regeringsverklaring al gemaakt zijn door Tom Louwerse (verschilt het taalgebruik van Balkenende en Rutte? En wat zijn de patronen in het stemgedrag in de eerste stemmingen met dit nieuwe kabinet?) rest mij niets anders dan een inhoudelijke analyse te geven van het eerste optreden van het Kabinet-Rutte, zijn gedoogpartner Wilders en oppositie.

De formatie van het minderheidskabinet was in mijn ogen een mogelijkheid om de traditionele tegenstelling tussen oppositie en coalitie te overwinnen. Een mogelijkheid voor dualistischere politiek. De progressieve partijen, GroenLinks, D66 en de ChristenUnie, zouden het CDA en de VVD kunnen overhalen om socialer en groener beleid te maken: papaverlof, AOW-leeftijd, innovatie, dierenwelzijn, ontslagrecht noem maar op. De echte beslissingen zouden kunnen worden overgelaten aan de Tweede Kamer.

Er is in de Nederlandse politiek traditioneel een sterke tegenstelling tussen de coalitie en de oppositie. Dat noemen wij zelf in Nederland monisme. De coalitie steunt de ministersploeg en hun plannen door en door. De ideeën van de oppositie komen er nooit doorheen, onafhankelijk van de kwaliteit, omdat de coalitie en bloc tegenstemt. Alle belangrijke beslissingen worden vooraf genomen door de coalitie, en zo wordt het parlement uitgeschakeld. Een minderheidskabinet zou een mogelijkheid kunnen zijn voor nieuwe dualistischere verhoudingen. Een minderheidskabinet moet voortdurend voor haar voorstellen op zoek gaan naar meerderheden. Dit schept de mogelijkheid van wisselende meerderheden en laat ruimte voor initiatieven van oppositiepartijen. In deze verhoudingen zouden argumenten kunnen tellen en niet de vraag of een voorstel wordt gedaan door een coalitie- of een oppositiepartij.

Maar het eerste optreden van het nieuwe kabinet heeft de bodem onder die droom snel ingeslagen. Stef Blok van de VVD dacht dat hij bij een studentendebatclub zat. In plaats van antwoorden te geven op de vragen van zijn collega’s viel hij ze hard aan. Daarmee verdiende hij de Zwetsprijs. Volgens Thijs Niemantsverdriet was Blok de ‘bad cop’ tegenover Rutte’s ‘good cop’. Maar Rutte toonde zich gister geen ‘good cop’. De handreiking die Rutte bood, de mogelijkheid die aan de oppositiepartijen geboden werd om samen te werken met het kabinet, was zeer beperkt: een groot aantal gebieden werden afgesloten voor oppositie-initiatieven, alles wat begrotingseffecten heeft, alles wat in het gedoogakkoord staat en specifiek het ontslagrecht. En daarmee blijft er weinig over, want er zijn weinig onderwerpen die niet direct aan de begroting gelinkt zijn, en veel daarvan liggen in het gebied van veiligheid, integratie en migratie (en dat is het gedoogakkoord). Veel voorstellen zullen daarnaast door de drie coalitiepartijen moeten worden goedgekeurd. Wekelijks zullen Rutte en Verhagen samen met Wilders in het Torentje overleggen over het kabinetsbeleid. Dat is aanzienlijk minder monistisch dan de VVD altijd pretendeerde te zijn. Rutte en Verhagen hebben zich van Wilders afhankelijk gemaakt, zijn druk bezig om andere mogelijkheden, alternatieve meerderheden zelf te blokkeren.

Ik heb er een hard hoofd: de weinige ruimte die Rutte de oppositie biedt, de harde opstelling van Blok, het feit dat Wilders wekelijks geconsulteerd gaat worden en de scherpe tegenstelling tussen oppositie en coalitie in het stemgedrag vormen geen goed begin. Ik vrees dat het vier jaar monisme en harde, kille polarisatie gaat worden.
[cmon]