De corrumperende effecten van macht

Een gastbijdrage van Joris Lammers, universitair docent aan de Universiteit van Tilburg. De bijdrage is ook te lezen op Sociale Vraagstukken.

Mensen met een machtige positie denken en voelen anders dan mensen zonder macht. Het effect van macht is vergelijkbaar met het gebruik van alcohol. Je kunt het zien aan mensen als Silvio Berlusconi of Dominique Strauss-Kahn, die gemakkelijk de grenzen van het acceptabele overschrijden. Is daar een medicijn tegen?

Keer op keer horen we van mensen met een belangrijke functie die het niet al te nauw nemen met normen, waarden en de wet. Silvio Berlusconi organiseert seksfeesten met minderjarige meisjes, Dominique Strauss-Kahn wordt ervan beschuldigd een kamermeisje te willen verkrachten. Zou het werkelijk zo zijn dat macht de moraal ondermijnt?

Als sociaal psychologen doen wij op een gestandaardiseerde manier onderzoek naar het fenomeen macht. Daarbij zoomen we niet in op het gedrag van individuen als  Berlusconi, maar zoomen we juist uit om vast te stellen of er algemene patronen te ontdekken zijn in het gedrag van machtige mensen. De gedachte daarbij is dat je het corrumperende effect dat je onder machtige politici ziet, ook moet kunnen zien bij ‘gewone’ mensen -maar in een sterk verdunde vorm.

Een belangrijke manier om daar onderzoek naar te doen is door gebruik te maken van experimenten. Daarnaast maken we ook gebruik van grootschalig onderzoek met vragenlijsten. Met behulp van deze twee methoden zijn we erachter gekomen dat macht heel basale effecten heeft. Mensen die zich machtig voelen denken fundamenteel anders dan mensen die zich ‘gewoon’ voelen.

Mensen met macht veel sterker op het positieve gericht
In het algemeen kun je zeggen dat menselijk gedrag gedreven wordt door twee mechanismen. Aan de ene kant moet je gefocust blijven op het positieve, op de dingen die je wilt bereiken. Aan de andere kant moet je ook een schuin oog houden op het negatieve, om bedreigingen te voorkomen. Bij de meeste mensen is dat redelijk in balans, zij zijn op zowel het positieve als het negatieve gericht. Maar mensen met macht zijn veel sterker op het positieve en veel minder sterk op het negatieve gericht.

Een gevolg hiervan is dat mensen met macht zich anders gedragen -eigenlijk vergelijkbaar met mensen die een borrel op hebben. Zoals iedereen weet heeft alcohol een ontremmende functie. De effecten van macht overlappen daar deels mee. Mensen met macht zijn assertiever en zekerder, ze ervaren minder stress en ze gaan in een meer
directe lijn op hun doel af. Ze focussen ook minder op problemen en gaan eerder uitdagingen aan. Dit is vaak gunstig. Op die manier kunnen ze makkelijk uitdagingen aan.

Echter, het kan ook tegen hen werken. Dat zagen we bijvoorbeeld in onderzoek naar de relatie tussen macht en overspel. We vroegen daarbij ongeveer 1500 machtige en minder machtige mensen of ze wel eens vreemd waren gegaan en of ze in de toekomst dachten wellicht vreemd te gaan. Hieruit bleek dat hoe meer macht mensen hadden, hoe hoger de kans op ontrouw was. Dit kwam doordat mensen met macht (te) zelfverzekerd en assertief zijn. Als ze iemand zien die ze aantrekkelijk vinden dan gaan ze eerder op die persoon af.

Machtige mensen hebben gebrek aan inlevingsvermogen
Een gevolg van het feit dat mensen met macht sterker op hun eigen doelen gericht zijn, is dat ze nog wel eens de belangen van anderen vergeten. Als ze iemand zien dan kijken ze primair naar de mate waarin die persoon hun doelen kan helpen vervullen en kijken ze niet naar andere aspecten van die persoon.

Een ander probleem is dat mensen met macht te veel risico nemen. Doordat ze onvoldoende oog hebben voor wat er mis kan gaan (het negatieve), wegen ze dat onvoldoende mee. Dat is in experimenten bijvoorbeeld aangetoond door mensen met macht en mensen zonder macht aan kansspelen te laten meenemen. Mensen met macht nemen in zulke spelen meer risico. Dat is overigens niet altijd verkeerd, want ‘normale mensen’ spelen vaak juist te veilig en lopen zo kansen mis.

Daarmee hangt samen dat mensen met macht te vrij worden in hun expressie, waardoor ze anderen voor het hoofd stoten. Dit kan er bijvoorbeeld toe leiden dat ze  seksistische of racistische opmerkingen maken. In onderzoek hebben we bijvoorbeeld laten zien dat machtige mensen (zowel mannen als vrouwen) eerder een seksistische conclusie trekken als ze een verhaal lezen over een vrouw die zich afhankelijk opstelt.

Een laatste probleem is dat een gevoel van macht het morele denken beïnvloedt. Dat wil niet zeggen dat mensen met macht amoreel zijn. In feite zijn ze juist strenger in het toepassen van regels. Echter, ze zijn vooral strenger voor anderen. Als het om hun eigen gedrag gaat vinden ze het overtreden van regels minder erg. Mensen met macht
zijn dus in zekere zin hypocriet; streng voor anderen maar rekkelijk voor zichzelf.

Opvallend is dat deze effecten even sterk optreden bij vrouwen als bij mannen. Vrouwen met macht zijn ook seksistisch en hypocriet en ze gaan ook vaker vreemd. Als vrouwen zulke impulsen hebben, zullen die er ook eerder uitkomen als ze zich machtig voelen.

Ook is het effect niet beperkt tot de echte ‘masters of the universe’. Deze effecten treden op bij alle mensen die zich machtig voelen. Daarbij gaat het dus niet om de objectieve hoeveelheid macht. Als iemand zich machtig voelt omdat hij of zij voorzitter is van de schaakclub in Ermelo dan kunnen deze effecten ook optreden.

Wat is er tegen deze effecten te doen?
Ten slotte, deze effecten zitten in iedereen. Macht kan iedereen corrumperen. Enkel het feit dat de lezer zich nu bewust is van deze effecten is geen bescherming ertegen. Immers, deze effecten treden grotendeels onbewust op. Dat betekent dat mensen zich niet bewust hoeven te zijn van het feit dat ze macht hebben. Ze voelen zich eenvoudig machtiger en maken daarom andere beslissingen. Als je een biertje op hebt heb je een andere kijk op de wereld en gedraag je je anders, ook als je weet wat de effecten van alcohol zijn.

Toch is er wel iets tegen deze effecten te doen. Uit onderzoek blijkt dat wanneer mensen inzien dat anderen hun macht mogelijk als onrechtvaardig beschouwen, deze effecten niet optreden. Ook lijken deze effecten minder sterk te zijn als mensen inzien dat macht iets is dat het collectief (de kiezers, de werknemers) geven aan hen die de juiste kwaliteiten hebben om hen te leiden.

De problemen spelen vooral bij mensen die het vanzelfsprekend vinden dat zij de macht  hebben, die het onderscheid tussen hun persoon en hun positie vergeten. Het is dus van belang dat mensen met macht een zekere bescheidenheid hebben en zich realiseren dat zij de macht hebben om anderen zo goed mogelijk te dienen. Maar dat is  waarschijnlijk niet iets dat je aan machtige mensen zelf moet overlaten. Alleen als mensen kritisch zijn en kritisch blijven op hun leiders kan deze bescheidenheid  afgedwongen worden en kunnen de hier beschreven corrumperende effecten voorkomen worden.

Dr. Joris Lammers, onderzoekt de invloed van macht op het denken en het gedrag van mensen. Hij is universitair docent aan de Universiteit van Tilburg.

  1. 1

    Drie keer geprobeerd een reactie te schrijven maar eigenlijk kom ik niet verder dan dat ik de combinatie van DSK en Berlusconi in een alinea niet goed vindt.

    Ergerlijk, eigenlijk stuitend zelfs.

  2. 2

    Behalve dat langdurig in de hallen van de macht rondwandelen vast niet bevorderlijk is voor je menselijkheid, is ’t volgens mij ook zo dat bepaalde persoonlijkheden zich uberhaupt sterk aangetrokken voelen tot het uitoefenen van macht.

  3. 6

    @1 & @4:
    Als je van mening bent dat het bovenstaande stuk stuitend en kinderachtig is, zou het toch eenvoudig moeten zijn een paar snelle inhoudelijke punten van kritiek neer te pennen? Of is dat teveel moeite?

  4. 7

    @5 je kon het als een positieve aanwijzing opvatten om het stuk met die ogen nog eens te lezen. In plaats daarvan ga je *machteloos* zeuren.

  5. 8

    @6:
    Jammer dat GS-esque reaguursels blijkbaar ook hier steeds acceptabeler worden. Even langsfietsen, een fluim uitspugen en dan weer zelfvoldaan verder op pad naar het volgende reaguursel.

  6. 9

    Ik lees:
    ‘Dat betekent dat mensen zich niet bewust hoeven te zijn van het feit dat ze macht hebben. Ze voelen zich eenvoudig machtiger’
    Hoe meten jullie dan of iemand macht heeft? Hoe weet ik (als onderzoeksobject) of ik macht heb als ik mij daar niet van bewust ben?

    En:
    ‘Het corrumperende effect dat je onder machtige politici ziet’.
    Hoe weten jullie dat dit met macht te maken heeft, en niet ligt aan, ik noem maar een dwarsstraat, de lengte van iemands onderarmen, en dat het bij machtige politici alleen vaker optreedt omdat zij in de omstandigheid zijn die macht uit te oefenen?

  7. 10

    Wat je schrijft komt overeen met wat ik gedurende mijn werkende bestaan meemaak met managers. Het is inderdaad leuk als ze uitdagingen aangaan, want dat kan spannend werk opleveren, maar het gaat fout als ze met hun weinige mensen ook nog een uitdaging aangaan, en nog een, en nog een…
    Ook gaan ze makkelijk over lijken, bij wijze van spreken dan, als ze helemaal niet hebben opgelet wat er eigenlijk voor werk in hun organisatie wordt gedaan en ze vinden dat ze die maar weer eens moeten reorganiseren.
    Wat ze verder doen in hun onder onsjes met andere managers weet ik niet.
    Het valt me ook op dat dit vaker voorkomt bij vrijgezelle managers of anderen met veel tijd over, die nemen makkelijker meer tijd voor hun “uitdagende werk” dan mensen met kinderen of voor wie werk niet alles is.

  8. 12

    En zullen we eens een lijstje met typische machthebbers maken ? Freud, Marx, Claudius, Louis Veertien, Hitler, Pol Pot, Mao , Stalin, alle pausen, Balkenende, Rutte, Wientjes, Merkel, Sarkozy, Obama, Petraeus, Colijn, Lady GHaga, Beatles, Stones, …

    En zullen we ook eens het mot naar de kaars-effect meenemen in onze studies ? Want macht trekt ook heel erg aan nl. met alle effecten van dien.

  9. 13

    Het sterkst missende aspect van dit verhaal is natuurlijk wel hoe precies onderzocht is in welke mate die mindere remmingen volgen op het verwerven van macht in plaats van (ook) andersom.

  10. 19

    @17
    “Macht ontremt” en dat is een probleem en vanaf dat moment houdt deze onderzoeker overal zijn kleverige moraliserende vingertje bij:

    “Het is dus van belang dat mensen met macht een zekere bescheidenheid hebben en zich realiseren dat zij de macht hebben om anderen zo goed mogelijk te dienen. Maar dat is waarschijnlijk niet iets dat je aan machtige mensen zelf moet overlaten.”

    Je kan het verschijnsel ook volwassener en wetenschappelijker benaderen wou ik maar zeggen.

  11. 23

    Dan toch ook maar een paar inhoudelijke puntjes.

    Allereerst natuurlijk, wat wordt verstaan onder macht? Gaat het om een juridische status in een hierarchie? Het vermogen dingen naar zijn/haar hand te zetten? Of het vermogen om andere mensen te dwingen dingen tegen hun zin te doen? Hoe verhouden macht en autoriteit zich?

    “Aan de ene kant moet je gefocust blijven op het positieve, op de dingen die je wilt bereiken. Aan de andere kant moet je ook een schuin oog houden op het negatieve, om bedreigingen te voorkomen.”

    Vanwaar de termen ‘positief’ en ‘negatief’? Dit wekt de schijn van een waardeoordeel. (Mogelijk is het een term die in het vakgebied wel bekend is, zoals positieve en negatieve bekrachtiging bij operante conditionering, maar de rest van het stuk is duidelijk gericht op leken, niet op vakgenoten.)

    “Een gevolg hiervan is dat mensen met macht zich anders gedragen -eigenlijk vergelijkbaar met mensen die een borrel op hebben. Zoals iedereen weet heeft alcohol een ontremmende functie. De effecten van macht overlappen daar deels mee.”

    De effecten die volgen, zijn dat voorbeelden van die overlap? Of juist niet?

    “Mensen met macht zijn assertiever en zekerder, ze ervaren minder stress en ze gaan in een meer directe lijn op hun doel af. “

    Dit lijken me namelijk geen dingen die je ook over alcoholinvloed kunt zeggen.
    En er wordt ook hier duidelijk geframed in woorden die een positieve klank hebben, assertief (itt agressiviteit bv) en zeker (ipv bv overmoedig of risicozoekend.) Dit wordt later een beetje genuanceerd maar ook dan is het nog uitermate optimistisch.

    Of het trouwens werkelijk zo is, ik weet het niet. Persoonlijk heb ik de indruk dat de mensen die het meest hun macht laten gelden, dat doen in situaties waar ze zich niet helemaal zeker of assertief voelen.

    “Ze focussen ook minder op problemen en gaan eerder uitdagingen aan. Dit is vaak gunstig.

    Hoe vaak is vaak, wat is gunstig, en voor wie is dat gunstig?

    Echter, het kan ook tegen hen werken. Dat zagen we bijvoorbeeld in onderzoek naar de relatie tussen macht en overspel.

    … en niet alleen tegen hen. Het is ook nogal rot voor de partners.

    Hieruit bleek dat hoe meer macht mensen hadden, hoe hoger de kans op ontrouw was. Dit kwam doordat mensen met macht (te) zelfverzekerd en assertief zijn. Als ze iemand zien die ze aantrekkelijk vinden dan gaan ze eerder op die persoon af.

    Dit wekt de indruk dat vreemdgaan iets is dat alleen maar wordt tegengegaan doordat je een loser bent, te bang bent een blauwtje te lopen, dat velen wel willen maar niet durven. Maar vreemdgaan is ook het breken van een commitment aan de ander. Dat is zelfs essentieel (een open relatie a la Heleen van Royen is geen vreemdgaan.) Dat had beslist even vermeld kunnen worden.

    “Een laatste probleem is dat een gevoel van macht het morele denken beïnvloedt. Dat wil niet zeggen dat mensen met macht amoreel zijn. In feite zijn ze juist strenger in het toepassen van regels. Echter, ze zijn vooral strenger voor anderen. Als het om hun eigen gedrag gaat vinden ze het overtreden van regels minder erg. Mensen met macht
    zijn dus in zekere zin hypocriet; streng voor anderen maar rekkelijk voor zichzelf.”

    Waarom precies is het niet ‘amoreel’ te noemen als mensen met macht regels vooral van toepassing vinden op anderen en minder op zichzelf?

    “Als je een biertje op hebt heb je een andere kijk op de wereld en gedraag je je anders, ook als je weet wat de effecten van alcohol zijn.”
    Ah, de alcohollink nogmaals. Zeker, weten dat alcohol je reactievermogen beinvloedt maakt dat effect niet ongedaan. MAAR, weten dat alcohol je reactievermogen beinvloedt kan er wel degelijk toe leiden dat mensen hun gedrag aanpassen en bijvoorbeeld niet in de auto stappen als ze gedronken hebben, ook al denken ze op dat moment best dat ze daartoe in staat zijn. Ze weten namelijk ook dat ze voor zichzelf al eerder hebben besloten x of y niet te doen, en kunnen op zichzelf reflecteren en daar lessen uit leren.
    Niet iedereen doet of kan dat… (en het lijkt ook iets wat niet iedereen met macht doet of kan.)

    Nou ja, ik laat het er maar bij. De samenvatting is dat ik het hele stuk inhoudelijk weinig boeiend en wel erg vergoelijkend vind… Want er had best een kleine verwijzing mogen komen naar een paar van de gevolgen van dat op eigen belangen gericht zijn, het zien van mensen als instrumenten, het niet gebonden achten aan regels. Want dat het ‘vaak’ gunstig is, is dat ook uitgelegd aan de uitgebuite slaven, de vernietigde soldaten en de geruineerde, geplunderde werelddelen? Langs welke morele maatstaf is ‘gunstig’ precies gedefinieerd?

    (Nou, dat moet toch voldoende zijn voor iedereen die meer dan een langswaaiende opmerking wil lezen.)

  12. 25

    @ 23: Waarom precies is het niet ‘amoreel’ te noemen [ … ]

    In deze vraag verwar je amoreel en immoreel. Amoreel is het niet te noemen omdat er geredeneerd wordt vanuit moraal. Immoreel is het al snel te noemen.

    Verder lijkt alcohol mij trouwens wel een evidente factor in het ervaren van “minder stress” en het “rechter op het doel af gaan” (zie de ontremming in sociale situaties) — maar je vragen waren niet aan mij maar de auteur.

  13. 27

    Wat me opvalt is dat veel van de beschreven kenmerken overeenkomen met wat we onder narcisme verstaan. De vraag die opkomt is dan: Wordt je van macht narcistisch, of zijn het meestal narcisten die machtsposities ambiëren?