De boeken van Anil Ramdas

Toen ik halverwege de jaren negentig naar Curaçao emigreerde zocht ik naar boeken die mij zouden kunnen helpen om mijn nieuwe woonomgeving beter te begrijpen. Ik las de romans van Boeli van Leeuwen, de verhalen van Cola Debrot, maar vooral de boeken van Anil Ramdas; hij werd mijn gids in de nieuwe wereld.

Ik begon met De strijd van de dansers, uitgegeven als Rainbow Pocket in 1994. Volgens mij is dit het beste non-fictie boek over de sociaaleconomische verhoudingen op Curaҫao dat ooit is verschenen. Op basis van zeven diepte-interviews schilderde Anil Ramdas een samenleving die mij volkomen onbekend was. Hij liet mij kennismaken met enkele Antillianen die ik nooit ben vergeten, zoals de bejaarde ShonLeo, een echte Latijns-Amerikaanse man, die met zijn auto talloze vrouwen versierde en daarbij zesendertig kinderen verwekte. En Agnes en Maira, die als arbeidsters bij Texas Instruments werkten en vertellen hoe het er in de fabriek aan toe ging. Met veel inlevingsvermogen beschreef Anil Ramdas de strijd die de bewoners van Curaçao iedere dag moeten voeren om te overleven, hoe vrouwen zich handhaven in de machocultuur en hoe mannen zich op de arbeidsmarkt staande proberen te houden: ‘Wie hier door één baas is ontslagen, is door het hele eiland ontslagen. Het gaat niet om je kennis maar om je kennissen en als je die niet hebt word je niet eens chauffeur bij Pepsi Cola…’

In de locale boekhandel van Willemstad, Mensings Caminada, vond ik een tweede boek van Anil Ramdas: De papegaai, de stier en de klimmende bougainvillea, een essaybundel uit 1992 over migrantenervaringen. Door dit boek maakte ik kennis met de Caraïbische literatuur. Ik had niet eerder stukken gelezen waarin zoveel interessante boeken tegelijk op een leesbare manier worden besproken. Op de plaats waar het hoofdstuk ‘Een huis voor meneer Naipaul’ begint, daar valt mijn exemplaar bijna uit elkaar. Na de eerste lezing heb ik het boek nog regelmatig heb opengeslagen op zoek naar goede leestips. In het hoofdstuk ‘Mannen en vrouwen op Curaçao’ kwam ik Bea weer tegen, een ongehuwde moeder die verlangt naar een eigen dak boven haar hoofd. Ik had al over haar gelezen in De strijd van de dansers. In een van de essays zoekt Ramdas middels literatuur naar een verklaring voor haar hopeloze situatie.

In 1996 verscheen een tweede bundel: De beroepsherinneraar en andere verhalen. Via dit boek kwam ik veel te weten over Anil Ramdas zelf. Veel herinneringen aan Suriname komen voorbij, maar hij schreef ook over zijn ervaringen in Nederland. Om nooit te vergeten is het verhaal van ‘Het raadsel van de aankomst’ waarin hij uitgebreid uit de doeken deed hoe hij aan zijn koopwoning was gekomen en welke vooroordelen hij daarbij tegenkwam: ‘Ik denk niet dat meneer dat allemaal op kan brengen’, zei de notaris tegen mijn vriendin. En hij had gelijk, maar niet zoals hij het bedoelde.

In 1997 ontving Anil Ramdas de E. du Perronprijs voor zijn gehele oeuvre. In datzelfde jaar keerde ik terug naar Nederland. Het was niet gemakkelijk om aan goede woonruimte te komen, uiteindelijk werd het een flat in Amsterdam-Noord. Af en toe greep ik opnieuw naar de bundels van Anil Ramdas, nu om multicultureel Nederland beter te begrijpen. Verder zag hem wekelijks op televisie, hij presenteerde samen met Stephan Sanders Het blauwe licht, waarin samen met gasten televisiefragmenten sociologisch en antropologisch werden geduid. Op het moment dat Anil Ramdas voor de NRC correspondent in Bombay werd, realiseerde ik me dat ik A House for Mr. Biswas van V.S. Naipaul nog moest lezen.

Anil Ramdas waagde zich ook aan fictie. Zijn novelle Het besluit van May  (1994) vond ik bij toeval bij De Slegte. In dit verhaal krijgt een Hindoestaanse moeder een conflict met haar dochter. May overweegt haar eigen leven en ze besluit vervolgens het over een andere boeg te gooien.

In 2011 verscheen dan eindelijk de grote roman, Badal. Het boek werd wisselend ontvangen. Er werd hem onder meer verweten dat het te autobiografisch zou zijn. Het lukte mij ook niet altijd om Harry Badal van Anil Ramdas te onderscheiden, maar ik wist ook dat dit vooral het probleem is van de lezer, niet van de schrijver. Laten we een jaar of vijf wachten, op de middelbare scholieren die Badal dan voor hun lijst zullen gaan lezen. Geen van hen zal het storen dat de roman gedeeltelijk samenvalt met de levensloop van de schrijver, juist niet.

Het is verschrikkelijk jammer dat Anil Ramdas het bij deze ene grote roman heeft gelaten. Ik troost me met de gedachte dat ik nog lang niet alles van hem heb gelezen. Aan Zonder liefde valt best te leven ben ik nog niet toe gekomen. En ook Paramaribo, de vrolijkste stad in de jungle ligt op mij te wachten.

 

 

  1. 1

    z’n uitgever gaat in ieder geval goede tijden tegemoet.
    Heel jammer dat dat zo gaat. (is geen kritiek op je stuk, ik denk dat Ramdas’ werk niet genoeg gelezen kan worden).

    om maar even een knuppel in het hoenderhok te gooien, dat Ramdas Zwagerman’s boekje verkeerd geïnterpreteerd had mag slordig zijn, maar een beetje schrijver heeft het te druk om alle schrijfseltjes van omhooggevallen zwamneuzen te interpreteren.

  2. 4

    Voor mij was de “de Papagaai, de Stier en de klimmende bougainvillea” een openbaring en een groot leesplezier, Bea een ontroerend en trefzeker verhaal van de antropoloog.
    Van zijn TV-werk heb ik niet veel gezien, maar ik ga zeker nog meer lezen. Want Ramdas was helder, scherpzinnig en formuleerde scherp en precies.
    Zijn heengaan is een verlies voor onze cultuur.

  3. 5

    De meeste boeken van Anil Ramdas zijn uitgegeven door De Bezige Bij. Ik weet niet zeker of de ‘Strijd van de dansers’ nog via de boekhandel te krijgen is, maar tweedehands is het vast nog wel ergens te koop.