De aaibare robot

ACHTERGROND - Nao en Pepper zijn duidelijk herkenbaar als robots: gemaakt van glimmend plastic, voorzien van grote ogen die je vriendelijk tot onschuldig aankijken. Ze zijn gemakkelijker te produceren dan robots die sprekend op mensen moeten lijken. De hoogst aaibare Pepper en Nao – onderdeel van een veelbelovend platform voor robot-ontwikkeling – zijn de ideale tussenfase voor mensen om te wennen aan robots.

Hele generaties zijn opgegroeid met de Sony Walkman en ook de eerste stereotorens kwamen uit Japanse fabrieken. Japan is in de tweede helft van de vorige eeuw groot geworden met technologie en elektronica. De basis hiervoor werd gelegd aan het eind van de 19e eeuw, toen het land zich openstelde voor techniek uit westerse landen. Die leidende positie op het gebied van consumentenelektronica is grotendeels verloren nadat eind jaren negentig elektronicaproducenten uit Silicon Valley en Korea de markt veroverden. Japan is echter hard op weg om opnieuw een leidende rol te gaan spelen in een nieuwe technologierevolutie, zoals VPRO’s Tegenlicht van 10 mei liet zien. Japan wordt robotland nummer 1.

Japanners denken heel anders over robots dan Nederlanders, zo viel op te maken uit de Twitter-reacties van Nederlanders die de Tegenlicht-uitzending bekeken. Wanneer robots te veel op mensen gaan lijken, ervaren westerlingen een gevoel dat als ‘uncanny valley’ bekend staat. We hebben er geen probleem mee om een pop of speelgoeddier te aaien, maar als een androïde – een robot met een menselijke gedaante – vraagt om een ‘hug’ leidt dat tot ongemakkelijke gevoelens. Hoewel westerlingen normaal gesproken geen ziel toekennen aan objecten, hebben ook wij bij het zien van iets wat er uit ziet als een mens de neiging om er menselijke eigenschappen aan toe te kennen. Japanners hebben echter aanzienlijk minder moeite met het geven van een identiteit aan objecten. Het is een element van het Japanse Shintoïsme.

Bij het zien van androïde robots vertonen ook wij westerlingen Shintoïstische trekjes. Dit (voor ons) onnatuurlijke gedrag versterkt de behoefte aan duiding en antwoorden. Een van de voornaamste zorgen in de westerse wereld lijkt te zijn dat robots te veel op mensen gaan lijken: letterlijk door het uiterlijk en figuurlijk door menselijk gedrag te kopiëren. In discussie over androïde robots lopen deze twee zaken door elkaar en de neiging is groot ze te scheiden. Het menselijke uiterlijk van androids roept primair de vraag op of er straks nog onderscheid is tussen androids en mensen. Het innerlijk van androids wordt straks even intelligent als de slimste computers.

Dat onderscheid is over een tijdje echter niet meer relevant. Het menselijke uiterlijk van androids geeft robots ook menselijke fysieke mogelijkheden: een computer kan weliswaar processen aansturen, maar komt niet van zijn plek. Een androïde robot beschikt over ledematen en sensoren voor tastzin, visuele en auditieve waarneming en kan fysieke handelingen verrichten. Daarmee komt de androïde akelig dicht in de buurt van de fysieke vrijheden en mogelijkheden die mensen bezitten. Willen we androids echter geschikt maken voor menselijke interactie, dan zal het innerlijke systeem van robots – de intelligentie – uitgerust moeten worden met lerend vermogen.

IBM’s Watson wordt op dit moment gezien als het meest intelligente computersysteem waarbij gebruikt wordt gemaakt van research en logica. Bij Watson hoeven we niet te denken aan het verschijnsel ‘uncanny valley’: het is een systeem waarvan de ontwikkelaars het tot nu toe nog niet nodig vinden om er letterlijk een menselijk gezicht aan te geven. Toch zou Watson vergelijkbare gevoelens moeten oproepen: Watson is hard op weg om bijvoorbeeld medische diagnoses te stellen. Wordt Watson een adviserende collega van de dokter of breekt er een moment aan waarop Watson eenvoudigweg beslist?

Watson draait voorlopig uitsluitend op door mensen gegenereerde en opgeslagen digitale data. Watson is (nog) niet in staat zelf waarnemingen in de fysieke wereld te doen, nieuwe conclusies te trekken, out of the box te denken of creatief te interpreteren – net als Google overigens: “vergelijk Cezanne met Koons.” Het beantwoorden van nieuwe vragen, die nog niet eerder gesteld zijn, blijft een een uitdaging voor Watson, net als creatief scheppen. Watson slaagt er wellicht in om online schildersbenodigdheden te bestellen, maar kan bij gebrek aan ledematen nog geen opvolging geven aan de opdracht “schilder op basis van de volgende twee technieken een 19e eeuws landschap: a) kleurgebruik van Mondriaan, b) verfgebruik volgens de Impasto techniek”.

Pepper en Nao – beiden humanoide robots waarbij het uiterlijk duidelijk laat zien dat het een robot is – hebben al een IP-adres. Stop Watson in een androïde en daarmee ontstaat in ieder geval een robot die op veel vragen een antwoord zal kunnen geven. Uitgerust met Watsons brein missen Pepper en Nao nog steeds sociale intelligentie en creativiteit – mysterieuze menselijke competenties waarvan we niet precies weten hoe ze werken. Veel van dat soort competenties zijn van invloed op het (goed) functioneren van mensen: gevoel, ethisch besef, intuïtief, vertrouwen. Voorlopig blijven die eigenschappen voorbehouden aan levende wezens.

Toch zien Japanners grote mogelijkheden voor de inzet van robots als hulp in huis, in de zorg en als gids. Voor een goed functioneren in deze rollen is het van belang dat hun gedrag goed is afgestemd op de mensen die ze helpen. Daarvoor is het kunnen waarnemen en interpreteren van menselijk gedrag een voorwaarde. Of zoals voor mensen geldt: goed luisteren en nadenken voordat je in actie komt. Wat gaan we doen met robots die kleine fouten maken? Robots kunnen ongewenste beslissingen nemen (waar de opdrachtgever het niet mee eens is) of ‘fouten’ maken bij het uitvoeren van beslissingen (bijvoorbeeld iets laten vallen in plaats van het aangeven). Robots zijn en blijven machines, die voor een groot deel reageren op de omgeving. Herkennen ze fouten aan de reactie van de sociale omgeving en kunnen ze fouten herstellen? De impact van hun gedrag kan groter zijn dan dat van ‘vaste’ machines. Het vakgebied mens-machine-interactie kan opnieuw worden uitgevonden.

Wordt het straks van belang of een robot in opdracht heeft gehandeld door het opvolgen van een menselijk commando of dat de software zelf heeft besloten een actie te ondernemen? Ook hier biedt de film Westworld een goed perspectief. Wanneer de software voorschrijft dat bezoekers die niet herkend worden en toch een huis proberen binnen te dringen, onschadelijk moeten worden gemaakt, is dat wat anders dan wanneer de roboteigenaar zelf de afweging maakt en aan de robot de opdracht geeft om een indringer onschadelijk te maken. Hoe weten we zeker dat een robot altijd en exclusief luistert naar vooraf aangewezen opdrachtgevers? Als robotsoftware zelflerend is, kan je een robot dan ook indoctrineren? Relevant voor de zorgsector, waar slimme patiënten er wellicht in slagen de androïde te verleiden om wat meer pijnstillers voor te schrijven of andere patiënten wat minder aandacht te geven.

Nao en Pepper zijn duidelijk herkenbaar als robots. Ze zijn van glimmend plastic, hebben grote ogen die je vriendelijk tot onschuldig aankijken. Daardoor zijn ze goedkoper te produceren dan de androids die zoveel mogelijk op een mens moeten lijken. Nao en Pepper lijken daarmee veelbelovende platforms voor grootschalige ontwikkeling zoals ook in de app-industrie zichtbaar is. Maar er is ook een ander voordeel. De hoogst aaibare Pepper en Nao zijn de ideale tussenfase om de ‘uncanny valley’ te overbruggen.

Dit stuk verscheen eerder op Toii.

  1. 3

    @1:
    Dat soort filosofische vraagstukken worden nooit bewust uitgezocht. Zo’n conclusie ontstaat per toeval als het nodig is en veranderd ook weer willekeurig. Als het eenmaal zo ver is dan zien we het wel.

    Technologische vooruitgang stoppen zou wel het domste zijn. Dat zorgt niet voor een antwoord maar slechts dat het antwoord nooit nodig is.

  2. 4

    Japanners hebben echter aanzienlijk minder moeite met het geven van een identiteit aan objecten. Het is een element van het Japanse Shintoïsme.

    Ik begrijp niet hoe een voorliefde voor robots hieruit volgt. Als robots een ziel zouden hebben, dan zou het gebruiken van robots immers een vorm van slavernij zijn.

  3. 5

    @4 Ook bomen en stenen zijn volgens shinto-overtuigingen bezield met een spirituele essentie.

    Dat betekent natuurlijk niet automatisch dat het zagen van bomen en het hakken van stenen dus marteling is.

  4. 6

    @5
    Dan is “ziel” een vertaling die de lading niet dekt. Ik vind het sowieso erg conceptueel om het Japanse geloof aan te halen als verklaring voor het grotere enthousiasme voor robots in Japan. Wat ook een verklaring kan zijn is dat wij door dystopische science-fiction en daaraan gerelateerde filosofieën een cynisch beeld hebben gekregen van robots.