Danken we rijmschema’s aan de multiculturele samenleving?

ACHTERGROND - © Marc van Oostendorp eigen werk paper neerlandistiek 47Ik ben me de laatste tijd aan het verdiepen in het rijm. Het is een eigenaardig verschijnsel, bijvoorbeeld gezien vanuit een historisch perspectief. Tot ergens in de middeleeuwen hadden de Europese talen geen (eind)rijm.

Althans, dichters uit de klassieke oudheid zoals Vergilius gebruikten het een enkele keer min of meer toevallig als een klankeffect, maar zeker niet doorheen een heel gedicht. Er gold een beetje wat nu voor proza geldt: je probeerde rijm te vermijden als een goede dichter, zij het dat je die regel een enkele keer kon breken om het verband tussen twee woorden aan te tonen.

Maar vanaf de 12e eeuw rijmen alle Europese talen waarin literatuur wordt gemaakt ineens volop. De middelnederlandse literatuur heeft bijvoorbeeld een paar prozateksten, maar alles wat in dichtvorm is geschreven, rijmt ook. En datzelfde geldt voor andere literaturen, al worden her en der ook zogeheten ‘blanke’, dat wil zeggen: rijmloze, verzen geschreven, vooral in langere teksten in dichtvorm, zoals toneelstukken.

Vormen

Ergens in de 18e of 19e eeuw (het hangt een beetje van de literatuur af) beginnen er ook meer lyrische teksten te verschijnen zonder rijm, en bijvoorbeeld in de Nederlandse poëzie is het rijm langzaam maar zeker in onbruik geraakt. Er zijn nog dichters die rijmen, maar inmiddels is het gebruik van rijm altijd iets opmerkelijks, een statement. Tegelijkertijd is rijm buiten de literatuur (sinterklaasgedichten, amateurgedichten) nog steeds hét kenmerk van poëzie. Ook dit is geloof ik inmiddels de situatie in heel Europa.

Zowel de vraag waarom dat rijm ooit opkwam, en waarom het weer verdween. Vooral de eerste vraag vind ik intrigerend. Het is duidelijk dat ook in andere kunsten alle Europese landen elkaar altijd hebben beïnvloed, maar dat dit ook in de middeleeuwen al gold voor wat de ‘volkstaal’ werd genoemd – alles wat geen Latijn was – is bijzonder intrigerend. Vooral omdat het Latijn, in ieder geval in zijn klassieke vorm, dus niet van rijm hield. (Dat veranderde overigens wel in diezelfde periode.) Hoe ging dat in zijn werk? Hoe imiteerde je in jouw taal vormen die je hoorde in een andere taal?

Cultuur

En waar kwam dat rijm vandaan? Er blijkt hierover een bijzonder intrigerende theorie te zijn: uit de Koran. Dat boek, dat zelf gebruik maakte van literaire middelen die Arabische dichters al gebruikten, wordt regelmatig gerijmd. In Andalusië zouden Romaanstalige dichters dat vervolgens van Arabische collega’s hebben geleerd, en omdat die dichters op hun beurt de basis legden voor de Romaanse dichtkunst, de troubadours en wat niet al, zou dat rijm dus op die manier tot ons zijn gekomen. Islamisering tot en met!

Er zijn ook wel wat problemen met die theorie. In Ierland werd in de zevende eeuw bijvoorbeeld ook al druk gerijmd, zowel in het Iers als in het Latijn; bovendien was dat rijm in de eeuwen eerder al af en toe geprobeerd, zij het nooit zo systematisch. Dat is te vroeg om al aan de invloed van de islam toe te schrijven. Ook elders kwam rijm al sporadisch voor, het is kennelijk iets heel natuurlijks.

Schema

In zijn monumentale boek A History of European Literature dat ik momenteel aan het lezen ben, biedt Walter Cohen de volgende oplossing: niet zozeer het rijm danken we aan de klassieke Arabische cultuur, als wel het rijmschema, een plan van welke regels er op welke rijmen in een lyrisch gedicht. Zulke rijmschema’s vind je aantoonbaar voor het eerst in Arabische gedichten in Andalusië, voordat ze door Occitaanse dichters worden overgenomen. (Zoals de islamitische culturen nog zeker de hele middeleeuwen de Europese letteren blijven beïnvloeden: niet alleen de Arabische, maar ook de Perzische.)

Nu is het interessante daarvan dan weer dat die rijmschema’s op hun beurt weer alleen in Andalusië konden ontstaan omdat de Arabische dichters daar, in contact met de Romaanse cultuur, kennis maakten met de strofe, want de Grieken en Romeinen deelden hun lyriek al in vastgebakende groepjes regels met steeds dezelfde structuur. Oudere Arabische poëzie bestond alleen uit (rijmende) regels die aan elkaar geregen werden tot het klaar was; in Andalusië begonnen ze strofevormen te ontdekken en te implementeren in hun dichtkunst. Een rijmschema dat ingewikkelder is dan aabbcc kun je natuurlijk alleen maar bedenken als je ook strofes had.

In die zin (en als dit allemaal klopt) hebben we strofes dus te danken aan de multiculturele samenleving die het vroeg-middeleeuwse Andalusië was.

Dit artikel verscheen eerder hier.

  1. 1

    En waar kwam dat rijm vandaan? Er blijkt hierover een bijzonder intrigerende theorie te zijn: uit de Koran.

    Ik wil dit niet bestrijden. Maar islamitische, Perzische dichters gebruikten geen rijm. En voor zover mijn kennis strekt kwam de Perzische poëzie op, tegelijk met de islam in de 7e eeuw en stond onder invloed (in het begin) van de Arabische dichtkunst. Het probleem hierbij is dat ik als Nederlander Arabisch noch Perzisch machtig ben en afhankelijk ben van vertalingen. Deze vertalingen kunnen alleen uitgevoerd door mensen welke de essentie begrijpen. Het gaat daarbij om een metaforische wijze van uitdrukkingen waarbij ook aardse geneugtes worden verbeeld. Het is daarbij de bedoeling dat de lezer in een bepaalde vervoering wordt meegesleept. En waarbij de diepere betekenis van oneindig veel meer waarde is dan een rijm. In deze vervoering reageerden dichters op elkaar, ze staken elkaar aan.

    Rijm associeer is toch eerder met iets banaals. Maar dat kan ook mijn bedorven westerse geest zijn.

  2. 2

    Het zou een leuk voorbeeld zijn van Marcel Mauss’ observatie dat culturen ont- en bestaan door van elkaar te lenen, maar zich definiëren aan de hand van wat ze weigeren te lenen.

  3. 4

    @1: “Rijm associeer is toch eerder met iets banaals”
    Het kan anders ook een heel nuttige geheugensteun zijn bij mondelinge overlevering, zoals alliteratie die rol gespeeld heeft bij de overdracht van kennis in Europa in de eeuwen (millenia?) voordat het schrift gebruikt werd.

  4. 6

    @4

    Daar had ik niet bij stilgestaan. Mijn focus ligt meer bij Perzische dichters, waar de gebruiker de dichtwoorden, regels en strofen herhaaldelijk ‘reciteert’ en weergeeft en zich zo de dichttaal eigen maakt. Ook een geheugensteun dus, maar dan minder exact als alliteratie.

  5. 7

    @5.

    Aha, David Wengrow, werkt(e) o.a. samen met David Graeber. Over zijn meest recente boek dit jaar verschenen:

    In ‘What Makes Civilization?’, archaeologist David Wengrow provides a vivid account of the ‘birth of civilization’ in ancient Egypt and Mesopotamia (today’s Iraq). These two regions, where many foundations of modern life were laid, are usually treated in isolation. Now, they are brought together within a unified history.

    Ik denk dat dat komt zoals in de Bijbel beschreven Abraham, de vader der drie monoreligies, reisde ook vanuit Ur der Chaldeeën naar Egypte. Zonder gekheid, er is toch al veel onderzoek over contacten tussen vroegere primitieve samenlevingen. Wat is nieuw?

  6. 8

    Heb ik dat blauwe ‘uit de Koran’ aangeklikt. En krijg je weer het verhaal over de ‘goede’ invloed van de islam in de middeleeuwen, waar al zoveel discussies over zijn gevoerd.

    Arabic culture was a central and shaping phenomenon in medieval Europe, yet its influence on medieval literature has been ignored or marginalized for the last two centuries. In this ground-breaking book, now returned to print with a new afterword by the author, María Rosa Menocal argues that major modifications of the medieval canon and its literary history are necessary.

    Menocal reviews the Arabic cultural presence in a variety of key settings, including the courts of William of Aquitaine and Frederick II, the universities in London, Paris, and Bologna, and Cluny under Peter the Venerable, and she examines how our perception of specific texts including the courtly love lyric and the works of Dante and Boccaccio would be altered by an acknowledgment of the Arabic cultural component.

    María Rosa Menocal is Sterling Professor of the Humanities at Yale University, where she is Director of the Whitney Humanities Center. She is author of The Ornament of the World: How Muslims, Jews, and Christians Created a Culture of Tolerance in Medieval Spain and Shards of Love: Exile and the Origins of the Lyric.

  7. 9

    Ik ben dol op rijm, ritme en alliteratie. Maar dat komt vast omdat ik de dichtkunst sterk aan muziek verbindt. Ik snap vaak ook geen reet van de gedichten die onze dichters des vaderlands bijvoorbeeld maken. Nou ja, ik snap de betekenis wel maar ik vind het gewoon niet mooi, met al die rare afbrekingen en zo zonder ritme. Een enkele keer dicht ik wel eens zonder rijmschema, maar dan moet er tenminste wel een ritme of een herhaling in zitten of zo. Als dat banaal is, het zij zo. Ik heb voor de grap even op Ester Naomi Perquins site gekeken voor een paar gedichten. Ik word daar niet door meegesleept.

  8. 11

    @7: Je hebt gelijk dat het bepaald niet nieuw is, en dat erkent Wengrow ook wel, maar hij noemt het idee dat Egypte en Mesopotamië in afzondering van elkaar ontstonden een stroman die steeds uit de dood blijft herrijzen (o.a. doordat Egypte en Mesopotamië nog steeds vooral afzonderlijk bestudeerd en besproken worden), en daarom ook voortdurend weersproken moet worden.

    Het boekje is een direct weerwoord op Samuel Huntington, die in het nog altijd zeer invloedrijke ‘The Clash of Civilizations’ (1996) stelde:

    For more than three thousand years after civilizations first emerged, the contacts among them were, with some exceptions, either nonexistent or limited or intermittent and intense. The nature of these contacts is well expressed in the word historians use to describe them: “encounters.” […] The early civilizations in the valleys of the Nile, Tigris-Euphrates, Indus, and Yellow rivers also did not interact.

    En dat is geen zijdelingse bewering van Huntington, maar bedoeld als onderbouwing voor zijn centrale idee dat ‘beschavingen’, zodra ze wél met elkaar in contact komen, ‘botsen’.

    Met dit boekje wil Wengrow dat idee van ‘botsende beschavingen’ dus (opnieuw, maar ditmaal als archeoloog) onderuithalen door te beschrijven dat ‘beschavingen’ en ‘identiteiten’ niet ontstaan in afzondering van, maar juist in dialoog met elkaar.

    /off-tupac

  9. 12

    @10.

    Ik vind er weinig van, ik merk het op. De eerste zin van mijn gekopieerd werk komt gelijk weer met een stelling. De discussie is al geweest, en behoorlijk fel van degenen die dat reduceerden vanuit hun anti-islam standpunt, en dat weer verdedigden vanuit hun pro-islam houding.

    @11.

    Ah, bedankt voor de toelichting.