Communicatie in het hiernamaals

COLUMN - nwa_logo_nlMarc van Oostendorp gaat in op voor taalkundigen onverwachte vragen die ‘het publiek’ gesteld heeft aan de Nationale Wetenschapsagenda.

Wat mij een interessante vraag voor de wetenschap lijkt: waarom hebben mensen eigenlijk vragen ingestuurd voor de Nationale Wetenschapsagenda? We weten inmiddels dat velen van hen wetenschappers waren, en die deden het waarschijnlijk om hun eigen onderzoek in het zonnetje te zetten. Dat is legitiem – er was geen enkele regel die het verbood – maar het gaat ons er hier niet om. Waarom deden de niet-onderzoekers het? Hoopten ze inderdaad de agenda van de wetenschap voor de komende jaren te bepalen? Waren ze alleen nieuwsgierig naar een bepaalde kwestie?

Aangezien er geen geld en tijd is om deze waanzinnig interessante kwestie te onderzoeken, moeten we het voorlopig doen met de vragen die daadwerkelijk aan de Nationale Wetenschapsagenda gesteld zijn. Vragen als:

Hoe zou communicatie verlopen in een eventueel hiernamaals?

Er wordt ons al eeuwen verteld dat wij in een hiernamaals onstoffelijk komen als ziel. Hoe communiceer ik met een andere onstoffelijke , bij iets onstoffelijks denk ik heden aan geen geluid, geen gebaar ,enz. als er van zo’n hiernamaals sprake is, hoe communiceer ik dan.

Doofblinden

Kijk, dat is nu eens een taalvraag met toekomst! Ik hoop van harte dat de regering inziet dat het in ieders belang is dat hier meer onderzoek naar wordt gedaan. Het gaat immers om ons aller toekomst, en dan willen we toch niet met de mond vol tanden komen te staan.

Het is gemakkelijk om de vraag belachelijk te maken, maar er zit natuurlijk een diepzinnige gedachte achter: taal heeft altijd een tastbare, fysieke kant: een hoorbare bij gesproken taal, een zichtbare bij geschreven taal en gebarentaal en een tastbare voor doofblinden. Kan er ook taal bestaan zonder die tastbare kant?

Je hoeft daarbij niet eens alleen aan het hiernamaals te denken. Je kunt je ook afvragen of de menselijke geest ooit de omweg van het lichamelijke kan overslaan om de andere geest te bereiken.

Groot brein

Dat is een legitieme vraag, al is hij helaas nog niet gemakkelijk te onderzoeken. Er bestaan wel al verschillende gedachten over in de literatuur. Mijn favoriete idee is dat van de Britse hoogleraar Noel Burton-Roberts, die zegt dat zinnen niet alleen een fysieke verschijningsvorm hebben omdat we ze dan met anderen kunnen delen, maar ook omdat dit ons een uniek voordeel geeft dat andere dieren niet hebben. Andere zoogdieren kunnen ook gedachten hebben; maar zij kunnen die gedachten geen vorm geven en daarom niet over die gedachten zelf nadenken.

Precies die eigenschap komt natuurlijk ook van pas in een wereld waarin geen lichamen meer zijn. Jullie en ik zijn daarin aan elkaar verbonden als een groot brein. Maar het is dan nog steeds zinnig om gedachten pas aan elkaar toe te sturen als we ze een vorm gegeven hebben – en dat is dan een vorm die helemaal niet zo anders is als de zinnen die je soms in je eigen hoofd hoort.

  1. 1

    Je kunt je ook afvragen of de menselijke geest ooit de omweg van het lichamelijke kan overslaan om de andere geest te bereiken.

    De menselijke geest bestaat bij gratie van het lichamelijke, namelijk ons brein. Zonder brein geen geest, laat staan communicatie.

  2. 3

    “Aangezien er geen geld en tijd is om deze waanzinnig interessante kwestie te onderzoeken”

    Hahahaha, willen onderzoeken waarom niet-wetenschappers de vragen stellen die ze vragen… Over werkcreatie gesproken.

    Net als de “Hoe zou communicatie verlopen in een eventueel hiernamaals?” trouwens. Dit is onderzoeksgeld onwaardig.

  3. 4

    Jantje gaat op bezoek bij zijn opa.
    “Opa, zijn dat lesboeken Latijn?”
    “Ja, Jantje.”
    “Waar zijn die voor?”
    “Nou, Jantje, zoals je weet ben ik al heel oud en moet ik me daarom voorbereiden op het hiernamaals. Ik leer Latijn om met mensen te kunnen praten in de Hemel.”
    Jantje twijfelt even en vraagt: “Maar wat als u naar de Hel gaat?”
    “O, ik spreek toch al Duits.”

  4. 5

    @0: “taal heeft altijd een tastbare, fysieke kant: een hoorbare bij gesproken taal, een zichtbare bij geschreven taal en gebarentaal en een tastbare voor doofblinden. … Kan er ook taal bestaan zonder die tastbare kant?”

    Taal kan ook prima bestaan in een computergeheugen: hoorbaar noch zichtbaar noch tastbaar. Het is wel fysiek, maar de suggestie dat taal zou kunnen bestaan zonder fysieke vorm is nogal absurd. Als je wilt aannemen dat iets kan bestaan zonder fysieke vorm dat wel kan interageren met de fysieke wereld, dan ben je aan gene zijde van het natuurlijke. Het hoort in geen geval thuis binnen het taalonderzoek.

    “Andere zoogdieren kunnen ook gedachten hebben; maar zij kunnen die gedachten geen vorm geven en daarom niet over die gedachten zelf nadenken.”

    Het is best mogelijk dat (sommige) dieren concreet kunnen denken. Ze zullen zo nooit kunnen bewijzen of √2 rationeel is of niet, maar als ze hun gedachten vorm kunnen geven met bewegingen of werktuigen is een zekere metacognitie niet ondenkbaar.

    “Maar het is dan nog steeds zinnig om gedachten pas aan elkaar toe te sturen als we ze een vorm gegeven hebben…”

    Gedachten hebben toch altijd een vorm? Of bedoel je hier een linguïstische vorm?

  5. 7

    Dat wat mensen zo speciaal maakt ,dat is op de eerste plaats hun geestelijke relatie .. Maar daarnaast hebben zij ook zijn vermogen om er altijd naar te streven om de waarheid te achterhalen zodat zij zichzelf daarna verder kunnen verbeteren . Ook als de geschiedenis zich tienmaal herhaald heeft , dan evolueert en leert de mens op den duur wel en leert van zijn fouten . Onze geschiedenis is maar een paar duizend jaar oud en de geschiedenis van de wezens die daarvoor een bewustzijn hadden op onze planeet is misschien wel 6000 jaar oud .Ik ben er van overtuigd dat bepaalde dingen zich blijven herhalen tot ze evolueren

  6. 12

    @11 Als je zegt: x is een voertuig voor y, dan impliceer je dat het ene secundair is ten opzichte van het andere.

    Dat het lichaam een voertuig is voor de geest, is een antieke voorstelling van de verhouding tussen lichaam en geest; de geest, daar gaat het om, daar gebeurt het, dat is primair; en het lichaam is slechts een aanhangsel, een werktuig, een vehikel ten behoeve van die geest.

    In de afgelopen honderd à honderdvijftig jaar zijn bij die voorstelling allerlei vraagtekens komen te staan.

    Om te beginnen weten we inmiddels dat gedachten een fysiek proces zijn in de hersenen.

    Ten tweede weten we dat ervaring, beleving, denken niet in een vacuüm plaatsvindt, maar een ingewikkeld samenspel is tussen het lichaam, het centraal zenuwstelsel en het brein (Luc Steels wees daar onlangs nog op):

    Ten tweede is intelligentie veel meer dan wat zich afspeelt in het brein. Het is ook ons lichaam dat via zintuigen allemaal prikkels krijgt. Het zijn ook de sociale relaties die ons beïnvloeden.

    Een inmiddels populaire voorstelling van zaken is dat ‘wij’ ons brein zijn (vgl. Dick Swaab), maar eigenlijk stoelt die voorstelling nog op het antieke dualisme van lichaam en geest, waarbij het lichaam het voertuig is voor de geest (nu weliswaar fysiek voorgesteld als het brein).

    Inmiddels is men op het punt gekomen dat neurowetenschappers de vraag stellen of de beleving van een ‘zelf’ niet gewoon een illusie is, een functie van het lichaam.

    Volgende stap die je kunt zetten is dan: waar is dat lichaam een voertuig van? Wel, zeggen biologen: van de genen. Ons lichaam is een machine die als doel heeft genen door te geven. Het lichaam wordt volwassen, het plant zich voort, beschermt z’n kroost totdat het oud genoeg is voor zichzelf te zorgen, en kan dan sterven.

    Welnu, als zelfbewustzijn, intelligentie en taalvermogen een functie zijn van het lichaam en het lichaam een vehikel voor de genen, dan is de geest blijkbaar een vehikel voor (of een bijproduct van) het overdragen en vermeerderen van genen.

  7. 13

    @12: Ah, op die manier.

    In dat opzicht vind ik de geest inderdaad een bijproduct: tenslotte worden er overal genen voortgebracht zonder zo’n geest. Voortplanting (al dan niet seksueel) is mogelijk zonder complex brein.

    Wat betreft intelligentie als combinatie van het brein en lichaam ben ik het toch niet helemaal met je stuk eens: een lichaam wat niet veel meer doet, doet weinig af aan de intelligentie van een persoon. Maar gaat er iets mis met het brein, dan zie je per direct de nadelige gevolgen. Mij lijkt het duidelijk dat intelligentie dan toch vooral in het brein zit.

  8. 14

    @13 Dat vraag ik me af: zo beweert hoogleraar Klinische Neuropsychologie Erik Scherder dat dagelijks bewegen gezond is voor de fitheid van het brein.

    Het oplossen van puzzels en denkoefeningen vertraagt Alzheimer.

    Als het brein geen input meer krijgt via de zintuigen, lijkt het me dat de intelligentie toch achteruit gaat. Als je spieren niet gebruikt vindt er ook atrofie plaats.

  9. 15

    @14: Hoewel “tast” inderdaad een zintuig is, zijn er natuurlijk nog tal van andere zintuigen en manieren om je brein bezig te houden.

    Interessante vraag hoor: stel je voor dat we de zintuigen uitschakelen en ons brein enkel met zichzelf bezig houden, wat voor effect heeft dat?