Commercial English in the Wetenschapsagenda

COLUMN - Ik voorspel een grote toekomst aan de wetenschappelijke studie van de taalkeuze in Nederland. Gegeven het feit dat waarschijnlijk de meeste inwoners van ons land minstens tweetalig zijn, welke taal kiezen we dan in welke omstandigheden?

Er zijn nog veel domeinen waar dit nauwelijks een kwestie is. Ik geloof dat twee moedertaalsprekers van het Nederlands in het dagelijks leven als er niemand bij is nooit Engels zouden praten. Of je nu in een kroeg met je beste vriendin zit te praten, of op straat tegen iemand opbotst, of na het weekeind even met je collega gaat buurten – Engels praten voelt geloof ik ook voor de hipste jongeren nog steeds raar en aanstellerig in die omstandigheden. Je doorspekt je conversatie misschien met Engelse woorden. Maar de basistaal blijft Nederlands.

Burger

Maar er zijn inmiddels ook omstandigheden waar het minder duidelijk is. De wetenschap is er kennelijk zo een. Dat blijkt in ieder geval uit de wetenschapsagenda.
De laatste maanden beantwoord ik af en toe een vraag die iemand – een zogenoemde ‘burger’ – heeft ingestuurd voor die agenda. Voor zover ik kan zien, zijn die vragen zonder uitzondering in het Nederlands gesteld. Ook de website van de organisatie is trouwens helemaal in het Nederlands.

Zinvolle samenlevingen

Maar inmiddels zijn er door commissies allerlei slagen gemaakt. De vragen zijn eerst onderverdeeld in 140 ‘clustervragen’, en die zijn op hun beurt weer onderverdeeld in 16  ‘exemplarische routes‘.  Het gerucht gaat dat het voortaan in de wetenschap om die routes zal gaan – dat subsidieaanvragen in een van die routes moeten vallen en dat een volgende regering zelfs nog een keuze zal maken uit deze routes om de beschikbare middelen daar zoveel mogelijk op in te zetten.

Interessant is nu dat 3 van die routes een titel hebben in het Engels: personalised medicine, smart industry en smart, liveable cities. De andere routes hebben allemaal een Nederlandstalige titel – althans voorzover frases als ‘veerkrachtige en zinvolle samenlevingen’ of ‘tussen conflict en coöperatie’ Nederlandstalig mogen heten, natuurlijk. Ook zijn alle beschrijvende teksten in ieder geval in de basis in het Nederlands.

Producten

De vraag is nu: wat onderscheidt de drie routes met Engelstalige titels van de overigen? Als ik het goed zie gaat dit om de drie programma’s die het duidelijkst gericht zijn op commercieel uitbuitbare resultaten. Van de drie medische programma’s gaat het in personalised medicine als ik het goed lees bijvoorbeeld meer om verkoopbare producten dan bij regeneratieve geneeskunde en preventie en behandelingDat blijkt al uit de manier waarop de beschrijvingen van ieder van die routes beginnen:

  • Mensen willen betaalbare gezondheidszorg die zoveel mogelijk is toegespitst op het individu. [personalised medicine]
  • Regeneratieve geneeskunde is erop gericht nieuwe behandelingen te ontwikkelen die slim gebruik maken van het zelfherstellend vermogen van ons lichaam. [regeneratieve geneeskunde]
  • De geneeskunde staat voor grote uitdagingen. Het aantal ouderen groeit, terwijl de beroepsbevolking afneemt. Aangezien de meeste chronische ziekten zich op latere leeftijd manifesteren, geeft dit een toenemende druk op de gezondheidszorg. [preventie en behandeling]

Succesvol

Slim gebruik maken van het zelfherstellend vermogen van het lichaam klinkt net zo min naar groot geld als preventie. Aan de andere kant begint personalised medicine meteen over betaalbaarheid en de behoeften van het individu (met andere woorden: de klant).

Zoiets geldt ook voor de routes smart cities en smart industry. Ook in die gevallen gaat het eerder om het ontwikkelen van verkoopbare toepassingen dan om fundamenteel inzicht in ons bestaan.

De hypothese is dus dat het Engels vooral succesvol is waar wetenschap en commercie elkaar omarmen. Nu nog een route vinden waar we het onderzoek kunnen onderbrengen.

Deze column verscheen eerder op Neerlandistiek.

  1. 1

    Ik geloof dat twee moedertaalsprekers van het Nederlands in het dagelijks leven als er niemand bij is nooit Engels zouden praten.

    Dan kan ik je van dat geloof afhelpen. Ik ken twee keer twee personen die met elkaar (soms) in het Engels converseren. O.K. aan de clausule “er niemand bij is” wordt er dan niet voldaan, maar ik heb de hypothese dat ze dat ook doen als ik er niet bij ben.

  2. 2

    “Voor zover ik kan zien, zijn die vragen zonder uitzondering in het Nederlands gesteld. Ook de website van de organisatie is trouwens helemaal in het Nederlands.”
    Zou dat laatste misschien niet de oorzaak zijn van het eerste? Als de site in het Engels was, zouden er vermoedelijk veel vragen in het Engels gesteld zijn. Bij mezelf merk ik dat in ieder geval. Nederlands is niet mijn eerste taal en ik zou in een dagelijkse situatie ook niet in het Nederlands beginnen (temeer omdat de meerderheid van de bevolking hier Nederlands niet als eerste taal heeft). Alleen daar waar de context Nederlands eist of wenst (zoals Sargasso), ga ik over in Nederlands. Hetzelfde geldt voor Engels. In commerciële situaties zal met name die laatste situatie zich vaak voordoen, zeker bij de farmaceuticals (personalised medicine), die bomvol zitten met buitenlandse werknemers.

  3. 3

    Op mijn werk mail ik wel eens Nederlanders in het Engels. Zelfs als ik vrij zeker weet dat de mail nooit een nietnederlandstalig persoon zal bereiken. Vaak wel omdat ik iets zeg over een bijgevoegd Engelse tekst.

    Lastig vind ik gesprekken met Engelsen en Amerikanen die goed Nederlands spreken. En ik weet ook nooit zo goed wat ik met Duitsers moet die goed Engels spreken.