Closing Time | John Wetton

De prog-rock grootheden vallen een voor een. Na vorige jaar Greg Lake en Keith Emerson, overleed gister op 67-jarige leeftijd bassist en zanger John Wetton aan kanker.

Wetton brak door met King Crimson, in 1973 en 1974, op platen waarmee zonder twijfel rockgeschiedenis werd geschreven. Later begon hij zijn eigen bands UK en Asia.

Hier horen we Wetton op een van Crimson’s beste nummers, Starless van de plaat Red, uit 1974.

  1. 1

    Ja, het gaat maar door. We worden oud denk ik (!)
    Vorige week ook nog de meer dan fantastische Butch Trucks, drummer van de Allman Brothers RIP. Je wordt er melancholisch van. Lichtpuntje: Heel Genesis en driekwart Pink Floyd en Yes leven nog.

  2. 2

    Starless was oorspronkelijk Wetton’s nummer dat de band (lees Robert Fripp) eerst niet zag zitten. Het zou als titelsong op het album Starless and Bible Black komen, maar werd vervangen op het laatst door een woordloze improvisatie. Daarna verscheen het toch als Starless op Red en viel King Crimson in de oorspronkelijke bezetting uiteen.

    Nu is het signature King Crimson. Life gezien in 2015 in Utrecht als 7-mans formatie met drie drummers, Fripps eigenzinnige gitaarstemming en in 13/4 maat:

    https://www.youtube.com/watch?v=FhKJgqxNDD8

    Gecoverd door de zusters Unthanks: https://www.youtube.com/watch?v=MTEqXH9dB2g

  3. 4

    @2

    Daarna verscheen het toch als Starless op Red …

    Daar valt wel iets op af te dingen. Het begin, het melodieuze stuk zeg maar, is typisch Wetton. Maar het ritmische stuk in 13/4 is er in tweede instantie aan toegevoegd, en dat is gebaseerd op een basriff van drummer Bill Bruford, en Fripp kennende heeft hij hier ook wel het nodige aan bijgedragen. Het origineel gecomponeerd door Wetton is al met al minstens een aantal keer zwaar overhoop gehaald.
    En al met al is dat goed. Het melodieuze stuk van Wetton op zichzelf zou een mooi sympho-nummer zijn, niet meer dan dat. Het contrast en de verwevenheid met het ritmische deel, en het constrast daarbinnen tussen de mathematische precisie van 13/4 met de wilde improvisaties van Bruford en later de saxen daaroverheen maakt het volstrekt uniek, en inderdaad tot het ultieme crimson-nummer.