Brighter Than A Thousand Suns (deel 2)

Vandaag precies 65 jaar geleden wierpen de Verenigde Staten op Nagasaki hun tweede atoombom af. Vorige week schreven we al over de geopolitieke en militair-strategische overwegingen die hieraan voorafgingen. Vandaag staan we stil bij de gevolgen van dit besluit voor de burgers van Hiroshima en Nagasaki. Hoe verging het hun?

YAMADA Ikue - A mother fled the flames with her child in her arms - Year of Birth: 1933 - Age at time of blast: 12 - Age when image created: 41 (Foto: Children of the Atomic Bomb)

Dokter Marcel Junod, hoofd van de Rode Kruis delegatie in het Verrre Oosten, kwam als eerste buitenlandse arts op 8 september 1945 in Hiroshima aan. Hij beschreef zijn ervaringen in Soixante ans après, Le désastre de Hiroshima. In zijn rapport aan het Rode Kruis schrijft hij:

The first signs of these effects were visible four miles or so from the bomb?s dropping point. The roofs looked denuded, as their tiles had been blown off by the blast. In places, the grass was bleached, as if dried; (…)
At three miles from the bomb’s epicentre, some houses had been flattened like cardboard. The roofs were completely caved in; the rafters stuck out all round. This was the familiar sight of cities destroyed by explosive bombs. At two and a half miles, there were only piles of beams and planks, but the stone houses seemed intact. At just over two miles from the town centre, all houses had been gutted by fire. All that remained was the outline of their foundations and heaps of rusty metal. This area looked like the towns of Tokyo, Osaka and Kobe, destroyed by incendiary bombs. At one mile or so everything had been torn apart, blasted and swept away as if by a supernatural power; houses and trees had disappeared.


Dokter Junod had als opdracht om als hij eenmaal in Hiroshima was aangekomen, de toestand van de ziekenhuizen op te nemen. De meeste ziekenhuizen waren geïmproviseerde noodhospitalen. Een daarvan bevond zich in een half verwoeste school met gaten in het dak, waar de regen doorheen sijpelde. Mensen die nog sterk genoeg waren, zochten bescherming in de hoeken. Anderen lagen op een soort pallets, zij waren stervende. In het noodhospitaal bevonden zich 84 zieken en gewonden, die rudimentaire verzorging kregen van tien verpleegsters en twintig schoolkinderen tussen de 12 en 15 jaar. Water, sanitaire voorzieningen en een keuken waren er niet. Een keer per dag kwam er een dokter langs. Kleren werden geïmproviseerd van lappen stof. Medicijnen waren nauwelijks voorhanden. Mensen lagen er met open wonden, er bovenop zaten duizenden vliegen. En alles was vies. Een aantal patiënten leed aan bloedingen: de verlate gevolgen van radio-activiteit. Zij hadden regelmatige bloedtransfusies nodig, maar er waren geen donors, geen artsen om bloedgroepen te matchen, en dus ook geen behandeling.

Junod beschrijft ook de gevolgen die de bom had voor de medische staf in Hiroshima, zij die de gewonden moesten verzorgen: 270 van de 300 artsen waren dood of gewond, evenals 1654 van de 1780 verpleegkundigen. Junod vatte zijn rondgang door Hiroshima als volgt samen:

When we visited the ruined station in Hiroshima, the hands of the clock had stopped at this historic moment, 8.15 (…) In a few seconds ? thousands of human beings in the streets and gardens in the town centre, struck by a wave of intense heat, died like flies. Others lay writhing like worms, atrociously burned. All private houses, warehouses, etc, disappeared as if swept away by a supernatural power. Trams were picked up and hurled yards away, as if they were weightless; trains were flung off the rails?

Binnen een straal van anderhalve kilometer rond Ground Zero zijn veel skeletten gevonden van mensen die werden geplet in hun huis of het gebouw waar ze aan het werk waren. Anderen liepen eerst nog flinke afstanden, zakten daarna in elkaar en stierven. In de eerste twee weken erna waren er velen die stierven als gevolg van zwakheid en radioactieve besmetting, evenals inwendige verwondingen en verbranding. Na een korte periode met minder doden volgde een nieuwe piek met mensen die overleden aan het beenmergsyndrooom: door te weinig witte bloedcellen en een bijna volledig afwezigheid van bloedplaatjes konden hun bloedingen niet meer gestopt worden.

In de periode die erop volgde, ontwikkelden nagenoeg alle kinderen onder de tien jaar schildklierafwijkingen en vaker dan volwassenen kregen zij leukemie. Moeders die last hadden van stralingsziekte hadden vaker miskramen en sommige van hun kinderen hadden een abnormaal klein hoofd en waren verstandelijk gehandicapt. Bij 43 procent van de moeders die leden aan stralingsziekte was er sprake van een miskraam, doodgeboren kinderen en overlijden in de peutertijd. Sommige kinderen leden aan microcephalie, ze hadden een abnormaal klein hoofd en waren verstandelijk gehandicapt.

Hoeveel mensen er precies omkwamen in Hiroshima en Nagasaki, zullen we wel nooit te weten komen. De schattingen daarover lopen dan ook uiteen. De website Children of the Atomic Bomb van de UCLA schat de totale bevolking van Hiroshima in augustus 1945 op 330.000 burgers en die van Nagasaki op 250.000. In december 1945 stond het officiële dodental op 90 tot 120 duizend in Hiroshima en 50 tot 80 duizend in Nagasaki. Slechts zo’n 150 van hen waren Japanse militairen. Dat er in Hiroshima zoveel meer doden vielen, komt onder meer doordat Hiroshima is gelegen in een vlak gebied, terwijl Nagasaki in een vallei ligt en de omliggende bergruggen de stad bescherming boden. Bovendien ontplofte de bom in Nagasaki niet direct boven het centrum, zoals oorspronkelijk de bedoeling was.

Veel mensen overleden dus direct of in de vier maanden na de bom. Wat we ons vaak niet realiseren, is dat ook velen de atoombommen overleefden. Bijna driehonderdduizend mensen zijn officieel geregistreerd als overlevende van de twee bommen, als hibakusha. Dit betreft mensen die zich bevonden binnen twee kilometer van Ground Zero. Velen van hen leden aan stralingsziekte en andere aandoeningen als gevolg van de bom.

Een van hen is de Nederlander Ronald Scholte, een van de laatste nog levende hibakusha. Hij verloor zijn vader in de oorlog en was zelf dienstplichtig militair. Hij verbleef op 9 augustus 1945 al meer dan drie jaar in een krijgsgevangenenkamp in Nagasaki. Afgelopen donderdag liet Knevel & Van den Brink (vanaf 38:00) hem aan het woord. Hij was op dat moment samen met anderen een tunnel aan het graven om te ontsnappen. Hij herinnert zich dat de Japanners na de eerste bom ineens een heel stuk vriendelijker werden. Op zeker moment in het kamp realiseerde Scholte zich dat iedereen slachtoffer was, ook de Japanse bewakers in het kamp. Na de val van de atoombom redde hij ook een van de Japanners uit de brandende stad en bracht hem naar zijn eigen mensen. Want, zo zei Scholte, ‘ik had een vijand maar het is een mens’. Verbazingwekkend is dat Scholte weliswaar de beelden nooit zal vergeten net zo min als het ruimen van de slachtoffers met zijn blote handen, maar er geen trauma aan overgehouden heeft. Hij heeft er nooit van wakker gelegen en er nooit van gedroomd. In 1998 keerde hij terug naar Japan en zei hij in een toespraak: ‘The people of Nagasaki paid the highest price for our freedom.’

Veel van deze overlevenden leven de rest van hun leven met de onzichtbare inwendige gevolgen van hun blootstelling aan de straling van de atoombom. De Japanse bevolking beziet hen met een mengeling van mededogen en angst. Angst dat hun bloed wellicht besmet is, dat ze die besmetting aan anderen kunnen overdragen, dat ze erfelijke afwijkingen zullen overdragen aan hun kinderen. De hibakusha kampen daardoor met discriminatie op de arbeidsmarkt, in het onderwijs en op de huwelijksmarkt. Geruchten doen nog steeds de ronde dat er in Hiroshima minstens 75 jaar geen plant zal groeien. Mensen zijn daardoor bang voor Hiroshima en Nagasaki. De Amerikanen en later de Japanse regering waren bepaald niet scheutig met informatie over de atoombom en mede daardoor heersen over de hibakusha veel misverstanden. Het hibakusha-certificaat geeft recht op ondersteuning, maar velen aarzelen om het aan te vragen, omdat daardoor ook bekend wordt dat zij aan de straling zijn blootgesteld. Volgens sommigen dragen ook de campagnes tegen atoombommen hun steentje bij, want die laten vooral de negatieve gevolgen zien: foto’s en verhalen over het lijden van de slachtoffers. Er zijn hibakusha die hun verhaal vertellen op scholen op hun ooggetuigeverhaal laten optekenen. Tegelijkertijd zijn ze soms bang dat ze het leven voor hun kinderen daardoor juist moeilijker maken.

Psychologisch was de impact van de bom enorm. Degenen die zich in een straal van twee kilometer rond Ground Zero bevonden, ervoeren ?a sense of a sudden and absolute shift from normal existence to an overwhelming encounter with death?. Wat daarna overheerste was stilte en een gevoel van slow motion. Een arts beschreef dat in zijn dagboek als ?automatons walking in the realm of dreams?. Een wereld zonder centrum, zonder zelf. Mensen die halfnaakt rondliepen, gewond, bloedend, met verwrongen gezichten, opgeblazen door brandwonden, onherkenbaar soms. Ooggetuigen beschrijven hen als bedelaars, aangevend dat hun identiteit als levend menselijk wezen nagenoeg verwoest was.

In het boek met de sprekende titel Death in life vertelt psychoanalyticus Robert Jay Lifton dat het Japans drie woorden kent voor de slachtoffers van de atoombom. Naast het hieroven al genoemde hibakusha, letterlijk ?geraakt door de explosie?, zijn dat de woorden higaisha en seizonsha.
Higaisha betekent zoveel als slachtoffer of gewonde. Het wordt minstens zo vaak gebruikt als hibakusha. Het derde woord, seizonsha, betekent overlevende. Het is een woord dat de Japanners niet gebruiken, omdat het de nadruk legt op in leven zijn. Een nadruk die oneerlijk is tegenover hen die niet het geluk hadden om te overleven en de dood vonden. Het zegt veel over een van de hoofthema?s in de ervaring van de overlevenden, over wat Lifton noemt de ?guilt over survival priority?.

Het dagboek van dokter Junod eindigt met een oproep om de bom met directe ingang te verbieden, net als gifgas kort na de Eerste Wereldoorlog verboden werd.

  1. 1

    Indrukwekkend staaltje geschiedschrijving. Door de ooggetuigenverslagen wordt pas echt inzichtelijk hoeveel impact deze atoombommen hebben gehad, ook op de nabestaanden.

    Zoals opgemerkt was Nagasaki tweede keus, het eigenlijke doel Kokura was door rook en bewolking niet goed zichtbaar. De brandstof raakte op. Uiteindelijk werd op de valreep maar besloten Fat Man op Nagaski te laten vallen: “As Beser later put it, “there was no sense dragging the bomb home or dropping it in the ocean.”

    (bron: http://www.cfo.doe.gov/me70/manhattan/nagasaki.htm

  2. 3

    @2

    Wat je pas echt weinig hoort zijn mensen die toegeven dat ze iemand uit wraak hebben laten rotten. Niks kwaads over Scholte hoor, maar zijn verhaal hoor je juist zo vaak, terwijl uit objectievere bronnen zo vaak het tegenovergestelde naar voren komt.

  3. 4

    @3. Objectievere bronnen. En dat zijn? Natuurlijk iedereen brabbelt zijn eigen verkooppraatjes. Wat ik vooral mooi vind aan Scholte is dat hij er geen moment wakker over heeft gelegen. Elk jaar moeten we weer die eeuwige herdenkingen bijwonen. Natuurlijk is het erg wat er is gebeurd, maar op 4 mei 20 uur dan speel ik twee minuten op mijn elektrische gitaar en mag iedereen meegenieten. Hypocriet gedoe. Net zoals met Kerst – vrede op aarde – volgende dag slaan ze elkaar weer de hersenen in.

  4. 5

    @4 Dat geldt dan voor Scholte, maar voor anderen waren de gevolgen toch wel wat ingrijpender. Ook in Nederland hebben sommigen nog jarenlang last van wat ze in de oorlog hebben meegemaakt.Ik weet ook niet of dat nou iets is dat je helemaal kunt beïnvloeden. Sommige ervaringen zijn zo ingrijpend dat ze diepe sporen nalaten.

  5. 7

    @4
    Er zijn genoeg video’s, verslagen en ander materiaal waaruit blijkt dat er meer mensen niet dan wel helpen bij ongelukken en calamiteiten. Dat terwijl er maar weinig persoonlijke verhalen zijn waarbij de spreker niks deed, terwijl hij wel kon helpen. Ik ga ze nu niet voor je opzoeken. Dat maakt mijn uitspraak een drogreden, maar ach.

  6. 8

    @7: Misschien komt dat ook wel omdat de mensen die niet helpen, dat liever voor zichzelf houden en dus geen verhaal schrijven over de betreffende calamiteit. Of ze filmen het en hoeven dus niet te schrijven (of te helpen).