Brief aan Maurice de Hond

BRIEF - Geachte heer De Hond,

De afgelopen jaren zijn gouden jaren voor u geweest. Sinds uw site peil.nl in 2002 online ging, is Nederland al vijf keer naar de stembussen geweest om een nieuwe Tweede Kamer te kiezen. Gemiddeld elke twee jaar was dus heel Nederland benieuwd naar wat u te vertellen had. Dat moet lekker voelen.

Ik kan me voorstellen dat je er ijdel van wordt als iedere politieke journalist altijd eerst even jou belt voordat hij zijn verhaal gaat schrijven. Je kunt er het idee van krijgen dat je altijd gelijk hebt en dat iedereen altijd zit te wachten op de uitslagen van jouw peilingen.

Dat die eerste aanname niet klopt, blijkt vrijwel na iedere verkiezing. Maar nog nooit zo duidelijk als de laatste keer. U zat er 18 zetels naast. Op de 150 zetels is dat toch ruim 10 procent. Is dat erg? Niet heel erg denk ik. Peilen is nu eenmaal geen exacte wetenschap.

Het probleem dat ik echter met u heb, is dat u het wel vaak als zodanig verkoopt. Van tevoren blaast u altijd heel hoog van de toren en profileert u zich altijd sterk als Koning Eénoog in het land der blinden. En als de voormalige blinden dan na de verkiezingen verhaal komen halen, zegt u dat u niet op de peilingen mag worden afgerekend.

Want als we u niet op de resultaten mogen afrekenen, waarop dan wel? Nergens op blijkbaar, want u blijft ook na de verkiezingen stoïcijns doorpeilen en publiceren. Bijvoorbeeld over hoe het huidige kabinet nog maar een fractie van de stemmen zou krijgen die ze bij de laatste verkiezingen kregen. Of over hoe ze er vervolgens weer een of twee zetels bij krijgen. Zo nauwkeurig kunt u helemaal niet meten!

Dat brengt me op aanname twee: dat iedereen altijd op uw peilingen zit te wachten. Dat is niet zo. Deze respondent in ieder geval niet. Rond de verkiezingen vind ik het prima. Het is prima gespreksstof voor bij de koffieautomaat. Drie weken na de inauguratie van een nieuw kabinet, vind ik het echter iets minder relevant op wie Nederland zou stemmen. Als het goed is, gaat dat de komende vier jaar namelijk niet gebeuren.

Ik begrijp wel dat dat voor u even wennen zal zijn. U bent verwend geraakt tijdens de gouden jaren-Balkenende, gevolgd door die onzalige gedoogconstructie. Maar dit kabinet zou echt zomaar eens de vier jaar vol kunnen gaan maken. U moet dus terug in uw hok. Althans op politiek vlak.

Dat wil niet zeggen dat er niets meer te peilen valt. Ik kan me voorstellen dat u zich de komende jaren heel nuttig kunt maken om te bepalen welke BN’er Nederland het liefst van een duikplank ziet springen op SBS. Of om te voorspellen hoeveel dagen het de volgende keer zal duren voordat Badr Hari weer terug in de cel in moet. Of om te peilen of we dit jaar een Elfstedentocht krijgen.

Maar om nu bezig te zijn met de volgende verkiezingen, is net zoiets als in april een discussie aan zwengelen dat Zwarte Piet discriminatie is: zoiets is alleen leuk in het juiste seizoen. U hoeft heus niet werkloos thuis te gaan zitten, maar laat de politiek gewoon even los. Ik zeg: doen!

Groeten,

Boudewijn.

  1. 2

    Maurice de Hond doet wel degelijk goed onderzoek, hij is eerlijk over zijn methode en de foutmarge. Het probleem is dat zijn peilingen de situatie van dat moment weergeven. Wanneer de resultaten worden vrijgegeven, ontstaat een heel nieuwe situatie. Zijn resultaten beïnvloeden de stemverhoudingen en er ontstaat een nieuwe stemverhouding. De observator beïnvloedt de waarnemingen dus. Dit was bij de laatste verkiezingen wel heel duidelijk, onder invloed van de peilingen ontstond een nek-aan-nek race tussen de VVD en PvdA. Dit verklaart meteen waarom hij er deze keer zoveel naast zat, veel mensen wijzigden onder invloed van de peilingen op het laatste moment hun keuze.

    Volgens mij haalt de schrijver peilingen en voorspellingen door elkaar. Maurice de Hond pretendeert niet te voorspellen alleen de realiteit van het moment voor de publicatie van de peilingen weer te geven. Dat doet hij goed, transparant en integer.