Boy Edgar en ik

Matthijs van Nieuwkerk had weer iets aardigs: wij hadden ooit een grote bandleider en daarvan waren geen platen meer te koop. Dat is een schandelijke verwaarlozing van ons cultureel  erfgoed. Wist een jongere iets anders dan de ‘Boy Edgar prijs’? Nou dan! En op een oude pick-up werd even oud vinyl gedraaid, secondenlang. Zou hij zo bekend worden bij een jong publiek?

Ik kwam Boy Edgar tegen, toen ik welzijnswerk deed in de Bijlmermeer. Geen idee meer waar het precies om ging, vermoedelijk werkruimte voor het maatschappelijk werk of zoiets. Met een aantal actieve bewoners hadden we het kantoor van Bestuurscontacten bezet, op het Bijlmerplein. Daar was net de oude Vrije Volk journalist, Dick Lammers, bezig aan zijn eerste dag als ambtenaar. Hij begon zenuwachtig te bellen met het Stadhuis, maar een bezetting was toen een tamelijk gangbare routine. De bezetters waren aktieve bewoners: onder hen, Jan Alberts, schrijver Heere Heeresma , Boy Edgar en het hele leger activisten dat wij doorgaans op de been brachten. De avond duurde tamelijk lang, de opwinding was aanzienlijk; Boy Edgar toonde zijn overwicht en leiderschap. De burgemeester, Samkalden, toch ook niet zo maar iemand, was voor hem “het burgemeestertje”.

Uiteindelijk kregen de bezetters hun zin en ging de oploop vredig uiteen. Gingen we nog ergens iets drinken? Boy Edgar wilde wel, want hij kon van opwinding toch niet slapen.

Bij Jan Alberts werd ons een cognac ingeschonken en Boy vertelde over zijn huisartsenpraktijk in Hoogoord. Hij vertelde dat hij geen rekeningen schreef voor patiënten, omdat hij tijd nodig had voor de muziek. Omdat ik nog in allerlei linksigheid geloofde, moest ik weten hoe dat ging. “Aan het einde van het consult, zeg ik dat ze maar moeten gireren wat ze mij waard vinden en wat ze kunnen missen”

En, werkt dat?

“Ik heb niet het gevoel dat ik er ooit een cent aan tekort ben gekomen.” Het verbaasde mij toch wel, dat dit mogelijk was, in de toen toch al tamelijk proletarische Bijlmer.                                                          Hoe combineer je de huisartsenwinkel met de muziek, wilde ik weten?                                                          
“Dat is soms lastig. Als ik een nacht heb doorgehaald met de band, bel ik soms wel eens een volle wachtkamer af. Wie daar niet tegen kan, heeft nog vijf andere huisartsen waaruit hij kan kiezen. En wie echt iets heeft, belt de dokterdienst, zegt dat het “privé” is, dan bel ik binnen vijf minuten, ook als ik nog geen oog heb dichtgedaan.”

Dan spreken we over muziek en over raciale verhoudingen. “Niggers, back to work”, placht hij tegen zijn overwegend zwarte band te zeggen; hij mocht dat, als donker gekleurde. Maar de verhoudingen tussen de etnische groepen in Amerika voelde niet goed, toen hij daar woonde: tijdens de kerstdagen liep het hem over de schoenen en begon hij in een woede-aanval zijn huisraad op straat te smijten. Bij de eerste gelegenheid vertrok hij naar Nederland, impulsief, emotioneel, rigoreus. Hij keerde nog wel terug naar de States, maar alleen voor muziek met vrienden.

In DWDD wordt een heruitgave bepleit van zijn werk, de muziek van Boy Edgar’s Big Band. Hans Dulfer speelde bij hem. Gerry van der Klei was zijn geliefde; zij zong met de band. Het is een mooi initiatief. Boy Edgar stierf plotseling in 1980, Lammers, Alberts en Heeresma zijn er ook niet meer. Maar de herinnering aan een goed mens, een goede dokter en musicus, liggen vast in groefjes vinyl. De poging die opnieuw uit te geven, lijkt mij meer dan gerechtvaardigd.

  1. 3

    zoooo irri, die fragmentjes van enkele nanoseconden.
    Hopelijk komt z’n werk in de gewenste radio-docu beter uit de verf.
    En hopelijk komt die uitzending er überhaupt.
    Maar hoezo moet daar voor ingezameld worden, radio6 kan toch in plaats van andere wereld- en jazz-artiesten ruimte vrij maken om Edgar’s werk uit te zenden? Met een praatje er bij? Of ontgaat me hier wat?