Boekrecensie | Vechten met een gasballon

De Eerste Wereldoorlog staat traditioneel geboekstaafd als een langdurig conflict in de loopgraven van West-Vlaanderen en Noord-Frankrijk plus op vele andere plaatsen in Europa en in heel de wereld. De luchtgevechten tussen Belgen, Fransen en Britten enerzijds en Duitsers anderzijds kregen altijd veel minder aandacht. Toch is er al genoeg over gepubliceerd blijkt uit de gespecialiseerde bibliografie, waarmee Bernard Deneckere zijn studie Luchtoorlog boven België afsluit.

Deneckere beschrijft als eerste de luchtoorlog van 1914, met andere woorden de eerste vijf maanden van de Eerste Wereldoorlog. Hij legt niet uit waarom hij niets zegt over de volgende drie jaar. Hij begint met een overzicht van de luchtmachten van België, Frankrijk, Groot-Brittannië en Duitsland aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog.

De eerste vlucht met een vliegtuig werd verwezenlijkt door de gebroeders Wright in 1903, dus nauwelijks 11 jaar voor het grote conflict. De eerste oversteek van het Kanaal vond plaats in 1908. Het Belgische leger startte in 1913 met luchtvaart in Brasschaat. Ballonvaart had men al sinds 1887. België begon de oorlog met circa 20 vliegtuigen, waarvan de helft eigendom was van de (al dan niet adellijke ) piloot. Duitsland had circa 250 toestellen, meer dan Frankrijk, Engeland en België samen.

De oorlog dan. Op 2 augustus 1914 bezet Duitsland Luxemburg en op 4 augustus valt het België binnen. De eerste Duitse vliegtuigen verkennen dan de forten in een wijde boog rond Luik, tot Sint-Truiden en Tongeren.

De Duitsers zorgen voor een primeur: in de nacht van 5 op 6 augustus bombarderen ze Luik vanuit een zeppelin, met 12 man aan boord. Ze gooien 12 bommen, van 50 en 100 kilo. Het grote, trage tuig wordt zwaar toegetakeld door kanonnen en geweren. Het raakt niet meer terug in Keulen en strandt in een bos bij Bonn, waar negen mensen op de grond sneuvelen. De Belgische kranten melden op 6 augustus vol trots de eerste overwinning, de Duitse verzwijgen hun mislukking.

De volgende dagen verkennen Duitse vliegtuigjes de omgeving van Luik, Namen, Leuven, Brussel, Antwerpen en de wegen naar Frankrijk. In de Slag bij Casteau, ten oosten van Mons, verjagen ze de Engelsen, die sinds Waterloo niet meer op het vasteland gevochten hadden. Einde augustus trekken ze Frankrijk binnen. Pas begin september kunnen de Fransen de Duitse opmars stuiten ten oosten van Parijs, tijdens de eerste Slag bij de Marne. Hun luchtmacht verliest in België veel toestellen, ofwel door ongevallen, ofwel worden ze neergehaald. Veel bemanningen sneuvelen of worden krijgsgevangen gemaakt.

Ook Belgische vliegtuigen maken verkenningsvluchten en het Franse luchtschip Montgolfier werpt bommen op Trier. Op 12 augustus slaan de Belgische troepen een aanval van de Duitse ruiterij af in het Limburgse Halen. Honderden Duitsers sneuvelen daarbij. Op dezelfde twaalfde augustus vertrekken de Britse troepen in de richting van het vasteland. Vliegtuigen volgen. Op 21 augustus worden hun eerste piloten neergehaald nabij Ath. Anderen volgen helaas.

Op 26 augustus merken Belgische verkenningsvliegtuigen dat Leuven en zijn wereldberoemde universiteitsbibliotheek in brand staan. Het nieuws schokt de wereld. Tijdens de belegering van Antwerpen ( 24 augustus en verder) bombarderen Duitse zeppelins meermaals de stad. Detail : zeppelin Sachsen is 140 m lang, een huidige Boeing 77 m (p. 83). Ze verkennen ook Oost- en West-Vlaanderen. Ook gasballonnen worden ingezet als verkenners. Einde september moeten de Belgen zich terugtrekken uit de forten rond Antwerpen en veroveren de Duitsers bijna heel Vlaanderen. Meteen komt hier een einde aan de zeppelinaanvallen. Ze verleggen hun doelwitten naar Frankrijk en Engeland. Begin oktober slagen de vliegeniers erin om samen met het veldleger de omsingelde havenstad te verlaten. De exodus verloopt chaotisch. De piloten vluchten eerst naar Sint-Denijs(Gent), dan naar de Wellingtonrenbaan in Oostende, vervolgens naar Saint-Pol bij Duinkerken.

De bewegingsoorlog loopt vast: van Parijs tot Basel graven Fransen, Britten en Duitsers zich in. De 160 km tussen Parijs en de Noordzee ligt nog even open. Op 16 oktober nemen de 75.000 Belgische soldaten stellingen in rond de IJzer: ze moeten met Franse hulp een front van 28 km verdedigen van Nieuwpoort richting Ieper. Vanaf 18 oktober wordt er gevochten en moeten de Belgen wijken voor de Duitsers, die op 11 november Diksmuide veroveren. De Slag aan de IJzer is daarmee voorbij. De Belgen zetten de IJzervlakte onder water. Een watertapijt van 2 km breed zorgt dat het front in het noorden muurvast zit en verhindert verdere Duitse aanvallen. Deze plas wordt een belangrijk object voor de luchtverkenningen tijdens de uitputtingsslag die de volgende jaren heel het oorlogsbeeld beheerst. Deze verkenningen hebben vooral een strategisch en tactisch karakter: ver achter de linies gaan kijken naar de stellingen en intenties van de vijand en de eigen artillerie helpen bij beschietingen.

De tegenstanders proberen elkaars vliegtuigen te verjagen. De geallieerden slagen hier beter in dan de Duitsers, omdat hun vliegtuigen uitgerust zijn met mitrailleurs. De Duitse kanonnen daarentegen vuren zeer accuraat.

Einde oktober , begin november 1914 bezoekt Kaiser Wilhelm het front en vergadert in Tielt met zijn stafofficieren. Franse vliegtuigen proberen hem te treffen met 17 bommen, ze verwoesten van alles, behalve de keizer. Die trekt naar Kortrijk. Ook daar raken ze hem niet.

Op 21 november is de Eerste Slag om Ieper voorbij. Gedurende een maand heeft geen enkele partij vooruitgang geboekt, ondanks het verlies van tienduizenden.

De luchtmachten spelen in deze slag een belangrijke rol: hun vliegtuigen en ballonnen brengen de posities van de tegenstanders in kaart en helpen de artillerie. De Duitse ballonnen zijn langwerpig en stabiel, ze zien eruit als varkens; de Franse zijn rond en zeer windgevoelig. In 1915 schakelen de Fransen ook over op langwerpige. De ruiterijen daarentegen kunnen niet meer doordringen op vijandelijk gebied en verliezen zo hun rol als verkenners.

In november – december 1914 brengt de Duitse marine ook watervliegtuigen naar de kust van Vlaanderen, meer bepaald naar de gloednieuwe haven van Zeebrugge. Het bombarderen van Engeland wordt hun grootste uitdaging gedurende heel de oorlog. Het Duitse marinekorps legt ook een nieuw vliegveld aan in Mariakerke bij Oostende, voor vluchten boven het front.

In december 1914 slaat de winter toe. In de vliegtuigjes is het ijskoud. De Franse bommenwerpers verlaten het Belgische luchtruim om in de buurt van Arras te gaan opereren. De Britten slagen er niet in deze leemte op te vullen.

Het boek eindigt abrupt met de vindplaatsen van overblijfselen van de luchtoorlog : monumenten, vliegtuigen, graven. Het lijkt wel of de luchtoorlog ineens eindigt. Wat er in de jaren 1915 – 1918 gebeurt, vernemen we dus niet. Werkt de auteur nog aan een tweede deel?

Het boek is rijkelijk voorzien van foto’s en tabellen. Op deze laatste staan o.m. de toenmalige vliegvelden en de soorten toestellen. De foto’s, waarvan vele hier voor het eerst gepubliceerd worden, zijn nuttig om de vele technische uitleg te begrijpen. Een kaart met de vele plaatsnamen ontbreekt helaas. Het boek is zeer gedetailleerd, soms van uur tot uur of van minuut tot minuut, dus ietsje te. Er staan ook erg veel namen in van piloten, korpsen, divisies en bevelhebbers. Een register ontbreekt.

Deneckere is een specialist; twintig jaar archiefonderzoek heeft vruchten opgeleverd : hij kent elk detail van het toenmalige luchtverkeer : de vliegveldjes, hangars, soorten vliegtuigen, de namen van de piloten, de taak van de bemanning, de zeppelins, de bommen die ze aan boord hadden en dropten, de soorten ballonnen en hun functie, de sterke en zwakke kanten van de eerste luchtvaart.

De lezer die technisch niet onderlegd is, zal soms wat moeite moeten doen bij de lectuur. Het boek geeft wel een andere kijk op de Eerste Wereldoorlog dan de meeste soortgenoten. Twee detailfoutjes : “Van zodra” (83) in plaats van zodra en “de haven van de Franse haven Duinkerke” in plaats van gewoon de haven van Duinkerken.

Bernard Deneckere,
Luchtoorlog boven België.
Van Antwerpen tot de zee.
Uitgeverij Roularta, Roeselare, 2010.
208 p. ; foto’s, tabellen, lit. , websites.
ISBN 978 90 8679 301 3; € 24,95 €.

  1. 1

    “De luchtgevechten tussen Belgen, Fransen en Britten enerzijds en Duitsers anderzijds kregen altijd veel minder aandacht.”

    Gezien de minimale impact die de luchtgevechten op de uitkomst van de Eerste Wereldoorlog hebben gehad, ben ik van mening dat ze juist een bijzonder groot overschot aan aandacht hebben gehad. Als je aan willekeurige Nederlanders gaat vragen naar namen van mensen die in die oorlog gevochten hebben, durf ik te wedden dat het meest gehoorde antwoord (behalve “geen idee”) de (bij)naam van een piloot zal zijn.

    Daarnaast denk ik dat de luchtoorlog an sich ook bekender zal zijn dan alle andere oorlogsfronten behalve de loopgraven in het Westen (ik mis in de opsomming trouwens de zeeoorlog, die vele malen belangrijker is geweest voor de uitkomst).

  2. 6

    Erg prettig eens recensie te lezen over een boek dat helaas in Nederland niet erg bekend is.
    Sowieso is de luchtoorlog een onderbelicht onderwerp binnen het verhaal van de Eerste Wereldoorlog.
    Is ook niet vreemd, de talloze beelden van de loopgraven spreken ook meer aan.
    Met dit boek van Deneckere wordt in ieder geval het begin eens belicht (1914) daar was nog vrij weinig van bekend.
    Het bombarderen zoals in de recensie beschreven wordt stond nog volledig in de kinderschoenen en werd in het begin nog handmatig uitgevoerd.
    Mag ik een linkje plaatsen?
    http://forumeerstewereldoorlog.nl/viewforum.php?f=48
    Hier kun je aan de diverse topic en beelden zien wat een evolutie het vliegwezen doormaakte in 4 jaar tijd.
    Én dat het toch een zekere heldenmoed vergde om in zo’n kist(je) te stappen.

    http://forumeerstewereldoorlog.nl/viewtopic.php?t=23732
    Op deze link goed te zien in wat voor kisten ze stapten

    Al met al weer een goede bespreking van Jef, en eens over een niet alledaags boek.

  3. 7

    Zelfs anno 2010 varen deze gasballons nog steeds. Jaarlijk stijgen er nog op tijdens de Vredefeesten in Sint-Niklaas en er wordt ook nog elk jaar een wedstrijd georganiseerd.

    Benieuwd naar het boek.