Boekbespreking: Zingeving als Machtsmiddel

Omslag Zingeving als Machtsmiddel (Uitgeverij Meinema)

Dat de (ex-)bloggers van GeenCommentaar boekenschrijvers zijn zagen we al eerder, maar nu is het dubbel raak. Op 29 september presenteert GC-gastlogger Olivier van Beemen van Parijsblog.nl zijn boek “In Parijs”. En slechts een maand geleden verscheen het boek Zingeving als Machtsmiddel van Meerten ter Borg en GC-redactielid Berend ter Borg. Dat laatste boek kreeg ik als goede vriend opgestuurd en las ik met buitengewoon veel plezier.

Zingeving als Machtsmiddel (uitgeverij Meinema) past goed in het onderzoeksgebied van Meerten ter Borg, bijzonder hoogleraar aan de Leidse Universiteit op het gebied van niet-institutionele religie in de hedendaagse samenleving. Eerder verschenen van zijn hand de boeken Het geloof der goddelozen (1996), en Zineconomie (2003). De socioloog Ter Borg schetst hierin de oorzaak voor de menselijke drang naar zingeving en de manier waarop de moderne mens hier mee omgaat. Naast traditionele religie ontstaan steeds meer ongebonden vormen van religiositeit.

In Zingeving als Machtsmiddel keren de auteurs terug naar de vraag wat zingeving is, maar koppelen dit aan het idee van macht. De centrale vraag is hoe zingeving dient als machtsmiddel. De titel roept al snel het beeld op van dominante kerkvaders die God als een stok achter de deur hebben om hun onderdanen te onderdrukken. Maar ter Borg en ter Borg tonen aan dat er bij macht altijd sprake is van een wederzijds ‘contract’. De auteurs nemen rustig de tijd om het begrip macht te ontleden en te definiëren.

Ook het begrip zingeving krijgt deze behandeling. Met zingeving wordt niet alleen de oude religieuze vorm bedoeld, ook binnen een bedrijf, een familie en een samenleving bestaan bepaalde zingevingsstructuren die afkaderen wat wel en niet mag en gewenst is.

Een centraal begrip is dat van ‘ontologische geborgenheid‘, de stabiele mentale staat afgeleid van een gevoel van continuiteit waar het je eigen leven aangaat, een gevoel van stabiliteit. Zingeving is een middel om ontologische geborgenheid te waarborgen en machtsrelaties zijn afhankelijk van het heersende gevoel van ontologische geborgenheid of het tegenovergestelde: ontologische verlatenheid (anomie). In bijvoorbeeld een stabiele situatie zullen manager-typen de macht in handen hebben, maar als die samenleving steeds meer in een staat van anomie komt, zullen nieuwe typen machtshebbers (de sterke man) zich aandienen. Macht kun je alleen uitoefenen over mensen als ze naar dingen verlangen. Mensen verlangen naar zingeving, ze hebben behoefte aan ontologische geborgenheid. Dat betekent dat op dit punt macht over hen is uit te oefenen.

Ter Borg en ter Borg zetten in het boek heel duidelijk de begrippen macht, zingeving en ontologische geborgenheid uiteen en beschrijven de ingewikkelde relaties ertussen. De tekst wordt verlicht en verlucht door vele kaderteksten die voorbeelden uit o.a. de literatuur, de film en de politiek geven. Voor iedereen die benieuwd is naar de sociologische achtergrond van alledaagse zingevings en machts-machinaties.

  1. 1

    Interessant. Zou veel verklaren van de huidge roerige tijden en de hang naar een nieuwe leider en ook de instroom naar vele ‘spirtituele’ clubjes.

    Kanttekening: ik ken een christelijke organisatie die de laatste 10 jaar hard heeft gewerkt die ontologische geborgenheid stevig te verankeren. Met een van de manieren om dat te breiken heeft het Leger es Heils een paar keer negatief het nieuws gehaald: mensen die niet christelijk zijn worden niet aangenomen.
    Verder moet personeel verplicht themadagen volgen, waar de christelijke identiteit doorgenomen wordt.

    En toch is er onrust: groot personeels verloop, hoog ziekteverzuim, lage tevredenheidsscore.
    Ik snap dat de schrijvers het hebben over de “ingewikkelde relaties” tussen macht, zingeving en ontologische geborgenheid. Uiteindelijk is het allemaal mensenwerk en dat staat of valt met integriteit van de personen in kwestie en de beeldvorming van elkaar.
    Waarom wordt de ene manager op handen gedragen, terwijl die net zoveel fouten maakt als zijn collega, waar iedereen een hekel aan heeft?

  2. 2

    De auteurs hebben het ook over een “zinmix”, wat uitgelegd wordt als een balans die getroffen moet worden tussen conservatisme en een (toekomst)perspectief.

    UIteraard speelt dit alles zich op een sociologisch niveau af, dus individuele situaties kunnen verschillen.

  3. 3

    Wie zingeving als middel om macht uit te oefenen onderzoekt, kan de conclusie trekken, dat die zingeving zich op hiërarchische structuren en (sterke) leiders richt. Niet op macht gerichte zingeving blijft buiten beschouwing, dus die conclusie is onontkoombaar, want dat de zingeving zich op macht richt is een randvoorwaarde.

    En om op dat moment de term contract te gebruiken is wel mogelijk, maar rekt het begrip contract wel behoorlijk uit. Het contract wordt dan niet gezien als een in vrijheid gesloten overeenkomst tussen 2 partijen, maar feitelijk wordt iedere interactie tussen personen een contract. Een crimineel, die in de gevangenis belandt, heeft dan een contract met de gevangenis, en een ondernemer, die beschermgeld betaalt, heeft een contract met de criminelen, die dat geld innen.

    Maar misschien zijn deze bedenkingen ook in het boek zelf al aan de orde gekomen.

  4. 4

    Het woord contract komt geloof ik voor mijn rekening, maar het komt wel overeen met een punt uit het boek.

    Reclame: voor maar 25,- weet je zelf of en hoe het in het boek aan de orde komt :D