Blunderaars

De zaterdagcolumn van Felix Rottenberg uit de papieren editie van het Parool verschijnt iedere zondag, maandag of dinsdag op Sargasso.

Nadat Nova dinsdag conclusies uit het conceptrapport over de dramatische brand in het detentiecentrum op Schiphol-Oost had onthuld, spitste binnen 24 uur de discussie zich weer helemaal toe op de vraag welke minister zal aftreden. Dat irriteerde me.

Eind september debatteert de Kamer over scherpe observaties van Pieter van Vollenhovens Onderzoeksraad en de reactie van de regering. Grote kans dat een slimme motie van GroenLinks en de PvdA CDA-minister Piet Hein Donner van Justitie dan op het laatste moment in verlegenheid zal brengen. Hij buigt zijn hoofd en dient zijn ontslag in bij de majesteit. Daags daarna volgt meteen schijnheilig eerherstel: goed dat hij zijn verantwoordelijkheid heeft genomen, zal gezegd worden, maar hij was een geweldige minister, de beste van allemaal.

Vervolgens barst de verkiezingscampagne los. Intussen wordt op het ministerie van Justitie een reorganisatie voorbereid bij de dienst Justitiële Inrichtingen, er volgen een paar overplaatsingen van topambtenaren – de directeurgeneraal die verantwoordelijk was, gaat eerder met vut – en half februari, als het nieuwe kabinet aantreedt, ziet het er allemaal weer een beetje opgeruimd uit.

Maar de kans op rampen blijft bestaan. In een dichtbevolkt land zoals Nederland lonkt gevaar elke dag. In de Rotterdamse haven, op Schiphol, bij de spoorwegen. Er is geen gebrek aan regels en voorschriften. Er functioneren talloze inspectiediensten, er wordt vaak zeer adequaat opgetreden, gewaarschuwd en ingegrepen. Maar er blijven zwakke schakels. Het allerbelangrijkst is de zekerheid over de professionaliteit van verantwoordelijke functionarissen. Daar zit het grootste probleem. Beschikken sleutelpersonen over de moed en het doorzettingsvermogen om door te vragen en achter de formele voorschriften naar zwakke schakels te zoeken?

Bij complex beheer, zoals een tijdelijk detentiecentrum op Schip-hol, neemt namelijk de kans op gevaar toe, want daar wordt geïmproviseerd met noodmaatregelen. Dat vraagt om moeilijkheden, en het zal niet verbazen als uit het onderzoek van Van Vollenhoven blijkt dat ambtenaren die eindverantwoordelijkheid droegen bij het ministerie van Justitie veel te passief zijn gebleven. Dat vreesden velen vorig jaar al daags na de ramp, toen bekend werd dat ambtelijke diensten waarschuwingen van de onafhankelijke commissie Detentietoezicht over brandgevaar in het cellencomplex op Schiphol hadden genegeerd.

Ik schreef toen in deze column de namen op van de ambtenaren die eindverantwoordelijkheid droegen op het ministerie van justitie: Dineke Mulock Houwer, die als directeur-generaal helemaal bovenaan in de hiërarchie staat; Gijs Wouters, directeur van de dienst Justitiële Inrichtingen, en Bart Kroon, hoofd van de directie Tijdelijke Voorzieningen. Moesten die hun advocaat niet maar eens gaan raadplegen, vroeg ik, want mogelijk falen kan bij rechtsvervolging hun het verwijt van dood door schuld opleveren.

Twee dagen later ging de telefoon, ik werd doorverbonden met de directeur-generaal. Zij barstte direct los en verweet mij schandelijke retoriek. Hoe dúrfde ik dat op te schrijven: zij liep nu gevaar, door mijn beschuldiging voelde zij zich niet veilig, zij kon nu door iedereen bedreigd worden en moest wellicht beveiligd worden.Kans op weerwoord kreeg ik niet, de verbinding werd na haar uitbarsting meteen verbroken. Ik was perplex. Waarom zo’n zenuwaanval achteraf? Dat vergeten ze wel eens, die mannen en vrouwen, hoog in de toppen van departementen. Ze worden niet slecht gehonoreerd, hebben een dienstauto met chauffeur. Waarom? Om tijdig ter plekke te zijn, preventief op te treden en permanent de zwakke schakels te zoeken. Als ze daarin falen, moeten ze zich letterlijk beraden op hun positie. Pas op dat het aftreden van één minister geen dekmantel kan worden voor de werkelijke blunderaars.

Felix Rottenberg
Columnist Het Parool en associate-redacteur VPRO Tegenlicht.

  1. 1

    Ach het leven is simpel. Op het moment dat een burger door de ambtelijke molen van wetten en regels het bos niet meer ziet, moet hij zich maar vooral goed en lang beraden. Er staan altijd wel een paar ambtenaren klaar om zijn zaakje dicht te gooien. Op het moment dat de ambtenaren dat zelf overkomt, dan drukken ze gewoon door. Als er ooit iets mis gaat heeft niemand het gedaan. Burgers altijd fout, ambtenaren altijd goed.

  2. 2

    De grens tussen verantwoordelijken ter verantwoording roepen en poppetjesjacht om maar daadkrachtig te lijken is wel smal.

    Lastig, lastig…

    Dan is het altijd makkelijk schrijven in zo’n column.

    (overigens slechte reactie van mevr. Houwer)

  3. 5

    Er is een verschil tussen politieke verantwoordelijkheid en strafrechtelijke verantwoordelijkheid. Wat dat eerste betreft zijn Donner en Dekker wat mij betreft al met meer dan één been buiten. Dat het Openbaar Ministerie meent twee bewaarders te moeten vervolgen bevreemdt mij zeer. Zeker bij culpose delicten lijkt het mij wenselijk ook hogergeplaatsaten voor de strafrechter te brengen. Het is dan aan de rechter onderzoek te doen naar de feiten en te bepalen wie de verantwoordelijkheid droeg en welke bestraffing adequaat is. Zeker nu het Openbaar Ministerie de laatste jaren steeds meer als uitvoerende dienst van de Minister opereert en steeds minder magistratelijk moet de schijn worden voorkomen dat hier eigen straten worden schoongeveegd.