Blijdschapstherapie

VERSLAG - Waarin de auteur beargumenteert waarom het nieuwe boek van Wim de Ridder het lezen waard is. Over de klant die nu meer dan ooit koning is en een optimistische kijk op de crisis.

Futurologen zijn opgewekte mensen.  Ze zijn niet bezig met de ondergang van de wereld door allerlei crises. Integendeel, ze zien de toekomst zonnig in.  Professor Wim de Ridder is zo’n opgewekte futuroloog. Onlangs presenteerde hij zijn nieuwe boek ‘De strategische revolutie’. Dat gebeurde bij het Financieel Dagblad:  uitgever Kluwer brengt het uit in zijn management reeks.  Het is een zonnig verhaal over ontwikkeling, ondanks crisis en recessie. Is dat therapie, ideologie, wetenschap? Of een combinatie van de drie?

Productie en gebruiker

De consument/gebruiker neemt de macht over, meent De Ridder, die van een “ketenomkering” spreekt. Niet langer is de producent dominant, maar de afnemer: dat geldt voor de relatie tussen productieproces en (eind)gebruiker, zorg en patiënt, bankier en klant. De oorzaak is ICT en kunstmatige intelligentie.

Hoe die verbinding verbetert en in de praktijk al werkt, is fascinerend: bij je dealer bestel  je een auto met specificaties, die voor jou in de productielijn worden gezet. Je gaat nog wel naar een dokter, maar met een app of gericht zoeken op internet neem je zelf je diagnose mee. Je hoeft geen confectie meer, maar je ontwerpt je kleding zelf: de klant is meer dan ooit koning.  In het boek bespreekt De Ridder vijf sectoren:  belevingseconomie, bouw, energieproductie, gezondheidszorg, en de financiële sector.

Vervolgens worden de institutionele gevolgen geanalyseerd van de veranderingen in de relaties tussen de productieprocessen en de afnemers van producten of diensten. Dat vormt het grootste deel van het boek.

De wet van Moore

In het bovenstaande plaatje zijn de wet van Moore (elke achttien maanden 50% prijsdaling bij gelijkblijvende prestatie) en de effecten daarvan in de genetica weergegeven. Voor de genetica is dat een belofte. Maar ook in de energie werkt dat opwindend: de prijs van elektriciteit wordt door de zonne-energie teruggedrongen. De Ridder schrijft Moore de opvatting toe dat als de luchtvaart dezelfde ontwikkeling had doorgemaakt als de chips van Intel “een commercieel vliegtuig vandaag  vijfhonderd dollar zou kosten. Het toestel zou in twintig minuten om de aarde vliegen en daarvoor vijf gallons aan brandstof nodig hebben. Het zou ongeveer zo groot zijn als een schoenendoos.”

Dat is een feel good boodschap, waarbij een glimlach moeilijk te onderdrukken valt. Maar er zit veel in: ik probeerde twee jaar geleden in het programma van mijn partij experimenten op te nemen over de Wmo en over zonne-energie. De toepassing van zonne-energie versnelt nu sterk, maar twee jaar geleden leek realisatie nog ver weg.  Door extramuralisering van de zorg komt ook de ontwikkeling van een lokale markt van vraag en aanbod van zorgleveranciers opnieuw in beeld: wat vijf jaar geleden nog luchtfietserij leek kan nu op een computer van een woningcorporatie worden geinstalleerd.

Klanten, patiënten, eindgebruikers

Hoe gaan banken om met hun klanten? Mogen we zelf het ontwerp voor onze woning maken? Voor wie zijn de leegstaande kantoren? Hoe gaat de zorg om met patiënten? Hoe bevredigen we onze energiebehoefte? Kan de aarde nog meer CO2 emissie aan? Het is de breedte van deze vragen, die het boek spannend maakt.

Wim de Ridder ziet de afnemer, consument, patiënt en klant naar de macht grijpen: niet langer gaat het om massaproductie, die maar moet worden afgenomen, maar de producent van een dienst of product moet leveren wat de afnemer wil. Zijn mooiste voorbeeld zijn de electrische bussen van Schiermonnikoog: die opdracht werd gegund aan een Chinese leverancier.

Soms  is het verhaal minder overtuigend. Het zelf bouwen van woningen heeft geen grote vlucht genomen. De crisis in de bouw leidt tot koude sanering in de aannemerij, de wooncorporaties zijn zoekend naar hun identiteit, de woningmarkt zit vast  en de woningproductie is bedroevend laag.  Hier is de afnemer nog niet aan de macht.

In de zorg legt  het boek boeiende verbindingen: het centraal stellen van de patiënt maakt het verschil. De technologie beperkt de kosten. Het goedkoper worden van  DNA-profielen in de genetica werd al genoemd. De research ontwikkelt “personalised medicine”, pillen alleen voor jou, omdat die het beste werken.

Met modellen van collega Guus Berkhout schildert de Ridder een aantal boeiende institutionele verbanden rond universiteiten.

De bijeenkomst

De boekpresentatie boeide. De aanwezige hacker (Pascal Hetzscholdt) sprak over “algoritmen die last hebben van mensen”: je rekent uit dat isolatie van een gebouw energie zal besparen, maar mensen zetten ramen open en het omgekeerde gebeurt. Er was een energiespecialist (Rick Harwig), die sprak over de ontwikkelingen in de EU, in de richting van energieneutraal bouwen. Hij had het ook over de groei van het aantal elektrische auto’s (120% per jaar). De kleine aantallen zijn niet betekenisvol, maar het tempo van verandering wel. De entertainer-futuroloog Adjiedj Bakas vond De Ridder een blijdschapstherapeut: ik vond het wel een passend etiket. Maar hebben we therapie van zonnige profeten nodig? En waarom managers?

Het boek lijkt mij geschikt voor iedereen met belangstelling voor  onze samenleving. Maar managers proberen hun bedrijf te inspireren met verhalen over hoe goed we zijn en dat we “ceteris paribus” een grootse toekomst hebben. Maar de overige omstandigheden zijn bijna nooit gelijkblijvend en daarom gaan veel  managers de mist in. De scheepvaart had niet door dat de luchtvaart een bedreiging was en miste het vliegtuig. Een bedrijf zal kameleontisch moeten zijn, zoals Google practiseert.

Ideologie

Wim de Ridder heeft een spannend boek gemaakt, dat leest als een trein. Het lijkt medicatie voor het verdrijven van de depressie waar het ongebreidelde “marktisme” ons in heeft verstrikt. Het gaat om een betere wereld, en de strijd daarvoor. Maar zijn deze deze futurologische optimisten niet net zulke ideologen als  de “marktisten”?  Zij schrijven exact, gebruiken onderzoek en wetenschap; zij houden hun bijeenkomsten bij het FD. Dat lijkt een academische discipline.

Het blijft een lastig punt: waar zit de ideologie? Maar een mooie medicatie tegen de depressie is het zeker.

Wim de Ridder, “De strategische revolutie, Amsterdam, 2012 (Kluwer, ISBN 978 90 13 10870 5)

  1. 1

    Futurologen zijn opgewekte mensen. Ze zijn niet bezig met de ondergang van de wereld door allerlei crises. Integendeel, ze zien de toekomst zonnig in. Professor Wim de Ridder is zo’n opgewekte futuroloog.

    Klinkt niet echt alsof we te maken hebben objectieve wetenschappers.

  2. 2

    Dat is mijn punt. De standaard van wetenschappelijkheid is hoog. Maar ik vraag me ook steeds af: hoe ideologisch is het pessimisme waarin we gestort worden? Hoe ideologisch is het optimisme waarmee futurologen de wereld bezien?
    Er zijn veel ontwikkelingen, die heel positief zijn. Voor crisispessimisme is niet veel reden.
    Neem dus kennis van alle opgewektheid en kleur er je visie op de wereld mee in.

  3. 3

    De consument/gebruiker neemt de macht over,

    Smoke & mirrors. Je mag als consument wel denken dat je alle touwtjes in handen hebt, maar niks is minder waar. Producenten verkopen steeds meer gevoel. Gevoel dat je de macht hebt, gevoel dat je een luxe koopt, gevoel dat je uniek bent of gevoel dat je gezond bezig bent.

  4. 6

    @4 en 5: Dat is een beetje flauw: natuurlijk ben ik begaan met de ongeveer 50% werkloze jongeren in Griekenland en Spanje. Of: je zult maar oud en ziek zijn in Griekenland.
    Ik houd me in deze kolommen meer met de crisis bezig dan mij lief is. Juist daarom is het goed dat de positieve kanten van de technologische ontwikkeling in beeld komen.
    De crisis zit in ons hoofd, niet in het productieve vermogen van de economie.
    @3: dat vind ik wel een terecht bezwaar. Maar de kracht van de ICT komt ook bij producenten terecht, dus ook de mogelijkheid tot manipulatie en onderwerping neemt toe.

  5. 7

    @Tom: als je hier meer met de crisis bezig bent dan je lief is, doe het dan vooral niet. De meeste van je stukjes komen op mij bagatelliserend over, en je reacties nog veel meer. Ik vind de standpunten ook verre van realistisch (als je echt denkt dat de patient meer centraal staat bv.)

  6. 8

    @7: interessant. Vertel eens. Over de relatie tussen het rijke noorden en de armlastige zuidelijke landen heb ik geprobeerd iets serieus te schrijven en zelfs een fles wijn uitgeloofd voor een visie waar ik van op keek.
    Waar ik schrijf dat de patiënt centraal staat weet ik niet, wel dat ik stellingen van anderen weergeef. Overigens ben ik als patiënt best bereid het realisme van die stelling te verdedigen.
    Maar dit is vast een meer dan bagatelliserende reactie; misschien omdat je hem verdient?

  7. 9

    @8 Nee, dit is ergens tussen passief-agressief en gewoon aanvallend in lijkt mij :) En dan verbaasd zijn dat er niemand even een vernieuwende visie schrijft voor jou?