Bij de dood van een pionier van de nederzettingen

ACHTERGROND - Eén van de mensen die een enorm belangrijke rol heeft gespeeld bij het van de grond komen van de nederzettingenbeweging in de door Israël bezette gebieden, rabbijn Moshe Levinger, is zondag op 80-jarige leeftijd overleden in Hebron. Met zijn dood wordt als het ware een stuk geschiedenis afgesloten. Levingers leven was zodanig met de nederzettingen verweven, dat zijn c.v. ongeveer leest als de geschiedenis van de kolonisten-beweging.

Direct na de Zesdaagse Oorlog van 1967 waar de Westoever werd veroverd, stichtte Levinger de beweging Gush Emunim (Blok der Gelovigen)die als doel had de Westoever met Joodse nederzettingen te bevolken. De beweging werd pas echt belangrijk na de Yom Kippur-oorlog van 1973, maar Levinger gaf alvast het goede voorbeeld. Nog in 1967 kreeg hij van de socialistische regering gedaan dat de  nederzetting Kfar Etzion mocht worden opgericht, op een plek waar tot 1948 Joden hadden gewoond. Kfar Etzion werd de kern van Gush Etzion (het Etzion Blok) dat nu één van de grootste clusters nederzettingen op de Westoever is.

In 1968 ging Levinger met een groep getrouwen de seder (Avondmaaltijd van het joodse paasfeest, Pesach) vieren in een hotel in Hebron. De groep ging er nooit meer weg. Na een tijdje werd de groep door de regering overgeplaatst naar een legerbasis vlakbij Hebron en drie jaar later kregen Levinger en zijn vrienden van de socialistische regering toestemming op die plek de nederzetting Kiryat Arab te vestigen, nog steeds de nederzetting waar de hardste, meest racistische en gewelddadige kern van de kolonisten te vinden is.

Na 1973 was Levinger betrokken bij de stichting van nederzettingen in het noorden van de Westoever (Sebastia). In 1979 kraakte zijn vrouw Mirjam met een groepje anderen een gebouw in het centrum van Hebron dat in de 19e eeuw was gebouwd als Joods ziekenhuis en later politiebureau was geweest. Nadat Palestijnen een keer zes Joden hadden doodgeschoten die op een vrijdagavond op weg waren naar dit gebouw, kreeg Levinger van de regering-Rabin toestemming het zogenoemde “Hadassah-gebouw” tot nederzetting te verheffen. Het werd de eerste van meerdere Joodse nederzettingen in het centrum van deze Palestijnse stad.

In 1984 werd Levinger opgepakt wegens verdenking van betrokkenheid bij de “Joodse ondergrondse”, een groep radicale ex-militairen uit Hebron en omgeving, die aanslagen hadden gepleegd op de burgemeester van de steden Nablus, Jericho en El Bireh, een drietal leerlingen hadden doodgeschoten van de Religieuze Universiteit van Hebron en plannen hadden beraamd voor aanslagen op Palestijnse bussen en voor het opblazen van de Rotskoepelmoskee op de Tempelberg. Levinger werd echter niet veroordeeld. Dat gebeurde wel in 1990, toen hij na een ruzie met Palestijnen lukraak het vuur opende op Palestijnse winkels en daarbij een groenteboer doodschoot en een klant verwondde.

Een Palestijn die een Jood doodt krijgt levenslang, maar Levinger kreeg vijf maanden, waarvan hij er drie uitzat voor hij werd vrijgelaten wegens goed gedrag. Levinger werd overigens in totaal  een tiental keren opgepakt wegens geweldpleging, waaronder een keer tegen een Palestijns kind en een keer tegen een Palestijnse vrouw. Hij kreeg echter nooit zwaardere straffen dan boetes en een paar maanden gevangenisstraf.

Levinger was afgezien van dit alles de initiatiefnemer van de organisatie Yesha die ook nu nog de kolonisten in ”Judea en Samaria” vertegenwoordigt. Een aantal van zijn elf kinderen zetten zijn werk voort. Een zoon, Malachi, is nu burgemeester van Kiryat Arba, een andere is belangrijk in Yesha, en een dochter is journaliste bij de tv-zender van de kolonisten, Kanaal 7.

Levinger kan terugkijken op een welbesteed leven. Weinig mensen zullen zo in de zekerheid sterven dat hun levenswerk niet meer ongedaan gemaakt kan worden zoals hij.

  1. 3

    @2: Zonder vele geestverwanten (ook onder invloedrijke politici) had Levinger nooit zo’n succes gehad, dus mijn “gok” is nee.