Bibi de Vries: Haagse Taferelen

Direct na de verkiezingen verscheen er een boek van voormalig VVD-vice-fractievoorzitter Bibi de Vries over de zittingsperiode 2003-2006. Dat was een periode waarin veel gebeurde, zeker rond de VVD-fractie. De leiderschapsstrijd tussen Van Aartsen en Zalm, het vetrek van Wilders, de opkomst van Verdonk, het abrupte vertrek van Ayaan Hirsi Ali, rustig vaarwater kon je het niet noemen.

Daarnaast was Bibi de Vries, vertegenwoordiger van de rechtervleugel binnen de VVD, iemand die een hekel had aan versluierend taalgebruik. Dat beloofde veel voor het boek Haagse Taferelen, De VVD 2003-2006. En eerlijk is eerlijk: het boek leest als een trein.

Jammer genoeg is dat zo ongeveer het enige positieve wat er over dit boek gezegd kan worden. Van de belofte van een visie op de gebeurtenissen van een insider komt namelijk bar weinig terecht. Op een enkele weinig opmerkelijke uitspraak van een fractiegenoot na, had een goed voorbereide parlementair journalist dit boek óók kunnen schrijven.

Nog pijnlijker is het ontbreken van een duidelijke, onderbouwde visie. Zeker, De Vries roept regelmatig dat iets slecht is voor het MKB en dat het MKB “de motor van onze economie” is, maar hanteert dat meer als een mantra dan dat ze nou uitlegt waarom dat het geval is. Ze komt steeds weer aanzetten met het MKB als argument wanneer het gaat over het aanmerkelijk belang-tarief en de vennootschapsbelasting. Juist in het MKB zijn er erg veel kleine ondernemers die helemaal geen BV hebben, maar in een andere ondernemingsvorm hun bedrijf runnen. Bovendien zegt ze er niet bij dat de aanmerkelijk-belangregeling aanzienlijk minder zwaar is wanneer het bedrijf wordt overgenomen. Ze gebruikt zo de hardwerkende MKB’er steeds als argument voor maatregelen die de MKB’er lang niet altijd ten goede komen.

Ook op andere punten blijft het te vaak bij makkelijke slogans:”Iets anders wat door ons werd benadrukt, was hoe belangrijk vernieuwing is. De innovatiekracht van Nederland zou ruim baan moeten krijgen, wilden wij bijvoorbeeld de AOW kunnen blijven betalen. Alleen met innovatie konden wij de boterham van de toekomst smeren. Wanneer een land niet innoveert, glijdt het af.”

Dat klinkt prachtig, maar het is een makkelijke slogan die iedere partij in Nederland zo in zijn programma zou kunnen opnemen. Wat ze er niet bij vertelt is waarom het kabinet dan zo zijn best deed om de softwarepatenten er door te drukken tegen de wens van de Kamer (zonder de VVD) in, waarom het Innovatieplatform niet verder gekomen is dan algemeenheden en waarom juist subisdies voor toepassing van alternatieve energie plots werden gestopt.

En dat is vaker de makke van dit boek. Je zou verwachten dat ze zaken met elkaar in verband brengt en vertelt waarom ze van a dit vindt en van b dat en waar het verschil in zit. Maar dat ontbreekt vrijwel volledig in dit boek. Het vertrek van Wilders (“mijn maatje” volgens De Vries) ziet ze als onvermijdelijk omdat hij weigert zijn uitspraken voor te leggen aan de fractie. Maar waarom Hirsi Ali door De Vries vrijwel kritiekloos wordt bewonderd, terwijl zij óók de fractie regelmatig verraste met forse uitspraken, wordt nergens duidelijk.

Over de ruzie tussen Hirsi Ali en Hans Wiegel over haar ongenuanceerde benadering van de islam doet De Vries redelijk uitgebreid verslag. “Uiteindelijk hebben beiden op aandringen van Van Aartsen maar besloten de discussie niet langer in het openbaar te voeren.” U raadt het al: dat is in het boek ook de laatste opmerking. Weer blijven er meer vragen over dan er antwoorden gegeven zijn.

Over personen is het heel eenvoudig bij De Vries: wie het met haar eens is, is buitengewoon intelligent, bij andersdenkenden is er altijd wel iets mis. Soms gaat dat samen. Hans Wiegel vindt ze op het ene moment een bemoeial die zich eindelijk eens moet terugtrekken uit de landelijke VVD-politiek, terwijl ze hem op andere momenten een “prominente partijgenoot” vindt die een aanwinst is als hij zich achter Van Aartsen schaart. Meest veelzeggende frase: “Hij is natuurlijk een ijdeltuit, maar dat geldt voor bijna iedere man in meerdere of mindere mate”. Mijn God! Viva-wijsheden!

Dat is helaas tekenend voor dit boek. Ik ben het met De Vries eens dat politici vaker direct na hun carrière een boek zouden moeten schrijven, maar wanneer dat zo oppervlakkig en zonder visie gebeurt als in dit boek, is de knipselmap met de stukken uit landelijke kranten even informatief.

Wat een razend interessant boek had kunnen zijn, wordt zo een egotrip zonder enige toegevoegde waarde.

  1. 2

    Er is inderdaad zinvoller tijdsbesteding te verzinnen, Steeph. Ik snap nu wel waarom het al na een maand voor de helft van de prijs verkrijgbaar was…

  2. 5

    Als de denktrant van De Vries representatief is voor het fractieniveau, dan is haar boek wel degelijk belangrijk voor buitenstaanders.