Bestuur-docent-ouder?

Al enige tijd wilde ik aandacht besteden aan de Onderwijs Consumenten Organisatie (OCO) in Amsterdam met een korte lofzang op deze bijzondere organisatie. Nu ik lees dat ze hard hebben moeten vechten voor hun voortbestaan, ga ik er iets dieper op in.

In 1999 stelde Karina Schaapman een basisschool verantwoordelijk voor de onderwijsachterstand van haar kind. Zij vorderde met succes de kosten voor bijles terug op het bestuur van die school. Zes jaar later diende zij als gemeenteraadslid een motie in die leidde tot de oprichting van een specifiek Amsterdamse organisatie voor de behartiging van ouderbelangen: de onderwijsconsumentenorganisatie OCO. Op grond van de motie Schaapman (PvdA) stelde de gemeenteraad vanaf 2006 een structureel bedrag van € 300.000 per jaar ter beschikking voor de inrichting van een onderwijsconsumentenorganisatie.

Een consumentenorganisatie zou ouders toegang moeten geven tot onafhankelijke, betrouwbare en vergelijkbare informatie, ook over de kwaliteit van Amsterdamse scholen. De consumenten-organisatie kreeg twee opdrachten mee:

1. informatieverstrekking en belangenbehartiging naar aanleiding van individuele vragen van ouders;

2. het ontwikkelen van netwerken van ouders en een instrumentarium waarmee ouders beter het gesprek met de school kunnen aangaan.
Onderstaande grafiek komt van de website van OCO, en geeft een zogenaamde “sterrenwaardering” voor scholen in Amsterdam. OCO heeft hiervoor een eigen methodiek ontwikkeld, waarbij de informatie via het web maar ook op schoolpleinen wordt verzameld. De “sterrenwaardering” is één van de opvallendste “producten” van OCO, die zeker in het begin taboedoorbrekend is geweest.

OCO richt zich op alle ouders en leerlingen in het Amsterdamse onderwijs. Zij doet dit door het aanbieden van een telefonische informatiedienst en een website. Daarnaast verzorgt zij publicaties, onderwijsdebatten en op verzoek voorlichtingsbijeenkomsten op scholen. OCO houdt zich ook bezig met de kwaliteit van het onderwijsaanbod. OCO heeft veel informatie verzameld over de rechten en plichten van ouders.

Katinka Slump, advocaat onderwijsrecht zegt over OCO: “Karina Schaapman heeft in ons land een veilig eiland gecreëerd, dat een voorbeeld zou moeten zijn voor de andere grote steden. Een loket voor ouders met problemen in het onderwijs waar begrip, de juiste deskundigheid en bijstand voorhanden zijn.”

OCO heeft een bijzondere geschiedenis en staat van dienst als het gaat om de behartiging van belangen van ouders in het (Amsterdamse) onderwijs. Ze zijn voorlopers als het gaat om de ontsluiting van informatie over de scholen in de regio, juist vanuit het perspectief van de leerlingen en ouders. OCO heeft bovendien een enorme kennisbank opgebouwd met over de positie van ouders in het onderwijs.

De erkenning voor deze expertise blijkt ook uit de bijdrage van Menno van de Koppel aan een uitgave van de Nederlandse Vereniging van Onderwijsrecht, over de juridische positie van ouders in het onderwijs uit 2009.
Uit die bundel artikelen wordt nog eens duidelijk dat de positie van ouders essentieel is. “De verwezenlijking van het recht op onderwijs moet rusten op de driepoot bestuur-docent-ouder. Als één van de poten niet sterk staat, raakt het stelsel uit balans. Ten gevolge van problemen rond de continuïteit, de organisatie en het gebrek aan deskundigheid van de ‘ouderpoot’, verdient de positie van de ouder ondersteuning in het belang van een goed evenwicht’.

Maar… “Alles van waarde is weerloos” schreef Lucebert en daar moest ik sterk aan denken bij het lezen van een evaluatierapport over de Onderwijs Consumenten Organisatie. Hoewel ik niet alle ins en outs ken en er ongetwijfeld sterke motieven zijn om € 300.000 te bezuinigen, is het uitermate treurig dat een dergelijk goed initiatief om zeep wordt geholpen op basis van een flinterdun evaluatierapport, dat bovendien door de gemeente zelf geschreven is. Een evaluatierapport dat methodologisch niet klopt en bovendien niet door een onafhankelijke partij is opgesteld: dat is vragen om slechte besluitvorming.

Gelukkig kwam de Amsterdamse gemeenteraad in maart j.l. tot inkeer en werden de plannen voor een nieuwe ‘opdrachtenrelatie’ met OCO van tafel geveegd. Daarmee is nog steeds het ‘amendement Schaapman’, wat de basis vormt voor OCO, van kracht. In ieder geval tot eind 2011.

Er kunnen valide argumenten zijn om het takenpakket opnieuw vast te stellen. Beweren dat landelijke ouderorganisaties of de scholen zelf de dienstverlening van OCO wel overnemen is te kort door de bocht. Ook de landelijke ouderorganisaties (die langs de zuilen zijn georganiseerd) worden met bezuinigingen geconfronteerd en scholen zelf hebben toch echt een andere positie.

Wellicht moet de gemeente zich niet afvragen hoe ze 300k kan bezuinigen, maar veeleer hoe ze met OCO als “exportproduct” 300k kan verdienen. Misschien is het wel haalbaar om een franchiseformule te starten, waarmee OCO ook in andere regio’s in Nederland of in de G4 kan worden uitgerold. OCO heeft een eigen methodiek en expertise: daar kunnen veel regio’s bijvoorbeeld in het kader van Passend Onderwijs veel aan hebben. Ik meen dat het CITO mede groot is geworden doordat Amsterdam de toets al vroeg invoerde; het zou mooi zijn als OCO ook landelijk meer navolging krijgt.

Originele publicatie

Lees meer bij Onderwijs in Grafieken.

  1. 1

    Het lijkt me niet erg zinnig om weer een instituut op te tuigen voor een probleem waar we al lang een oplossing voor hebben, namelijk de onderwijsinspectie.

  2. 3

    OCO richt zich op alle ouders en leerlingen in het Amsterdamse onderwijs. Zij doet dit door het aanbieden van een telefonische informatiedienst en een website. Daarnaast verzorgt zij publicaties, onderwijsdebatten en op verzoek voorlichtingsbijeenkomsten op scholen. OCO houdt zich ook bezig met de kwaliteit van het onderwijsaanbod. OCO heeft veel informatie verzameld over de rechten en plichten van ouders.

    Goh, dit lijkt me nou net een dienst waarvan hoger opgeleide ouders met een goed inkomen het meeste gebruik van maken. Ouders die ook
    zelf informatie kunnen verzamelen en debatten kunnen organiseren (“particulier initiatief”). Ik heb liever dat er hier op bezuinigd wordt dan zeg de sociale werkvoorziening.