Belemmeringen die de SGP mag opwerpen

ANALYSE - De SGP moet vrouwen het recht toekennen om zich kandidaat te stellen. Dat betekent niet dat de SGP elke vrouw die maar wil kandidaat moet stellen. Een gastbijdrage van juridisch onderzoeker Rob Kooijman.

‘Zou er binnenkort werkelijk een eind komen aan de weigering van de SGP om vrouwen die dat willen op de kieslijst te plaatsen?’ vroegen onlangs de voorzitters Mieke van der Burg van de Vereniging voor Vrouw en Recht, en Anniek de Ruijter van het Proefprocessenfonds Clara Wichmann zich af in het NRC.

De Nederlandse Staat moet ‘maatregelen nemen die er daadwerkelijk toe leiden dat de SGP vrouwen het passief kiesrecht toekent,’ oordeelde de rechter. Het passief kiesrecht is het recht om zich kandidaat te stellen voor onder meer het parlement.

Wat betekent dat voor de SGP? Betekent het dat de SGP vrouwen die dat willen kandidaat moet stellen, zoals de vraag van Van der Burg en De Ruijter impliceert? Natuurlijk niet. De SGP mag net als elke andere politieke partij belemmeringen opwerpen voor kandidaatstelling.

Andere gronden van onderscheid

De rechter oordeelde ‘dat de SGP niet wordt belet zelf te bepalen welke opvattingen de kandidaten uitdragen. De SGP zal ook na het toekennen van het passief kiesrecht aan vrouwen ten volle de mogelijkheid hebben om haar vrouwenstandpunt te verkondigen bij verkiezingen en in het parlement. Van de SGP wordt slechts gevergd dat de SGP zich niet naar die opvatting gedraagt. Voor het overige blijft de verenigingsvrijheid, waaronder de mogelijkheid om op andere gronden dan het onderscheid tussen man en vrouw te selecteren voor kandidaatstelling, onaangetast.’

Kortom, het toekennen van het passief kiesrecht aan vrouwen betekent dat de SGP het feit dat iemand vrouw is niet opwerpt als belemmering voor kandidaatstelling. Dan gedraagt de SGP zich bij de selectie van kandidaten niet naar het vrouwenstandpunt. Het vrouwenstandpunt is volgens de rechter de opvatting dat de vrouw het passief kiesrecht niet toekomt – de rechter gebruikt bij de opvatting van de SGP over het passief kiesrecht de term ‘toekomen’ en bij dat recht zelf de term ‘toekennen’.

Als de SGP bepaalt dat de kandidaten deze opvatting bij verkiezingen uitdragen, dan maakt de SGP bij de selectie van kandidaten onderscheid tussen degenen die deze opvatting wel en niet uitdragen. Dat is met ‘uitdragen’ in de betekenis van ‘verkondigen’ een ander onderscheid dan het onderscheid tussen man en vrouw. Dat mag dus van de rechter.

Onjuiste weergave

Stel nu dat de SGP het feit dat iemand vrouw is inderdaad niet opwerpt als belemmering voor kandidaatstelling. En stel dat de SGP bepaalt dat de kandidaten het vrouwenstandpunt uitdragen. Vrouwen die deze opvatting verkondigen kunnen dan kandidaat zijn voor de SGP. Een bezwaar voor de SGP zou kunnen zijn dat vrouwen die kandidaat zijn het vrouwenstandpunt niet geloofwaardig uitdragen. Door kandidaat te zijn, gedragen ze zich immers niet in overeenstemming met hetgeen ze verkondigen. De SGP mag die ongeloofwaardigheid echter niet opwerpen als belemmering, want in feite werpt de SGP dan het vrouw-zijn op als belemmering. Bij mannen die kandidaat zijn, is van die ongeloofwaardigheid immers geen sprake. Het is een hypothetisch bezwaar, want welke vrouw kiest ervoor zich niet in overeenstemming te gedragen met hetgeen ze zelf verkondigt? Geen vrouw stelt zich beschikbaar als kandidaat.

Door te bepalen dat de kandidaten het vrouwenstandpunt uitdragen, werpt de SGP een feitelijke belemmering op voor vrouwen om kandidaat te zijn. een psychologische belemmering. Die belemmering zou dan volgens Van der Burg en De Ruijter moeten worden opgeheven. Volgens hen heeft de rechter geoordeeld dat ‘niet alleen formele belemmeringen moeten worden opgeheven, maar ook de feitelijke belemmeringen.’ Waar ze die formulering vandaan halen is mij een raadsel. Het staat nergens in de uitspraak van de rechter. Maar dat zou betekenen dat de SGP ook een andere opvatting over de vrouw dan het vrouwenstandpunt moet uitdragen. De SGP wordt dan belet zelf te bepalen welke opvattingen de kandidaten uitdragen, terwijl de SGP daarin van de rechter juist niet moest worden belet.

Conclusie, Van der Burg en De Ruijter geven het oordeel van de rechter onjuist weer. Het moet zijn dat het feit dat iemand vrouw is moet worden opgeheven als belemmering. Dat het uitdragen van het vrouwenstandpunt voor vrouwen een psychologische belemmering is om kandidaat te zijn, is in het oordeel van de rechter niet relevant.

Als vrouwen, en mannen, er niet voor kiezen het vrouwenstandpunt te verkondigen, dan is dat hun goede recht. Maar het is volgens de rechter het goede recht van de SGP om dat als belemmering op te werpen voor kandidaatstelling.

Interne regels

Als de SGP formeel, dat wil zeggen in de interne regels, het feit dat iemand vrouw is niet opwerpt als belemmering om een geschikte kandidaat te zijn, dan voldoet de SGP zijn juridische plicht. De SGP kan dan namelijk in de praktijk, bij het feitelijk functioneren van de partij, het feit dat iemand vrouw is ook niet opwerpen als belemmering om een geschikte kandidaat te zijn. Anders handelt de SGP namelijk in strijd met die interne regels. Interne regels van een vereniging zoals een politieke partij bepalen het feitelijk functioneren van een vereniging. Aan de interne regels zijn de leden juridisch gebonden. Met die interne regels gedraagt de SGP zich niet naar het vrouwenstandpunt. Die tegenstrijdigheid is niet een ‘draaien en kronkelen’ van de SGP zoals Boudewijn Pothoven meent, maar wordt met de uitspraak van de rechter van de SGP gevergd. Het vrouwenstandpunt mag de SGP namelijk blijven uitdragen bij verkiezingen en in het parlement.

Vanwege de juridische binding aan de interne regels moet worden aangenomen dat de SGP zich in de praktijk aan die regels houdt en zich niet naar het vrouwenstandpunt gedraagt. Het vrouwenstandpunt is dan geen interne regel, maar slechts een opvatting. Vrouwen mogen zich uiteraard voor zichzelf wel naar die opvatting gedragen. Zij mogen het feit dat ze vrouw zijn voor zichzelf wel opwerpen als belemmering. Zij hoeven immers geen kandidaat te zijn.

  1. 1

    Onderschrijft u de SGP-opvatting dat vrouwen niet geschikt zijn voor het uitvoeren van taken als volksvertegenwoordiger? Indien ja, waarom heeft u dan gesolliciteerd? Indien nee, het spijt ons, we kunnen u niet op de lijst zetten, want u onderschrijft SGP-beginselen onvoldoende.

  2. 2

    @1, en het antwoord is dan denk ik: “ja”, “omdat het kan” en “omdat het geen enkel probleem is in de politiek om verschil te maken tussen handelen en beginselen uitdragen.”

  3. 4

    ” volgens de rechter is het goede recht van de SGP om het vrouwenstandpunt als belemmering op te werpen voor kandidaatstelling”
    In de praktijk – zoals bij kandidaatstelling – kan dus de SGP in strijd met de grondrechten blijven handelen, zolang de SGP daar maar niet openlijk voor uitkomt. Niet formeel, doch wel feitelijk krijgt de SGP dus gelijk.

  4. 5

    @1 Bismarck, je doelt op een vrouw die solliciteert. Het feit dat ze vrouw is mag de SGP niet als belemmering opwerpen. Haar vragen, waarom ze “dan” heeft gesolliciteerd, is daarom een onterechte vraag. De SGP moet als het ware doen alsof zij een man is, of beter, geslacht doet er niet toe: geen onderscheid tussen man en vrouw. Haar eventueel ongeloofwaardigheid toedichten, kan alleen door het feit dat ze vrouw is, en dat mag dus niet.

  5. 6

    @2: Er natuurlijk wel probleem als iemand zich niet gedraagt naar hetgeen hij/zij verkondigt. Een plezierjager die op in de Tweede Kamer zou zitten voor de Partij voor de Dieren zou natuurlijk wel een gelofwaardigheidsprobleem hebben. Het verschil met de SGP-kwestie is, dat de Partij voor de Dieren de plezierjager mag afwijzen voor kanddaatstelling omdat hij/zij een plezierjager is, maar dat de SGP een vrouw niet om he feit dat ze vrouw is mag afwijzen (of omdat ze als vrouw ongeloofwaardig is als kandidaat).

  6. 7

    @4: Je citeert niet correct. Het is volgens de rechter het goede recht van de SGP om iemand die het vrouwenstandpunt niet verkondigt af te wijzen, omdat hij/zij het vrouwenstandpunt niet verkondigt. Noch formeel, en dus noch in de praktijk, mag de SGP het feit dat iemand vrouw is als belemmering opwerpen, maar wel als belemmering mag gelden dat iemand het vrouwenstandpunt niet verkondigt (verkondigen is zeggen of schrijven dat je een bepaalde opvatting juist vindt).

  7. 9

    Wat me bij de SGP altijd zo verbaast is dat ze zo weinig maatschappelijke weerstand krijgen. Het heeft jaren gekost om de rechter zover te krijgen dat de SGP eindelijk veroordeeld is. Ze worden in Nederland nog altijd getolereerd als groepje Gristengekkies, terwijl Rutte 1 ze als volwaardig gesprekspartner accepteerde. Stel dat er morgen een Islamitische partij opstaat die hetzelfde gedachtegoed uitdraagt…..

  8. 11

    Een grappig dilemma, maar vooral ook een theoretisch dilemma. Het is natuurlijk onzin om te stellen dat iemand geen lid kan worden van een partij – of een bestuurlijke functie namens die partij kan vervullen – als hij of niet niet álle opvattingen van de partij deelt. Je kunt prima het gedachtegoed van een partij uitdragen en verdedigen zonder het overal mee eens te zijn.

    De vraag of er vrouwen zijn die de SGP standpunten willen verdedigen, is wat mij betreft gerechtvaardigd. Ik kan het me nauwelijks voorstellen en denk dus ook niet dat er in de praktijk heel veel zal veranderen bij de SGP. Dat is echter van ondergeschikt belang. Waar het om gaat, is dat het moet kúnnen. En daarom is de uitspraak van de rechter (en van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, mind you!) belangrijk en terecht.