Arm en verdacht

ANALYSE - Het CBS rapporteerde recent dat mensen met lage inkomens vier keer vaker worden verdacht van misdrijven dan mensen die een inkomen hebben boven de lage-inkomensgrens. Er zitten nogal wat haken en ogen aan de analyse – het CBS had dit dan ook beter niet kunnen rapporteren.

Mensen met lage inkomens worden vier keer vaker verdacht van misdrijven dan mensen die een inkomen hebben boven de lage-inkomensgrens, aldus het CBS in de tweejaarlijkse rapportage over armoede en sociale uitsluiting die twee weken geleden uitkwam.

Deze conclusie over het verband tussen armoede en criminaliteit rammelt. Ik zou kunnen wijzen op het feit dat het hier gaat om verdachten en niet om veroordeelden – wat niet irrelevant is, aangezien rijkere verdachten betere advocaten kunnen betalen. Maar waar ik op doel is dat de criminaliteitscijfers van het CBS verre van toereikend zijn om uitspraken te doen over het verband tussen inkomen en crimineel gedrag.

Immers, het zijn juist de misdrijven die worden gepleegd door daders met hogere inkomens die vaker buiten het zicht van het strafrecht blijven. Allereerst zorgen allerlei politieke beslissingen ervoor dat sommige gedragingen die wel grote schade aanrichten niet strafbaar zijn – denk bijvoorbeeld aan belastingontwijking door multinationals, terwijl belastingfraude door burgers wel strafbaar is. Daar komt bij dat bepaalde misdrijven vaker niet-strafrechtelijk worden aangepakt: van bedrijven worden zelden strafrechtelijk vervolgd voor mensen- en milieurechtenschendingen en organisatiecriminaliteit wordt vaak via schikkingen afgedaan. In het algemeen kan gesteld worden dat de prioriteit van politie en justitie niet ligt bij het type criminaliteit dat wordt gepleegd door ‘witteboordendaders’.

Langlopende discussie

Wie een studieboek criminologie openslaat zou de indruk kunnen krijgen dat het verband tussen sociaaleconomische status en crimineel gedrag een feit is: veel criminologische theorieën gaan ervan uit dat mensen uit lagere sociale klasse meer geneigd zijn criminaliteit te plegen. Het leidt ertoe dat menig criminoloog zich niet eens meer buigt over die vraag, constateerde criminoloog Robert Sampson in 2000:

Everybody believes that “poverty causes crime” it seems; in fact, I have heard many a senior sociologist express frustration as to why criminologists would waste time with theories outside the poverty paradigm.

Niet zo gek dus, misschien, dat het CBS het gevonden verband tussen inkomen en verdacht-zijn presenteert zonder de mitsen en maren bij zulk onderzoek te vermelden.

Maar daarmee gaat het CBS wel voorbij aan een langlopende discussie onder criminologen. Zo concludeerde Tittle, Villemez en Smith in 1978 op basis van een meta-analyse van 363 metingen dat het empirisch bewijs voor de ‘crime-class nexus’ zwak is. Tittle en collega’s benadrukten dat veel van de criminologische theorieën die dat verband leggen hun oorsprong hebben in een tijd van beperkte sociale mobiliteit waarin klasse meer bepalend was voor iemands levensloop. In huidige westerse samenlevingen speelt klasse minder een rol – wat niet wil zeggen dat klasse helemaal geen rol speelt – en is iemands sociaaleconomische status minder bepalend voor gedrag. Die verandering zou kunnen betekenen, aldus Tittle en collega’s, dat de oude theorieën niet langer geldig zijn.

In 2001 deden andere onderzoekers een meta-analyse van 273 studies. Zij identificeerden weliswaar meer studies die een significant verband vonden tussen lage sociaaleconomische status en criminaliteit, maar concludeerden ook dat er zoveel studies zijn die géén verband vinden dat het moeilijk is een definitieve conclusie te trekken.

Manier van meten

Tittle en collega’s concludeerden ook dat er nogal wat mankeerde aan de door hun onderzochte onderzoeken. Dat probleem speelt 40 jaar na hun meta-analyse nog steeds, waardoor we nog altijd geen goed inzicht hebben in de relatie tussen sociaaleconomische status en criminaliteit.

Om een voorbeeld te geven: recent onderzoek in maar liefst 26 Europese landen laat zien dat er een verband is tussen sociaaleconomische status en delinquent gedrag van jongeren. Helaas werd delinquent gedrag gemeten door jongeren te vragen of ze ooit “moeilijkheden met de politie” hadden gehad. Hier speelt hetzelfde probleem als met officiële politieregistraties: contact met politie wordt ook beïnvloed door de prioriteiten van de politie. Voor Wassenaarse jongeren is het een stuk makkelijker om ongezien criminaliteit te plegen dan voor jongeren die opgroeien in de Haagse Schilderswijk.

Bovendien kan sociaaleconomische status mede bepalen of je uiteindelijk als verdachte wordt geregistreerd. Als agenten meer vertrouwen hebben in de disciplinerende rol van welvarende ouders, dan worden welvarende jongeren misschien vaker naar huis gestuurd en armere jongeren naar Halt of de rechter. Hierover weten we bijzonder weinig, terwijl dit soort informatie cruciaal is om te weten hoe we de oververtegenwoordiging van bepaalde sociale groepen in criminaliteitscijfers moeten duiden.

Arm én rijk plegen criminaliteit

Anderzijds hielden Tittle en collega’s het voor mogelijk dat er wel degelijk een verband tussen sociaaleconomische status en criminaliteit bestaat, maar dat onderzoekers tot dan toe nog niet goed in staat waren dat verband te meten. Dat zou weleens kunnen komen doordat het verband veel ingewikkelder ligt dan voorheen gedacht. Het is namelijk mogelijk dat het verband eruitziet als een U-curve: arm én rijk plegen meer criminaliteit.

Er is enig empirisch bewijs voor dit U-curvig verband. In dit Amerikaanse onderzoek uit 1999 komt naar voren dat zowel lage als hoge sociaaleconomische status samenhangt met delinquentie, maar via andere mechanismen. Interessant is ook dat de verhoogde criminaliteit bij arm en rijk niet zichtbaar is als je naar de totale daderpopulatie kijkt: ze worden tegen elkaar weggestreept waardoor het lijkt dat er geen verband is tussen sociaaleconomische status en criminaliteit. “Causation but not correlation”, schrijven de auteurs dan ook.

Zulke inzichten kunnen ertoe leiden dat we traditionele criminologische theorieën moeten bijstellen. Bijvoorbeeld de ‘straintheorie’, bedacht door socioloog Robert Merton in 1938, die ervan uitgaat dat als mensen geen beschikking hebben over legitieme middelen – opleiding, geld, werk – om doelen zoals welvaart, aanzien en welzijn te behalen, ze hun heil kunnen zoeken in illegitieme middelen: criminaliteit. Als je geen bankdirecteur kunt worden, dan maar banken beroven. Maar ook die bankdirecteuren zouden weleens meer geneigd kunnen zijn tot criminaliteit, aldus criminoloog Robert Agnew, omdat ook zij zich gefrustreerd kunnen voelen in het bereiken van hun doelen. Zij hebben bovendien de macht en middelen om organisatiecriminaliteit te plegen.

Het CBS is te voorbarig

Cruciaal verschil is dat wanneer arme en rijke mensen criminaliteit plegen zij een ander type criminaliteit plegen, en dat de pakkans van die verschillende type delicten nogal uiteenloopt. Dit is een fundamenteel probleem van analyses op basis van officiële cijfers over verdachten, zoals de analyse van het CBS.

Kortom, de conclusie van het CBS dat mensen met een laag inkomen vier keer vaker verdacht zijn van een misdrijf dan mensen met een inkomen boven de lage-inkomensgrens zou weleens voorbarig kunnen zijn. Op zijn minst had het CBS erbij moeten vermelden welke methodologische haken en ogen er kleven aan de conclusie. Bovendien had het CBS zich moeten realiseren dat uitspraken zoals deze het common-sense idee bevestigen dat problematisch gedrag kleeft aan mensen met lage inkomens. Het stigma rondom armoede wordt hiermee bestendigt, terwijl de basis voor de uitspraak wankel is. Het CBS had deze conclusies dan ook beter niet kunnen rapporteren.

Deze blog verscheen gisteren op CrimEUR, de blog van de afdeling Criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

  1. 1

    Kort samengevat: Er is onderzocht dat de armen stelen omdat ze onvoldoende middelen hebben en de rijken omdat ze denken of weten dat ze ermee weg komen.
    Daarbij zijn de rijken numeriek in de minderheid en erbij gebaat dat er niet teveel rijken bij komen, want dat haalt hun bevoorrechte positie onderuit. Dus moeten de bestaande rijken tegen verrijking van alles onder hen beschermd worden en daarom sturen ze de prioriteiten van wetgever en handhaver. Waarbij de laatste vaak niet door lijkt te hebben dat hij de hand likt die ook zíjn eten wegneemt. Zo goed is de mindset getraind.

    https://www.youtube.com/watch?v=-_xURRQD6-M

  2. 3

    Het zal niet voor het eerst zijn dat het CBS uitglijdt zodra ze hun cijfers wat meer willen gaan ‘duiden’. Da’s geen reden om het dan maar niet te doen en het te laten bij het presenteren van droog cijfermateriaal zonder context wat niemand kan vinden op statline, maar het zou wel prettig zijn als ze dit soort publicaties zelf al van de nodige kanttekeningen konden voorzien. En niet dat dat door de buitenwereld moet worden gedaan.

    (Wat Gwen dus al zegt dus ;-) )

  3. 4

    denk bijvoorbeeld aan belastingontwijking door multinationals, terwijl belastingfraude door burgers wel strafbaar is. Daar komt bij dat bepaalde misdrijven vaker niet-strafrechtelijk worden aangepakt: van bedrijven worden zelden

    Van Eijk zet hier rechtspersonen tegenover natuurlijke personen. Een rechtspersoon heeft geen sociale klasse.

  4. 5

    @1: “Kort samengevat…”

    Ik zou zeggen: kort samengevat, de bewering van het CBS klopt gewoon. Het argument over rijkeren en hun advocaten ondersteunt die bewering gewoon: het gaat, zoals de auteur niet nalaat te vermelden, om verdachten, niet om veroordeelden. En bij zaken die worden afgedaan met een schikking zijn de betrokkenen ook verdacht geweest en tellen dus ook mee in de statistieken. Het andere tegenargument, die studies uit ’78 en ’01, ondersteunen de bewering ook of spreken ‘m niet tegen, en de rest van de argumenten ook niet.

    Edit: en dan laat de auteur ook nog de volgende bevinding weg: “Crimineel gedrag ontstaat vaak op jonge leeftijd. Toch laten de cijfers voor jongeren, zowel voor de jongeren uit gezinnen met een laag inkomen als jongeren uit gezinnen met een hoger inkomen, nog sterker dan voor de gehele bevolking, een daling in het percentage verdachten zien. “

  5. 6

    @5: je mist het punt wat Gwen wil maken. Nogal. Het is niet zo dat de politie op basis van representatieve steekproeven situaties in de gaten gaat houden en mensen in dat proces zo nodig aanhoudt. De praktijk is dat de politie vaker patrouilleert in ‘probleemwijken’, en ook vaker ‘mensen die toch al vaker verdacht worden’ aanhoudt. Omdat dat vaak mensen en wijken zijn met lagere inkomens is het niet zo raar dat je dus ook meer verdachten hebt onder lagere inkomens.

    (nog veel sterker: iemand met een laag inkomen die in een -volgens de politie- te dure auto rijdt kan daarvoor worden aangehouden om uit te leggen hoe-ie aan z’n auto komt. Als dat niet cijferbevestigend is…)

    Daarnaast stelt Gwen ook dat armen andere delicten plegen dan rijken; rijken tillen de belasting door creatief te boekhouden, maar zorgen d’r wel voor dat er ‘geen gedoe’ is in hun buurt.

    En je zou je ook kunnen stellen dat rijken niet alleen rijk zijn omdat ze zo hard werken, maar ook omdat ze wat snuggerder zijn dan de rest van hun omgeving. Dus goed kans dat ze bij criminele acties net wat handiger opereren en niet tegen de lamp lopen.

  6. 7

    “Denk bijvoorbeeld aan belastingontwijking door multinationals, terwijl belastingfraude door burgers wel strafbaar is. ” Onzin, belastingfraude door bedrijven is ook gewoons strafbaar. En als burger mag je ook zo gunstig mogelijk met belasting omgaan door bijvoorbeeld iets kopen in Luxemburg, waar de BTW 4% minder is, zonder dat dat als fraude wordt aangemerkt.

    Als overheden dat ongewenst vinden, kunnen ze simpelweg hun belastingregels aanpassen. Dat doen ze alleen niet omdat ze weten dat het netto resultaat voor hen waarschijnlijk ongunstig uitkomt.

  7. 8

    @6: Van alleen hard werken word je niet rijk. Maar wie in staat is zijn binnenkomende geldstroom te beheersen -in plaats van aan een CAO-loontje of door de klant opgelegd ZZP-tarief vast te zitten, is wel in de gelegenheid exorbitant effectiever te werken. Een echte harde werker heeft geen tijd om in Monte Carlo op een jacht te dobberen.

  8. 9

    @6: Gwen schrijft

    > Ik zou kunnen wijzen op het feit dat het hier gaat om verdachten en niet om veroordeelden – wat niet irrelevant is, aangezien rijkere verdachten betere advocaten kunnen betalen.

    Dat verandert het aantal rijkere verdachten niet en dus de argumentatie niet.

    > Allereerst zorgen allerlei politieke beslissingen ervoor dat sommige gedragingen die wel grote schade aanrichten niet strafbaar zijn.

    Als dit in de argumentatie past, dan staat er: hoewel geen misdaad, zouden ze wel verdacht moeten zijn. Dat is pas een omkering van de rechtsgang.

    > organisatiecriminaliteit wordt vaak via schikkingen afgedaan

    Die daders zijn dus wel verdacht geweest en vallen niet op mysterieuze wijze buiten de percentages van het CBS.

    Daarna komt een verwijzing naar een studie uit 1978 over klasse, terwijl het hier over armoe gaat en niet over klasse. En zelfs die studie noemt het verband zwak. Ook geen ondersteunend argument, maar het wordt nog erger als de auteur die studie gebruikt om te beweren dat dat *zou* kunnen betekenen “dat de oude theorieën niet langer geldig zijn”. Als tegenargument voor een artikel dat 22 jaar later verscheen.

    Daarna komt een studie die ook het gewraakte verband vindt en wordt dat ontkracht? Nee, het wordt bevestigd door de daarop aangehaalde studie, waarvan de zwakte zelf-rapportage is. Maar als een studie zwak is, betekent dat niet dat het tegenovergestelde waar is.

    Alle opmerkingen over patrouilleren in de Schilderswijk vs. Wassenaar worden daarentegen niet onderbouwd. Dat zuigt de auteur gewoon uit zijn/haar duim. Met evenveel recht kun je beweren dat een misdaad in het nette Wassenaar eerder opvalt en dus makkelijker tot aanhouding leidt. Want over de pakkans en al die andere aspecten zijn geen cijfers.

    Dan komt de U-bocht: misschien is het verband wel geen rechte lijn. Welnu, die assumptie, slechts gestaafd met een vaag vermoeden uit 1999, verandert de cijfers van het CBS nog steeds niet: als de middengroepen minder criminaliteit plegen, dan hebben alle argumenten over Wassenaar en misdaden aan de top van de bedrijven geen zin en bovendien verandert dat het aandeel van de armere groepen niet. Het verklaart hooguit waarom het effect bestaat terwijl de correlatie niet zo sterk is.

    Kortom, er is geen enkel argument behalve “stigma”. Maar sinds wanneer is stigma belangrijk? Bestrijding van stigma is symptoombestrijding: nutteloos en het houdt het probleem gewoon in stand.

  9. 10

    Alle opmerkingen over patrouilleren in de Schilderswijk vs. Wassenaar worden daarentegen niet onderbouwd.

    Komop zeg, d’r zoiets bestaat als de ‘Haagse Pandbrigade’. Is zelfs op sargasso flink belicht. En die pandbrigade maakt zich bij uitstek druk over ‘zwakke wijken’ zoals Laak. Soortgelijke combi-controles van gemeente/belastingdienst/UWV/energiebedrijven heb je ook in Rotterdam, en eigenlijk alleen in de wijken met lagere sociale status.

    Ik heb nog nooit gehoord van soortgelijke razzia’s in Benoordenhout of het Statenkwartier, en dat daar dan leaseauto’s werden weggetakeld en de FIOD huizen binnenviel om de administratie in beslag te nemen.

  10. 11

    @10: En dat doe je allemaal effe uit de losse pols? Weet je hoeveel mensen er in zwakke wijken wonen? Wat het effect is op de kans op verdenking van die brigades? Hoeveel arme mensen er in andere wijken wonen?

    > Ik heb nog nooit gehoord van soortgelijke razzia’s

    Twee dingen: rijke mensen zijn er veel minder en ze hoeven geen auto te stelen. Dat gebeurt dus op veel, veel kleinere schaal en kan makkelijk verklaren waarom je er “nooit van gehoord hebt”. En dat is dus ook geen goed argument.

    En razzia’s? Echt? “Een razzia is een door de overheid (politie, leger) georganiseerde, groots opgezette, opsporing en jacht op een groep mensen … In het Nederlandse taalgebied is het woord vooral als gevolg van de bezetting door Nazi-Duitsland algemeen verbreid geworden.”

    Laten we vooral ontkennen dat er veel criminaliteit in arme wijken zit. Krijgt Pete Hoekstra over 20 jaar toch nog gelijk.

  11. 12

    Is dit gecorrigeerd voor de bevolkingsgrootte van de inkomensbracket? Want anders is het nogal wiedes: de inkomensopbouw is een nogal naar de lage kant geduwde normaalverdeling (en daardoor een soort pyramide). Kort gezegd: er zijn veel meer armen dan rijken. Als crimineel gedrag evenredig gedistribueerd is onder de bevolking (en er zijn redenen om aan te nemen dat dat niet zo is), dan zul je DUS meer criminele armen aantreffen.

    Maar een reden dat crimineel gedrag niet evenredig gedistribueerd is, zou kunnen zijn dat welstand samenhangt met het gedrag van je ouders (en het genetisch overdrachtelijk zijn van criminele neigingen). Aangezien je als crimineel meer kans hebt om berooid te eindigen (geen kans om inkomen te genereren in de bak), geef je je kinderen dan wellicht dubbele pech mee: geen geld en criminele genen.

  12. 13

    @12: Of je buit de criminele genen succesvol uit en eindigt in de welvarendste klassen. Eind van het liedje is dat criminele genen dan vooral in de uitersten voorkomen en de brave gezapige middenlagen er redelijk van gevrijwaard blijven. Maar waarom die dan naar boven likken?

  13. 14

    Crimineel gedrag is natuurlijk ook een kunstmatige constructie. Het is een uiting van moreel verwerpelijk gedrag, maar 1 die anders uitwerkt voor hogere en lagere klassen. Neem bijvoorbeeld stelen, dat is moreel gezien fout. Arme mensen die stelen worden er voor veroordeeld. Als een bedrijf echter 80% provisie achterover drukt op een ingewikkelde verzekering die ze mensen aansmeren (zie DSB), dan wordt zo iemand gezien als een succesvol zakenman. Nog een voorbeeld, Trump, vaak failliet gegaan omdat hij zijn schulden niet kon betalen. Toch geniet hij bij een aanzienlijk deel van de bevolking aanzien als succesvol zakenman. Een arm iemand met schulden, wordt echter volledig de vernieling in geholpen.
    Nog een voorbeeld: belastingontwijking. Voor rijke mensen en bedrijven kruipt de belastingdienst, bij arme mensen die zwart werken wordt politie ingezet.

    Moreel verwerpelijk gedrag wordt dus simpelweg anders bestraft in verschillende sociale klassen.