Author Archives: Marc van Oostendorp
Verdwijnt het Fries?
Verdwijnt het Fries als universitaire studie in Groningen? Die indruk kon je gisterenavond makkelijk krijgen: allerlei media (van Elsevier tot Editie-NL) brachten het nieuws. Het klonk allemaal schokkend, een teken aan de wand waarin het eigen cultuurgoed over boord gegooid wordt: volgens het bericht zou de hoogleraar Fries, dr. Goffe Jensma, hebben gezegd dat de studie Fries tot nu toe altijd beschermd was omdat het ‘de tweede officiële rijkstaal’ zou zijn, maar was het nu met die bescherming gedaan. Met ingang van september gaat het Fries op in een brede studie Europese Talen en Culturen. Bovendien geldt voortaan de regel dat een opleiding alleen mag voortbestaan als er genoeg studenten zijn. Daarom zou het einde van de studie nabij zijn.
Leve het polytheïstisch atheïsme
Een klassieke opvatting onder moderne ongelovigen is dat de mate van verlichting omgekeerd evenredig is aan aan het aantal goden dat in een samenleving wordt aanbeden. Ooit waren de mensen polytheïsten, daarna werden ze katholiek (drie goden plus een hele santenkraam), daarna protestant (één God) en tot slot werd ook die laatste God nog afgeschaft. Van veel naar drie naar één naar nul: opgeruimd staat netjes.
Er is een probleem met die redenering, een probleem waarop klassieke gelovigen wel wijzen, maar meestal zonder resultaat: we kunnen niet zonder geloof in een of meer goden, ook als we die God rede noemen, of markt, of economie. We weten weinig of niets echt zeker weten. Wie kan er zeggen dat hij met zijn beperkte verstand echt kan begrijpen hoe alles (alles (alles)) werkt? Dat we uiteindelijk altijd moeten vertrouwen – dat we uiteindelijk iets moeten geloven om niet ten onder te gaan in de volkomen chaos van het absolute onbekende. Atheïsme bestaat in die zin niet, of het staat gelijk aan een waanzinnig neerstorten in het kolkende onbekende. Iedereen heeft structuur nodig en grijpt daarom naar iets onbekends – iedereen die niet ten onder wil gaan is in die zin theïst.
Ik ben het in één ding eens met de moderne opvatting: we moeten af van het monotheïsme.
(meer…)
Liever een allochtoon dan een buitenlander
Eindelijk eens iemand die iets verstandigs zegt over de term allochtoon, en meteen komt Kamerlid Martijn van Dam er doorheen toeteren op Twitter.
De Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling stuurde deze week een ‘ongevraagd briefadvies’ (nee, daar had ik ook nog nooit van gehoord en, ja, de voorkant van het rapport is erg onduidelijk) aan de minister voor immigratie, integratie en asiel, getiteld Tussen afkomst en toekomst. In dat stuk adviseren ze de minister om als overheid in de interne administratie af te zien van de indeling ‘allochtoon’ – ‘autochtoon’ en de verdere onderverdelingen als ‘westerse’ tegenover ‘niet-westerse’ allochtoon, en ‘eerste-’, ‘tweede-’ en ‘derdegeneratie-allochtoon’. Het belangrijkste argument is dat die indeling onzinnig is en bizarre resultaten oplevert (zoals Dimitri Tokmetzis hier gisteren ook al schreef). Vanwege de definities die eraan gegeven worden, wordt een kind dat in Nederland geboren is uit Argentijnse ouders een niet-westerse) allochtoon genoemd (omdat Latijns-Amerika tot allochtonië behoort), maar een kind dat in Beiroet geboren is uit in Indonesië geboren ouders een westerse alochtoon (omdat Oost-Azië grotendeels autochtonië is).
De RMO merkt op dat zo’n systeem van classificatie voor de overheid onbruikbaar is. (meer…)
De Max Havelaar kleuren
Dat onze taal een mengeling is van woorden uit alle tijden, dat kun je laten zien met kleuren. Neem bijvoorbeeld de eerste zin uit de Max Havelaar:
Ik ben makelaar in koffi, en woon op de Lauriergracht,N° 37. Het is myn gewoonte niet, romanste schryven, of zulke dingen, en het heeft dan ook lang geduurd, voor ik er toe overging een paar riempapier extrate bestellen, en het werk aantevangen, dat gy, lieve lezer, zoo-even in de hand hebt genomen, en dat ge lezen moet als ge makelaar inkoffizyt, of als ge wat anders zyt. Niet alleen dat ik nooit iets schreef wat naar een roman geleek, maar ik houd er zelfs niet van, iets dergelyks te lezen, omdat ik een man van zaken ben.
Ik heb hier de leenwoorden uit het Frans lichtoranje gemaakt, die uit het Latijn donkeroranje en die (dat) uit het Turks groen. Dat het Nederlands veel minder woorden geleend heeft dan het Engels blijkt dan in één oogopslag uit de vergelijking met de eerste zin Tom Sawyer op gekopieerd van deze pagina, waaraan ik ook het idee om leenwoorden te kleuren ontleend heb.
De Amerikaanse woordenkleurer gaat verder met nog allerlei andere Engelse teksten zo in te kleuren, maar mij leek het interessanter om juist dezelfde tekst nog wat andere kleurtjes te geven. Hier is bijvoorbeeld het begin van de Max Havelaar, waarbij ik woorden een donkere tint heb gegeven naarmate ze langer in het Nederlands aanwezig zijn (volgens het Chronologisch Woordenboek van Nicoline van der Sijs):
Ik ben makelaar in koffi, en woon op de Lauriergracht, N° 37. Het is myn gewoonte niet, romans te schryven, of zulke dingen, en het heeft dan ook lang geduurd, voor ik er toe overging een paar riem papier extra te bestellen, en het werk aantevangen, dat gy, lieve lezer, zoo-even in de hand hebt genomen, en dat ge lezen moet als ge makelaar in koffi zyt, of als ge wat anders zyt. Niet alleen dat ik nooit iets schreef wat naar een roman geleek, maar ik houd er zelfs niet van, iets dergelykste lezen, omdat ik een man van zaken ben.
Je kunt ook gemakkelijk laten zien dat het idee dat de Nederlandse spelling zo snel verandert een beetje overdreven is door alle woorden te markeren die nu anders gespeld zouden worden:
Ik ben makelaar in koffi, en woon op de Lauriergracht, N° 37. Het is myn gewoonte niet, romans te schryven, of zulke dingen, en het heeft dan ook lang geduurd, voor ik er toe overging een paar riem papier extra te bestellen, en het werk aantevangen, dat gy, lieve lezer, zoo-even in de hand hebt genomen, en dat ge lezen moet als ge makelaar in koffi zyt, of als ge wat anders zyt. Niet alleen dat ik nooit iets schreef wat naar een roman geleek, maar ik houd er zelfs niet van, iets dergelyks te lezen, omdat ik een man van zaken ben.
En tot slot hetzelfde voor woorden: welke woorden en zinsbuigingen komen niet (meer) voor in de moderne omgangstaal en maken Multatuli dus eventueel onbegrijpelijk?
Ik ben makelaar in koffi, en woon op de Lauriergracht, N° 37. Het is myn gewoonte niet, romans te schryven, of zulke dingen, en het heeft dan ook lang geduurd, voor ik er toe overging een paar riem papier extra te bestellen, en het werk aantevangen, dat gy, lieve lezer, zoo-even in de hand hebt genomen, en dat ge lezen moet als ge makelaar in koffi zyt, of als ge wat anders zyt. Niet alleen dat ik nooit iets schreef wat naar een roman geleek, maar ik houd er zelfs niet van, iets dergelyks te lezen, omdat ik een man van zaken ben.
De derde landstaal
De provincies in het noorden en het oosten van het land laten het er niet bij zitten. Nadat een verzoek tot erkenning van het Nedersaksisch vorige maand door minister Spies werd afgewezen, is men nu een handtekeningenactie begonnen om de minister tot andere gedachten te brengen.
Zo’n erkenning is vooral een politieke kwestie. Wetenschappelijke (dat wil zeggen: taalkundige) argumenten ervoor of ertegen zijn er eigenlijk niet. Het Nedersaksisch is een min of meer samenhangende groep dialecten die verwantschap vertonen met de ‘Platduitse’ dialecten aan de andere kant van de grens. Ze verschillen van het standaard-Nederlands, maar of die verschillen groot genoeg zijn om van een taal te spreken, dat is een willekeurige kwestie.
Horlepiep als doodsbedreiging
Het zijn nogal zware beschuldigingen die Leon de Winter uit in het gedicht dat hij schreef over Günther Grass: de Nobelprijswinnaar zou een antisemiet zijn en uit zijn op de vernietiging van Israël. En daarnaast zou hij ook nog eens niet-rijmende gedichten schrijven:
Warum lässt er nicht die Wörter tanzen?
Warum nur hinter Prosa verschanzen?
Wer reimt, der geht stets hin und her,
der geht vor und auch wieder Zeilen zurück,
so wie der Tänzer in seinem Lieblingsstück.
Over de vraag of een gedicht moet rijmen, bestaat in de Nederlandse literatuur al ruim 150 jaar onenigheid. Je kunt bijvoorbeeld voor het rijm (en het metrum) zijn omdat het een teken is van vakmanschap, en je kunt er tegen zijn omdat rijmdwang je verhindert om te zeggen wat je werkelijk bedoelt. (Hugo Brandt Corstius publiceerde vorig jaar een aanval op het rijm in een boekje dat Rijmlijm heette; Kees van Kooten schreef in zijn dit jaar verschenen boek Harstochtjes een verdediging van het rijm dat Lijmrijm heette.) (meer…)
De Paasvuren laaien op: opstand der Saksen?
Het is ogenschijnlijk een grappig berichtje in het nieuws vanavond — een van de Hart-van-Nederlan dse berichtjes waar geen enkel nieuwskanaal meer zonder kan. Maar als je wat doorleest, zit er onrust achter. In Espelo is het grootste paasvuur ter wereld ooit gebouwd. Het ding is 45,98 meter hoog en daarmee rijp voor The Guiness Book of Records. (Zie bijvoorbeeld De Telegraaf en De Gelderlander. Ook het 8-Uur Journaal besteedde er aandacht aan.)
Toekomstig Nederlands: Kep koup appel
Kun je de toekomst van het Nederlands voorspellen? Natuurlijk niet. Om te weten wat er met onze taal gaat gebeuren in de komende 500 jaar, moet je weten wat er met de Nederlanders gaat gebeuren — en wie kan dat weten?
Het is wel leuk om het te proberen. Het onvolprezen Vlaamse tv-programma Man over woord had vorig jaar een item waarin ze een simpel dialoogje in de taal van 1000 jaar geleden probeerden te reconstrueren. Het gesprekje luidde:
Leid lager opgeleiden hoger op
Er lopen allerlei maatschappelijke kloven en kloofjes door de Nederlandse samenleving. Een ervan staat de laatste maanden in de belangstelling: die tussen hoger en lager opgeleiden. Wetenschappers zoals Mark Bovens (Utrecht) en Anchrit Wille (Leiden) hebben er al eerder op gewezen en in haar onlangs verschenen boek Vertrouwen is goed, maar begrijpen is beter mengt Kamervoorzitter Gerdi Verbeet zich in de discussie, zoals ze dat eerder heeft gedaan: 90% van de leden van de huidige Tweede Kamer is hoger opgeleid, terwijl dat percentage in de samenleving als geheel net iets boven de 30% ligt. De lager opgeleiden, zo is de redenering, voelen zich hierdoor niet door de volksvertegenwoordiging gerepresenteerd – en dit zou de onvrede met de politiek verklaren. Verbeets oplossing: er moeten meer verstandige lager opgeleiden in de Tweede Kamer.
Vroeger had de sociaal-democratie een heel andere manier om de kloof tussen hoger en lager opgeleiden te dichten: (meer…)
Red een managementlaag!
“Het ritselt overal,” schreef Sofokles in het fragmentarisch overgeleverde toneelstuk Akrisios, “voor wie bang is.” Al duizenden jaren is het een beproefde techniek om de paniek aan te wakkeren: zorgen dat ze omslaat in paranoia, zodat je als boeman alleen hoeft toe te kijken hoe de angst om zich heen grijpt.
Het laatste anderhalf jaar zijn de Nederlandse cultuur en de Nederlandse wetenschap in rep en roer. Van alle kanten dreigt gevaar, al is dat ‘gevaar’ alleen financieel. De ene subsidiekraan na de andere wordt dichtgedraaid: orkesten, bibliotheken en theatergezelschappen verkeren al in zwaar weer en ook de universiteiten hebben het moeilijk. Dat is allemaal ernstig, zou je zeggen, maar voor sommigen kennelijk nog niet ernstig genoeg.
Zo voerde NRC Handelsblad de afgelopen week een systematische campagne om de lezer te doen geloven dat de opleidingen Frans, Italiaans en Duits in Leiden zonder enige twijfel worden opgeheven. (meer…)





