Author Archives: Bindervoet & Henkes
De Allerlaatste Dagen der Mensheid, zoveelste bedrijf, eerste scène
De reeds beeïndigde serie ‘De Allerlaatste dagen der Mensheid’ wordt abrupt gereanimeerd, wie zich nog/weer moet inlezen treft hier de voorgaande afleveringen.
Voor het gebouw van de Tweede Kamer in Den Haag. Meneer Oranje-Blanje-Bleu in gesprek met de oude Cliché.
ORANJE-BLANJE-BLEU: Het zijn barre tijden.
DE OUDE CLICHÉ: Zeg dat wel. Je bent niet meer veilig in je eigen stad. Stelletje oproerkraaiers.
ORANJE-BLANJE-BLEU: Zat jouw zoon erbij?
DE OUDE CLICHÉ: God beware! Die zit bij de marechaussee, en is nog in opleiding. En jouw zoon, wat doet die eigenlijk?
ORANJE-BLANJE-BLEU: Studeert.
DE OUDE CLICHÉ: Toe maar. Wat?
ORANJE-BLANJE-BLEU: Voedsel en bloemen.
DE OUDE CLICHÉ: Voedsel en bloemen?
ORANJE-BLANJE-BLEU: Voedsel en bloemen. Zijn bedje is gespreid.
DE OUDE CLICHÉ: O ja?
ORANJE-BLANJE-BLEU: Heb je ’t niet gelezen dan? In de courant? Ons NRC-Handelsblad?
DE OUDE CLICHÉ: Nee, noh, wat dan?
ORANJE-BLANJE-BLEU: Dat de studierichtingen Voedsel en Bloemen en Water en Creatieve Industrie de topsectoren zijn van de nieuwe universiteiten? (meer…)
De allerlaatste dagen der mensheid (18)
Met aflevering 52 wordt het eerste bedrijf van De Allerlaatste Dagen der Mensheid afgesloten. Er volgt nog een tweede bedrijf maar wanneer dat gebeurt is nog onduidelijk. Maar als het gebeurt, is Sargasso de eerste die het weet, na onszelf dan. De oorspronkelijke Laatste Dagen der Mensheid van Karl Kraus verschijnt volgend jaar bij De Harmonie in de serie Klassiek Geïllustreerd. Als alles naar wens gaat, wordt het eind volgend jaar dan ook opgevoerd door ‘t Barre Land. Tot ziens, Bindervoet & Henkes.
Proloog, scène 51
De oudstrijders dhr. Wiskerke en dhr. Brekveld, in gesprek in de gemeenschappelijke ruimte van het Koninklijk Tehuis voor Oud-militairen te Bronbeek. Dhr. Brekveld zapt de tv uit met de afstandsbediening.
Dhr. Brekveld: Ik vond de vorige spannender.
Dhr. Wiskerke: Nou ja, je kreeg toch wel een beeld van hoe de wederopbouw verloopt.
Dhr. Brekveld: Zijn we wat wijzer geworden dan?
Dhr. Wiskerke: Overste Tak citeerde voorzitter Mao: Dood er één en je maakt er 10.000 bang.
Dhr. Brekveld: That’s the spirit.
Dhr. Wiskerke. Hij had het over de Talibaan, de OMF. (meer…)
De allerlaatste dagen der mensheid (17)
Proloog, scène 49
In de fractiekamer van de christendemocraten.
Christendemocraat Van der Camp: Zoals elke keer zal ik beginnen met een bijbellezing. Lucas 2:7 lijkt me op dit moment niet zo opportuun… (hilariteit) Het zou maar valse hoop wekken en dat is gemeen!
(nog meer hilariteit) Lezen wij daarom Romeinen 13: 1-7. Daar worden we allemaal wijzer van. (geklap, geroffel en getrommel op de tafels, instemmend gemompel, overgaand in gejoel. Er worden gebakjes binnengebracht. Christendemocraat Van der Camp schraapt zijn keel.)
(changement.) (meer…)
De allerlaatste dagen der mensheid (16)
Proloog, scène 45
Een vergadering van een werkgroep van het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers, Cluster Noord-Brabant, in Den Bosch.
Voorzitter Rick: De vorige keer hebben we gekeken naar het begrip ‘schrijnendheid’ en hoe wij daar als case managers mee om dienen te gaan…
Ineke: Mag ik daar even op inhaken…
Voorzitter Rick: De rondvraag komt straks. Ik wou eerst even een korte samengeving geven van de vorige keer en bekijken wat de intercollegiale consultatie met andere collega’s van andere locaties heeft opgeleverd…
Ineke: Ja, maar…
Voorzitter Rick: …Dienaangaande hadden wij een aantal vragen voor de intervisie opgesteld.
Ineke: Daar gaat het nou net om!
Arthur: Gaan we weer. Laat die man nou even uitpraten.
Joke: Jij mag straks je zegje doen.
Cleo: Ik weet al wat dat gaat worden. Oeverloos, voornamelijk.
Ineke: Ik hou mijn mond wel. (meer…)
De allerlaatste dagen der mensheid (15)
Proloog, scène 43
Het ministerie van defensie, afdeling News Clearance, waar de nieuwsberichten van ingebedde journalisten op veiligheidsoverwegingen worden gecontroleerd.
De medewerker (tegen zichzelf): Die journalisten toch … Je kan ze niet vertrouwen … Geef je ze een vinger, nemen ze gelijk de hele hand … De ene meldt dat hij is gaan meevechten, de ander suggereert tussen de regels door dat we ondeugdelijk materieel hebben, veel te grote helmen … De vijand leest mee, hoor! … Daarmee brengen ze niet alleen zichzelf in gevaar, maar ook ons … Gehaaide kereltjes zijn het … Organiseren we daar notabene een speciale patrouille voor ze om ze een indruk te geven van ons opbouwwerk, gaan ze het over de manieren hebben waarop de bevolking niet naar de militairen toe mag komen … Beseffen ze dan niet dat ze de vijand daarmee in de hand spelen? … Die weten nu ook dat ze niet met dynamiet omgord op de fiets of de bromfiets naar ons toe moeten komen … Gaan ze allicht wat anders uitproberen … Wat lees ik daar? … ‘roepen scheldwoorden naar de militairen’? … Nee, die negatieve geluiden schrappen we … Daar maken we van ‘roepen vriendelijke dingen tegen de militairen’ … Hm, maar hoe weten onze jongens dat als ze geen tolk bij zich hebben … Ik weet het: ‘roepen vriendelijk klinkende dingen tegen de militairen’ … Goed zo … Ah, dat is een mooi accent dat de NRC-correspondent daar aanbrengt, onze jongens die speelgoed uitdelen aan tevoorschijn gekropen kindertjes… Zie je wel dat de journalisten het wel kunnen! En helemaal uit zichzelf ditmaal. Heel goed, dan zien de mensen tenminste dat wij het daar ook verdomd niet makkelijk hebben. Een onverbeterlijk volkje die Afghanen. Ondankbare graaiers! ‘Het jongetje dat het meeste weet weg te grissen, maakt stampei als de anderen op een eerlijker verdeling aandringen. Zijn gekrijs is nog te horen als de colonne weer de weg oprijdt.’ Mooi!
(changement.) (meer…)
De allerlaatste dagen der mensheid (14)
Proloog, scène 40
Op de werkkamer van de directeur van de IND wordt een voorgesprek met de advocaat gevoerd.
De directeur van de IND: Wij zijn slechts een uitvoerende organisatie in dienst van de Nederlandse overheid. Ik zie geen enkele overeenkomst met de collaborrerende politie in de Tweede Wereldoorlog en hoe die omgingen met de Joden.
Zijn advocaat: Dus ik vat het nog even beknopt en helder samen, voor mijn pleidooi: u voert slechts democratische tot stand gekomen wet- en regelgeving uit waarvoor u niet persoonlijk de verantwoordelijkheid draagt. Uw medewerkers zijn volstrekt te goeder trouw en integer en voeren hun taken zeer zorgvuldig uit. En de Nederlandse overheid is volgens u geen bezettingsmacht.
De directeur: Precies. Bij mijn weten niet. En daarom raakt het mij, de organisatie en mijn medewerkers persoonlijk. Wij voelen ons in onze eer aangetast.
De advocaat: Het… raakt… u… persoonlijk… Staat genoteerd. Volgens mij staan we heel sterk.
(changement.) (meer…)
De allerlaatste dagen der mensheid (13)
Proloog, scène 37
Aan de leestafel in café Scheltema.
De oudste NRC-abonnee: Het is een logische straf. Als je kijkt naar de ernst van de misdrijven, is het logisch dat hij de maximumstraf krijgt. Er wordt recht gedaan over datgene wat hij heeft gedaan. Het is een zwaar oordeel, maar hij heeft het er zelf naar gemaakt. Hij is onder humane condities berecht en gevangen gehouden.
De een-na-oudste NRC-abonnee: Natuurlijk verdient hij het zwaar te worden gestraft…
De oudste NRC-abonnee: Oog om oog, tand om tand. Het past bij de schrikdaden die hij wilde plegen, bij het schrikbewind dat hij wilde vestigen.
De een-na-oudste NRC-abonnee: Zeg, over wie heeft u het eigenlijk?
De oudste NRC-abonnee: Over die kwajongen…
De een-na-oudste NRC-abonnee: Saddam H…
De oudste NRC-abonnee: Nee, kom, die snotaap… Samir A.!
(changement.) (meer…)
De allerlaatste dagen der mensheid (12)
Proloog, scène 34
Op de Waddendijk bij Marrum. Aan de voet van de dijk ligt een berg jonge paarden, met de benen omhoog en de tanden ontbloot. Een tractor met grijparmen rijdt af en aan om de dieren te bergen. Op de dijk slaan twee ramptoeristen het macabere schouwspel gade, vergezeld van hun hond die wil spelen.
De eerste ramptoerist: Hadd’n ze d’r niet een kleedje overheen kunn’n legg’n of wat?
De tweede: Geen gezicht. ’t Is toch ook niet te geloov’n. Met groot materieel uitg’rukt en nog staan die beest’n tot an hun buik in de koo int waeter.
De eerste: ’t Schijnt dat die pontons tot drie keer toe aan de grond zijn gelopem…
De tweede: Kvinnet maer triest hoor. Vijftig man hebben ze dropaf stuurd en die hebben niks presteerd. Ja, ze hebbn wat van die veulentjes uutet waeter haald… De gemeente Ferwerderadiel staat er weer bantgekleurd op.
De eerste: Joa, maer, ’t leger…
De tweede: Skei toch uut, asset in Oeroeskan kan, dan kannet hier toch oôk?
(changement.) (meer…)
De allerlaatste dagen der mensheid (11)
Proloog, scène 30
In de werkkamer van de minister van Buitenlandse Zaken. Hij heeft net de telefoon neergelegd.
De minister (in zichzelf): Ach, ach… Nee, dat is verschrikkelijk…. Dat is toch werkelijk verschrikkelijk… Vreselijk, echt vreselijk… Een ramp… Een gevoelige nederlaag… Achjé, wat sneu nou weer allemaal… Potverdikke, dat gaat helemaal niet goed… Helemaal niet goed… Achejé, wat een ellende nou toch weer…Potverdikke, potverdikke… Vreselijk… Potverkaatje… Iedere per ongeluk geraakte burger levert de Taliban zo weer vijftig nieuwe sympathisanten op…
(changement.)
Proloog, scène 31
In de werkkamer van de minister van Defensie. Hij heeft net de telefoon neergelegd.
De minister (in zichzelf): Het gaat nou wel erg hard… Hard tegen hard ook… Verdomme, Henk, dat loopt helemaal uit de hand. Zo komen we nooit aan wederopbouwen toe, natuurlijk. Een ramp is het. Verdomme, verdomme. Wat een desillusie. En de bevolking van Zuid-Afghanistan staat toch al, onder dreiging van marteling en gevangenschap, onder zulke grote druk om de Taliban niet tegen te werken…
(changement.) (meer…)
De allerlaatste dagen der mensheid (10)
Proloog, scène 27
In een bijkeuken in Wijdenes. Op de keukentafel liggen vellen kopieerpapier en een ordner. Mevrouw Hooftma-Kistemaker staat gebogen over het aanrecht en herleest haar ingezonden brief aan het tijdschrift Boodschappen, een uitgave van de leden van de coöperatieve inkoopvereniging Superunie B.A.
Mevrouw Hooftma-Kistemaker: ‘Goede raad is duur’. Dat geldt echter niet voor de huishoudelijke tips in Boodschappen. Ik lees ze graag, knip ze uit en plak ze vervolgens op vellen dik kopieerpapier die ik opberg in een ordner. Datzelfde doe ik met bepaalde recepten, waarbij ik de vegetarische weer op aparte vellen plak. Drie onderwerpen dus in één ordner, waarvoor een andere oplossing zou zijn: drie plakboeken met een verschillende gekleurde kaft.
(changement.) (meer…)





