Opstand van de elite is prima, maar dan wel graag met nieuw elan
Vrij Nederland filterde uit het interview met minister Guusje ter Horst twee weken geleden een hartekreet: ‘Elite, kom in opstand!’. Mooie tactiek van het opinieblad: eerst Ter Horst naar voren schuiven met de kordate uitspraak en dan twee weken later weer die uitspraak op de cover, maar dan met een vraagteken: ‘Opstand van de elite?’ Resultaat: reactierondje ‘mensen die zich wel eens uitlaten over de stand van het land’ (zo staat het letterlijk in de intro). Tadaa: Freek de Jonge, Wim de Bie, H.J.A. Hofland, Maarten van Rossem… lees ik hier soms een Snoecks almanak uit 1988?
Het gewraakte fragment van het oorspronkelijke interview met minister Ter Horst in Vrij Nederland van 4 juli: ‘Waar ik op dit moment naar snak is dat de intellectuele elite van Nederland in opstand komt. Dat er een tegenbeweging op gang komt van mensen die zeggen: we hebben genoeg van de vergroving, de samenleving die extreem-rechts propageert is niet het Nederland waarin wij willen leven. Hun stem hoor ik te weinig.’
Wat doet Vrij Nederland twee weken later? Ze laat stemmen horen. Wim de Bie. Freek de Jonge. Ja, zij bedrijven humor, zijn schrijvers en kunstenaars. H.J.A. Hofland, absoluut een van de grootste vaderlandse journalisten van de vorige (en deze) eeuw. De tachtig gepasseerd en ook als senior een toonbeeld van scherpte. Maar moeten zij de komende vijftig jaar nog met dit volk doorbrengen? Hofland heeft vele talenten, maar de honderddertig halen zal ook hem niet lukken. Maarten van Rossem heeft altijd gelijk, maar stond hij te dringen om zijn zegje te doen of vond de redactie hem zo’n plezierige usual suspect?
Twee (Nausicaa Marbe en Marjolijn Februari) van de drie vrouwen die reageren op Ter Horsts ‘opstand’ zijn columnist van de Volkskrant. De derde, Désanne van Brederode, kennen we als columnist van Buitenhof. Van die drie is Februari’s voorstel nog het meest zinvol: ‘Niet oproepen om ergens tegen te zijn, maar juist om ergens voor te zijn’. Vrij Nederland-columnist en veelschrijver Grunberg roept nog iets komisch bedoeld: ‘Laten we ons erbij neerleggen dat Nederland Oostenrijk is zonder Alpen. Niet voor niets gaat de koninklijke familie daar zo gaarne skiën.’ Doekle Terpstra, voorzitter van de HBO-raad mag het hek sluiten.
Tot ziens in het Theater!
Een antwoord ván de elite? Op de elite? Nee, een antwoord aan Guusje Ter Horst. Allen mochten zij nu even in het vuurtje blazen of er in pissen. Het vuurtje waarvan Vrij Nederland het aanmaakblokje zelf aan Guusje Ter Horst had gegeven. Maar alle mensen die aan het woord komen in deze Vrij Nederland doen in feite niets meer dan een column schrijven die voortborduurt op een maatschappelijke discussie over ‘wat het volk wil en de politiek wil en de ruis die daarover ontstaat’. Doekle Terpstra, hoe sympathiek ook, doet gewoon een verdunde reprise van zijn artikel ‘Stop de verWildering’ uit 2007. Freek de Jonge maakt het helemaal bont door zijn stukje af te sluiten met ‘Tot ziens in het theater!’. Eh, juist.
Te makkelijk, even de rolodesk in komkommertijd openen om de vaste lijnen van de kennissen te bellen. Begin de volgende keer eens met iemand van onder de veertig (iemand anders dan je huiscolumnist Grunberg, dan). De gedachte die Ter Horst verwoordt, is namelijk helemaal niet zo gek of onsympathiek. Alleen ligt het gebrek aan aandacht voor een ander geluid echt niet aan die elite. Die is al wat langer in opstand.
Retourtjes mediapark
Ik herhaal Ter Horst: ‘Hun stem hoor ik te weinig’. Niet vreemd. De pater informaticus blijft voor de (post)babyboomers de grijze uil bij de kranten, de quasi-strenge ondervrager aan de borreltafel van de talkshow en die rechts afgedwaalde columnist. Als een valk bewaakt hij de toorts van de Firma Mening. Wellicht uit angst dat de jeugd aan de deur komt morrelen. Zelden lees, zie of hoor ik een verrassende stem. Aan die stem ligt het niet, mevrouw Ter Horst. Echt niet. Aan de boodschapper, het medium. Redacties houden van hun kalende paters (en nee, daarmee bedoel ik niet perse de eerder genoemde personen uit dit stuk). Uitgezonderd nrc next en de Pers, overigens. Gemiddelde wachttijd voor een Benjamin op de opiniepagina’s? Zolang als God de Grijze het wil, half afgebakken zuurdesem mag voor. Op pagina 2 van Het Parool denk ik altijd dat ik de koffie heb omgestoten en zich zo ongewild een Rorschshach-test vormt, maar nee, het zijn de ondoorgrondelijke wegen van Theodor Holman.
In de so called praatprogramma’s op televisie zijn het altijd dezelfde narrige betweters, is het niet als gastheer, dan als gast. Bij hoge uitzondering ontdekt men na uren redactioneel gegesel: ‘Verrek, ook Joost Zwagerman weet iets!’. Die heeft dan weer een seizoen lang retourtjes naar het mediapark in Hilversum-Noord te declareren. Maar liever beroept men zich op een oudere ponskaart, met een steeds zieliger wordende riedel.
Langzaam maar zeker ontstaat er wel degelijk een elite die daar niets meer mee heeft. Een elite die net een paar jaar klaar is met studeren, mooie dingen maakt, plannen smeedt. Een elite die genoeg heeft van het vermoeiende downward-gelul. Als we nu eens die stem vaker serieus zouden nemen in plaats van het geweeklaag van de zure (post)babyboomers, dan gaat Nederland een glansrijke toekomst tegemoet. Heus.
En over twintig, dertig jaar, worden wij dan weer uitgekotst door een nieuwe generatie met dezelfde beste bedoelingen. Gelukkig maar.

