Kan Iran zichzelf hervormen?
Dit is een gastbijdrage van Mark Thiessen: historicus en auteur van het boek “An Island of Stability” over de Islamitische revolutie van 1979.
Voor het eerst sinds de stichting van de Islamitische republiek komt het Iraanse volk massaal in opstand tegen haar leiders. Het leverde de afgelopen dagen beelden op die sterk deden denken aan de revolutie van 1979, die uiteindelijk de geestelijkheid aan de macht hielp. De meest radicale machten in de Islamitische republiek willen de protesten desnoods met geweld neerslaan. Helaas is het regime sterk genoeg om de druk tot hervorming voorlopig te weerstaan.
Alleen al de plekken waar de grote demonstraties in Teheran plaatsvinden, hebben een symbolische link met de opstand van 1979. De betogers liepen over Valiasr, de grootste straat van de stad vernoemd naar de laatste Shiitische Imam, en kwamen bij elkaar op het plein van de Revolutie en het plein van de Vrijheid. Historische plekken waar de Iraniërs dertig jaar eerder om het vertrek van de Shah schreeuwden. Dit keer eisen miljoenen dat hun verloren stem alsnog gehoord wordt. Net als dertig jaar geleden klinkt het Allahu Akbar ’s nachts van de daken van Teheran. Iraniërs laten wederom massaal hun onvrede blijken.
De afgelopen jaren is deze onvrede onder de bevolking van Iran aanzienlijk gegroeid. Na de verloren hoop op hervorming onder president Khatami, gingen velen in 2005 niet naar de stembus. Het leverde een overwinning van Achmadinejad op, die met zijn campagne gericht op economische vooruitgang en herstel van Islamitische waarden vooral onder veteranen, armen en conservatieven op veel steun kon rekenen. Achmadinejad heeft zijn beloftes nooit kunnen waarmaken. Economisch gaat het slecht met het land, en Iraniërs hebben steeds meer moeite om in hun onderhoud te voorzien. Bovendien werden handhaving van strenge Islamitische wetgeving en repressie opgevoerd. Het leven in Iran is er de afgelopen jaren niet leuker op geworden. Talloze Iraniërs wilden de fout van 2005 dan ook niet herhalen, en het land ging afgelopen vrijdag massaal naar de stembus.
Of er met de verkiezingen is geknoeid, is nog niet zeker. Achmadinejad heeft veel aanhang op het platteland en in de arbeidersklasse, al rest de vraag of dit genoeg is voor een overwinning. De grootte van de overwinning is in ieder geval ongeloofwaardig. Bovendien is de gang van zaken rondom de bekendmaking van de uitslag ronduit verdacht. Veertig miljoen stemmen waren binnen een paar uur geteld en hierbij werden geen vertegenwoordigers van oppositiekandidaten toegelaten. Daarnaast zou Achmadinejad gewonnen hebben in gebieden die duidelijk pro-Mousavi waren. Er kan redelijkerwijs worden aangenomen dat er met de uitslag is geknoeid. Dit lijkt niets minder dan een coupe door radicale groeperingen binnen het Iraanse regime.
De demonstraties van de afgelopen dagen begonnen als vreedzame protesten tegen de uitslag van de verkiezingen. Mousavi weigerde deze te accepteren, net als zijn medekandidaten Rezai en Karroubi. Zij zeggen alleen genoegen te nemen met nieuwe verkiezingen. Het regime had zich ondertussen al vierkant achter Achmadinejad geschaard, en riep iedereen op de uitslag te respecteren. Diegene die dit niet deden, werden geïntimideerd of zelfs gearresteerd.
Het geweld tegen betogers nam deze week toe. Maandag werden minimaal 7 Iraniërs gedood, en afgelopen zaterdag meer dan 19. Het geweld komt vooral van de kant van de revolutionaire garde en de Basij. De revolutionaire garde, die toeziet op de binnenlandse veiligheid en tot wie Achmadinejad zelf ook behoorde, is een van de machtigste groeperingen in Iran. Zij maken gebruik van repressie en geweld om hun zin te krijgen. Tijdens de protesten van de afgelopen dagen laat vooral de Basij-militie zich hierin niet onbetuigd. De Basij hebben verschillende universiteitscomplexen aangevallen, betogers gemolesteerd en zijn verantwoordelijk voor de dood van de 7 op maandag. De Basij hebben feitelijk carte blanche als het aankomt op het gebruiken van geweld tegen dissidente landgenoten. Hoe meer geweld er echter gebruikt wordt, hoe gevaarlijker de protesten zullen worden. De laatste dagen is te zien geweest dat demonstraties zich meer richten op vrijheid en mensenrechten en tegen het regime. Door het gewelddadige optreden verliezen de machthebbers steeds meer legitimiteit, en komt hun positie in gevaar.
Hoewel het duidelijk is dat er een machtsstrijd gaande is binnen het Iraanse regime, ligt de grootste macht nog steeds bij degenen die de mogelijkheid hebben anderen pijn te doen. Dit zijn nog steeds de hardliners onder aanvoering van Achmadinejad en geestelijk leider Khamenei. In het vrijdagsgebed van afgelopen week riep de ayatollah op tot rust, en voegde hij hieraan toe Achmadinejad te steunen. Iedereen die nog tegen de uitslag van de verkiezingen zou protesteren zou keihard worden aangepakt.
In Iran weten ze wel wat dat soort dreigementen betekenen. Eerdere opstanden tegen het regime, zoals de studentenacties in 1999, werden met zeer harde hand neergeslagen. Op hol geslagen basij kijken niet op een dode meer of minder. Bovendien kunnen gearresteerden rekenen op draconische straffen, gepaard met jarenlange fysieke en psychologische marteling in staatsgevangenis Evin. Iedereen in Iran kent het lot van studentenleiders Achmad Batebi en Akbar Mohammadi. De gevolgen van Khamenei’s oproep waren zaterdag en zondag dan ook direct zichtbaar. In de straten van Teheran was een overmacht van troepen aanwezig, en aanzienlijk minder demonstranten dan eerdere dagen. Zaterdag werden tientallen Iraniërs in de straten en steegjes van Teheran afgeslacht door “ordetroepen”, en werden honderden Iraniërs verwondt of gearresteerd. Nu het zeker is dat een gewelddadige confrontatie met de machthebbers de enige volgende stap zal zijn, blijven vanzelfsprekend veel mensen binnen.
De niet eerder vertoonde hardheid waarmee het Iraanse regime het verzet van de bevolking de afgelopen dagen tegemoet treedt, laat zien dat het niet in staat is zichzelf te hervormen. Khamenei leidde eerder vorige week gezichtsverlies, toen de raad van hoeders aangaf toch een klein onderzoek naar de verkiezingen te willen uitvoeren. Hoewel dit normaal is bij verkiezingen, had Khamenei eerder aangegeven Achmadinejad als de absolute winnaar te zien. Zaterdag sloeg Khamenei terug tegen degenen die dachten dat zijn positie aan het wankelen was. Zijn grootste rivaal Rafsanjani, die aast op de positie van Khamenei en openlijk Mousavi steunt, kreeg een stevige dreun te verwerken met de arrestatie van een aantal familieleden waaronder zijn dochter. Een niet mis te verstane boodschap aan de ex-president, die een van de machtigste en rijkste mannen in Iran is en voorzitter is van twee van de belangrijkste raden in het Iraanse bestuur. Khamenei is geenszins van plan te wijken, en staat steeds meer zij aan zij met de hooligans van de republikeinse garde en basij.
Het Iraanse regime is niet van plan te hervormen, of om zich iets aan te trekken van de druk van de straat. Daarvoor staat er te veel op het spel. Door hun gewelddadige reactie op de betogingen, is het protest aan het veranderen van een reactie op de verkiezingen naar een opstand tegen de Islamitische republiek. De vraag is hoever de burgers van Iran hierin willen en kunnen doorgaan. De dreiging met geweld zal alleen maar toenemen, en de republikeinse garde en basij zijn trouwe volgelingen van hun radicale leiders. Deze groepen zullen niet zomaar wijken.
De komende dagen zullen spannend worden. Mousavi heeft al aangegeven niet te willen opgeven, en er wordt gesproken over vreedzame acties zonder directe geweldsdreiging, zoals een algehele staking. Wanneer we kijken naar de vorige revolutie, zijn er veel overeenkomsten, en is het goed om te kijken wat er daar verder gebeurde. De geschiedenis herhaalt zich nou eenmaal meer dan eens. Ook in ‘78/’79 werden betogers zeer gewelddadig aangepakt, en vielen er in eerste instantie veel doden. Deze werden herdacht na 3, 7 en 40 dagen: de Shiitische cyclus van rouw, die een ongekende revolutionaire kracht met zich meebrengt. Iedere herdenking vielen er weer nieuwe doden, die opnieuw herdacht moesten worden met nieuwe betogingen. Na de eerste gewelddadige reactie van het regime van de Shah, richtten zijn tegenstanders zich op een algehele staking die het land plat legde. Ondertussen groeide met iedere gewelddaad de afkeer van de Shah, en de steun voor de oppositie. De protesten tegen de Shah begonnen, net als nu, in eerste instantie niet als protesten ter omverwerping van het regime. Ook de Shah was inherent niet in staat zijn bewind te hervormen, zonder de controle te verliezen. Het is afwachten of deze lijn dit keer herhaald zal worden. Wat Iraniers 30 jaar geleden erdoorheen sleepte, was een ongekende drang tot verandering, een hoog incasseringsvermogen en bovenal het feit dat er nooit werd opgegeven. De komende dagen en weken gaan we zien of Iran opnieuw in staat is in opstand te komen tegen hun onrechtvaardige heersers, en veranderingen zelf af te dwingen.

