Niemand houdt van Kutjochies
Komt de massale steun voor de PVV niet vanwege de groeiende overlast door Kutjochies? Kutjochies leek me een betere term dan Rotjochies (te Pietje Bell) of Kutmarokkanen (want vraag aan het gemiddelde Kutjochie om Rabat aan te wijzen op een kaart en je bent al een bledder), laat staan een Kutmoslim. Mensen zijn graag geneigd verschillende onderbuikgevoelens aaneen te schakelen, meestal dankzij het media-infuus. Islam – Mohammed B – WTC – 9/11 – Terrorisme – Van Gogh – Wilders – Marokkanen. De waarheid is veel banaler. In ons dagelijks leven hebben we te maken met het schimmige winkelcentrum, diefstal, het getreiter in het portiek en overlast op het plein. Niks geen radicale islam.
Als we nu eens hardop zeiden dat de oorzaak van een hoop overlast in de publieke ruimte gewoon door Kutjochies komt. Of ze nu van autochtone of allochtone komaf zijn. Ik ben van mening dat we niemand tegen de schenen schoppen als we ons de komende jaren zouden richten op de Kutjochies. Radicaal? Ja. Geradicaliseerde moslims? Ik dacht niet dat Tante Bep daar iets van merkt in het winkelcentrum in Vlaardingen. Gewoon, Kutjochies.
Wie twijfelt aan de basisprincipes van de multiculturele samenleving, moet eens een kijkje nemen in ‘Prachtwijk’ De Baarsjes in Amsterdam-West. Op een zonnige dag is er op het Columbusplein een bonte mengeling van culturen zichtbaar. Kinderen en volwassenen dartelen door elkaar, met en zonder hoofddoeken, halal- en niet-halal sandwiches. Niets naargeestigs aan. Daar kan niemand zich een buil aan vallen, ook geen PVV-er. Maar buiten het zicht, op de hoeken van de minder vrolijke straten drommen de Kutjochies samen.
In de Veiligheidsmonitor van het CBS staat: ‘Inwoners voelen zich het meest onveilig op plekken waar jongeren rondhangen.’ Relschoppers en veelplegers zijn bijna altijd jonge mannen. In het Jaarrapport Integratie 2008 zijn het vooral de jongere niet-westerse vrouwen (18–34 jaar) die zich het vaakst ‘wel eens onveilig’ voelen.

De nieuwe goddelozen
De problematiek van de Kutjochies is, veronderstel ik, de grootste doorn in het oog van veel Nederlanders, maar vooral van PVV-aanhangers. Het lijkt erop alsof Wilders er ‘eindelijk’ iets van zegt. Gebruikt termen als ’straatterroristen’. Als je boven een jongerencentrum woont in een arbeiderswijk wíl je misschien diep van binnen ook wel eens dat er een tank van het leger het plein schoonveegt. Dat gevoel is helemaal niet zo gek als mensen zijn weggepest of ondergerocheld. Maar het zijn wel altijd Kutjochies. Hun moeders en zussen kijken toe, soms uit machteloosheid maar vaak ook uit argeloosheid of een gebrek aan betrokkenheid voor het leven buiten hun vier muren.
Met name Wilders’ voorstellen om jeugdcriminaliteit tegen te gaan bestaan uit tijdelijke of onmogelijke oplossingen. Hoe dan ook veroorzaakt het de hetze door altijd maar die Islam erbij te halen. Als er nu een Islamiet stilletjes in een hoekje bidt of een plaatje van moslimhippie Youssef (voorheen Cat Stevens) draait, zal niemand zich daar aan storen. Zodra een horde bontkragen op scooters een heel plein terroriseert, of op een Pinksterdag een zwembad verziekt, dán zijn de rapen gaar. En dat is terecht. Maar die Kutjochies hebben net zoveel met de Islam als met vader Abraham. Het zijn eerder de nieuwe goddelozen, die elke wet overschrijden en áls ze al hun geloof erbij halen, barsten van de hypocrisie.
Hoe dan ook: Kutjochies, welke kleur ze ook hebben, daar wil iedereen van af. Van links tot rechts. Als we kijken naar de slachtoffers van geweld is de groep met de grootste kans op slachtofferschap jongeren tussen 18 tot 25 jaar (42 procent) en de groep met de kleinste kans zijn ouderen vanaf 75 jaar (8 procent). Het is dus echt een jongerenprobleem volgens het Jaarrapport Integratie 2008. Saillant detail uit dit Jaarrapport: in vergelijking met autochtonen is het aandeel niet-westerse allochtonen met onveiligheidsgevoelens echter ook hoog in matig en vooral niet-stedelijke gebieden.


Oplossingen zijn er aan de lopende band bedacht met behulp van wollige raden en adviescommissies, ellenlange ambtenaarsstukken en andere praatgroepen. Goed, al hebben we het over Kutjochies in het algemeen: we halen ze er toch weer bij, de Marokkaanse jongens. Jurist en Forum-voorzitter Sadik Harchaoui had al snel door dat een heleboel oplossingen niet werken. In dit interview in de Pers somt hij de grootste flops op tussen de verschillende werkwijzen, maar ook de succesnummers. “Het is met afstand de belangrijkste maatregel: voorkom met alle mogelijke middelen dat de jongeren hun school zonder diploma verlaten. Want: ‘Als ze een diploma en een baan hebben reduceer je de kans dat ze in aanraking komen met de politie met vijftig procent’, weet Harchaoui. ‘Zorg voor stageplekken, zorg voor een soepele overgang van vmbo naar mbo, zorg voor goede beroepskeuzevoorlichting, zorg dat jongens die goed met hun handen zijn niet steeds in de klas hoeven te zitten.’ “
Het kabinet lijkt het voorzichtig te begrijpen, getuige het plan Grenzen stellen en perspectief bieden. Dat mag ook wel eens worden gezegd. Het klinkt misschien minder heldhaftig dan verhalen over terugsturen naar het land van herkomst en strafkampen, maar toch is het veel realistischer. Het gaat echter nog jaren duren voor dat een verbetering zal optreden.
Dat de sfeer van opgefokte tienerjongens in groepen met andere culturele achtergronden hetzelfde is, blijkt uit het plan van aanpak voor de aanwas van jonge skinheads in Winschoten gedurende 2007 en 2008: ‘Uit onderzoek blijkt dat jongeren die toetreden tot extreemrechtse groepen voordien vaak een vage xenofobe oriëntatie hadden, maar geen uitgesproken racistische opvattingen. Latente racistische opvattingen worden echter manifester en sterker naarmate de jongeren meer in de groep werden opgenomen.’
Iconen
De spijker op zijn kop. Vaak begint de oriëntatie naar ‘de zelfkant’ zwak, maar eenmaal in de groep is er geen houden meer aan. In elk geval is de gemene deler: argwaan voor de gevestigde orde en de vooringenomen, nihilistische houding. Niemand moet ons, en wij moeten niemand. Individuele gevoelens of ideeën kennen ze nauwelijks. Vraag één van hen bij de bushalte prompt naar hun toekomst en ze kijken je aan alsof je ze vraagt naar de dichtst bijzijnde klaverjasclub. Dit beeld zul je herkennen bij de meeste Kutjochies. Toch is het zaak om ook de waarde van de groep voor zo’n Kutjoch te kunnen inschatten. Er zijn talloze studies naar gedaan: de status en de hiërarchie die kennelijk zo’n aantrekkingskracht vormen.

Uiteindelijk handelen de meeste jongens in beginsel vanuit een zeer laag zelfbeeld. School vaak niet afgemaakt (of ze scoren slecht) laag geschoolde ouders die geen clue hebben wat er zich op de straat afspeelt en het ook aan de straat overlaat, waar ze worden grootgebracht met ellebogenwerk. Kortom, de identiteitsvorming is nul. Ze groeien op in een mal, een uniform. Ze zijn niet bandeloos of zonder regels in de groep, integendeel. Ze voelen continue de druk en vragen zich af of het wel in de smaak valt bij de groep.
Pas als Kutjochies hun ethiek niet meer hoeven te baseren op de mores van de straat of het recht van de sterkste in de groep, zal het langzaam tot ze doordringen dat er in hen wellicht iets schuilt als een door de maatschappij aanvaarde moraal. Zodra de overlast bij de wortel wordt aangepakt en van bovenaf vooral wordt bijgestuurd door strenge, maar positieve en doortastende vader- en broerfiguren – jongens zijn nu eenmaal erg ontvankelijk voor iconen – dan zou je die hele middenlaag van zorginitiatieven die zich nooit hebben bewezen, gewoon terzijde kunnen schuiven. Dat is geen falen van een systeem, dat is geen failliet van een heel land, dat is erachter komen dat iets gewoon niet werkt, punt. Het zal jaren duren voor zo’n aanpak werkt, en misschien dat voor elke groep Kutjochies weer een andere aanpak nodig is. Maar laten we het niet hebben over Kutmarokkanen, Turkse Boefjes, Antilliaanse bengels of Partyflock Gelkoppen. Het zijn gewoon Kutjochies, en elke laag van de bevolking, allochtoon of autochtoon, links en rechts, heeft last van ze. Het gaat erom hoe je ermee omspringt. De softe baardlullentechniek en bureaucratie bij de zorg laat ze ontsporen, maar stigmatisering en negatieve aandacht netzogoed.
Troost u: de chaos in de publieke ruimte zal altijd in enige mate aanwezig zijn. Er zijn ook nog altijd eikels op de weg die te hard rijden, bejaarden die hun hond laten kakken op het strand, lallende corspballen tijdens de intreeweek van de universiteit en gezellige confrontaties tussen voetbalploegen. Er valt nog een hoop te leren voor de mensheid. Gekken zijn er altijd. Maar met een hoop jongeren gaat het overigens prima.


