De ramp die onderwijsvernieuwing heette
Het rapport van de parlementaire onderzoekscommissie naar de vernieuwingen in het onderwijs is af. De conclusies zijn buitengewoon hard, zowel naar de verantwoordelijke ministers als naar het eigen parlement. De overheid heeft haar taak voor het borgen van kwalitatief goed onderwijs ernstig verwaarloosd.
Persoonlijk vind ik dit een interessante constatering in het rapport:
2. Het voortgezet onderwijs werd eenzijdig verantwoordelijk gemaakt voor de oplossing van maatschappelijke problemen
De aanleidingen tot onderwijsvernieuwingen in het voortgezet onderwijs, lagen vaak daarbuiten. Zo was het bestrijden van maatschappelijke kansenongelijkheid de belangrijkste drijfveer achter de middenschoolbeweging, uiteindelijk leidend tot de basisvorming. De aanleiding voor de vernieuwing van de bovenbouw van het voortgezet onderwijs lag ook voornamelijk daarbuiten, namelijk bij de uitval in het hoger onderwijs en de werkloosheid van hoogopgeleiden.
De commissie is van oordeel dat de politieke wens om het onderwijs in te schakelen bij het bestrijden van maatschappelijke problemen legitiem kan zijn. Maar er is in de afgelopen jaren te vaak eenzijdig naar het (voortgezet) onderwijs gekeken voor de oplossingen.
Ook wordt geconcludeerd dat het niet hard te bewijzen is dat de onderwijsvernieuwing tot slechter onderwijs heeft geleid, terwijl het wel zo is dat het niveau van met name rekenen, geschiedenis en taal achteruit gegaan is.
De grote vraag is nu, wat gaan we met de conclusies doen?
De aanbevelingen van het rapport geven wel wat richting, maar schitteren niet. Ze spreken ook al gelijk een van de conclusies tegen. Het is namelijk niet gewenst weer regelmatig veranderingen door te voeren, wat ze toch voorstellen.
Eén ding is zeker, er zullen geen koppen rollen.

