Architectuur 2.0 en het Antwoord op Alles of toch Niets?
Hier een crosspost van een stuk van Apostolov van Panzerfaust.org dat wij met dank overnemen. U kent hem van de serie “Afslag Apostolov” van afgelopen zomer.

Afgelopen vrijdag was het zover. Het meest besproken evenement op de Architectuuragenda van de afgelopen maand in de Doelen te Rotterdam. Architectuur 2.0 zou even antwoord kunnen geven op de vraag der vragen in de architectuur: waar moet het heen met de architectuur? Of zoals in de ondertitel gesuggereerd werd: What is the destiny of Architecture?
De groten der Nederlandse rivierklei werden opgetrommeld om eens even dit lot of noodlot van de architectuur te bespreken. Francine Houben (Mecanoo), Wiel Arets (Wiel Arets), Ben van Berkel (UNStudio), Willem-Jan Neutelings (Neutelings-Riedijk), Winy Maas (MVRDV) en Rem Koolhaas (OMA) mochten uitvechten wat dit lot nu eigenlijk was en presenteerden hun visie op de toekomst van de architectuur. Tenminste dat was de bedoeling.
Het symposium was georganiseerd door het NAi, onder leiding van Ole Bouman, die tevens moderator van de dag was, bestond uit lezingen van bovengenoemde gerenommeerde architecten, maar ook uit toespraken van Ivo Opstelten, Eelco Brinkman en Rijksbouwmeester Mels Crouwel. Tussendoor werd het werk getoond van 4 jonge Nederlandse Architecten die in minder dan 5 min hun recentste werk konden tonen en er tegelijkertijd een mini-visie op nahielden.
De dag werd geopend door Ivo Opstelten, die naar eigen zeggen de architectuur altijd een warm hart heeft toegedragen. De relatie met zijn stad Rotterdam, ook wel de eeuwige bouwput genoemd, werd gemaakt. Voordat het hele gebeuren van start was gegaan had ik Opstelten nog moederziel alleen de trap op zien sjokken, verbijsterd over het feit dat hij niet als bekende Nederlander werd herkend. Toen ik hem aankeek en zijn diep penetrerende blik mij passeerde voelde ik enkel de neiging om weg te kijken, de plaatsvervangende schaamte negerend.
De spits werd afgebeten door Francine Houben van Mecanoo architecten. Mijn vrees, en naar ik geloof die van vele anderen, werd werkelijkheid. De gevierde Nederlandse architecten zouden dit symposium aangrijpen om enkel hun werk te etaleren. Mels Crouwel (Rijksbouwmeester) noemde dit in zijn afsluitende kritiek en conclusie cynisch ‘veredelde bureaupresentaties’. Compleet humor- en schaamteloos vertelde Francine dat ze later die dag nog een opening van een gebouw van haar in Dordrecht had en later in Nijmegen. Afgezien van het feit dat ze compleet niet inging op de stelling van het symposium was deze presentatie een opsomming van werken waarvan echt iedereen het bestaan al van wist. “Oh daar had je die prijs voor gewonnen?, goh“. Nu is het zo dat het werk van Mecanoo mij nooit echt heeft kunnen boeien met als gevolg dat ik enkel wakker bleef doordat ik luttele momenten daarvoor nog een espresso of 2 naar binnen had gegooid.
Wiel Arets, deed eigenlijk hetzelfde maar op de een of andere manier een stuk frivoler en met een overtuiging zodat zelfs zijn Limburgse accent mij in eerste instantie niet opviel of irriteerde. Wat een prachtige man is dit toch, en wat een geweldige architect. Een architect zoals een architect hoort te zijn, zwart gekleed, hoornen montuur en een sympathieke uitstraling. Een architect die eigenlijk alles kan verkopen, van architectuur tot product ontwerp. Het was heel aardig om te horen dat deze man de gehele industrie reduceerde tot een tijdverdrijf. Wiel Arets over industrieel ontwerpen: “Och dat doe ik altijd in het vliegtuig even tussendoor“. En dat terwijl Arets een hele productlijn bij Alessi heeft lopen.
De man van de computer-architectuur, de man van de verstilde verkeersstromen, dé Ben van Berkel was als derde aan de beurt. In wederom een presentatie over de werkwijze van het bureau van Ben van Berkel: UN Studio, gaf van Berkel toch een aantal uitgangspunten voor de architect in het algemeen. Weliswaar gedestilleerd vanuit zijn eigen bureau, maar toch met een advies aan de rest van de architecten en architecten-to-be’s dat deze manier toch wel dé manier is. Zo verkoos hij de organisatie van een gebouw boven de vorm van een gebouw en ziet het tweede als gevolg van het eerste. Naast een kleine ergernis over de verminderde rol van de architect aan de onderhandelingstafel ten gunste van allerhande malafide bouwmanagers, viel van Ben van Berkel ook al geen wereldschokkende proclamaties te verwachten.
En toen was het de beurt aan de man die in één klap deze totnogtoe voorspelbare en weinig inspirerende dag goed maakte. Door een presentatie te geven met enkel 5 slides waar geen enkel beeld op te zien was, slechts de titels van de hoofdstukken, maakte hij gehakt van alle presentaties voor hem. Hier stond een architect die deze dag wilde aangrijpen om daadwerkelijk iets te zeggen in plaats van voor de zoveelste keer een saaie presentatie te geven over wat zijn/haar bureau zoal doet. Willem-Jan Neutelings, van het bureau Neutelings-Riedijk, rekende af met alle architecten die in hun werkzame leven denken wetenschapper, journalist of whizzkid te kunnen spelen. “..Het lijkt me dat architecten matige wetenschappers zijn.”. Architecten verschuilen zich achter allerlei andere vakgebieden om op de een of andere manier hier betekenis aan te ontlenen. Want betekenis, dat mist de architectuur van vandaag. Eindelijk iemand die het sterrengedrag van de architect als alleskunner aan de kaak stelde. Zo hekelde hij de tendens in het architectuurdebat dat enkel gaat “over megalomane projecten in exotische oorden en grootschalige voetbalstadions en musea in plaats van de problematiek van de volkshuisvesting, waaruit het echte werk voor 95 procent bestaat“. Dit noemde Neutelings de zogenaamde Bulk van de totale bouwsom. De afgelopen 20 jaar is er een groter volume neergezet dan de afgelopen 5000 jaar bij elkaar, maar het debat is nog nooit zo armoedig geweest. Jammer dat Rem nog niet gearriveerd was.
Na zulk retorisch geweld op het scherpst van de snede bleek het moeilijk voor de 5e spreker, Winy Maas van MVRDV, om hier goed op in te spelen. De lezingen zijn natuurlijk allemaal al voorbereid en niemand had waarschijnlijk rekening gehouden met het relaas van Neutelings, die hiervoor een lange staande ovatie mocht ontvangen. Winy Maas zijn beroepspraktijk is nu precies waar Neutelings aan refereerde. De van Koolhaas geleende tactiek om vuistdikke boeken te maken die wetenschap suggereren ziet men terug bij KM3 van MVRDV. Quasi-wetenschap en diagrammen esthetiek. Maar in feite doe ik hiermee de onschuldige benadering van MVRDV tekort. Elke opdracht wordt door een kunstje omgedraaid tot een idee of vorm die tot de verbeelding spreekt. De markthal op Blaak in Rotterdam en woongebouw Mirador in Madrid zijn daar goede voorbeelden van. Hier ligt dan ook eigenlijk de kracht van MVRDV, niet als cynische architectuurnazi’s maar juist als frisse sprankelende denkers die niet vastlopen in wetmatigheden. Desalniettemin geen antwoord op Willem-Jan Neutelings, misschien kan De Profeet uitkomst bieden.
Omdat Rem Koolhaas natuurlijk te laat was, kwam eerst Mels Crouwel met de ‘final thought’. In een scherp betoog analyseerde hij de lezingen van de voorgaande architecten en liet zich kritisch uit over diegene die deze dag aangrepen om hun bureau schaamteloos te promoten. Ook weer niet te kritisch eindigde hij elke bespreking met een positieve draai en wist hij zelfs Francine Houben haar poging een klein beetje recht te praten. Hij prees Neutelings dan ook om zijn moedige poging daadwerkelijk wat van deze dag te maken. Met ironie en een scherp vermogen tot snelle analyse zette hij uiteen dat de Nederlandse architectuur niet in een crisis zit, maar dat de openbare ruimte, de leegtes van de stedenbouw in een diepe crisis verkeert. De verwaarlozing en verrrommeling van de openbare ruimte die de architectuur aaneen zou moeten smeden is vandaag de dag een groter probleem dan de architectuur zelf. Ik moest grijnzen en bedacht me dat Nederland behoefte heeft aan een nieuwe Berlage. Iemand die opstaat en iedereen de mond snoert met perfectie op alle schaalniveaus. Ik wilde bijna opstaan, maar toen kwam Rem binnen.
Midden in de discussie die de afsluiting van de dag zou moeten vormen kwam Koolhaas binnenwandelen met zijn kenmerkende lange zwarte jas. “Elvis is in the building“, werd zuchtend in de zaal vastgesteld. Een interessante discussie werd onderbroken om de laatste lezing van de dag van de Vader der Moderne Architectuur te kunnen meemaken. Koolhaas hield in een tergend saai en monotoon betoog een lezing over bondgenootschappen. Hij ziet de architect als spil tussen politiek, massa, journalistiek en wetenschap. Aan de hand van verschillende bondgenootschappen die Hij en Zijn bureau sloten met verschillende partijen liet hij zien dat de architect zich niet kan afsluiten van de grotere krachten in onze wereld. Zijn bondgenootschap met Romano Prodi bijvoorbeeld heeft OMA in staat gesteld om de vormgeving voor de Europese Unie te mogen ontwerpen. Koolhaas liet het spreekgestoelte waarop Bush ongemakkelijk leunde zien dat van Zijn hand was. Koolhaas bevestigde vol trots dat dit toch wel het hoogtepunt van Zijn meer dan 30-jarige loopbaan in de architectuur was. Dat Zijn uiteindelijke ambitie hoger ligt dan die van de futiele architectuur was misschien al duidelijk, maar was nu onmiskenbaar geworden. Koolhaas = God
De afgebroken discussie werd niet meer voortgezet tot grote teleurstelling van mij en de zaal. De sterrenstatus van met name Rem werd hierdoor natuurlijk weer bevestigd en de vraag is of je Koolhaas een volgende keer zou moeten uitnodigen. Het patroon wordt voorspelbaar en inhoudelijk is het debat armoedig achtergelaten. Misschien dat ik op zoek moet gaan naar een nieuwe Profeet, Willem-Jan, kom je een keer een kopje koffie drinken?

