Voedselschaarste
Het waren steeds kleine, onopvallende berichten die de laatste weken op de telex voorbij kwamen. Maar samen geven ze toch een beeld dat wat aandacht behoeft.
Het begon een tijdje geleden al met de stijgende prijs van maïs. Mede als gevolg van de wens om biobrandstof te produceren uit deze plant (hoe inefficiënt) stijgt de vraag al enige tijd. De productie kan de vraag nog niet bijhouden en het weer werkt ook weer eens tegen. Dus krijg je hogere prijzen, in de orde grootte van 50% over het afgelopen jaar.

Toen verschenen her en der berichten over de stijgende prijs voor rijst.
De toenemende vraag, mislukte oogsten en de productie die niet zo snel meer groeit, zorgt ook hier voor prijsstijgingen.
En deze week was het tarwe dat ineens sterk in de belangstelling stond. De verwachting dat oogsten in Europa, Canada en de VS tegen zullen vallen terwijl de vraag nog steeds stijgt, zorgen ook hier voor een stijgend prijs. Mede ook doordat landen proberen nu al andere tekorten hiermee aan te vullen.
Een prijsstijging op zich bij een van de producten is natuurlijk geen ramp. Het geheel wordt toch wel wat spannender als de stijging zich voor doet voor juist deze drie producten. Maïs, rijst en tarwe zijn samen goed voor een substantieel deel van basisvoedselvoorziening van de hele wereld.
En dat geldt zowel direct (als in rijst), als indirect (brood, cornflakes, ijs) als in heel indirect (vlees).
Er zijn nogal wat factoren die meespelen aan de aanbodkant in dit verhaal.
Als eerste is er altijd de onvoorspelbaarheid van het verkeerde weer, hetgeen ook dit jaar weer een factor is. Met de vooruitzichten aangaande de klimaatverandering is de verwachting dat dit echter wereldwijd gezien alleen maar erger wordt.
Een tweede belangrijke factor is het gegeven dat de groene revolutie nu wel de meeste uithoeken van de wereld heeft bereikt. Er zit dus niet heel veel groei meer in hoeveel er per hectare land geproduceerd kan worden.
De derde factor is de hoge olieprijs. Dat heeft namelijk effect op bijvoorbeeld de prijs van kunstmest. Maar ook wordt het duurder om landbouwvoertuigen te gebruiken of spullen te transporteren.
Als laatste factor is er nog de toenemende waterschaarste. Het verbouwen van voedsel vraagt immers veel water.
En dan is er natuurlijk nog de vraagkant. Niet alleen neemt de wereldbevolking nog steeds toe, nu 6,3 miljard en in 2015 7,2 miljard. Ook de consumptie per persoon neemt toe. Ondanks de nog steeds aanwezige armoede, neemt over de hele wereld heen de welvaart toe. Meer welvaart betekent beter eten en vooral ook meer eten.
Tevens gaan we nu voedsel gebruiken als alternatieve brandstof voor onze heilige koeien. Een vraag die tot voor kort eigenlijk nauwelijks bestond.
Aangezien de voedselmarkt inmiddels globaal is, zal toenemende vraag en afnemend aanbod wereldwijd leiden tot hogere prijzen en schaarste. Een recent mooi voorbeeld daarvan is melk. En denk maar niet dat alleen Nederland er last van heeft.
Om het hele spel nog wat complexer te maken zullen bepaalde landen meer gebruik gaan maken van een strategische voorraad. Gedroogd zijn deze producten lang houdbaar en dus goed vast te houden. Waarom iets exporteren als het volgend jaar nog meer opbrengt of als de eigen bevolking het straks nodig heeft?
En last-but-not-least is er natuurlijk de speculatie. Ook handel in voedsel gaat via de beurs en is dus vatbaar voor handelaren met slechts dollar-tekens in hun ogen.
Gaat het allemaal wel meevallen, of wordt het straks een karige Kerst?
Misschien wel aardig om met de belangrijkste conclusie van de Club van Rome (1972) uit het rapport “Limits to growth” af te sluiten:
“1. If the present growth trends in world population, industrialization, pollution, food production, and resource depletion continue unchanged, the limits to growth on this planet will be reached sometime within the next one hundred years. The most probable result will be a rather sudden and uncontrollable decline in both population and industrial capacity.“

