Het liberalisme: een ideologie for all seasons
Afgelopen weekeinde heeft u hier in de serie Kamerpraat een bijdrage van Tweede Kamerlid Arend Jan Boekestijn kunnen lezen. De daarop volgende discussie beviel Boekestijn zo goed dat hij gelijk in de pen klom voor nog een bijdrage. Gezien de drukke agenda van Boekestijn had hij het verzoek om dit essay begin deze week te plaatsen zodat hij nog in staat is om op uw commentaren te reageren.
Inleiding
Politieke partijen zijn vaak wars van ideologische haarkloverij. Politici die zich met de problemen van de dag bezighouden zitten immers niet altijd te wachten op commentaar van partij-ideologen. Wouter Bos rent niet stant a pede naar zijn brievenbus als er een brief van de Jonge Socialisten wordt bezorgd. En niet iedereen in the corridors of power in de VVD staat te juichen als de JOVD pleit voor liberalisering van softdrugs.
Toch kan geen enkele politieke partij zich veroorloven haar ideologische wortels te veronachtzamen. Het draait in de politiek echt om meer dan alleen personen. Sterker nog: overdreven aandacht voor het persoonlijke in de politiek gaat onvermijdelijk ten koste van een zorgvuldige toepassing van liberale beginselen op concrete situaties. Daar waar andere -ismen de mensheid willen redden gaat het bij het liberalisme immers in de eerste plaats om de mensen zelf. In elk politiek discours waarin mensen de neiging niet kunnen onderdrukken om de ideale samenleving dichterbij te willen brengen is het liberalisme als tegengif onontbeerlijk.
Vaak wordt beweerd dat de tijd van de –ismen voorbij is. In die visie leidt de zegetocht van het liberalisme onvermijdelijk tot een ontideologisering van de politiek. Die visie is niet de mijne. Het liberalisme mag gewonnen hebben, ideologische rivalen zijn er nog volop en zij dienen te vuur en te zwaard bestreden te worden.
De ontideologisering van de politiek?
Het is stellig waar dat er een zekere mate van ontideologisering heeft plaatsgevonden in de politiek. De twee paarse kabinetten waren immers het Nederlandse antwoord op de val van de muur. Een verbond uit 1994 van vakbondsman Kok en koopman Bolkestein. De val van de muur bracht in ons land arbeid en kapitaal op één kussen. En dat twee kabinetten lang, kennelijk sliep de duivel er niet tussen.
Na het paarse tijdperk in 2002 gingen velen er vanuit dat de oude klassieke politieke tegenstellingen zouden herleven. Dat was echter niet het geval. De electorale onvrede was immers niet ingegeven door spanningen tussen arbeid en kapitaal maar een direct gevolg van een politieke moord en onvrede over immigratie en onveiligheid. Dat was iets nieuws.
Ook verloor de oude tegenstelling tussen arbeid en kapitaal nog meer aan relevantie. Nu de kleine aandeelhouders als paddestoelen uit de grond opkwamen, leden niet alleen de rijke renteniers met een sigaar onder een beurskrach. Het was trouwens al lang geen sinecure om in ons land een echte arbeider te traceren. En de gedachte dat zijn belangen altijd strijdig zou zijn met het grootkapitaal boette in aan overtuigingskracht nu zo veel prerogatieven van de vroegere elite waren gedemocratiseerd. De tijd dat alleen de elite in de winter de latten onderbond was reeds lang voorbij.
Voorts zette de vermarkting van de samenleving zich onherroepelijk door. De markt is de plek waar individuen in vrijheid, en dus efficiënt, zaken doen. Welvaartschepping en orde zijn het gevolg. Precies het type orde dat past bij een tijd van individualisering en democratisering waarin ongebonden deelnemers niets of niemand meer boven zich dulden bij het najagen van hun dromen. Iedereen die wel eens een beurs, markt of winkel bezoekt kan vaststellen dat de begeerte regeert. De emotionele weerzin van links tegen de markt zal overwonnen moeten worden anders wordt zij irrelevant. Een I-pod is ook in SP-kringen mateloos populair. Met andere woorden verstandig links ontideologiseert of zij gaat ten onder.
Ook de tegenstelling Staat-Markt verloor aan relevantie. Een planeconomie werkt niet, hoewel de SP dat nog niet helemaal begrepen heeft. En liberalen begrijpen tegenwoordig heel goed dat een vrije markt alleen kan functioneren binnen een door de staat afgedwongen juridische orde.
Zo bezien is er inderdaad sprake van een bepaalde mate van ontideologisering van de politiek. Betekent dit nu dat er geen ideologische rivalen meer bestaan voor het zegevierende liberalisme? Was het maar waar. Zij bestaan nog wel degelijk.
Oude ideologische wijn uit nieuwe zakken
Het liberalisme mag dan hebben gezegevierd op de rokende puinhopen van het fascisme en later het communisme, dat betekent niet dat er vandaag de dag geen oude ideologische wijn uit nieuwe zakken wordt geserveerd. Ik zal hieronder aandacht besteden aan de anti-globaliseringsbeweging, het vakbondssocialisme van de SP, de sociaal-democratische queste naar een smartmix van sociale bescherming en liberale flexibiliteit, de christendemocratische neiging om het individu ondergeschikt aan de groep te maken, het moslimfundamentalisme en het ontspoorde nationalisme van Wilders.
1. De anti-globaliseringspraatjes van SP, Groen Links, PVDA en soms zelfs de linkervleugel van het CDA, zijn niets anders dan oude marxistische wijn in nieuwe zakken. De reden dat Afrika zo achterblijft is niet een te veel aan globalisering maar juist een te weinig. Het is mede een gevolg van een liberale doodzonde: protectionisme. Tussen Noord-Zuid als gevolg van de Europese gemeenschappelijke landbouwpolitiek en de hoge EU tarieven t.a.v. halffabrikaten en eindprodukten waardoor Ghanezen wel cacaobonen maar geen chocolade repen kunnen exporteren ook al zijn zij, wat dat laatste betreft, helaas nog niet zover. De anti-globalisten verzetten zich terecht tegen dumping van agrarische produkten op Afrikaanse markten maar hebben geen aandacht voor de torenhoge tarieven tussen Afrikaanse landen, dus Zuid-Zuid, die nog hoger zijn dan die van de EU. En dan is er ook nog een heel legertje corrupte douaneambtenaren. Zo wordt het nooit wat.
2. Het vakbondssocialisme van de SP zal ons land evenmin vooruit helpen als Frankrijk in de 20e eeuw. Het is economisch onverstandig omdat een fixatie op de belangen van werknemers onvermijdelijk leidt tot een contraproductieve loon- en prijsspiraal waar iedereen bij verliest. Juist de economisch zwakkeren betalen de rekening voor slogans als ‘Mensen noemt elkaar geen mietje, eenmaal zing je allemaal, allemaal het oude liedje, ’t is de schuld van het kapitaal’ En het is ook nog eens democratisch bedenkelijk indien een partij zich zo vereenzelvigt met een deelbelang. Politici moeten altijd het algemeen belang voor ogen houden zo hield Thorbecke ons reeds indringend voor. De SP doet dat helaas niet en toch groeit hun achterban hoewel de interne perikelen eindelijk hun tol lijken te gaan eisen.
3. De PVDA worstelt met een smartmix van sociale bescherming en liberale flexibiliteit. Het probleem is echter dat het extreem bevorderen van gelijke kansen onvermijdelijk ten koste gaat van de vrijheid. Het individu wordt door de sociaal-democraten uiteindelijk altijd ondergeschikt gemaakt aan de groep. Er is niets op tegen om marktimperfecties te bestrijden met beleid. Er is ook niets tegen om bepaalde segmenten van de samenleving te beschermen tegen de tucht van de markt. Cultuur met een grote C gaat ten onder zonder overheidssteun. De overheid mag zich ook inzetten om gelijke kansen te bevorderen maar daar zijn wel grenzen aan. Sociaal-democraten bewijzen keer op keer dat zij de nadelen van etatistische oplossingen veronachtzamen en dat zij liberalen nodig hebben om hen voor fouten te behoeden.
De PVDA worstelt ook met de talentvollen. Een vitale samenleving koestert echter haar elite. Sociaal-democraten met hun obsessieve gelijkheidsdrang hebben bijkans ons onderwijs de nek omgedraaid. Het motto Hoger Onderwijs voor velen heeft geleid tot een onderwijssysteem dat zich vooral richtte op de doorsnee student die geen enkele aandrang voelt om zich te onderscheiden. Zonder de creativiteit van een meritocratische elite kan ons land nooit een afdoend antwoord vinden op globalisering. En uiteindelijk betalen juist de economisch zwakkeren het gelag.
Natuurlijk is er een probleem met het shareholdercapitalism in de zin dat een korte termijn winstoogmerk strijdig kan zijn met lange termijn economische groei. Probleem is echter dat elke etatistische oplossing voor dit probleem het kind met het badwater weggooit. Of we het nu leuk vinden of niet, staten met shareholdercapitalism groeien sneller dan staten met beschermingsconstructies. Staten die trachten te voorkomen dat het geld stroomt naar de meest winstgevende sectoren betalen een economische prijs die uiteindelijk niet in het belang is van de zwakkeren. Overigens zou niets criticasters van shareholdercapitalism ervan hoeven te weerhouden om alternatieve deelsystemen te bedenken. Het feit dat alternatieven niet echt van de grond komen zegt minstens zoveel over hun tekortschietende animal spirits dan over de vermeende onrechtvaardigheid van de markt.
4. Het CDA van Donner en Balkenende vindt dat het individu ondergeschikt is aan de groep. Soevereiniteit in eigen kring verstikt niet alleen het afwijkende maar is ook niet geschikt voor een maatschappij die met lichtsnelheid seculariseert. En het is al helemaal geen antwoord op de integratieproblematiek. Een moslimzuil wordt echt een gevangenis van achterstand waar werkelijk niemand bij is gebaat. Balkenende lijkt dit beter te begrijpen dan Donner.
Ook de Christenunie zet een premie op individualisme en vrijzinnigheid. De enige reden waarom deze partij de verleiding weerstaat om een regressieve beweging maken t.a.v. abortus, euthanasie en homohuwelijk is de aantrekkingskracht van het regeringspluche.
5. het moslimfundamentalisme is een groene variant op de totalitaire communistische en fascistische verleiding. Net als elke andere religieuze orthodoxie achten moslimfundamentalisten hun leer superieur aan alle alternatieven en menen zij zelfs gerechtigd te zijn de aanhangers van ideologische rivalen op alle mogelijke manieren te bestrijden inclusief, in sommige gevallen, gewelddadige methoden.
6. democratie is altijd kwetsbaar voor demagogie en een ontspoord nationalisme. Wilders heeft, zoals we zullen zien, op beide punten last van weinig scrupules..
Hoe kan het liberalisme deze ideologische rivalen bestrijden?
1. De liberaal van het eerste uur Spinoza wees op het belang van scheiding van kerk en staat. Zodra een dominee het voor het zeggen krijgt, schreef hij in de 17e eeuw, kan een andere voor zijn leven vrezen. In Nederland kennen wij geen volledige scheiding van Kerk en Staat aangezien hier bijzonder onderwijs uit de staatskas wordt gefinancierd. Dat feit is voor de ware liberaal een gruwel maar nog bedenkelijker is dat in het regeerakkoord de zinsnede staat dat het kabinet zich zal beraden op de rechtspositie van ambtenaren die geen homohuwelijk willen sluiten indien er problemen ontstaan. Dit is een gevaarlijk precedent. Straks komen andere orthodoxen op het idee om nog meer ruimte te maken voor de gewetensvrijheid van fundamentalistische ambtenaren. De staat en haar vertegenwoordigers mogen zich op geen enkele manier laten chanteren door theocraten.
Spinoza kan natuurlijk ook ingezet worden tegen het moslimfundamentalisme dat immers van geen scheiding van kerk en staat wil weten. In het fundamentalistische wereldbeeld is er immers geen staat en ook geen kerk. Er is alleen de mondiale geloofsgemeenschap en haar waarden hebben voorrang. In die opvatting domineert het geloof elk onderdeel van staat en maatschappij. Die opvatting is voor een liberaal onaanvaardbaar omdat de rechtsstaat staat of valt met de bewaking van een seculiere politiek domein.
2. Het liberalisme dient altijd te blijven strijden tegen het historicisme, oftewel alle politieke theorieën die de geschiedenis, de samenleving of de mens willen vatten in 1 groot axioma, in 1 systeem. Op basis van een dergelijk axioma willen de historicisten de ideale samenleving construeren. Popper wijst deze visie af: weg met Hegel en Marx, weg met de historische noodzakelijkheid. Mensen moeten immers wijken voor de verwezenlijking van de ideale samenleving. Zij worden letterlijk instrumenten. Als de PVDA de mensheid wil redden dan verliezen zij de mensen uit het oog. Elke overspannen poging om de gelijkheid van mensen te bevorderen gaat ten koste van de vrijheid. De vrijheid moet dan wijken voor de vermeende egalitaire noodzakelijkheid.
Hegel en Marx zijn dood maar het gedachtegoed dat eraan ten grondslag ligt, is dat helaas niet:
a. In het Ontwikkelingssamenwerkingdebat zijn er nog steeds mensen die beweren dat alle problemen in Afrika een onvermijdelijk gevolg zijn van het kolonialisme, of dat globalisering onvermijdelijk alleen de belangen van het Westen dient. Die opvatting wordt vervolgens richtsnoer van protectionistisch beleid dat geen enkele hoop biedt voor de allerarmsten om zich te bevrijden van armoede. Natuurlijk, tijdelijke bescherming van zwakke nationale producenten bijvoorbeeld in Afrika tegen sterke buitenlandse is verdedigbaar maar in de praktijk blijkt het keer op keer hoe moeilijk het is om tijdelijke beschermingsconstructies te ontmantelen en dan gaat het dus mis.
b. in het klimaatdebat zijn er mensen die beweren dat mensen onvermijdelijk de aarde vernielen. Natuurlijk is de opwarming van de aarde een probleem maar we dienen wel zo dicht mogelijk bij de feiten te blijven en geen beleid te ontwikkelen op basis van dubieuze veronderstellingen. Al Gore is er helaas niet in geslaagd om zijn objectiviteit te bewaren.
c. moslimfundamentalisten willen net als Plato terug naar het oude. Plato meende dat de ziel deel heeft aan de Idee of anders gezegd aan de Waarheid. Wetten en instellingen komen voort uit de ziel en daarom mogen zij niet gewijzigd worden. De eeuwige wet weet het immers beter dan de individuele mens. Aangezien mensen, volgens Plato, zowel slecht als dom zijn kan men de staat maar beter overlaten aan de filosofen.
Moslimfundamentalisten hebben een soortgelijke redenering. Voordat Mohammed orde op zaken stelde en een ideale samenleving op basis van de koran en de sharia creëerde, was de wereld zondig en goddeloos. Helaas werd de wereld weer zondig toen Mohammed de aarde verliet. Er zit dus niets anders op om de ideale samenleving van Mohammed weer in ere te herstellen.
In beide gevallen wordt er dus een gesloten samenleving gepropageerd en de verwezenlijking ervan is zo belangrijk dat de individuele mens daarvoor zal moeten wijken. Liberalen zullen zich daar dus met hand en tand tegen moeten verzetten.
Vaak wordt beweerd dat het liberalisme een bezielend verband mist. En dat terwijl de wenkende perspectieven van de utopieën in de 20e eeuw onvoorstelbare ellende hebben aangericht. In naam van het communisme en het fascisme zijn letterlijk miljoenen mensen vermoord.
Beweren dat liberalen tegen groepsverbanden, gezinnen of verenigingen zijn is te gemakkelijk. Hoe vaak krijgen liberalen niet voor de voeten geworpen dat het liberalisme staat voor een atomistische maatschappij waar ieder mens op zijn eigen egoïstisch eiland zou leven? Veel mensen denken dat te veel vrijheid mensen stuurloos maakt. Dat mensen de groep, de staat of de natie nodig hebben om hun leven richting te geven. Die kritiek snijdt voor een deel hout maar in extremis sporen die beweringen met de denkbeelden van de profeten van de gesloten samenleving. Ze onderschatten de kracht van mensen. Ze ontkennen dat alleen vrije mensen verantwoordelijkheid kunnen dragen.
Liberalen moeten zich altijd verzetten tegen het sluipende proces dat van elke open samenleving een gesloten samenleving dreigt te maken. Popper wijst ons de weg: de kritische methode. Kritiek niet alleen toelaten maar ook bevorderen. We moeten de vrije keuze vrijwaren, het individu boven de groep plaatsen. Niet wachten op de staat maar bovenal onszelf engageren.
3. het liberalisme kan ons ook beschermen tegen een overtrokken nationalisme. Er is niets mis met nationalisme as such. Zonder natiegevoel betaalt niemand belasting en zal de integratie mislukken. Er is veel in onze geschiedenis waar we trots op mogen zijn: het vrijdenken, de tolerantie en het wetenschappelijk vernuft. Het is echter ook weer te simpel om te denken dat mensen slechts een enkelvoudige identiteit bezitten. Zo’n enge benadering leidt altijd tot segregatie. De geschiedenis leert dat de Hegeliaanse overtuiging dat mensen slechts een enkelvoudige identiteit bezitten gemakkelijk kan verworden tot de gedachte van Herder en Fichte dat de natie een Volksgemeinschaft is waarin individuen geen rechten hebben maar enkel plichten.
Als Wilders spreekt over een tsunami moslims of de grenzen wil sluiten voor Polen bedrijft hij een bedenkelijke politiek. De uitbreiding van de EU naar Oost-Europa is ook in ons politiek en economisch belang. Net zoals Minister Vogelaar te weinig oog heeft voor de theologische obstakels die moslims moeten overwinnen willen zij succesvol integreren, overdrijft Wilders. Lang niet alle moslims zijn fundamentalisten laat staan terroristen. De Koran is slechts voor een beperkte groep een license to kill. Moslims die onze rechtsstaat aanvaarden zijn hier meer dan welkom.
Wilders gaat er net als Huntington van uit dat beschavingen statisch zijn en dat daardoor een clash onvermijdelijk is. De geschiedenis leert ons echter dat beschavingen dynamisch zijn en niet aan zichzelf gelijk blijven door de tijd heen. Is het niet ironisch dat Bin Laden net als Huntington meent dat een botsing der beschavingen onvermijdelijk is? Gelukkig zijn lang niet alle moslims het met Bin Laden eens.
Het is wel waar dat Moslims grote theologische obstakels moeten overwinnen om de waarden waarop onze rechtsstaat is gebaseerd voluit te aanvaarden. De positie van de vrouw, homofielen, ongelovigen en afvalligen staat op de tocht als moslims vasthouden aan een letterlijke interpretatie van de Koran net zoals dat bij het christendom vroeger gemeengoed was. Het feit echter dat er andere interpretaties van de koran bestaan, hoe moeilijk de vertegenwoordigers van deze visie het ook hebben, biedt ons hoop voor de toekomst.
In sommige versies van het communitaristisch denken (lees het CDA) gaat men er ook vanuit dat iemands identificatie met de zijn gemeenschap de enige significante identiteit is. Dat is onjuist: onze culturele gewoontes en overtuigingen kunnen ons wel beïnvloeden maar nooit volledig determineren. Mensen hebben een meervoudige identiteit en dat is ook prima zolang de rechtsstaat maar wordt omarmd. Afhankelijk van het onderwerp identificeer je je met andere mensen, met een groep. Iemands achtergrond is nooit alles bepalend. Mensen hebben een eigen keuze. Het is niet je afkomst maar je toekomst dat bepalend is. Als dat geen liberale gedachte is dan weet ik het niet meer.
Het is onzin om te beweren dat alle moslims terroristen zijn, maar dat betekent niet dat wij onze ogen moeten sluiten voor de hardliners. Koning Hassan de II, hoe modern hij ook is in bepaalde opzichten, bedrijft wel degelijk met de Marokkaanse nationaliteit buitenlandse politiek. En sommige Turken hebben echt last van een overtrokken vorm van nationalisme alsmede van ontkenning van de schaduwzijden van hun verleden. Ook hier kan de kritische methode ons diensten bewijzen. En dan wordt de kwestie van de dubbele nationaliteit in sommige gevallen wel een serieus probleem dat een politieke stellingname vereist. Sommige moslimdenkers in ons land hebben daar meer oog voor dan de multiculturele goegemeente die niet gestoord lijken te worden door enige kennis van zaken.
Conclusie
Welbeschouwd kan ons land de grote liberale wijsheden eenvoudigweg niet missen. Mensen zijn niet ondergeschikt aan de gemeenschap, Kerk en staat dienen gescheiden te zijn, en zij die streven naar de ideale samenleving maken mensen ondergeschikt aan de verwezenlijking van de utopie. Mensen zijn in de eerste plaats vrij en kunnen alleen daarom werkelijk verantwoordelijk zijn. De invloed van de staat moet altijd beperkt worden anders gooien we het kind met het badwater weg. De staat kan mensen niet gelukkig maken. Dat kunnen mensen alleen zelf doen.
In elk denkbare regeringscoalitie zijn deze liberale wijsheden een onmisbaar tegengif tegen betutteling, utopieën, etatisme en groepsdenken. En dat is dan ook precies de reden waarom de huidige regering met liberale argusogen dient te worden gevolgd.

