Internet de opvolger van LSD
Het is een broeiend hete zondagmiddag. Ik sta in de rij voor het Whitney Museum of American Art op Madison Avenue, NYC. Achter mij staan vier meisjes met wapperende zomerjurkjes en bloemen in hun haar. Hun verschijning legitimeert het onderwerp van de tentoonstelling die ik wil bezoeken: Summer of Love, Art of the Psychedelic Era. Veertig jaar na die legendarische zomer, kleden tieners zich nog steeds naar het stijlbeeld van toen. Het is een mooie illustratie van de invloed dat het langharig tuig op de wereld heeft gehad.
Gewapend met de gratis audiotour stap ik de in oranje geschilderde zaal binnen. De psychedelische muziek die door mijn witte oordopjes klinkt, is fascinerend mooi. Jimi Hendrix, The Fugs, Janis Joplin, Santana, Country Joe & the Fish en het legendarische kwartet uit Liverpool, geniale artiesten die één ding gemeen hadden: ze putten hun inspiratie uit LSD.
De synthetische drug loopt als een rode draad door de tentoonstelling heen. Ik zie grootmoeders in een trip, kunstwerken die verbeelden dat LSD de benzine was waar hippies op draaiden, luister naar het White Album en stap ruimtes in die mijn evenwichtsorgaan danig op de proef stellen. Maar ik raak bovenal onder de indruk van de wilskracht van de hippies om op te komen voor hun idealen.
Twee vitrines zijn bezaaid met tijdschriftencovers uit die tijd. Weekbladen Time en Life waarschuwen haar enorme lezerspubliek voor de gevaren van LSD. Eén man wordt opvallend vaak genoemd: Timothy Leary.
Berucht hippie, schrijver, voorstander van LSD en wetenschapper. Hij stierf in 1996 maar wordt nog dagelijks gequoot en herdacht. Turn on (verruim je geest), tune in (sluit je aan bij de hippiebeweging), drop out (zeg de materialistische samenleving vaarwel).
Vreemd, in 1967 zou het nog 19 jaar duren voordat ik geboren werd en was mijn vader 14 summers oud. Maar toch voel ik al lopend door het Whitney een soort nostalgie naar die tijd. Naar de idealen van toen, die nu veelal gemeengoed zijn, en naar mensen als Leary. Maar van LSD blijf ik af, en de Summer of Love wordt tegenwoordig alleen nog maar door tandloze daklozen en – blijkbaar ook – pubermeisjes beleefd. Op de weblog van NRC-correspondent Freek Staps komt een oude hippie aan het woord:
„Not these days. The age today is so different. ‘Be Here Now’ was the slogan then. Now with cell phones and the Internet and all, it’s ‘Be Somewhere Else Now.”
En het internet, dat is nou juist iets waar ik zo op gesteld ben. Hoe kan ik het vreemde nostalgiegevoel toch omzetten naar iets concreets? Door weer te luisteren naar de heer Leary. Hij sprak enkele jaren voor zijn dood de volgende woorden uit:
,,Internet is the LSD of the 1990s”
Leary’s opvatting wordt steeds meer werkelijkheid. De jaren negentig liggen achter ons, maar nu lijkt het internet wel op wat LSD in de jaren zestig was. Web 2.0 wordt het genoemd, de blogosphere, een vrijplaats waar eenieder de digitale pen kan oppakken en zijn of haar belevenissen de wereld in kan schrijven. Multinationals wordt het vuur aan de schenen gelegd, de overheid wordt constant aan een kritische blik onderworpen en mensen met gelijke passies vinden elkaar. Demonstranten verenigen zich via het web en het is een schatkamer gevuld met duizenden digitale galerieën met creatieve hoogstandjes.
Net als toen staan de eerste goeroes op, mensen met een visie, die de revolutie richting geven. Al Gore is zo iemand. Nadat hij in zijn eentje een enorme milieubeweging wist op te zetten, betoogt hij nu in zijn nieuwe boek The Assault on Reason dat het internet de potentie heeft om de verdwaalde democratie in Amerika weer op het rechte spoor te krijgen.
Bloggers, reaguuders en leden van online communities zijn de nieuwe voorvechters van humane idealen. De eerste strijd dient zich volgens Gore aan. De macht van het kleine groepje internetaanbieders is gevaarlijk groot, tijd om ze massaal op het matje te roepen. Turn on (open je ogen), tune in (neem deel aan web 2.0) en drop out (bescherm de democratie die de hele wereld beïnvloedt)!




