De VVD als konijn
“Ik heb sterk de indruk dat we een brokkenpiloot binnenhalen”, aldus Commissaris van de Koningin Ed Nijpels over Rita Verdonk. Partijvoorzitter Jan van Zanen riep meteen dat stelregel één voor iedereen moet zijn “je zegt waar je vóór bent en niet waar je tegen bent”, maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat er op de VVD-burelen enige paniek is uitgebroken nu Mark Rutte moeite lijkt te hebben de retoriek van Verdonk te pareren.
Inmiddels loopt Rutte al twee weken lang te proberen Verdonk een inhoudelijke discussie in te trekken, maar erg succesvol is hij daar nog niet in. Integendeel: Verdonk glibbert langs elke inhoudelijkheid en debiteert alleen haar slogans, al dan niet tegen een achtergrond van fanclubachtige taferelen van wel erg on-VVD’s “Rita, Rita” roepende aanhangers.
In het debat van vanavond meende ze een beloofde belastingverlaging van ruim 600 miljoen af te kunnen doen als “dubbeltjes en kwartjes”, toen haar werd gevraagd waar ze dat vandaan dacht te halen. Rutte probeerde daar profijt uit te trekken, maar slaagde daar toch niet echt in. Dat is natuurlijk ook niet zo gek, want slogans liggen per definitie beter dan een inhoudelijk verhaal. Meest opmerkelijk was wel dat Verdonk als antwoord op Ruttes poging de daadkracht van Verdonk in twijfel te trekken beweerde dat ze uitging van haar eigen kracht en anderen niet wilde beschadigen. Daarmee beschuldigde ze Rutte van wat ze zelf het duidelijkst en het hardst deed bij haar presentatie op de Bouw-RAI. Het toont de ware aard van Verdonk: ze gebruikt de slogan die haar uitkomt, ook al spreekt ze zichzelf tegen. Waar hebben we dat toch eerder gezien? Juist, bij Fortuyn.
Wat de VVD nog veel meer zorgen moet baren is dat Verdonk sinds de introductie op de Bouw-RAI zo nadrukkelijk de buitenstaander speelt. In feite zegt ze daarmee zich niet met de rest van de partij te identificeren. De partij is slechts het vehikel waarmee ze populistisch rechts zegt te zullen bedienen. Dat benadrukte ze nog eens door waarnemers bij de lijsttrekkersverkiezing te eisen.
Natuurlijk is Verdonk na een lange carrière als ambtenaar en drie jaar als minister zo Haags als het maar zijn kan, maar ze heeft prima door dat haar electoraat vooral zit bij de mensen die een grondige hekel hebben aan “Den Haag”. Bijkomend voordeel voor haar is dat de meesten van hen ook volstrekt niet geïnteresseerd zijn in resultaten van beleid, zodat haar gemodder als minister volstrekt langs haar potentiële kiezers heen gaat.
Logisch dus dat ze het Fortuyndraaiboek aan het herhalen is. Maar Fortuyn was niet gelieerd aan een gevestigde partij en Verdonk is dat wel. Binnen de VVD-top wordt met argusogen gekeken naar de manier waarop Verdonk zich afzet tegen de partij die haar tot minister koos. Verdonks overtuigdheid van haar eigen gelijk lijkt groter dan haar loyaliteit aan welke partij dan ook, dus haar stevig aanpakken draagt ook de nodige risico’s met zich mee.
De enige mogelijkheid om Verdonk enigszins de wind uit de zeilen te nemen was haar tegen de beter onderlegde debater Rutte in het strijdperk te laten treden. Maar ook Rutte blijkt geen vat te kunnen krijgen op Verdonk. Een inhoudelijke visie laat ze niet horen, ze strooit slechts met goed voorbereide slogans die optimisme en daadkracht uitstralen. Daarbij is ze niet te beroerd om Rutte met onverholen dédain een veeg uit de pan te geven, terwijl die – in aloude VVD-traditie – netjes wil blijven.
Rutte en zijn campagneteam lijken Verdonks aanvallen te willen pareren door ineens rechtser dan voorheen uit de hoek te komen. Dat maakt hem echter alleen maar ongeloofwaardig. Het is voor de VVD te hopen dat Rutte tijdig tot het inzicht komt dat de vuile spelletjes van Verdonk óf aan de kaak gesteld moeten worden, óf beantwoord moeten worden met even vuile spelletjes, anders zit de VVD straks met een rabiaat rechtse persoonlijkheidscultus rond Verdonk.
Tot op heden hebben de linker- en rechtervleugel van de VVD zich op liberale principes en omgangsvormen redelijk in evenwicht gehouden. Wanneer Verdonk lijsttrekker wordt zou dat nog wel eens moeilijk kunnen worden. De visie van Verdonk is immers op populisme gestoeld in plaats van op liberalisme. Wanneer zij ook nog eens de gebruikelijke omgangsvormen binnen de VVD niet wenst te hanteren, is het niet ondenkbaar dat de linkervleugel van de VVD gaat nadenken over een samenwerking met de restanten van D66.
Dat zal niet meteen gebeuren, maar Verdonk lijkt niet de persoonlijkheid te hebben om na verovering van het lijsttrekkerschap de partij aan zich te binden. Integendeel, de gebruikelijke reactie van Verdonk is een triomfalisme dat in de VVD not done is. Slaagt zij er in een goede verkiezingsuitslag te realiseren dan is dat ongetwijfeld in haar voordeel, maar het is de vraag hoeveel geduld de linkervleugel met Verdonk zal hebben als de peilingen en uitslagen tegenvallen.
De VVD staat voor een cruciale beslissing in haar bestaan, maar het bestuur vertoont voorlopig vooral het gedrag van een konijn in het licht van koplampen: stilzitten en hopen dat het vanzelf over zal gaan.

