Apenonderzoek verheldert verband armoede en overgewicht

ACHTERGROND - Lageropgeleiden zijn hebben vaker overgewicht dan hogeropgeleiden. Een proef met resusapen verklaart mogelijk waarom.

Waarom eten sommige mensen meer snacks en ongezond voedsel dan andere, wat tot overgewicht leidt? Onderzoek wijst uit dat een deel van het antwoord aanleg is: sommige mensen hebben meer moeite om zich te verweren tegen de stortvloed aan voedselverleidingen van onze westerse leefomgeving, dan andere. Tegelijk zien we dat die gevoeligheid onder aan de maatschappelijke ladder wordt uitvergroot: mensen met het laagste opleidings- en inkomensniveau zijn gemiddeld twee keer zo vaak obees vergeleken bij rijke hoogopgeleiden, blijkt uit CBS-cijfers.

Hoe dat komt, is nog maar deels duidelijk. Het is moeilijk om mensen en alles wat dagelijks hun gedrag beïnvloedt, in het wild te bestuderen. Een nieuw onderzoek met apen – jazeker – geeft een manier om het verband tussen sociaaleconomische status en obesitas beter in kaart te brengen. 

Carla Moore, een onderzoeker van Emory University, leidde het onderzoek. Haar werk kreeg afgelopen maand aandacht op BMJ blogs. Moore stelt dat er meerdere verklaringen zijn voor dikmakende omstandigheden onder aan de maatschappelijke ladder (en ze sluiten elkaar niet uit). Zo is het zeker dat calorierijk voedsel erg weinig geld kost en dus makkelijk beschikbaar is. Tegelijk is het mogelijk dat arme mensen vaker gestrest zijn dan rijke, en dus vaker grijpen naar dat goedkope ongezonde eten om zich lekker te voelen.

Moore wilde weten hoe die twee factoren precies samenhangen. De problemen die komen kijken om dat bij mensen te onderzoeken zijn talrijk. Vaak zijn de studies naar eetgedrag gebaseerd op enquêtes. De meeste mensen weten niet zo precies te vertellen wat ze de afgelopen drie weken gegeten hebben, dus vullen ze grove schattingen in die vaak niet kloppen. De onderzoekers zelf maken elkaars leven ook niet gemakkelijk: ze hanteren soms verschillende maten voor sociaaleconomische status, wat het vergelijken van zulke studies erg onbetrouwbaar maakt.

Die problemen heb je niet bij resusapen. In een dierentuin kun je onder verschillende, controleerbare omstandigheden heel precies bekijken wat de dieren eten. En belangrijker: resusapen leven in groepen met een hiërarchie. Het verschil tussen dominante en ondergeschikte apen vertoont veel overeenkomsten met de kloof in sociaaleconomische status bij mensen. De dominante apen leiden een relaxt leven, hebben altijd toegang tot de beste plekjes en doen wat ze niet laten kunnen. Ze treiteren continu de ondergeschikte apen, die daardoor niet kunnen gaan en staan waar ze willen.

Moore wilde onderzoeken  hoe stress en calorierijk voedsel het eetgedrag en het gewicht van de apen beïnvloedden. Ze verhoogde de hoeveelheid stress door de apen in een kleinere binnenplaats op te sluiten, zonder dat ze naar buiten mochten. Vooral de onderschikte resusapen, die toch al weinig leefruimte hadden, leden daar het meest onder.

Daarna voegde Moore vet- en suikerrijke kost aan de leefsituatie toe. Uit voederautomaten konden de apen zichzelf zo vaak bedienen als ze wilden. Toen bleek dat de apen met lagere status veel vaker naar de voederautomaten gingen om eten te halen. En ze aten niet een beetje meer, ze aten veel meer.

Bijzonder detail: toen Moore het dikmakende eten wegnam en verving door gezond en vezelrijk eten, bleven de apen van de onderste sociale klasse extra eten. Ze konden hun eetgewoontes niet meer loslaten.

De resultaten laten tot dusver zien dat dagelijkse stress in combinatie met makkelijk beschikbaar calorierijk voedsel een sterk recept is voor overgewicht. Met nadruk op ‘tot dusver’, want het onderzoek is met slechts tien vrouwelijke apen uitgevoerd in een periode van twee weken. Moore presenteerde de resultaten op het World Congress on Prevention of Diabetes and its Complications in Madrid en zegt het onderzoek te vervolgen met meer dieren en meer verschillende omstandigheden.

Razend interessant is het in ieder geval. Bovendien rekent dit soort onderzoek af met het heersende vooroordeel dat mensen met een lager opleidingsniveau en inkomen het aan zichzelf te danken hebben dat ze obesitas krijgen, eenvoudigweg omdat ze niet zouden snappen dat te veel eten tot obesitas leidt, of omdat dat het ze niets zou schelen. Dat is een hardnekkige mythe.

Deze post verscheen eerder op Sciencepalooza en hoort bij de blogtour van Eet mij: de psychologie van eten, dieten en te veel eten. De auteurs Asha ten Broeke en Ronald Veldhuizen laten elke dag een nieuwe post los op een ander blog. Het volledige tourschema kun je hier vinden.

  1. 2

    @1:
    Klopt maar wat belangrijker is dat ‘eigen wil’ en ‘success bepaal je zelf’ schroomlijk overschat worden in deze maatschappij.

  2. 3

    @2:
    Mee eens. Het is niet eenvoudig te ontsnappen aan je conditionering. Goede impulsbeheersing en een goed ontwikkelde frontale cortex helpen daarbij wel. En laat dat nu juist ook een grote factor zijn bij het werken aan je toekomst en het beklimmen van de maatschappelijke ladder.

    Dat stress en het gevoel je eigen leven niet in handen te hebben iemand sneller doet vluchten naar compenserend korte-termijn genot lijkt me logisch.

    Maar los van dit soort omstandigheden helpt het wel als het fundament aanwezig is om je impulsen te kunnen beheersen. Dat is een kwestie van zowel nature als nurture.

  3. 5

    Dat zag Orwell toch scherp. In Keep the Aspidistra Flying (zelfde thema als deze post) krijgt armoedzaaier Gordon Comstock (twee pond per week) plotseling tien pond (!) in handen wanneer een van zijn gedichten gepubliceerd wordt, uiteraard zette-ie dat niet op zijn spaarrekening.

    Beetje off-topic, maar toch heel erg niet: Is hier op Sargasso wel eens gerapporteerd over die bavianen van Robert Sapolsky? Verreweg het meest fascinerende en hoopgevende bavianenverhaal dat ik ooit ben tegengekomen.

  4. 8

    @7 Een niet representatief onderzoek koppelen aan niet relevante andere groep om verbanden aan te tonen die alleen in je hoofd bestaan is diederikstapelen ten voeten uit. Op basis van de verstrekte gegevens kan je met gelijke relevantie aan geponeerde stelling ook zeggen dat een hogere status leidt tot een adoniscomplex of dat je van te weinig neuken honger krijgt.