Angstcultuur

OPINIE - Sommige besturen willen alles in de hand houden. Dat leidt tot nare gevolgen voor de werknemers.

De Groningse universitair docent Eelco Runia heeft zijn baan opgezegd vanwege het ‘marktdenken’ in zijn instituut, de bureaucratie en het gebrek aan eigen ruimte voor professionals. Een van de aanleidingen was dat hij als historicus voor een zaal met louter Nederlandse studenten in het Engels les moest geven. Zijn besluit om ontslag te nemen is ‘langzaam gegroeid’, schrijft het Dagblad van het Noorden. Op de letterenfaculteit spelen volgens hem allerlei zaken. Het ergst vindt hij de ‘chronische deprofessionalisering’. ‘Er is steeds minder ruimte voor specialisering. De onderwijslast is heel hoog. Doorlopend word je onderworpen aan toetsingsmechanismen. De angst voor de visitatiecommissie op de universiteit zit heel diep.’

Het is een door velen herkende en onderschreven kritiek op de actuele situatie in onderwijsinstellingen. De controle op het werk van professionals is volledig uit de hand gelopen. En dat geldt niet alleen voor het onderwijs. Ook in de gezondheidszorg zijn vergelijkbare klachten te horen van met name hoog opgeleide professionals die alle ruimte voor een eigen, kreatieve invulling van hun taken ontnomen wordt en voortdurend worden lastiggevallen door functionarissen uit het management die hen met gedetailleerde regelgeving het leven zuur maken.

Geen commentaar

Ook het vrije woord moet het ontgelden. Runia heeft zijn ontslag middels een open brief in de NRC toegelicht. Hij kreeg veel instemming. Maar de Groningse universiteit verbood volgens Runia onmiddellijk werknemers en zelfs studenten hierover met de pers te praten zonder tussenkomst van voorlichtingsfunctionarissen. De belangen en de reputatie van het instituut gaan boven de vrijheid van meningsuiting van zijn werknemers.

Nu kan ik best begrip opbrengen voor bestuurders van instellingen die de externe communicatie namens hun instelling in de hand willen houden. Maar betekent dit dat je ook individuen het recht moet ontzeggen om op persoonlijke titel commentaar te geven?

WODC

De druk op werknemers kan heel ver gaan. In Nieuwsuur vertelde Marianne van Ooyen, voormalig onderzoeker van het WODC (onderdeel van het Ministerie van Justitie), die het gebrek aan onafhankelijkheid van het onderzoek aankaartte, dat medewerkers van dat instituut afzien van meldingen over soortgelijke zaken uit angst voor repercussies. Reden voor FNV-bestuurder Koenen om de hiërarchische cultuur bij het ministerie te bekritiseren: “Het past niet meer in deze tijd dat de professionaliteit en integriteit, die terecht van de medewerkers wordt geëist, top-down wordt aangetast. We maken ons serieus zorgen over de veiligheid van het personeel (…). Het is natuurlijk niet verwonderlijk dat er geen klachten meer komen, omdat deze duidelijk niet worden behandeld en het personeel niet serieus wordt genomen.”

Media

Het personeel wordt niet serieus genomen. Het wordt ook gewantrouwd door bestuurders die werknemers in hun uitingsvrijheid beknotten. Daarnaast denk ik dat ook de media worden gewantrouwd door besturen van instellingen als universiteiten en ministeries. Media zijn bruikbaar voor het verspreiden van het goede nieuws, bij voorkeur door de eigen communicatie-adviseurs samengesteld. Maar zodra er mogelijke smetjes in zicht komen gaan de ramen dicht. Ik vind dat dat niet kan, en zeker niet als het om publieke instellingen gaat. Overigens hebben ook particuliere bedrijven een maatschappelijke verantwoordelijkheid die openheid naar consumenten en de maatschappij als geheel vereist en werknemers in hun waarde laat.

Ik betwijfel of er wel zoveel reden is voor het wantrouwen van bestuurders in hun personeel. De meeste mensen zijn toch min of meer vanzelfspreken loyaal aan de organisatie waar ze werken. Als het goed gaat. En als het niet goed gaat is er des te meer reden om openheid van zaken te geven in plaats van meteen naar de doofpot te grijpen. Een open aanpak van problemen bevordert vooruitgang en verbetering. De doofpot laat fouten bestaan. Een angstcultuur remt werknemers en dat gaat ten koste van de organisatie als geheel.

Bedrijfscultuur is iets waarvoor de top een grote verantwoordelijkheid draagt. De top zet de toon voor de kwaliteit van de onderlinge relaties binnen het bedrijf. Ik denk dat de angstcultuur die nu bij sommige organisaties heerst een weerspiegeling is van de angst aan de top. De angst om grote woorden niet waar te kunnen maken, de angst voor reputatieverlies, de angst voor de concurrent. Deze tijd wordt gekenmerkt door een gebrek aan ontspannen bestuurders.

[Overgenomen van Free Flow of Information]

  1. 1

    ” De angst voor de visitatiecommissie op de universiteit zit heel diep”
    Ik herken dit wel, maar van de andere kant spreekt dit van een soort masochisme. Visitatiecommissies bestaan voornamelijk uit collagedocenten van andere universiteiten. De meeste hoogleraren komen er zelf wel een keer in te zitten als ze een wat langere carrière aan een Nederlandse (of Vlaamse) universiteit hebben.

    Natuurlijk is het zo dat die hoogleraren dan vooral hun kritiek (die overigens vaak te maken heeft met zaken als overbelaste docenten, grote studentengroepen en de gevolgen daarvan op de kwaliteit van een opleiding) richten op het management, maar de gevolgen van de kritiek zijn vaak voor de docenten; Dan besluit het management dat de opleiding op de schop moet (dus een curriculumherziening, bijna de ergste straf die je zowel personeel als studenten kunt aandoen), of in het ergste geval wordt een opleiding niet geheraccrediteerd en moet je als WP-er op zoek naar een andere manier om je onderwijsuren te halen.

  2. 2

    Eerlijk gezegd kom ik niet erg onder de indruk van dit verhaal. Bedrijfscultuur is maar heel beperkt een zaak van de top.
    Je moet zorgen dat mensen open met elkaar om gaan. Maar veel kun je daar niet aan doen. Niet over elkaar praten zonder dat het subject er bij is, vestig het maar als interne norm.
    Angst? Hoe ban je dat uit? Een organisatie heeft wel een beetje systeem en orde nodig, dus enig management is wel nuttig. Maar hoeveel precies? Als iedereen zich gaat bemoeien met de producenten van inhoud, gaan die muiten of staken.
    Pardon, wat zeg ik nu? Ja, ik geloof dat een klein deel van de werkers inhoud levert, een groot deel slechts controleert, stempelt en rapporteert.
    Waarom dat zo is? Misschien wel omdat een organisatie mensen zoekt, die inpasbaar zijn en aanpasbaar zijn. Rebelse buitenstaanders geven maar geduvel, waarover je verantwoording moet afleggen aan toezichthouder en commissaris.
    Ben je tegen angstcultuur? Ik geloof het wel. Het is geen visie waar ik van opkijk.

  3. 3

    @2: Het begint volgens mij wel degelijk bij de top. Ik citeer:

    De noodzaak daartoe moet gedeeld worden door alle leidinggevenden, het MT voorop. Zien ze die noodzaak? Immers ze moeten stevig in hun schoenen staan voor de volgende stappen met hun mensen. Houd de verantwoordelijkheid vervolgens waar hij thuishoort; bij de leidinggevenden en de professionals in de uitvoering. Een goed geprofileerde balans tussen sturing vanuit de top en zelforganisatie van de medewerkers is de essentie.

  4. 4

    @2: “Bedrijfscultuur is maar heel beperkt een zaak van de top.”
    Allicht speelt middle management ook een rol, maar een angstcultuur wordt wel degelijk altijd top-down over een organisatie gelegd. Vaak is die ook op te lossen, simpelweg door de hoogste managementlaag van de organisatie (of het onderdeel waar die cultuur heerst) te vervangen. De onderliggende meelopers draaien dan als bladeren aan een boom, nu er niet meer met een angstregime gecollaboreerd hoeft te worden.

  5. 5

    Het was/is gewoonlijk dat een leidinggevende het werk van de laag onder zich kan uitvoeren, en het werk van de laag daaronder begrijpt.

    Sinds een jaar of 15-20 begint er echter de opvatting te heersen dan een manager geen inhoudelijke kennis meer behoeft te hebben. Hij moet kunnen managen. Zie hier het resultaat.

    Een manager kan tegenwoordig niet vanuit gezond verstand beoordelen of men goed bezig is, dus heeft die een controle instrument nodig. Combineer dat met de drang naar efficiëntie (niet effectiviteit!!) en er wordt een enorme moloch gecreëerd. Iedereen ziet het, maar het proces wordt leidend, en niemand is meer in staat het te wijzigen. met alle frustraties tot gevolg.

  6. 9

    Laat ik voorop stellen dat ik voor veel wat Runia zegt sympathie heb. Maar toch. Dan klik ik door naar het artikel in het Dagblad van het Noorden en dan lees ik:

    Het ‘grote schrikbeeld’ noemt hij de visitatiecommissie, die de faculteiten eens in de drie jaar onder de loep neemt. Als een faculteit onvoldoende scoort kan het niet verder. ,,De angst voor de visitatiecommissie op de universiteit zit heel diep.’’

    Eerst feitelijk. Een visitatiecommissie komt niet eens in de drie jaar langs, maar eens in de zes. En die bekijkt een opleiding, geen faculteit. En als een opleiding onvoldoende is, krijgt die tijd om het niveau weer op te krikken, tenzij het echt absoluut abominabel is (en dat is bij mijn weten nog nooit gebeurd in Nederland). Zie ook http://sargasso.nl/dossiers/onderwijskwaliteit/

    Bij de stukken van Runia bekruipt me toch (weer) het gevoel dat de visitatiecommissie allerlei shit in de schoenen geschoven krijgt, die eigenlijk van het eigen management komt. Een beetje zoals ik hier al beschreef: http://sargasso.nl/kwaliteit-hoger-onderwijs-6-slecht-gedrag-belonen/

  7. 10

    Het probleem doet zich in veel sectoren in onze maatschappij voor: Onderwijs, gezondheidszorg, jeugdzorg, politie en vele andere.
    De kern van het probleem is de bestuurskunde, die gebaseerd is op technische bedrijfskunde. De wens tot procesbeheersing.
    Bij een industrieel proces is de gewenste uitkomst gepland en exact te beschrijven. Hoe een boormachine, bakfiets, frituurpan of krulspeld eruit moet zien, is tevoren bekend. En de stappen ertoe ook. Het proces is van bovenaf volledig te beheersen. De werknemers zijn de robots, die die stappen moeten uitvoeren.
    Het werkt fantastisch: Goede produkten voor een scherpe prijs.

    In de maatschappelijke dienstverlening is het proces van bovenaf nauwelijks te beheersen, omdat het resultaat niet identiek is. Er is finetuning nodig en/of cretiviteit.
    In de bestuurskunde is dit technische model sinds een jaar of 30 vreugdevol omarmt.
    Geprobeerd wordt om het proces te beheersen. Voor technische zaken (salarisadministratie, facturering enz. gaat dat ook prima).
    Maar in de kernactiviteit is het gewenste effect niet steeds hetzelfde en de tussenstappen zijn zelden altijd identiek. De managers proberen nu via steeds meer protocollen en verantwoordingsregistraties ook hier de processen te beheersen. Dit botst met de kundigheid, ervaring en creativiteit van professionals. De situatie loopt in het honderd.
    De oplossing van de managers/bestuurders is: Meer protocollering en em meer verantwoordingsregistraties.

    Er zijn inmiddels genoeg slimme lieden, die hiervoor waarschuwden, b.v. Willem Mastenbroek en Jaap Peters.
    Maar de ellende duurt voort en lijkt toe te nemen.

  8. 11

    “Het personeel wordt niet serieus genomen.”
    Je zou natuurlijk ook kunnen besluiten je zelf serieus te nemen, je vak goed uit te oefenen en je keren tegen parafencultuur, toezichthouders en managers.
    Waarom gebeurt dat niet? misschien omdat zo’n houding onaangepastheid oplevert en de orde verstoort. Dus zulke mensen selecteren we liever niet.
    Het probleem is niet dat criteria van goed werk/product ontbreken. Iedereen die zijn vak verstaat, weet wanneer er geklungeld wordt en wat er niet deugt. Maar verbetering wordt door de heersende managers zelden op prijs gesteld.

  9. 12

    Deze tijd wordt gekenmerkt door een gebrek aan ontspannen bestuurders.

    Deze tijd wordt gekenmerkt door een overschot aan bestuurders. Ze hebben niks nuttigs te doen en gaan dan lopen klieren. In de private sector gaan bedrijven die dat cultiveren vanzelf kopje onder, maar in de publieke sector worden zulke disfunctionerende systemen met belastinggeld overeind gehouden.

  10. 13

    @12: Valt dat hard tegen. Ook in de private sector zie je vriendendiensten, een soms absurde excel-mentaliteit (alles moet in KPI’s en dus in grafieken weer te geven zijn) en ondanks dat je zou denken dat dit tot het kopje onder gaan van firma’s zou leiden gebeurt dat in de praktijk dus nauwelijks.

  11. 14

    @10:

    De wens tot procesbeheersing.
    Bij een industrieel proces is de gewenste uitkomst gepland en exact te beschrijven. Hoe een boormachine, bakfiets, frituurpan of krulspeld eruit moet zien, is tevoren bekend. En de stappen ertoe ook. Het proces is van bovenaf volledig te beheersen. De werknemers zijn de robots, die die stappen moeten uitvoeren.
    Het werkt fantastisch: Goede produkten voor een scherpe prijs.

    zelfs in die firma’s zie je dat dit te ver doorslaat. Dat men zaken als de klantendienst probeert vast te zetten in een industrieel proces. Bijvoorbeeld dat je 12 telefoontjes per uur moet verwerken (onafhankelijk daarvan of je de klant in die korte tijd werkelijk kon helpen).