Adolf Hitler en het christendom

LONGREAD - Het academisch ‘ eerherstel’ voor Adolf Hitler heeft inmiddels ook Nederland bereikt. Vorig jaar liet David King in zijn boek Het proces tegen Hitler zien hoe de dictator-in-spe op meesterlijke wijze de rechtszaak gebruikte als een podium om zijn ideeën ideeën een wijd verspreiding te geven, en hoe hij daarbij als oorlogsveteraan zeer succesvol een beroep deed op de conservatief-nationalistische krachten in zijn land.

In datzelfde jaar verscheen Het verboden boek van Ewout Kieft, waarin deze historicus zijn bewondering voor de heldere directheid en het cynische inzicht van Hitler niet onder stoelen of banken stak. Hitler was geen gek en Mein Kampf was niet (waarvoor het zo vaak wordt versleten) onleesbaar. Het was vooral een ‘sluw’ werk. Passages die hij eerder belachelijk vond, bleken bij herlezing ‘een stuk sluwer en efficiënter in elkaar te zitten’ dan hij had gedacht.

En nu is er dus Mijn strijd. De nieuwe vertaling van Mario Molegraaf, en van commentaar voorzien door historicus Willem Melching. Hij komt eigenlijk tot een andere conclusie. ‘Zelden,’ schrijft hij in de inleiding,

was een politicus zo openhartig over zijn bedoelingen als Adolf Hitler. Mein Kampf laat zich namelijk lezen als een blauwdruk voor het beleid van het nationaalsocialisme na de machtsovername van 1933.

Melching schrijft dat dit slechts voor één aspect niet opgaat, namelijk het feit dat Hitler in Mijn strijd een tweefrontenoorlog afwijst (want niet te winnen), terwijl Duitsland op het moment dat men de Sovjet-Unie binnenviel nog steeds in oorlog was met Groot-Brittannië.

Mijn strijd: een blauwdruk?

Daar valt een en ander op af te dingen. Ten eerste stelde de oorlog met de Britten op dat moment (voorjaar 1941) bitter weinig voor. En ten tweede had Hitler twee jaar eerder een nieuwe ‘blauwdruk’ gelanceerd voor de aanpak van de joden. Hitlers schrijft in Mijn strijd dat de joden uit Duitsland ‘verwijderd’ moesten worden. In de jaren na 1933 werd deze ‘blauwdruk’ inderdaad op allerlei manieren omgezet in daden en voorstellen, allemaal gericht op de verdrijving van de joden. Maar naarmate de nieuwe wereldoorlog dichterbij kwam, ontwikkelde hij een andere ‘blauwdruk’. Als ‘de joden’ een oorlog veroorzaken, dan zouden zij daar het meest onder leiden, zo waarschuwde hij op 30 januari 1939 in een toespraak tot de Rijksdag:

Als het internationale jodendom binnen en buiten Europa er opnieuw in slaagt om de landen in een wereldoorlog te storten, dan zal het resultaat zijn niet de bolsjewisering van de hele wereld en daarmee de overwinning van de joden, maar de vernietiging van het joodse ras in Europa.

Dat laatste stond niet in Mein Kampf of waar dan ook; dit was nieuw. Hitler zei voorafgaand aan deze waarschuwing niet voor niets dat hij ‘weer eens een profeet’ zou zijn. Vanaf dat moment was niet langer ‘verwijdering’ het doel maar moesten er plannen worden ontwikkeld voor een massamoord op ongekende, industriële schaal. Een taak die uiteindelijk uitgevoerd zou worden door Reinhard Heydrich. ‘Verwijdering’ was dus geen ‘sluwe’ omschrijving van wat in eind 1939 (toen de wereldoorlog daadwerkelijk uitbrak) beleid werd: de vernietiging van ‘het joodse ras’.

Sluw of openhartig?

Maar moeten we Mijn strijd nu omschrijven als sluw of openhartig? Of was hij dan weer het een, dan weer het ander? Een aardige testcase is wellicht het onderwerp ‘christendom’. In tegenstelling tot het lot van het jodendom was dat een gevoelig onderwerp. Hitler zocht geen aanhang onder de joden en zijn rassenleer en jodenhaat waren (zoals Melching ook constateert, en ik eerder al schreef) voor die tijd niet uitzonderlijk.

Dan lag het onderwerp ‘christendom’ een stuk gevoeliger. Hitler wilde immers een brede nationale beweging opbouwen en begreep dat een groot deel van zijn aanhang dan gelovig zou zijn. En ondertussen was men in rechts-extreme kring sterk antichristelijk. Wat zegt hij in Mijn strijd over het christendom? Wat was zijn échte, persoonlijke mening daarover? En was hij zelf in enige zin gelovig?

Zeker is dat wanneer Hitler het tijd vond om uit naam van de Duitse geschiedenis te spreken, hij graag God erbij haalde, of beter: de Voorzienigheid. Zo eindigde de uitgebreide toespraak waarin hij de Verenigde Staten de oorlog verklaarde (op 11 december 1941) met de woorden:

De heer van het heelal heeft ons de afgelopen jaren zo goed behandeld dat we dankbaar buigen voor de Voorzienigheid die ons gemaakt heeft tot leden van zulk een grootse natie. We danken hem ook omdat we eervol ingeschreven zullen worden in het eeuwige boek van de Duitse geschiedenis!

Geloofde Hitler dat een Voorzienigheid hem de taak had gegeven het Duitse volk te redden? In de Tafelgesprekken van 1941 (genotuleerd door Heinrich Heim) zijn enkele opmerkingen te vinden die Hitler in die dagen zou hebben gemaakt. Op de dag van de oorlogsverklaring zou hij hebben gezegd dat de Partij er goed aan deed om de Kerk op afstand te houden, want anders zal de Kerk claimen dat de successen van de partij het werk zijn van God. De Kerk moest aan zijn lot worden overgelaten:

Het keerpunt voor de Kerk is aangebroken. Nog een paar eeuwen en dan zal door evolutie gebeuren wat niet door revolutie gebeurt.

Twee dagen later, op 13 december, zei Hitler tegen zijn intimi:

De oorlog zal eindigen. De laatste grote uitdaging van onze tijd is dan erop toe te zien het Kerkenprobleem op te lossen. Dan zal de Duitse natie helemaal veilig zijn. Ik geef niks om geloofszaken maar ik accepteer het ook niet dat een paap zich met aardse zaken bemoeit. In mijn jeugd stond ik op het standpunt: dynamiet! Pas later zag ik in dat men zoiets niet eenvoudig kan oplossen. Het moet afvallen als een afstervend lichaamsdeel.

Het christendom was de Duitsers opgedrongen en was nutteloos:

Ik heb zes SS-divisies die volledig kerkenloos zijn en toch met de grootste zielenrust sterven.

Hitler verwierp het christendom als een joods verzinsel:

Christus was een Ariër. Maar Paulus heeft zijn Leer gebruikt om de onderwereld te mobiliseren en een voorbolsjewisme te organiseren. Met deze inbreuk gaat de fraaie helderheid van de Antieke wereld verloren. Wat is dat voor een God die zich alleen maar goed kan voelen wanneer de mensen zich voor hem kastijden?

De Tafelgesprekken zijn privé-toespraken die gericht waren tot een kleine kring (die zijn monologen lijdzaam moest ondergaan.) Wat Hitler dan vertelde, was niet bedoeld voor de buitenwacht. We mogen ervan uitgaan dat Hitler op zulke momenten volstrekt openhartig was.

Wat daarbij opvalt is dat Hitler niet God, of religiositeit, als het centrale probleem beschouwde, maar de georganiseerde religie. Hij sprak van het ‘kerkenprobleem’ en van soldaten die ‘kerkenloos’ de dood tegemoet gaan. De Tafelgesprekken suggereren dat Hitler géén atheïst was maar geloofde in een Voorzienigheid – een gegeven waaraan hij verder geen enkele morele of ethische consequentie verbindt. Wat hem betreft had deze Voorzienigheid ervoor gezorgd dat op aarde, tussen de volken, een keiharde strijd heerste om het bestaan die gewonnen móést worden door het superieure Arische ras.

Die Voorzienigheid, of God, was een abstract concept ‘ontdekt’ door de Ariër Christus. Maar die ontdekking was door de jood Paulus misvormd tot een dwangleer. Dat laatste idee gaat terug op het werk van Houston Stewart Chamberlain, de auteur van Die Grundlagen des XIX. Jahrhunderts. Interessant is overigens dat Hitler zich herinnerde dat hij vroeger een stuk feller tegen de Kerk was (toen dacht hij meer in termen van ‘dynamiet!’).

Hitler en de christenen

Wat dacht Hitler zo’n vijftien jaar daarvoor over het christendom, in de tijd dat hij werkte aan Mijn strijd? Klonk hij toen heel anders? Ten eerste, het onderwerp komt in het boek nauwelijks aan bod. Wat niet verwonderlijk is want God speelde in zijn ideologie geen enkele rol. Het (christelijk) geloof komt een paar keer ter sprake. En alles wijst erop dat hij toen al de opvattingen koesterde die hij later in de Tafelgesprekken etaleerde – inclusief dynamiet.

In de eerste wat langere passage over het geloof (op p. 345 van de nieuwe uitgave) wijst hij erop dat een volk niet zonder dogma’s kan:

Opmerkelijk is ook de steeds feller oplaaiende strijd tegen de dogmatische grondslagen van de afzonderlijke kerken, maar zónder is op deze wereld van mensen het bestaan van een religieus geloof in de praktijk helemaal niet denkbaar. De grote massa van een volk bestaat niet uit filosofen, en juist voor deze mensen is het geloof vaak de enige grondslag voor iets van een zedelijke wereldvisie. De diverse vervangingsmiddelen hebben wat resultaat betreft bewezen niet dermate doelmatig te zijn dat je in hen een nuttige opvolger kunt zien van de huidige religieuze belijdenissen. Maar wanneer de religieuze leer en het geloof werkelijk brede lagen moeten aanspreken, dan is het onvoorwaardelijke gezag van de inhoud van dit geloof het fundament voor elke effectiviteit.

Wat hij met ‘diverse vervangingsmiddelen’ bedoelt is niet duidelijk. Wellicht alternatieve religieuze stromingen of de wetenschap en het ‘wetenschappelijk’ marxisme. Zij waren/zijn blijkbaar niet ‘dogmatisch’ genoeg. En zonder onvoorwaardelijk gezag, zonder dogma’s, is het onmogelijk om de massa te binden. Die les komt elders in Mijn strijd heel sterk terug.

De paap moet zich niet met aardse zaken bemoeien, schold hij in 1941. Die boodschap is al in Mijn strijd te vinden. Hij gaat daarin fel tekeer tegen christelijke partijen (p. 345-346):

Dat in Duitsland voor de oorlog het religieuze leven voor velen een onaangename bijsmaak kreeg, viel toe te schrijven aan het misbruik dat van de kant van een zogenaamde ‘christelijke’ partij van het christendom werd gemaakt, en aan de schaamteloosheid waarmee men het katholieke geloof met een politieke partij probeerde gelijk te stellen. Dit onderschuiven was een ramp die een reeks nietsnutten weliswaar parlementszetels opleverde, maar de kerk schade toebracht.

Het is een oud geluid. Zowel extreemlinks als extreemrechts waren felle tegenstanders van het Roomse streven om voor katholieken aparte politieke partijen te vormen. Daarmee blokkeerde de Kerk immers hun eigen electorale doorbraak. Overigens beschouwde het Vaticaan een dergelijke medewerking aan de liberale democratie als een noodgreep. Democratie was en bleef een goddeloze liberale uitvinding. Het Vaticaan liet de christelijke partijen dan ook als een baksteen vallen zodra er met rechtse dictators (Mussolini, Franco, Hitler) een overeenkomst (concordaat) kon worden gesloten over de maatschappelijke rol van de Kerk.

Het zat Hitler dwars, die christenen in de politiek. In de volgende passage (p. 392) begint hij er weer over. Hij schrijft dat ‘de Jood’ nooit in staat zal zijn om Jezus te begrijpen en dat Jezus de joden terecht afranselde, maar ondertussen werkten christelijke politici doodleuk samen met de joden:

Zijn leven [dat van de jood, mh] is werkelijk enkel van deze wereld en zijn geest is bijvoorbeeld het ware christendom innerlijk even vreemd als zijn wezen dat tweeduizend jaar eerder de grootse stichter van de nieuwe leer zelf was. Nu maakte die geen geheim van zijn houding jegens het Joodse volk, zo nodig greep hij zelfs naar de zweep om deze tegenstanders van elk mensdom, die ook toen net als altijd in de religie slechts een middel zagen om zaken te doen, uit de tempel van de Heer te verdrijven. Daarom werd Christus natuurlijk vervolgens aan het kruis geslagen, terwijl ons huidige partijchristendom zich ertoe verlaagt bij de verkiezingen om Joodse stemmen te bedelen en later probeert met atheïstische Jodenpartijen politieke combines af te spreken, en wel tegen het eigen volksdom.

Christus bracht dus het ‘ware christendom’ (een term ontleend aan H.S. Chamberlain, die beweerde dat Christus in wezen een rassenleer had verkondigd). Maar deze ware leer was door Paulus misvormd. Dankzij de door Paulus ingebrachte dwang was de Kerk zo machtig geworden:

De grootheid van het christendom lag (…) in het onverbiddelijk fanatiek verkondigen en verdedigen van de eigen leer. (p. 443)

Ook het christendom kon (…) er niet onderuit tot het verwoesten van de heidense altaren over te gaan. Alleen uit deze fanatieke onverdraagzaamheid kon zich het apodictische geloof vormen, deze onverdraagzaamheid is er zelfs de absolute voorwaarde voor. (p. 573)

Tegelijkertijd zouden de joden ook verantwoordelijk zijn voor het uiteenvallen van de christelijke kerk. Op die manier konden ze namelijk de aandacht afleiden van hun snode plannen én hun greep op de mensheid versterken:

Het opwerpen van de ultramontaanse kwestie [de machtsstrijd tussen pais en keizer, mh] en het daaruit voortvloeiende wederzijdse gekrakeel van katholicisme en protestantisme bood, zoals de verhoudingen nu eenmaal lagen, de enige mogelijkheid de publieke aandacht op andere kwesties te richten, om de geconcentreerde bestorming van het Jodendom af te weren. Wat de mannen, die ons volk juist dit vraagstuk toesmeten, het daarmee aandeden, kunnen ze nooit meer goedmaken. Maar in elk geval heeft de Jood het gewenste doel bereikt: katholieken en protestanten voeren lekker onderling oorlog, en de doodsvijand van de Arische mensheid en het hele christendom lacht in zijn vuistje. Zoals men vroeger [in de revolutiejaren rond 1848, mh] de publieke opinie jaren achter elkaar had weten bezig te houden met de strijd tussen federalisme en unitarisme en die daarmee uit te putten, terwijl de Jood de vrijheid van de Duitse natie versjacherde en ons vaderland verried aan de internationale haute finance, zo lukt het hem nu weer de twee Duitse confessies tegen elkaar op te zetten, waarbij de grondslagen van beide door het gif van de internationale wereld-Jood worden aangevreten en ondermijnd. (p. 697)

Dynamiet

In de volgende passage ruiken we tot slot de ‘dynamiet’ waarmee Hitler de bestaande kerken wilde opblazen. De christelijke terreur (van joodse oorsprong) kon volgens Hitler alleen met terreur worden bestreden:

Het individu mag tegenwoordig met spijt vaststellen dat met het opdoemen van het christendom in de veel vrijere antieke wereld de eerste geestelijke terreur is gekomen, maar hij zal niet het feit kunnen ontkennen dat de wereld sindsdien door deze dwang gekweld en beheerst wordt, en dat je dwang alleen weer met dwang kunt breken, en terreur alleen met terreur. Pas daarna kan opbouwend een nieuwe toestand worden geschapen. (p. 574)

Daarmee hebben we alle relevante passages over het christendom in Mijn strijd wel gehad.

Geen concessies

De conclusie moet luiden dat Hitler in Mijn strijd geen enkele concessie doet richting het burgerlijke christendom van zijn tijd. De Voorzienigheid had gezorgd voor het superieure Arische ras, voor het nazisme en de wederopstanding van Duitsland. Het christendom diende zich niet te bemoeien met de politiek. Dat was bedacht door de jood Paulus; en de interne verdeeldheid van de Kerk was ook de schuld van de joden. Christus was geen zoon van God maar de verkondiger van een ‘leer’. Hij was geen jood geweest maar een Ariër. Tot slot: de Kerk had haar expansie te danken aan onverdraagzaamheid en terreur, en zou alleen door middel van terreur verwijderd kunnen worden.

Je kunt je afvragen hoe ‘hard’ iemand iets moet zeggen om gehoord te worden. Maar dit lijkt me redelijk hard. Hitler doet niet aan mitsen en maren; hij is volkomen helder en openhartig. De enige ontwikkeling die zijn denken heeft ondergaan is dat hij op een gegeven moment (wellicht onder invloed van het sterke rooms-katholieke verzet tegen het nazisme begin jaren dertig) het dynamiet inruilde voor een passieve houding.  Met de komst van het nationaalsocialisme zouden de Kerken vanzelf afsterven.

Maar als het gaat om het geloof is er in Mijn strijd niets ‘sluws’ te bekennen. Hitler had de antichristelijke passages gemakkelijk kunnen verwijderen of het leed kunnen verzachten met een onschuldig loflied op de verdiensten van het christendom. Niets van dat alles. Hij koos ervoor openhartig te zijn.

  • Adolf Hitler, Mijn strijd. Vertaling Mario Molegraaf, geannoteerd door Willem Melching. Uitgeverij Prometheus, 859 blz., 49,99 euro.

 

  1. 1

    Interessant.

    Ik moest denken aan Robespierre. Die wilde de kerk en het christendom vervangen door ook een Voorzienigheid.

    Verder vind ik mening van Hitler over kerk en christendom niet zo bijzonder , zoals ook al opgemerkt, extreem-rechts en links, wilden ook graag geen politieke invloed (roomse) kerk. En hadden ook graag dat het christendom zou uitsterven.

  2. 2

    Bijzonder, die mening van Hitler over kerk en christendom. Vooral deze uitspraak:

    Christus was een Ariër. Maar Paulus heeft zijn Leer gebruikt om de onderwereld te mobiliseren en een voorbolsjewisme te organiseren.

    Waaruit blijkt dat Hitler geen waarde hechtte aan ‘facts’ (Jezus was een jood), en, knettergek als hij was, ‘alternative facts’ propageerde (Jezus was als blanke blauwogige ariër slachtoffer van witte genocide door de linkse proto-kerk) omdat het gewoon beter in zijn straatje past. Een fenomeen dat recent weer de kop op heeft gestoken.

  3. 3

    @2

    “Jezus was als blanke blauwogige ariër slachtoffer van witte genocide door de linkse proto-kerk …. Een fenomeen dat recent weer de kop op heeft gestoken.”

    De enige connectie die anderen niet snel maakten is van Jezus een ariër maken, en de verbinding met het communisme. Alle westerse ideologieën hebben (deels) christelijke wortels, omdat de cultuur christelijk was. Niet bijzonder dus.

  4. 4

    @2: Ik heb altijd gedacht dat Jezus zelf een communist was, met zijn verachting van de monarchie, het groepje voorhoede van het proletariaat dat hij altijd bij zich had, zijn impliciete progressieve belastingideeën (denk aan de tempelgiften), zijn buitenlanderknuffelen (barmhartige Samaritaan), zijn (andermans, zal Joop meteen roepen) brood en vis verdelen en niet te vergeten uitspraken als de eersten zullen de laatsten zijn.

  5. 5

    @4.

    Allemaal interpretatie, het christendom is gevestigd op de brieven van Paulus die het verspreidde, niet zo GroenLinks achtig doen. De wereld is in het echt totaal anders. Doe eens de roze bril af!

  6. 6

    Zarathustra daarentegen was wél een Ariër, en zijn volgers predikten dat de zoon van Zarathustra uit een maagd geboren zou worden (omdat ze zou baden in een meer dat Zarathustra’s zaad bevatte en daardoor onbewust zwanger zou raken) dus als die voorspelling op Jezus sloeg zou Deze dus toch hálf Arisch zijn.

    Het zou ook meteen verklaren waarom er drie zoroastrische priesters kwamen opdraven bij de geboorte van Jezus.

    En zou Hitler dus toch hálf gelijk hebben.

    /geenmurenmaarbruggenbouwen

  7. 8

    “Jezus was als blanke blauwogige…

    Oh? Was ‘ie dat? Louter in de optiek van hen die ‘blank/ wit’ alszijnde ‘superieur’ achten, me dunkt. En een stuk of wat zwakzinnige schaapjes die sowieso al een verknipt beeld & besef hebben.

  8. 9

    Ik heb nooit zo begrepen waarom Hitler de bevolking van Duitsland (bleke huid en haren, weke kin, grote wenkbrauwen, van die starre Neanderthal-types) vereenzelvigde met het edele Indo-Iraanse ras (zwarte krullen, bruine ogen, ontwikkelde neuzen, gepigmenteerde huid, innovatieve geesten, multi-cultureel, etc.)

  9. 10

    @9.

    Hitler kopieerde ideeën. Zo bijzonder waren zijn opvattingen niet.

    Ook de Britten gebruikten de verhalen over het mythische Arische ras om er hun heerschappij over India mee te verantwoorden. Zij waren immers blank en daarmee de afstammelingen van de ‘Kaukasiërs’.

    En nog steeds actueel :

    Het raciaal denken van de negentiende eeuw echoot nog wel na in de Amerikaanse politiek correcte uitdrukking voor blank: Caucasian (‘Kaukasisch’).
    (bron: wikipedia)

  10. 11

    @10: Bij beiden quotes staan in het wiki-artikel geen bronnen of voetnoten. Ik vind het niet een bijster sterk artikel.

    De man die het begrip Kaukasiër gebruikte om Europeanen als als raciale categorie aan te duiden was Johann Friedrich Blumenbach , zo end 18de eeuw.

  11. 13

    @12: Tsja, de taak van de auteur van dat wikipedia-artikel lijkt me.Als er geen voetnoot is dan is een bewering als
    “Ook de Britten gebruikten de verhalen over het mythische Arische ras om er hun heerschappij over India mee te verantwoorden. Zij waren immers blank en daarmee de afstammelingen van de ‘Kaukasiërs’.” niets waard.
    In de Engelse variant vond ik geen enkele ondersteuning voor deze quote.

  12. 14

    Aan jou de schone taak om verdere onderbouwing te zoeken, als je je ergens aan ergert moet je er wat aan doen. ;-)

    @12 Haha, zo werkt dat natuurlijk niet. Met ‘ja, maar het staat op wikipedia’ kom je in de geschiedenisles ook niet weg. Krijg je ook een onvoldoende op je werkstuk.

    Wie stelt heeft de bewijslast. Jij voert een bewering op, dan is het aan jou om die bewering te staven, en aangezien iedere nitwit wikipedia kan aanpassen en daar beweringen kan doen die ‘ie uit z’n duim zuigt of op youtjoep heeft opgevangen, is ‘wikipedia’ als bewijsgrond niet zo’n sterke bron.

    Het is wel een handig naslagwerk om snel ergens een beeld van te krijgen en naar verdere informatie te zoeken, maar dat laatste moet je dan wel doen. Zelfs de voetnoten op wikipedia zijn nogal eens vrij dubieus, alweer: omdat iedere nitwit daar alles kan plaatsen.

  13. 15

    @14:

    “In Britain, during the second half of the nineteenth century, the most important student of India and her culture was Professor Friedrich Max Muller (1823–1900)
    […..]
    “Although he renounced the crude racialised representation of Aryans, he nevertheless viewed them as a superior people who invaded India and eventually civilised its indigenous peoples. When he next argued that the British and the modern Indian descendants of the Aryans were one and the same people by saying that the same blood ran in the veins of English soldiers ‘as in the veins of the dark Bengalees’ (Poliakov 1974: 209–10), he seemed to imply that the British, as it were, like the latter day Aryans, had come to save their brothers of old who had been under the oriental despotism of the Mughals, and that the British Empire of India was a force for the good of India (Chaudhuri 1974: 311–43). This view, in one sense, might have helped to cement the bonds between British intellectuals and highly Anglophile Hindus, as can be seen in Excerpt 4.2 below.
    The British, at home or in India, did not share Muller’s enthusiasm for Aryan brotherliness. Nevertheless, Aryanism subtly influenced British rulers’ thinking about India. They came to imbibe the notion of Aryan superiority, and they believed that superiority could be measured scientifically.”

    Burjor Avari, India: The Ancient Past: A History of the Indian Subcontinent From C. 7000 BCE to CE 1200

  14. 16

    @15: Zoals ik het lees gebruikte de Britten de Arische mythe niet zo zeer om hun eigen heerschappij in India te rechtvaardigen maar om bepaalde ,mn dominante groepen, binnen de Indiase samenleving te identificeren als zijnde raciaal superieuer en daardoor dichter bij de Britten in de rassenhierarchie.

  15. 17

    @15 Kijk aan, nu hebben we tenminste iets in handen. Al zou het wel handig zijn om de editie van zo’n boek en het paginanummer van de desbetreffende passages erbij te vermelden, want in de eerste uitgave van het boek in 2007 is deze paragraaf nog niet opgenomen; in de uitgave van 2016 zo te zien wel.

    Google boeken heeft kennelijk de e-book editie in bestand staan, zonder paginanummers. Irritant is dat.

    Verder wat Cycloop stelt. Dat is toch een wat genuanceerder plaatje dan wat Joop hierboven aanhaalt, al ligt het natuurlijk voor de hand om zo’n invasiemythe van beschavende Ariërs op zichzelf toe te passen: wij zijn de geciviliseerde Ariërs van nu die onze Arische broeders in India (de hogere kasten) te hulp komen om het land te helpen beschaven na eeuwen van onderdrukking door de Mughals.

    Alleen, je zult wel aan moeten tonen dat dit ook daadwerkelijk gepropageerd werd. Je zou dan bijv. T. Ballantyne, ‘Orientalism and race: aryanism in the British Empire’, London, Palgrave, 2002, op moeten snorren. Het lijkt er namelijk op dat Avari daar zijn kennis vandaan heeft gehaald.

    Verder ben ik niet zo onder de indruk van het boek van Avari. De man komt over als een belezen amateur, meer een onderwijzer dan een geleerde. En dat blijkt ook wel als je zijn biografie bekijkt. Hij heeft zich gespecialiseerd in het ontwerpen en uitvoeren van multicultureel onderwijs.

    De man heeft geen doctoraat in Indiase geschiedenis. Toch worden zijn boeken uitgegeven bij gerenommeerde wetenschappelijke uitgeverijen, terwijl het in feite gewoon wetenschapspopularisering betreft.

  16. 18

    Tony Ballantine’s werk ligt in het verlengde van dat van die andere figuur waar Burjor Avari aan refereert, Thomas Trautmann, dus ik denk dat de laatste hem meer heeft beïnvloed dan de eerste. Trautmann bevestigt wat Cycloop schrijft; de arische mythe werd door de orientalisten die het als eerste propageerden als een inclusief iets gezien. De verwantschap tussen Britten en Indiërs stond voor hen centraal. Door de nadruk op die verwantschap kregen de orientalisten aanvankelijk flinke kritiek van de Britse imperialisten die een harde lijn voorstonden en het verschil tussen Indiërs en Britten juist wilden benadrukken. Maar dat was alleen het geval in de periode die Trautmann indomaan noemt, een periode waarin Britse wetenschappers grote interesse in de pre-islamitische cultuur hadden en positief ten opzichte van de hindoes stonden.

    De racistische, niet-inclusieve interpretatie van de arische mythe waar Joop op doelt, ontstond volgens Trautmann in een latere periode, die hij indofoob noemt. Onder invloed van de Verlichting en ideeën als het darwinisme begonnen sommige Britse denkers het idee van verwantschap met de hindoes als naïef te beschouwen. Zij vonden dat de Indiërs helemaal niet naar hun eigen verleden moesten kijken, ze moesten Engels leren, want de Engelse cultuur was voor hen wat de Griekse voor de Engelsen was geweest. Een van die denkers was James Mill (de vader van John Stuart Mill):

    “In Mill the idea of the “scale of civilization” becomes the explicit theoretical foundation of his review of
    Hindu (and Muslim) civilization. By this he intends the idea of a staircase or progressive series of stages of development
    from rudeness, savagery or barbarism, and ignorance to order, regularity, knowledge and civilization. It is deployed as a
    framework within which India is judged to be very deficient and the Orientalists to have been lacking in judgment.” 1

    Die nieuwe orde ging gepaard met de opkomst van het wetenschappelijke racisme. Mede dankzij de orientalisten was het in de tweede helft van de 19de eeuw voor iedereen duidelijk dat de Indiërs een oeroude beschaving hadden gehad. Dat was problematisch voor de Victorianen, omdat het hen confronteerde met hun eigen raciale vooroordelen. Die vooroordelen waren volgens Trautmann ergens in de middeleeuwen ontstaan. Zwarten werden gezien als de afstammelingen van Cham, werden daardoor inferieur geacht, en konden dan ook onmogelijk een grote beschaving hebben gehad. Dit racisme was niet alleen bij westerse christenen aanwezig, maar ook bij de moslims die India eeuwen daarvoor hadden gekoloniseerd. Trautmann haalt Sa`id ibn Ahmad Andalusi aan. Die schreef in 1068:

    “The Indians, as known to all nations for many centuries, are the metal [essence] of wisdom, the source of fairness
    and objectivity. They are peoples of sublime pensiveness, universal apologues, and useful and rare inventions. In
    spite of the fact that their color is in the first stage of blackness, which puts them in the same category as the
    blacks, Allah, in His glory, did not give them the low characters, the poor manners, or the inferior principles
    associated with this group and ranked them above a large number of white and brown peoples.” 2

    Sa`id ibn Ahmad Andalusi loste het enigma van de Indiërs op door hen een soort dubbele natuur toe te kennen. De Indiërs werden volgens hem geleid door zowel Saturnus als Mercurius, waarbij de ene planeet hen hun zwarte huidskleur had gegeven, en de andere hen hun wijsheid. De Victorianen van de negentiende eeuw deden volgens Trautmann iets soortgelijks, ze kenden de Indiërs een gecorrumpeerde natuur toe. Het onderscheid dat Max Mueller aan het begin van de 19de eeuw tussen Ariërs en Dravidiërs had gemaakt, kwam daarbij centraal te staan.

    “India, thus, was the site of a Methodenstreit among Victorian Britons who were in the process of creating a “science
    of man” that concerned the respective claims of language and physique. By century’s end a deep and lasting consensus
    was reached respecting India, which I call the racial theory of Indian civilization: that India’s civilization was produced by the clash and subsequent mixture of light-skinned civilizing invaders (the Aryans) and dark-skinned barbarian aborigines (often identified as Dravidians).” 3

    Zo transformeerde de Arische mythe van een verbindend tot een puur racistisch verhaal. De schedelmeterij en andere pseudo-wetenschappelijke methoden van de 19de eeuw ondersteunden dat verhaal en verdiepten de bijbehorende raciale hierarchie. Trautmann ziet die ontwikkeling in navolging van Louis Dumont als een product van de Verlichting:

    “racial essentialism is a recent and Western phenomenon, a pathology or dark side of the Enlightenment and the egalitarian values that had been put at the center of the idea of political modernism by the French Revolution (Dumont 1966:app.). According to this view, when the belief in universal human equality replaces the hierarchical values of the old regime, ideas of inequality are banished to the (newly constituted) realm of the biological and reappear as racism.” 4

    1. Thomas R. Trautmann – Aryans and British India (2004), p.121
    2. Thomas R. Trautmann – Aryans and British India (2004), p.223
    3. Thomas R. Trautmann – Aryans and British India (2004), p.4
    4. Thomas R. Trautmann – Aryans and British India (2004), p.221

  17. 19

    @18: De Arische mythe ontstond nadat de Britten India hadden veroverd toch? Post factum dus. Heel anders dan bij Hitler die echt gemotiveerd werd door racistische ideologie in zijn plannen om in Oost-Europa ruimte te veroveren.

  18. 22

    @20 & #21: Of de eveneens in #18/Trautmann genoemde Sa’id ibn Ahmad Andalusi, blijkbaar.

    Die schreef [immers] in 1068:

    “The Indians, as known to all nations for many centuries, are the metal [essence] of wisdom, the source of fairness and objectivity. They are peoples of sublime pensiveness, universal apologues, and useful and rare inventions.
    In spite of the fact that their color is in the first stage of blackness, which puts them in the same category as the blacks, Allah, in His glory, did not give them the low characters, the poor manners, or the inferior principles associated with this group and ranked them above a large number of white and brown peoples.”

  19. 24

    Haha, dat is nou echt een ziekte van sociale media.

    Iemand stelt iets volkomen onzinnigs, zoals (ik zeg maar wat) “Hitler heeft het antisemitisme uitgevonden,” en als iemand er dan op wijst dat dit aantoonbaar niet klopt dan komt er altijd wel zo’n geval opduiken met een te grote behoefte om overal racisme te zien en een te kleine achting voor waarheid of nauwkeurigheid dat dan zegt: “Waarom verdedig je Hitler, jij fokking antisemiet?!”

    Als het aan mij lag zou ik ze allemaal in kampen zetten.

  20. 25

    @24

    Ben je je ervan bewust dat er ook een tegenhanger van die ziekte bestaat, dat minstens zo alomtegenwoordig is? Dat spiegelbeeld heet: de stropop.

    Voorbeeld: iemand stelt, met de nodige nuance, iets over een factor die in het specifieke geval van Hitlers antisemitisme een belangrijke rol heeft gespeeld. Zonder te beweren dat die factor altijd en overal een oorzaak (of de oorzaak) is van antisemitisme. En dan duikt er altijd wel iemand op die dat versimpelt tot iets onzinnigs als: “Hitler heeft het antisemitisme uitgevonden”.

  21. 26

    @23: gaat in mijn geval niet om jij-bakken (wist niet eens dat jij het had geschreven), reageerde alleen op KJH. Maar als je het toch als jij-bak wil zien: de stelligheid waarmee je iets beweert is idealiter evenredig aan de deskundigheid die je hebt.

  22. 27

    @24: Discussie gaat over de Arische mythe nav Mein Kampf boek (weliswaar een zijpad maar toch gedeeltelijk on topic),en we belanden oa bij de Cheyennes en Mauretanie. omdat idd ook buiten Europa….. En niet zo snel de deskundigheidskaart spelen

  23. 28

    @21: De Cherokees probeerden zich als zelftstandige natie te handhaven binnen de dominante Amerikaanse Westerse samenleving ; daarbij namen ze zaken als het ontwikkelen van een schrift over van de Amerikanen.

    “The Five Civilized Tribes (wo Cherokees dus) made the largest efforts of all the Native American peoples to assimilate into white society by implementing some of the practices which they saw as beneficial; adoption of slavery was one of them.[41]””

    https://en.wikipedia.org/wiki/Slavery_among_Native_Americans_in_the_United_States#Native_American_slavery_in_the_South_East

    Dus nu om slavernij van Afro-Amerikanen onder de Cherokees aan te voeren als iets niet-westers. Dat is toch niet helemaal juist.