Academisch onderwijs is gebakken lucht

GeenCommentaar heeft ruimte voor gastloggers. Ditmaal voor Anton Loonen, arts en buitengewoon hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen. Deze opinie verscheen eerder in de Volkskrant.

Universiteit (Foto:Flickr/mollyali)

De kwaliteit van de universiteit holt achteruit. Gelukkig zijn er nog buitengewoon hoogleraren. Berry Tholen heeft volkomen gelijk: De privaat betaalde prof is als een nep – Rolex. Het is mijns inziens nog veel erger: het academische onderwijs en onderzoek is meestal niet veel meer dan gebakken lucht.

Ik heb inmiddels driemaal intensief contact gehad met de academische wereld. Ik studeerde eerst farmacie aan de Universiteit van Amsterdam van 1972 tot 1978 en was eerst kandidaatsassistent en van 1975 tot 1980 wetenschappelijk medewerker.

Ik studeerde van 1991 tot 1996 geneeskunde aan de ? toen nog gewoon Katholieke ? Universiteit te Nijmegen. Sinds 2004 ben ik als ? inderdaad buitengewoon ? hoogleraar verbonden aan de Rijksuniversiteit te Groningen.

Ik heb dus wat te vergelijken en ik word daar niet vrolijk van. Het is allemaal bijzonder schools geworden. De vroegere alma mater moet zich tegenwoordig gedragen als een soort goedkope onderwijshoer, die grote aantallen studenten tot helemaal niets opleidt.

Studenten worden beschouwd als klanten en zij gedragen zich ook als gasten die vooral geamuseerd willen worden. Van de academische vorming, waarbij de studerende jongeling zelf zijn weg moet zoeken in de wetenschap en waar docenten hen inspireren om op de zelf ingeslagen weg voort te gaan, is helemaal geen sprake meer.

Integendeel, het moet de student allemaal in hapklare brokken via de half-geopende bekjes achter in de keel worden geschoven. Soms is dat zelfs niet voldoende en moet zelfs voor hen worden geslikt. Wee ons, die op onze oude dag van de stuurmanskunsten van dit soort intelligentsia afhankelijk gaan worden. Wij kunnen nu al zien aan de prestaties van het bestuurder- en ambtenarencorps in Den Haag hoe rooskleurig een dergelijk vooruitzicht is.

Ook de universitair docenten worden niet meer aangetrokken omdat zij wat te vertellen hebben. Alom bepalend is of zij voldoende geld voor onderzoek kunnen genereren. Heel belangrijk is daarbij of zij goed kunnen scoren in het volstrekt belachelijke uit de VS overgenomen systeem: de zogenaamde citation index. Inhoudelijk stelt het onderzoek meestal weinig voor en relevant is het al helemaal niet, noch wetenschappelijk, noch maatschappelijk.

Eigenlijk moeten wij blij zijn dat er ook een mogelijkheid bestaat om van buitenaf docenten te benoemen die onafhankelijk van deze armoede onderwijs kunnen bieden en onderzoek kunnen entameren. Dat biedt de mogelijkheid dat impopulaire terreinen ook wat aandacht krijgen. Bij nader inzien vind ik het helemaal niet zo erg dat Berry Tholen buitengewoon hoogleraren nep- Rolexen noemt. Die geven gewoon de tijd aan voor wat minder geld dan echte Rolexen.

Wel jammer overigens dat het zo is gegaan. Goed universitair onderwijs is eigenlijk best waardevol, denk ik.

  1. 1

    Ik ga hier waarschijnlijk wat GC-collega’s tegen de schenen schoppen, maar misschien ligt het gewoon aan het imago van en de sfeer in de geneeskunde: te veel studenten gaan voor de “witte jassen status” die overigens door sommige artsen met plezier gecultiveerd wordt, waar een deel van het vakgebied meer practisch georienteerd is en eerder een soort HBO dan een accademische opleiding op zijn plaats zou zijn.

    De ene arts*, is de andere nog niet, alleen hebben ze dat in geneeskunde-land (nog) niet door.

    *)en dus ook geneeskunde student

  2. 3

    Dat ben ik met de Eurocraat eens. Ik ben bezig met een promotie in een kleinere exacte studie en ik herken weinig van het verhaal hierboven.
    Eerder het tegenovergestelde.

  3. 4

    In de medische wereld wordt creativiteit en nonconformisme over het algemeen afgestraft.

    Dat komt gedeeltelijk door de extreem hiërarchische structuur. Hoogleraren spreek je niet tegen. Nooit. Bazen ook niet.

    Oké, ik overdrijf een beetje, maar wat ik gezien heb is dat de medische academie niet een blakend gezonde tak is.

  4. 5

    Anton praat volgens mij over 3 verschillende onderwerpen:
    1 – vorm van onderwijs
    2 – recrutering van docenten
    3 – inhoud van onderzoek.

    1-Is dat niet een logisch gevolg van het feit dat collegegeld hoger is geworden in de loop der jaren? Lijkt mij logisch dat als studenten veel moeten betalen voor hun studies, dat zij een onderwijs willen waaruit zij een finacieel rendement kunnen halen. Hoe groter het deel van de studie kosten die een individueel student moet betalen, hoe minder de vrijheid van de universiteit om zelf te bepalen hoe zij hem leren en hoe meer hij mag bepalen hoe en wat hij leert.
    Ik ben op zich geen voorstander van het feit dat een student zo veel van zijn studie moet betalen omdat ik vind dat de maatschappij een toonaangevend rol daarin moet hebben als investering voor zijn toekomst. Maar aangezien de verschuiving in financiering vind ik niet verassend dat de vorm en inhoud anders zijn geworden.

    2,3-Dat komt min of meer op hetzelfde uit. Als universiteiten hun onderzoek zelf moeten financieren, lijkt mij logisch dat zij manieren moeten vinden aan geld te komen. En dat gaat tegen de traditioneel beeld van de onderzoeker die een ‘lab rat’ is voor wie ‘social skills’ niet nodig zijn. Iemand kan niet goed in alles zijn en als mensen met betere ‘social skills’ nodig zijn, dan vind ik niet verassend dat zij minder goed zijn in het onderzoek zelf.

    Dus eigenlijk lijkt het mij een kwestie van:
    – of wij accepteren dat het niveau van het universitair onderwijs en onderzoek zich aanpassen aan de wensen van de studenten en bestuurders, respectievelijk, die ervoor moeten betalen
    – of wij accepteren dat meer belastings geld er naar toe moet gaan om iets meer voor het zeggen te hebben (‘Put your money where your mouth is!’).

  5. 6

    Het universitair onderwijs is inderdaad hard achteruit gehold en is in de meeste studies tegenwoordig weinig meer dan een HBO opleiding.

    Dat voldoet inderdaad aan de wens, die Ricardo hier zo netjes op heeft geschreven, van studenten om een financieel rendement uit hun studie te halen, waarmee hij meteen het grote probleem voor de universiteiten aan heeft gegeven. Universiteiten bestaan immers traditioneel om wetenschappelijke onderzoekers op te leiden. Die invulling is onder druk van de maatschappij steeds verder opgeschoven. Vroeger gingen de intelligente mensen, die vooral carrieregericht bezig waren, naar het HBO, omdat ze wisten, dat ze een HBO studie veel gemakkelijker te gelde konden maken dan een universitaire studie, waarbij het vaak maar de vraag was, of en wat je daar daarna mee kon doen, omdat je geen specifiek beroep had geleerd, maar had geleerd om allerlei vraagstukken op een bepaald wetenschapsterrein vooral heel erg kritisch te benaderen. Voor vele carrieregerichte HBOers was het waarschijnlijk een doorn in het oog, dat de afgestudeerde universitaire studenten toch vaak nog hoger in aanzien stonden dan de HBOers, terwijl de HBOers toch veel meer geld in het laatje brachten voor de maatschappij.

    Kort gezegd: vroeger zeiden we ´kennis is macht´. Tegenwoordig is dat vervangen door ´geld is macht´. Ook op de universiteiten. Dat de universiteiten daarmee enorm aan kwaliteit in hebben geboet, nemen we als maatschappij voor lief.

    Het lijkt mij dus een kwestie van:
    – of we accepteren dat het niveau van het universitair onderwijs en onderzoek zich aanpassen aan de domheid van de studenten en bestuurders, respectievelijk, die slechts geïnteresseerd zijn in hoe veel geld ze later met die studie kunnen verdienen;
    – of we accepteren, dat universiteiten in de eerste plaats op kennis en wetenschappelijk onderzoek gericht zijn, en geen opleidingsinstituten, waarmee je later van een goede baan verzekerd bent. Alle HBO opleidingen, die de laatste jaren tot universiteit gebombardeerd zijn, worden dan weer gewoon HBO genoemd en universitaire deelgebieden, die tot specifieke beroepen opleiden (bestuurskunde, bedrijfskunde, etc) worden vanaf dat moment genoemd naar wat ze doen: opleidingen tot een hoger beroep. Dat zijn dus alle opleidingen, waarbij het belangrijker is om exact de gangbare regeltjes uit je hoofd te leren, dan je af te vragen, of wat je leert ook werkelijk klopt.

    Met de ´ik moet mijn investering eerst wel terug kunnen verdienen´ mentaliteit zou Einstein de relativiteitstheorie nooit op hebben kunnen schrijven. Het ontwikkelen van nieuwe theorieën levert geen geld op (vaak worden de vruchten daarvan pas tientallen jaren later geplukt). of, zoals Albert dat zelf zei: “The important thing is not to stop questioning”. In een beroepsopleiding moet je juist geen vragen stellen en precies leren wat je voorgekauwd wordt.

  6. 7

    Inderdaad zijn sommige studies aan sommige universiteiten (communicatiewetenschappen aan de UvA is een berucht voorbeeld) verworden tot een soort academisch fast food, waarbij de productie van grote hoeveelheden bullen de voornaamste doelstelling is. Dat heeft veel te maken met het bekostigingssysteem van het hoger onderwijs, dat in belangrijke mate gebaseerd is op wat in ambtelijk jargon ‘outputfinanciering’ heet: hoe meer diploma’s er worden uitgespuugd, hoe meer geld. De financiële positie van het wetenschappelijk onderzoek is in zijn algemeenheid evenmin om over naar huis te schrijven, en ook daarvoor is Den Haag de hoofdverantwoordelijke. Van onderzoekers wordt meer en meer verwacht dat ze zich richten op ‘maatschappelijk relevant’ en bovenal commercieel interessant onderzoek, en hun bezigheden weten te ‘vermarkten’. Zo is voor drijfveren als wetenschappelijke nieuwsgierigheid en academische kwaliteit steeds minder ruimte.

    Maar om daarmee de volledige Nederlandse universitaire onderwijs maar af te doen als ‘gebakken lucht’ is wel erg gemakkelijk. Daarvoor draagt de auteur veel te weinig stevige argumenten aan. Zijn betoog lijkt daardoor dat van een verbitterde oude man, die meent dat vroeger alles beter was.

    Gelukkig is het zo slecht ook weer niet. Er zijn talloze universitaire studies met geïnteresseerde studenten van hoog niveau, en op verschillende vakgebieden is het Nederlandse wetenschappelijk onderzoek wereldwijd toonaangevend. Dat geldt overigens ook voor verschillende onderzoeksthema’s binnen de medische wetenschap, dus het verbaast me dat de auteur zo negatief is.

  7. 9

    Céline heeft wel wat leuks te vertellen over wetenschap. Medische wetenschap zelfs. En da’s nog vroeger ook.

    Alles zo compliceren zodat er geen beslissing meer mogelijk is, met stagnatie tot gevolg.

  8. 10

    Het % studenten dat universitair onderwijs volgt is in de jaren gigantisch gegroeit. Het is niet onlogisch dat het studentenvolk dan niet meer de paar % allerslimste vormt. De behoefte van verder opgeleiden dan vwo is gewoon te hoog om vast te houden aan de oude standaarden. OF we importeren 1 miljoen slimme Indiers.
    Overigens blijft de concurrentie na je 1ste universitaire diploma even ongenadig, het is al meer verwacht dat je er meerdere hebt tegenwoordig wil je wat te melden hebben… paniek om wat eigenlijk dus?

  9. 12

    Celine, zeer goeie schrijver. Lichtelijk antisemiet, maar als ik jood zou zijn zou ik het niet persoonlijk opvatten. De man had een zeer apart mensbeeld. Heel leuk voor een arts.

  10. 15

    Tja vind je het vreemd? Zowel universiteit als student hebben er steeds meer belang bij om zo snel mogelijk een diploma aan een student te geven. De uni krijgt immers geld per diploma en de student kreeg eerst te maken met zaken als prestatie- en tempobeurs en nu met steeds hogere collegegelden en lagere studiefinanciering (en dus meer schulden per jaar gestudeerd).

    Dan is het geen wonder dat student en uni werken aan een systeem dat zo min mogelijk vertraging inhoudt voor zoveel mogelijk studenten. Daarmee wordt de universiteit als het ware gestimuleerd in het zo hapklaar mogelijk maken van de brokken voor de student. Daar schieten dan alle wat minder meetbare zaken, waaronder academische vorming, bij in.

    De gedachte achter het bama-systeem, dant dan toch tenminste de master behouden bleef voor een hoger niveau, is ook mislukt. In de eerste plaats door de korte duur (de meeste masters duren maar 1 jaar en slechts een heel enkele meer dan 2), die ook geen ruimte biedt voor enige ontwikkeling, maar ook omdat HBO-ers massaal gebruik maken van de doorstroommogelijkheid en daarmee in feite de master een nog schoolser clientele bezorgen dan de bachelor.