Closing Time | Billy Preston & Syreeta

Syreeta is duidelijk verveeld bij haar optreden in het legendarische TV-programma TopPop, maar dat mag voor ons de pret niet drukken. Zij en Billy Preston hadden in 1980 een leuke hit in Nederland en België, “It will come in time”. Ik herinner me dat ik het liedje met een klasgenoot besprak tijdens de wiskundeles en dat mijn docent eigenlijk mee wilde kletsen maar besloot dat de lesstof van die dag toch urgenter was.

Echt bekend werd “It will come in time” niet want het nummer is in de Verenigde Staten nooit als single uitgebracht, zodat het nooit verscheen op verzamel-LPs of in de daarop geënte nachtprogrammering van de gouwe ouwe hits van de commerciële zenders.

Goed volk | Een Friese Sinterklaas

ACHTERGROND - Wie dacht dat wij op 6 december 2018 weer voor een jaar verlost waren van de goedheiligman en zijn wel of juist niet discutabele begeleiders, heeft het helaas mis. Nu zijn Friezen nogal eigenzinnig, een vaststelling die zo cliché is dat het niet of nauwelijks nog opgevat kan worden als een belediging of compliment, maar het feit dat er precies in het midden van deze provincie een dorpje ligt dat jaarlijks op 21 februari Sinterklaasavond viert, is een opvallende illustratie.

Nu ligt de zaak, zoals te verwachten, minder eenvoudig dan het op het eerste gezicht lijkt. In de eerste plaats gaat het hier om een syncretisme van twee feestdagen: de verjaardag van Sinterklaas en de naamdag van Petrus (22 februari), één van de bekendste discipelen van Jezus van Nazareth, in Nederlandstalige streken beter bekend onder de naam Sint-Pieter. Zijn feestdag wordt vanouds gezien als het begin van de lente, dus wie hier alweer vruchtbaarheidsriten ruikt, ruikt niet verkeerd. Hiernaast is deze feestdag niet alleen zuivere folklore maar deels ook ‘invented tradition’, althans in Ons Dorp. Aan het einde van de negentiende eeuw was de viering van de feestdag ingezakt en de leidster van de plaatselijke Nutsbewaarschool (kleuterschool), juf Riek Jansen (1879-1969), besloot met de nodige aanpassingen het feest rond 1900 nieuw leven in te blazen.

De Spaanse conquista en reconquista

RECENSIE - Op het eerste gezicht is het een indrukwekkend werk: De Spaanse conquista en reconquista 711 – 1492 van de Vlaamse schrijver Luc Corluy. Wel 453 pagina’s, met een uitgebreid notenapparaat, een plaatsen- en personenregister, veel kaartjes en een bibliografie. Op het tweede gezicht is het nog steeds een indrukwekkend werk. Bij eerste lezing valt onmiddellijk op dat de auteur niet alleen beschikt over een kolossale feitenkennis, maar zijn onderwerp ook breed en ruim aanpakt. Zijn eerste inhoudelijke hoofdstuk start rond 500 v.Chr. De in Spanje binnenvallende moslims laten dan nog meer dan 1000 jaar op zich wachten. “Met De Spaanse conquista en reconquista schreef Luc Corluy het eerste wetenschappelijk onderlegde boek over deze periode in het Nederlandse taalgebied”, zo meldt de flaptekst. Met zo’n aanpak over een breed front lijkt hij daar wel in geslaagd te zijn.

Tot je van iets dichterbij gaat kijken. De ondertitel acht eeuwen moeizaam samenleven tussen christenen, moslims en joden deed bij mij al een wenkbrauw rijzen. Elk samenleven van joden, christenen en moslims is nu eenmaal moeilijk, zou je nog kunnen denken, maar wie beseft dat geschiedschrijving vooral over het heden gaat, zal eerder gaan vermoeden dat in tijden van ‘minder, minder, minder’ en vuurwerkbommen op asielzoekerscentra een dergelijke ondertitel licht iets anders verraadt.

Arabisch

COLUMN - Een heel jaar lang ben ik ermee bezig geweest, in de trein op weg van en naar mijn werk: een beginnerscursus spijkerschrift. Nou ja: Akkadisch dus, dat is de taal. De spijkers zijn alleen maar het schrift. Met enige regelmaat werd ik door medereizigers aangesproken over wat ik nu aan het doen was en dat leidde altijd tot leuke gesprekken.

Sinds 24 juni 2016 doe ik hetzelfde, maar dan met Arabisch. Ik ben nu bij les 32 van de 40, dus u ziet hoe gestaag de vooruitgang is in de afgelopen bijna drie jaar. In al die tijd ben ik zegge en schrijve twee keer in gesprek geraakt met een medereiziger, in beide gevallen gehoofddoekte jongedames. Eén daarvan was zelf ook bezig, de ander was het van plan. De eerste heb ik mijn medeleven betuigd, de tweede heb ik van harte van haar plan af proberen te houden.

Kunst op Zondag | Wandeling in hout

Een wandeling in hout maakt u natuurlijk tussen bomen en struikgewas. Gezien de vitale betekenis van bossen (o.a. voor het klimaat) kan de vraag worden gesteld of houten kunst nog wel zo verantwoord is.

Het antwoord is gauw gegeven: kunstwerken waarvoor speciaal een boom of bos is gekapt komen tegenwoordig niet meer voor. Zonder gewetensnood kunnen we u dan ook vandaag door een drietal “bossen” laten wandelen. Welke ‘boswandeling’ spreekt u het meeste aan?

Om te beginnen een maatschappelijk-sociaal en ecologisch kunstproject dat Konstantin Dimopoulos sinds 2005 in 14 steden over heel de wereld, met talrijke vrijwilligers heeft uitgevoerd. Het is tijdelijke kunst, want ook al bleven de bomen staan, de kunst vervaagde. De angst te vervagen, is dat waarom sommige mensen wat tegen de natuur hebben?

Kijk naar de ‘Blauwe bomen’ (3 min 51’)’.

We zagen het al in de voorgaande twee afleveringen, met o.a. houten ‘follies’, nu meer kunst van voorbije bomen, maar wel hout waar u doorheen kunt lopen.

Quote du Jour | Potje subsidie

“Tegen mij werd door een collega bij het NOS Journaal gezegd: ‘Zeg Aldith, ik weet niet wie je denkt dat je bent, maar voor ons ben je gewoon een potje subsidie hoor.’”

Aldith Hunkar doet een boekje open over haar tijd op de redactie bij het NOS-journaal, in een stuk op One World over de moeite die journalisten van kleur op overwegend witte redacties hebben om serieus genomen te worden.

Afwijkende geluiden en alternatieve perspectieven worden niet gewaardeerd. Je moet vooral je plek kennen en je voegen naar de dominante (witte) meerderheid, zo is de ervaring van menig allochtone redacteur.

Ik kende dit soort verhalen al wel, maar de voorbeelden blijven schokkend en gênant.

Desinformatie in Nederland

ONDERZOEK - De online verspreiding van desinformatie lijkt in Nederland mee te vallen. Dat blijkt uit onderzoek van het Rathenau Instituut. Maar we moeten blijven opletten.

Een goede nieuwsvoorziening is essentieel voor de democratie. Digitalisering leidt tot veranderingen in het nieuwslandschap in Nederland en het nieuwsgedrag van Nederlanders. Het heeft daarmee mogelijk consequenties voor de Nederlandse democratie. Digitalisering kent positieve kanten: het nieuwsaanbod is enorm uitgebreid en de diversiteit is toegenomen. Tegelijkertijd zijn er zorgen over de toenemende online verspreiding van desinformatie voor commercieel of politiek gewin. Dit kan leiden tot polarisatie van het publieke debat.

De Nederlandse samenleving lijkt tot nu toe weerbaar tegen deze negatieve kant van digitalisering, blijkt uit ons onderzoek Digitalisering van het nieuws (2018). Niettemin kent het Nederlandse publieke debat ook polarisatie rond bepaalde maatschappelijke vraagstukken. Vooralsnog draagt desinformatie daar weinig aan bij. Maar de technologie ontwikkelt zich snel en mediawijsheid in Nederland blijft achter. Waakzaamheid blijft nodig.