7 wegen naar de apocalyps | 6 humanisme

weekendlogo123.jpgVan 5 september t/m 17 oktober kijkt Ippekrites de koffie dik aangaande zaken die ons voortbestaan bedreigen, daarbij terzijde getekend door Crachàt. Verwacht geen erudiete citaten of intelligente links, maar slechts wilde speculaties die haast aan science-fiction grenzen. Dat alles echter wel gebaseerd op wat Ippekrites tot nu toe over het onderwerp tot zich heeft genomen. Nogal serieuze kost dus, maar als je wilt lachen kijk je maar naar “Mock the week”. In deze zesde aflevering gaat het over een absoluut onverdachte oorzaak voor een mogelijke apocalyps.

Ach ja, het humanisme. Een levensbeschouwing waarin het menselijk individu de centrale rol speelt en niet een niet-bestaande god. Een visie waarin de ontplooiingsmogelijkheden van de mens voorop staan, waarin de overheid er is om gelijke kansen te garanderen, waarin zorg voor elkaar de norm is. Het humanisme levert daartoe een stelsel van waarden en normen om het intermenselijk verkeer in goede banen te leiden, zo veel zelfs dat sommigen weer naar de tijd van oog-om-oog-en-tanden-uit-je-bek terug verlangen. Hoe het ook zij, het is in elk geval van de ratten dat religieuze fundamentalisten het humanisme durven te verketteren omdat het geen normen en waarden zou hebben.

Bij het humanisme hoort een afkeer van doden die zo ver gaat dat zelfs de dieren niet zo maar op barbaarse wijze geslacht mogen worden (zij worden eerst verdoofd voor zij op barbaarse wijze geslacht worden). In een humanistische samenleving hoort de doodstraf dan ook niet thuis. Op dit punt wringt de humanistische visie met ons ingeboren verlangen naar wraking. Slachtoffers of nabestaanden van een geweldsmisdrijf blijven vaak met heel wat onverwerkte emoties zitten, zeker als de daders er met een beperkte celstraf afkomen en niet geplaagd door enige wroeging protesterend op televisie verschijnen omdat hun luizenleventje in de gevangenis wegens bezuinigingen wordt ingeperkt.

Er is echter meer aan de hand dan alleen maar een fnuiken van onze wraakgevoelens. Laten we er voor het gemak van uitgaan dat er een gen voor altruïsme bestaat. Dankzij dit gen streven we niet direct onmiddellijke behoeftebevrediging na, maar zijn we in staat ons eigen genot even opzij te schuiven om anderen bij te staan. In extreme gevallen kan dat er zelfs toe leiden dat men alleen maar met de medemens bezig is en zichzelf verwaarloost (of het eigen gezin zoals veel gezinsleden zullen kunnen beamen die vader of moeder nooit zien omdat die met goede werken bezig is).

Het altruïsmegen kun je zien als het bindmiddel van de samenleving. Iets voor anderen doen, voor de gemeenschap, voor het goede doel, noem maar op, het zorgt voor een band tussen de mensen. Het is ook niet zo dat je er minder van wordt als je niet voor jezelf werkt maar voor de gemeenschap, integendeel, altruïsme kan natuurlijk alleen maar werken als het op een of andere manier bevredigt. De waardering van de medemens voor jouw bijdrage is een beloning op zichzelf, het doet je goed dat je gewaardeerd wordt. Daar zorgt het altruïsmegen voor, het is het gen dat het gemeenschapsgevoel bevordert, dat er voor zorgt dat je sociaal bent.

Wat gebeurt er nu als het altruïsmegen kapot is, uit staat? Dan ben je niet in staat plezier te beleven aan het helpen van anderen, aan werken in het algemeen belang. Als de andere genen goed staan hoeft het ontbreken van altruïsme niet eens op te vallen. Je kunt bijvoorbeeld leren hoe het hoort en op die manier toch je steentje bijdragen, niet met het hart maar met het hoofd. Maar stel dat daarnaast allerlei genen om rottigheid uit te halen krachtig ontwikkeld zijn, dan zal een gebrek aan gemeenschapsgevoel er toe leiden dat er geen enkele rem staat op het streven de eigen behoeften te bevredigen. Dan ben je echt a-sociaal.

De samenleving die we nu hebben opgebouwd is gebaseerd op het domineren van het altruïsmegen. Je zou het humanisme als de hoogste trede in de ontwikkeling kunnen zien, de expressie van het altruïsmegen in een levensbeschouwing met normen en waarden die de ontplooiing van het individu regelen binnen een sociale context. Zonder dit gen was de wereldbevolking waarschijnlijk ook niet zo sterk gegroeid. Als je iedereen die je niet aanstaat meteen de kop afhakt zet dat beslist wel een rem op de bevolkingsgroei. Het altruïsmegen zorgt er voor dat je mensen niet meteen dood maakt, maar hen een tweede kans geeft.

Op deze manier graaft het humanisme als menselijke grondhouding ook meteen zijn eigen graf. Berekend is al eens dat een sociaal mens, iemand met een altruïsmegen veronderstellen we nu, gemiddeld minder dan drie nakomelingen voortbrengt, terwijl een echte a-sociaal, iemand die niks voor zijn medemens kan voelen, zich een slag in het rond neukt en gemiddeld meer dan zeventien nakomelingen verwekt. Waarvan een aardig deel het altruïsmegen niet zal hebben. Een steeds groter percentage van de mensheid zal daardoor a-sociaal worden.

Kortom: doordat we verkrachters en moordenaars niet meer doden, maar na verloop van tijd weer op de samenleving loslaten, bevorderen we een genetisch defect dat de menselijke soort bedreigt. Als de mensen zonder altruïsmegen de overhand krijgen dan zijn we totally fucked, dan zijn de watjes met gevoel het eerst de dupe. Wat er dan nog overblijft zal de lichtschuwe zombies uit “I am legend” doen verbleken. De enige oplossing is iedereen te castreren waarvan wordt vastgesteld dat ie asociaal is omdat ie a-sociaal is. Maar dat past niet bij een humane samenleving.

De vraag is nu of de lezers die mij een asociaal vinden ook echt a-socialen zijn.

[poll=195]

  1. 2

    Sociaal gedrag is niet genetisch bepaald. Hoeveel kinderen humanisten of asocialen (alsof dat elkaars tegenpolen zijn) ook hebben maakt niet zo veel uit. Hoeveel mensen asociaal gedrag leren of een humanistische levensbeschouwing ontwikkelen is relevant.

    En hoe minder kinderen die humanisten hebben, hoe minder tijd zij aan opvoeding van hun eigen grut hoeven te besteden en hoe meer zij aan kunnen besteden aan het verbeteren van de asocialen.

  2. 3

    Okke heeft gelijk, het is zeer onwaarschijnlijk dat er zoiets bestaat als een ‘altruïsmegen’. Genetisch altruïsme is in weze een totaal nietszeggend concept als je je aan de precieze definitie van altruïsme houdt. Richard Dawkins geeft hier een flauw, maar illustratief voorbeeld van: een paard met een heterozygoot allel dat zorgt voor een slecht gebit kan volgens de definitie altruïstisch genoemd worden omdat het minder gras kan eten dan zijn soortgenoten (en dus de overlevingskansen van die soortgenoten vergroot ten koste van zichzelf). Het gen dat het slechte gebit codeert zou dus een ‘altruïsmegen’ genoemd kunnen worden. Maar we zouden een paard met alleen een slecht gebit nog geen altruïst willen noemen, niet waar?

    Het is vrij zeker dat altruïsme, als het al bestaat, een belangrijke nurture component nodig heeft, dus er is nog hoop voor de humanisten!

  3. 5

    Als we nou eens een dieet verstrekken met genetisch aangepaste voedingsmiddelen aan personen c.q. dieren met genetische afwijkingen, zodat hun genetische defecten wellicht op deze wijze gerepareerd kunnen worden, dan zou het zo kunnen zijn dat het probleem op een humanistische wijze opgelost wordt. Maar ja, Greenpeace is tegen en omdat de PvdA zijn stinkende beste doet om argeloze kiezertjes af te vangen van GroenLinks, is de PvdA ook tegen.

  4. 6

    verdampt ja Mesc, daar draaide het om toen ik de Apocalypsen van Ippekrites illustreerde: hij rijdt op een spoor van fictie! Ippekrites’ weg moet niet naar de non gaan maar hard voor de bedenking, de omkering van werkelijkheid. Ik maar schaven boren en denken en vormen: en eigenlijk zijn het fictiestukken, en sterke zelfs.

    Of zoals mijn echtgenote net nog in de auto zei: ‘there is only one truth.
    The bended one’.

    altijd het gepaste ijsblokje in een overhitte reageerdraad of post, die mesc.
    dank ervoor.