7 wegen naar de apocalyps – 2 stofjes

weekendlogo123.jpgVan 5 september t/m 17 oktober kijkt Ippekrites de koffie dik aangaande zaken die ons voortbestaan bedreigen, daarbij terzijde getekend door Crachàt. Verwacht geen erudiete citaten of intelligente links, maar slechts wilde speculaties die haast aan science-fiction grenzen. Dat alles echter wel gebaseerd op wat Ippekrites tot nu toe over het onderwerp tot zich heeft genomen. Nogal serieuze kost dus, maar als je wilt lachen kijk je maar naar “Mock the week”. Deze tweede aflevering behandelt het gevaar van de eindeloze stroom (bio-)chemische verbindingen die we, al dan niet bedoeld, in ons leefmilieu lozen.

Stofjes, geen stof, al behoort deze laatste categorie natuurlijk vaak wel tot de stofjes, zeker in de betekenis van fijnstof in de atmosfeer. Met stofjes bedoel ik alle (bio-)chemische stoffen die in ons leefmilieu voorkomen. Een deel van die stoffen komt helemaal vanzelf in het milieu terecht, door natuurlijke processen. Voorbeelden van dit soort processen zijn erosie, vulkaanuitbarstingen, en niet te vergeten het leven zelf. Denk maar aan rottingsgassen en plantensporen. Door menselijke activiteiten, vooral industriële, hebben wij het aantal stofjes nog verveelvoudigd.

Om hoeveel stofjes het gaat weet geen mens. Het zijn er sowieso te veel om op te noemen. Een deel is zelfs lastig te detecteren. Elke dag ontstaan er nieuwe stofjes in nieuwe processen. Een deel daarvan is bewust gecreëerd, een deel is bijproduct, een deel wordt niet of niet meteen ontdekt. Hoe die verhoudingen liggen hangt sterk van het industriële proces af. Bij de productie van een zenuwgas zal er weinig door de mazen van het net glippen. Maar bij de productie van laadschoppen of pannen lopen echt geen laboratoriummensen rond met een stofjesnet om te kijken wat er allemaal vrijkomt bij het proces.

Ik hoef geen open deur meer in te trappen over het feit dat niet al die stofjes goed voor het leven zijn. Stoffen waarvan men weet dat zij giftig of schadelijk zijn worden, in elk geval in ons rijke westen, gevolgd en bewaakt. De overheid ziet er op toe dat de industrie allerlei beveiligingsmaatregelen neemt om te voorkomen dat mensen in contact komen met schadelijke stoffen. Hoewel ik na de berichten over het verwerken van gewolmaniseerd hout weer grote twijfels heb gekregen over de deskundigheid van de overheid, maar dat terzijde. Het vervelende is dat men van een groot deel van de stofjes niet weet of zij schadelijk zijn. Er is te weinig geld voor onderzoek. Ten opzichte van deze stoffen gaat men ervan uit dat we het wel zullen ontdekken als er iets mee mis is. Na het kalf dempt men de put.

Het overgrote deel van de bekende stofjes wordt als onschadelijk of (bio-)chemisch inert beschouwd, d.w.z. men verwacht dat zij niet met ons zullen reageren. De recente geschiedenis leert dat deze visie op weinig realiteit gebaseerd is. Zo is gebleken dat sommige van de “inerte” stofjes als hormonen op kunnen treden waardoor er in ons lichaam onbedoelde signalen afgaan. Zoiets kan lelijk uitpakken voor een wielrenner, dat spreekt. Of 0,7% van een onschuldig stofje blijkt een minder onschuldige isomeer te zijn. Te verwaarlozen? Deze ontdekkingen zijn vaak het gevolg van onderzoek naar nieuwe en onbegrepen ziektebeelden, niet van een gerichte analyse van de stofjes die in het productieproces ontstaan, dan wel gebruikt worden.

Veel kortzichtigheid m.b.t (bio-)chemische stoffen komt voor uit een te beperkt model van de interactie dat wij gebouwd hebben om chemische processen te begrijpen. In deze visie kun je uit de kennis van de samenstellende componenten voorspellen hoe zij met elkaar zullen reageren. Iedere chemicus, en zeker een biochemicus, die je hiernaar vraagt zal om het hardst roepen dat de werkelijkheid oneindig veel complexer in elkaar zit dan dit vereenvoudigde model. Maar omdat we simpelweg niet met alle factoren rekening kunnen houden hebben we toch dat vereenvoudigde model nodig om het onderzoek in gang te zetten. En de verleiding is dan groot om te denken dat de werkelijkheid toch eenvoudig is. Geloof je me niet? Lanceer dan maar eens de stelling dat het geheel meer is dan de som der samenstellende delen. Afschuw zal je deel zijn.

Het summum van veiligheid heet onze levensmiddelenindustrie te zijn. Maar dan zitten we op het terrein van de biochemie en als ergens het aloude adagium van toepassing is dat “we beseffen steeds minder te weten naarmate we meer weten” dan is het hier wel. Ofwel, de hoeveelheid vragen groeit hier veel sneller dan de hoeveelheid antwoorden. Veertig jaar geleden kreeg ik in mijn biologieboek uitgelegd hoe een dierlijke cel er uitziet. Het zag er allemaal redelijk simpel en mechanisch uit. Onlangs bekeek ik het hoofdstuk over cellen in het biologieboek van mijn zoon. Het veel complexere plaatje riep nog wel herkenning op, maar de met mitsen en maaren doorspekte tekst leek mij een prima bevestiging van vermeld adagium. Daarom heten biochemie en microbiologie waarschijnlijk ook de vakken van de toekomst te zijn. Je kunt je serieus afvragen of er ooit genoeg mensen op aarde zullen zijn om het allemaal te doorgronden.

Aan medicijnen kun je goed zien hoe complex de biochemische processen zijn. Veel medicijnen hebben een baaierd van bijwerkingen, meestal in de verste verte niet verbonden met de klacht die zij moeten bestrijden. Hier komt het vereenvoudigde model weer om de hoek kijken. Het hoofddoel van het medicijn is het bestrijden van een gezondheidsklacht. In werkelijkheid blijkt het medicijn veel meer te doen in het lichaam. Maar door vast te houden aan het één-op-één model van actie is reactie en de ongewenste zaken als bijwerkingen onder het tapijt te vegen kan men het medicijn toch blijmoedig als oplossing aanbieden.

Is de voortdurende groei van de (bio-)chemische stoffen in ons milieu, zowel qua hoeveelheid, als qua variatie, al iets om van wakker te liggen, dan zijn de berichten over de nano-koolstofchemie pas echt reden voor grijze haren. Afgelopen jaar werd bekend dat koolstofbuisjes zich als asbest kunnen gedragen, niet alleen wat betreft schadelijkheid, maar ook wat betreft het aerosolkarakter. Zul je net zien, hebben we het fijnstof van automotoren, het roken en het asbest uitgebannen, raak de wereld overspoeld met zwevende nanobuisjes die nog veel gevaarlijker blijken te zijn. De eerste signalen uit de industrie zijn niet bemoedigend. Er is al zo veel geïnvesteerd dat stoppen geen optie meer is.

Als we nu niks doen om de uitzaai van al die stofjes te stoppen dan zijn we totally fucked. En dan niet ver in de toekomst, maar misschien deze eeuw nog, want zowel de versnelling in het onderzoek als de cumulatieve effecten treden in onze tijd op. Zitten we nu alleen nog maar met spreekuren vol met onbegrepen, vage klachten, weldra zal onze vruchtbaarheid schrikbarend dalen, weinig kinderen zullen bruikbaar genoeg ter wereld komen om de voortplantbare leeftijd te halen, afwijkingen en vergiftigingen zullen ons voortijdig vellen. Uiteindelijk zal klonen in combinatie met genetische manipulatie de enige manier zijn om de menselijke soort in stand te houden. Maar waarvoor eigenlijk. Want wie zal er door al die kankerverwekkende troep nog levend van school komen?

De vraag is: geeft dit de lezers stof tot nadenken?

[poll=191]

  1. 2

    Maar zonder dollen, abundantie..entropie enzo. De zon maakt er een rommeltje van dus rest Homo Sapiens Sapiens niets anders dan orde te scheppen, of is het wanorde..lastig lastig.

  2. 5

    @3: ik heb een soortgelijk SF-verhaal gelezen (interzone) over aliens die de wereld schoonveegden van mensen door wat te sleutelen aan menselijke feronomen, vergelijkbaar zoals dat bij insecten gaat. Eindresultaat: flirtgedrag van mannen wordt omgezet in agressie, resulterend in eindeloze hopen dode vrouwen.

  3. 6

    Maar om Ippekrites gerust te stellen: daarom heeft de EU ‘REACH’ bedacht: alle stofjes worden verboden, tenzij ze een nut hebben, en de giftigheid bekend en getest is volgens een duur traject.

    Nekslag voor de fijnchemicalienindustrie, en andere industrieen die nu op zoek moeten naar geschikte vervangers, maar he, ’t is voor de veiligheid van de consument dus ’t moet haast wel goed wese.

    (dat combinaties van 2 ‘veilige’ stoffen niet meteen ook veilig zijn is iets wat tot de bureaucraten in brussel was doorgedringen. You can’t have it all…)

  4. 8

    Ippekrites, je geeft prachtig aan dat we nooit van stof(jes) verlost zullen zijn.
    Het medicijnenvoorbeeld dient als metafoor: pilletje als oplossing van de kwaal, maar er treden we niet voorspelde effecten op (de bijwerkingen).

    Als alle processen stof doen opwaaien, zoals jij stel, zal een oplossing om ons te weren tegen bijvoorbeeld op drift geraakte nanodeeltjes, ook weer stof creëren.

    Hier een voorbeeld van mogelijke ziektes als varkenshersens tot stofjes worden geblazen.
    Uitgebreider in New York Times te lezen.

    Of stof ook dè apocalyps voor de mensheid zal blijken? Dat was toch al aangekondigd? (van stof tot stof, enzovoorts).

    Wie gelooft dat de evolutie ons zal redden: misschien is die evolutie wel de ultieme apocalyps.

  5. 9

    Het zal gaan zoals met allerlei andere ontwikkelingen (stoommachine, electriciteit, kunststoffen enz.). Sommigen zien de geweldige voordelen en blijven daarop gefocust (vooral als ze eraan kunnen verdienen). Na verloop van tijd worden de bijwerkingen zichtbaar. Overheden beginnen met regelgeving, zodat de bijwerkingen worden teruggedrongen. Na enkele decennia blijkt pas of de ontwikkeling heilzaam voor de mensheid was (met regels om de bijwerkingen in toom te houden) of dat de ontwikkeling een doodlopende weg was (zoals bv gaslicht)

  6. 10

    “Door menselijke activiteiten, vooral industriële, hebben wij het aantal stofjes nog verveelvoudigd.”

    Dit komt op mij een tikkeltje grootheidswaanzinnig over.