Pact van Amsterdam

ANALYSE - De agenda voor een Europees stedelijk bondgenootschap zoals onlangs uiteengezet door de burgemeesters van de Europese hoofdsteden klinkt wel fraai, maar wordt te weinig concreet.

Op 21 april gaven de burgemeester van de EU-hoofdsteden een verklaring uit over de Europese Agenda en de vluchtelingencrisis. Het stuk is de voorbereiding voor een Pact van Amsterdam, te sluiten op 30 mei a.s. tussen de EU ministers, die verantwoordelijk zijn voor het stedenbeleid in hun landen. Het is een van de profileringen van het Nederlandse voorzitterschap.

Zij zijn het op 21 april eens geworden over 25 punten. Verwacht mag worden dat de ministers daar, eind volgende maand, ongeveer zo over zullen denken. Omdat er veel geklaag is over een EU, die zo slecht luistert naar de burgers, vestig ik er maar eens de aandacht op. Moeten we blij zijn met een initiatief als dit? Het beeld is gemengd.

Metropolen

In de opening (1) staat dat onze steden altijd gericht zijn geweest op Europa en samenwerking in Europa.

Dat lijkt me nogal gezocht. Londen was vooral het centrum van het Britse Gemenebest en niet erg gericht op Europa. Parijs is de bakermat van het Franse chauvinisme en cultureel autisme. Misschien kan Berlijn het meeste pochen op een internationale en Europa gerichte houding, maar daar zit een lastige historische breuklijn. (Speer kreeg de opdracht van Hitler om Berlijn mooier te maken dan Parijs.)

Waar gaat het volgens de burgemeesters om? Om banen en kansen, om hoogwaardige scholing, (3) om comfortabele woningen voor betaalbare prijs, om hoogwaardige gezondheidszorg, om toegankelijkheid en goed onderhouden schone buurten. (5)

Het doet een beetje denken aan het programma van eisen bij het verbouwen van de badkamer: de steden moeten schoon, heel en veilig zijn, bereikbaar en functioneel. Ik denk aan het indrukwekkend verslag van Ben Judah over Londen en vraag me af of dit soort beweringen een functie vervullen. Maar er is ook niet veel op tegen.

Spannender is punt 7 waarin gepleit wordt voor effectieve partnerschappen en het oog op “delivering effective policies and accelarating solutions” voor onze burgers.

Kennelijk zit het probleem bij deze partnerschappen met EU-instellingen en het leveren van effectief beleid, waardoor oplossingen sneller komen. Daarom moet eind mei die Urban Agenda komen, in een “Pact van Amsterdam”. Het is een begrijpelijk idee. Als het een goed stuk wordt, herinnert het nog vaak aan onze voorzittersrol. Maar een goed stuk heeft natuurlijk wel effect…

Partnerschappen

Ik beperk me tot enkele der vier lopende partnerschappen. Hetgeen daarover wordt gezegd, stemt niet zo optimistisch.

Onder Partnership on Housing valt te lezen (mijn vertaling):

Europese steden hebben een betaalbaar woningaanbod nodig voor een brede groep burgers, waardoor een hoge leefbaarheid kan ontstaan. Sterke aanbieders van sociale woningen hebben daarbij een vitale rol, maar staatssteun, fiscale beperkingen door de EU hebben het risico de kwaliteit van het bestaan te beperken. (14)

Het kost me enige moeite dit punt te doorzien: gaat het over budgettaire beperkingen die de lidstaten hun stedelijke woningbouw opleggen, over de bemoeizucht van de EU met de vrije markt en de regels daarover, over inkomensondersteuning? Wij maken onze woningcorporaties zwakker door een hardvochtige verhuurdersheffing, die niet zal worden weggestreept omdat het Pact van Amsterdam daarom vraagt.

Over het Partnership on Urban Poverty schrijven de burgemeesters:

Beter afgestemde instrumenten en beleid zijn lokaal, nationaal en op Europees niveau nodig om structurele concentratie van armoede in achtergestelde buurten tegen te gaan. Armoede onder kinderen en thuisloosheid vraagt speciale en effectieve aandacht. (16)

Ik snap wat hier staat, maar het lijkt me geen recht te doen aan de omvang der problemen: het beeld van Londen heb ik al geschetst: 600.000 daklozen is de raming. Voor Parijs hebben we het over achtergestelde buurten waar de officiële wereld zich niet meer durft te mengen onder het “racaille” zoals Sarkozy de jonge kansloze allochtonen noemde.

Een aanzienlijke puzzel is ook het afstemmen van die reguleringsniveaus: wij kennen die tussen rijk en gemeente, daar komt die van de EU nog bij. Ik krijg geen inzicht in de afstemmingsmechanismen, die hier op zouden moeten inwerken. Sterker, ik zie ze niet.

Ten aanzien van het Partnership on Inclusion of Migrants and Refugees lezen we:

Dit partnerschap moet vluchtelingen in staat stellen actieve en geëngageerde burgers te worden; daarvoor moeten de steden de regels en middelen krijgen die ook op termijn de uitdagingen voor de integratie van vluchtelingen helpen oplossen. (17)

Het zijn mooie woorden, maar ik kijk naar de terughoudendheid die wij aannemen: de voorrang voor te huisvesten vluchtelingen is niet meer, want dat frustreert andere wachtenden op een woning. Het beleid is dat vluchtelingen in noodwoningen of verbouwde gebouwen worden ondergebracht, dus in concentraties, herkenbaar als vluchteling. Over bed, bad en brood heb ik het maar niet.

Prioriteiten

Te waarderen is dat het stuk poogt prioriteiten te benoemen: (18)

a: growth, jobs, skills;
b: improving urban mobility;
c: transition circular economy
d: use of (open) data and technology

Ook is het voor de sociale cohesie nodig te investeren in oplossingen die radicalisme en gewelddadig extremisme tegengaan.

Dit alles moet tot “urban mainstreaming” leiden én het moet “bottom up”. (19)

Inhoudelijk is mijn aarzeling hier het sterkst: is het nuttig beleid te maken dat gericht is op economische groei? Past dat bij de milieu doelen en gezondheidsdoelen? Moeten we nog inzetten op banen, waar de arbeidsmarkt zo in verandering is? Wat betekent het verbeteren van stedelijke mobiliteit precies? Nog meer metrolijnen? Parkeergebouwen?

Dat de programma’s in de beleidssectoren beter worden gericht op de stedelijke doelen, geloof ik nog. Dat zouden ze in Brussel moeten kunnen. Maar bottom up? Dat zou wat zijn.

Meer zie ik in digitale netwerken, datagebruik en cradle to cradle. Of een onvoorwaardelijk basisinkomen. De steden hebben immense dakvlakken, die benut kunnen worden voor voedselproductie en energieproductie. Het punt is: waar is een maatschappij visie? Als je ergens kunt wonen met “nul op de meter”, dan lijkt het mij in de stad.

Samenvattend

De bedoeling om een Pact van Amsterdam te sluiten en zo een spoor van ons EU-voorzitterschap te trekken, spreekt me aan en kan ik wel volgen.

De tekst van de burgemeesters klopt redelijk, maar schiet op een aantal plekken tekort. De teksten over sociale woningbouw, armoedebestrijding en dakloosheidsbestrijding laten niet echt zien waar de EU het verschil gaat maken. We hebben grenzen opgeheven, maar krijgen er “derde wereld” en post-communisme voor terug, m.n. in onze grote steden.

Dat zou de EU wel moeten, dat verschil maken: een EU die bijdraagt aan complexiteit en bestuurlijke drukte is niet wat we zoeken. Hoe heette die commissaris ook weer, die zou zorgen voor minder regelgeving en vereenvoudiging? O, ja Frans Timmermans; teveel met Erdogan in de weer geweest?

  1. 1

    De samenwerking tussen Europese stadsbesturen kan voor de EU veel betekenen. Op het niveau van de staten wordt koehandel bedreven (als je mij dit gunt, steun ik jou voor dat) en domineert het hoog houden van de binnenlandse reputatie van de regeringsleiders. De stadsbestuurders staan veel directer in contact met de problemen die spelen (huisvesting, luchtvervuiling, verkeer, migratie, armoede). Die problemen zijn in alle grote Europese steden min of meer gelijk. Ze kunnen direct vanuit een overeenkomstige praktijk praten over oplossingen. Dat zou wel eens veel sneller kunnen gaan dan we in Brussel gewend zijn. Als ze de ruimte zouden krijgen, natuurlijk…

  2. 2

    @1: dat klopt, het zelfbewustzijn der burgemeesters komt van hun relatie met de problemen. Het probleem zit een beetje in de EU, niet zozeer bij de ruilen tussen de staten, maar meer bij de relaties tussen de belangen van het bedrijfsleven en de bureaucratie van Brussel.
    Het stuk schetst drie niveaus: lokaal, nationaal en Europees. Het gaat er om hoe die instrumenten van beleid in samenhang gebracht kunnen worden. Daarop geeft het stuk eigenlijk geen antwoord. Maar misschien kunnen de ministers er nog iets ten goede aan doen.

  3. 3

    Van ministers zou je iets kunnen verwachten als die het politieke temperament hebben om meer te doen dan alleen maar meedraaien in de bestuurlijke consensus die zo’n positie met zich meebrengt. Ik vrees dat we daar niet teveel van mogen verwachten.
    De burgemeesters staan inderdaad veel dichter bij de echte problemen, maar ook voor hen geldt: het zijn bestuurders, en dat blijven ze. Het hangt ervan af of zo iemand als individu een politieke gezindheid heeft die ruimte laat voor initiatieven van onderaf.
    En dat hangt dus weer heel erg af van zulke initiatieven, en de mate waarin die zich kunnen bundelen, en waarin betrokkenen mobiliserend kunnen werken. En, sprekend over ‘ruimte’, dus die ruimte opeisen. Met een goed doorvoed debat en aansprekende ideeën, en met een serieus vermogen tot mobiliseren moet er dan veel kunnen.
    Tegen de achtergrond daarvan is zo’n verklaring van burgemeesters uiteraard goed bedoeld. Mijn vrees is echter dat het in de goede bedoeling zal blijven steken. De lakmoesproef zal dus zijn of, en in hoeverre actiegroepen en dergelijke kunnen of zullen inhaken. Spannend.

  4. 4

    @3: mooi. Je formuleert precies mijn reden om er over te schrijven en aandacht voor te vragen.
    Ik krijg wat last van mensen die klagerig doen over de manier waarop ze worden genegeerd door de “elite”, maar die als ze dan de kans krijgen zich ergens mee te bemoeien, zich niet laten horen.
    Inderdaad: een lakmoesproef.

  5. 5

    @4: Ik heb er vandaag nog even op door lopen mijmeren. Stel dat elke burgemeester van dat gezelschap nou een selectie uit het actiewezen uit zijn eigen stad zou meenemen voor die fora. Dat kan een hele leuke kruisbestuiving opleveren. Naar de gezagsdragers toe, maar ook uitwisseling onderling. Reëel is het natuurlijk niet om zo te denken, want je kunt niet van burgemeesters verwachten dat ze hun eigen tegenstanders, dan wel luizen in de pels meenemen naar zulke gelegenheden waar ze zich onder elkaar lekker vertegenwoordigend kunnen uitleven. Maar je kunt nooit weten. Zou het aan te kaarten zijn bij Van der Laan?

    Voor het overige, als ik let op hoe het feitelijke beleid zich ontwikkelt, in richtingen die feitelijk recht tegengesteld zijn aan die fraaie beginselverklaringen: gentrificatie in de huisvesting en onbetaalbare woningen in de steden / toenemende tweedeling door de groter wordende kloof tussen arm en rijk / schizofrene politiek tegenover vluchtelingen – dan kan ik niet anders denken dan waar hèbben die types het eigenlijk over? Met zulke ontwikkelingen in hun eigen bestuursgebieden, met welk recht kun je dan nog zulke hoogdravende beginselverklaringen doen uitgaan? Dat is ernstig ongeloofwaardig?

    Van die bestuurders kunnen we het ‘heil’ dus niet verwachten. Ook niet van de EU, zo in zichzelf vastgedraaid als die momenteel is, en ook niet van Timmermans. De laatste analyse over hem in de Correspondent laat ook niet veel van hem over.

    Het moet dus van onderop en van buitenaf komen, en als van daaruit op een gegeven moment zoveel invloed komt dat de linkse delen van de gevestigde politiek er een zetje van krijgen, dan is er vast meer mogelijk dan dat nu de meeste mensen denken. Maar dan moeten er wel genoeg opiniemakers opstaan om het ‘discours’ naar links te helpen trekken.

  6. 6

    @4: opnieuw, volstrekt eens.
    Alleen, we hebben de plicht tot optimisme. Dus laten we zorgen dat de burgemeesters door de juiste mensen worden omringd. Laten we zorgen dat de ministers begrijpen dat ze een een bureaucratisch isolement zitten.
    De gevestigde politiek zal niets van betekenis uitrichten, vrees ik. Maar het zelfbewustzijn van de burgemeesters misschien wel.
    Als we hen om een boodschap sturen, doen de ministers misschien iets goeds.