16.15 uur: webstekchecksnack

U leest dit nu als welverdiend tussendoortje, even bijkomen van de hersenprikkelende werkhectiek (of juist geestdodende arbeidssleur) met een webstekchecksnack-break op Sargasso (het hedendaagse en verbeterde equivalent van de rookpauze). Maar leest u dit wel helemaal rustig alleen? Staat er niet iemand achter u, mee te kijken op het beeldscherm? Niet omkijken, vooral niet omkijken….!

Tja, te laat. Praktisch niets voelt dwingender dan dat wat niet mag. Adam en Eva hadden al dat akkefietje met de Anne Frank-boom in het paradijselijk plantsoen. Zij mochten nog wel samenblijven, maar moesten zich elders gaan voortplanten (waarvoor dank nog, overigens). Orpheus mocht zijn geliefde Euridice slechts meenemen uit de onderwereld op voorwaarde dat hij tijdens de terugtocht erop vertrouwde dat zij achter hem volgde en hij onder geen beding naar haar omkeek. Vlak voordat ze het zonlicht bereikten, hield Orpheus het niet langer, draaide zich om en zag zo de liefde van zijn leven voorgoed verdwijnen.

Zo heeft een zoektocht naar donkere energie in 1998 het einde van het heelal in gang gezet, volgens een onderzoek in de Newscientist. Had ons heelalletje net een uiterst behagelijke, überduurzame, stabiele zero vacuüm-staat bereikt, zorgt een menselijke waarneming ervoor dat het verval van ons universum weer van voren af begint. Dat betekent dus weer een uitdijend universum en minder tijd om een stabiele staat te bereiken.

Logisch, togh?! Lawrence Krauss vat het nog even samen: “Incredible as it seems, our detection of the dark energy may have reduced the life expectancy of the universe. We may have snatched away the possibility of long-term survival for our universe and made it more likely it will decay.” Maar gelukkig hebben we nog even: “The fact that we are still here means this can’t have happened yet.”

  1. 1

    Als we het al niet eens zijn over global warming dan lijkt mij dit nog sterker eerlijk gezegd. Hebben die groene bezoekers niet al lang dat soort meuk onderzocht?

  2. 3

    Dat waarneming het waargenomene veranderd is al een oude stelling. Maar als het niet wat beter uitgelegd of beschreven kan worden kun je het beter laten. Van Sargasso lezen, via de Anne Frank boom en het paradijs. Ik snap er echt niets van.

    …the quantum effect, a truly weird aspect of physics that says whenever we observe or measure something, we reset its clock.

    Door waar te nemen beginnen we steeds weer van voren af aan.
    Groundhog day revisited.

    Toch het gevoel dat er iets niet klopt.

  3. 8

    Dames heeren ook..we leven dankzij de onvolmaaktheid.

    Stel u voor,. een soort van tweedelings-scheur van niets tot plus en min (samen weer niets) pakweg zoveel miljard jaar geleden.

    Als er perfectie zou zijn, een volmaakte oud-Griekse cirkel..zou de uitdijing immer voortgaan..heel saai.

    Dankzij de al;tijd aanwezige imperfectie kunnen er samenscholingen ontstaan van de elementaire deeltjes..samenballend tot sterren en heelk soms planeten en heekl soms wandelende zeewaterzakjes zoals wij bijvoorbeeld.

    Ahum *kuch* ik pen wel eens wat en in het lange verleden heb ik dat hier wel eens geplempt, maar voor de newbie’s nog eenmaal een verhaaltje (een gedeelte ik wil U niet vervelen want het is veel tekst)

    komtie :))

    Hoofdstuk 3 Het begin

    3.1 Inleiding

    U bent op zoek naar informatie over het ontstaan van het heelal en stapt een grote boekenhandel binnen. Na informeren bij de balie wordt u naar de 3e verdieping verwezen waar de afdeling astronomie is te vinden. Daar aangekomen blijkt het aanbod overweldigend en ziet u al snel door de bomen het bos niet weer. De dikke boeken hebben ingewikkelde titels en zijn geschreven door astronomen, wiskundigen, natuurkundigen en filosofen. Het aanbod is te groot en u vraagt aan de gespecialiseerde verkoper of er iets voor u bij is. De verkoper vraagt aan u welke mening u beschreven wilt zien en legt geduldig uit dat er veel manieren zijn om de vroege geschiedenis van het heelal te beschrijven dat niets vaststaat en dat er over een paar jaar wel weer nieuwe ideeën zijn. Dit wordt u te veel, verlaat de boekenzaak en besluit het hele gebouw met al haar boeken maar in te pakken.
    Drie verdiepingen met veel loze ruimte dus eerst alles stijf tegen elkaar aan gezet. Dat past in een paar containers maar niet echt handig op de fiets dus toch alle lucht er maar uit. Zelfs vaste stoffen zoals hout en papier bestaan voor een groot gedeelte uit lucht en zien er onder een microscoop uit als gatenkaas. Nadat alle lucht er uit gepompt is houdt u nog één container over die nog te groot is voor de fiets. U herinnert zich van school dat alles is opgebouwd uit moleculen die trillen of rond vliegen en tegen elkaar aan botsen. Als we die moleculen nu eens tegen elkaar aan persen dan wordt het nog een handig pakje dus de container gaat weer in de pers. Nadat de ruimte tussen de moleculen van de boekenzaak is verdwenen lijkt de container helemaal leeg op een pakje ter grootte van een doosje lucifers na. Dat schiet op en u heeft er plezier in en vraagt zich af of het nog wat kleiner kan en u denkt na. Moleculen bestaan uit atomen en van atomen is bekend dat ze een kern bezitten die positief is en waar dan op ruime afstand negatieve elektronen omheen draaien. Het atoom is tienduizend keer groter dan haar kern. Eigenlijk een grote leegte. Nog harder persen dus en nadat de deeltjes tegen elkaar aan geperst zijn ligt de boekenzaak als een suikerkorrel voor u. U wilt de korrel oppakken om mee naar huis te nemen maar de korrel is verdwenen, weggezakt in de ondergrond door het enorme gewicht van de korrel. Met het persen was wel veel lege ruimte verdwenen maar het gewicht van de miljoenen kilo’s boekenzaak was onveranderd.
    U fiets zonder boek naar huis maar heeft toch een paar dingen opgestoken. Zoals de wetenschap dat er veel geschreven wordt over de begintijd van het heelal waarbij de schrijvers het niet met elkaar eens zijn en dat deze “strijd” nog wel even door zal gaan. Merkwaardig is ook te weten dat alles om ons heen eigenlijk bijna leeg is en volgens verwachting wordt het nog veel leger totdat we ( als de mensheid zichzelf overleeft ) s’avonds naar een pikzwarte hemel staan te turen. Geen ster te zien behalve onze zon en die is dan bijna uitgeput, we zijn alleen.

    Nu is de hemel echter niet leeg maar “schitterend” om te zien. Dat vonden onze voorouders ook. Zo werden door de eeuwen heen bouwwerken gemaakt waarin positiegegevens van bepaald sterren een rol speelden. Piramides in Egypte en de stenenkring van Stonehenge in Engeland zijn voorbeelden van deze invloeden. Geen bouwwerk maar wel beïnvloed door de stand der sterren is de astrologie waarin men verbanden legt tussen posities van hemellichamen en dagelijkse gebeurtenissen.
    Al deze menselijke constructies staan nu schots en scheef op hun berekende posities omdat sterren niet stil staan maar bewegen. Niet alleen de sterren maar alles wat in het heelal te vinden is beweegt , aangetrokken door een lege ruimte waar het vacuüm aan alles trekt wat aanwezig is. Als een ballon die opgeblazen wordt snellen de sterren van elkaar af (inflatie) en zwelt het heelal tot onvoorstelbare grootte. Of de ballon oneindig kon worden opgeblazen of dat op zeker moment de ballon leeg zou lopen (deflatie) is een tiental jaar een discussiepunt geweest. De grote vraag in deze discussie was wie wint, de zwaartekracht of de chaos. Zwaartekracht is een zwakke maar op lange afstand actieve aantrekkende kracht. Zwak maar overal aanwezig zodat deze kracht in het heelal de boventoon voert. Dat deze kracht aanwezig is toonde Newton in 1604 aan met zijn vallende appel. Met veel wiskundig bewijs toonde Newton aan dat de kracht die een appel naar beneden laat vallen dezelfde kracht is die de maan bij de aarde houdt. Als de zwaartekracht dus wint is dat te vergelijken met een balletje aan een elastiek die weggegooid wordt. Als het elastiek uitgerekt is komt de bal terug zodat het elastiek , de zwaartekracht, “wint”.
    Elke keer als een reactie plaatsvindt waarbij energie wordt uitgewisseld, bij elke reactie dus, raakt een klein beetje energie verloren (entropie). Dat betekent dat geen proces voor100% effectief kan zijn en er elke keer als er een reactie plaatsvindt een beetje van de beschikbare bruikbare energie verdwijnt. Dit gebeurt overal, in de verbrandingsmotor van een auto, ons lichaam, in de sterren. Dit kleine maar altijd aanwezige energieverlies knabbelt aan de totale energie in het heelal tot het op raakt en daarmee ook alle materie is verdwenen. (materie is opeengepakte energie) Volgens deze theorie komt het weggegooide balletje niet terug maar rekt het elastiek tot in de oneindigheid. Het elastiek verdwijnt zelfs omdat er geen materie meer is, dan wint de chaos en dat is wat men nu denkt.
    Vanuit deze gedachte is het volgende, nu geldende beeld, van ontstaan en vroege geschiedenis van het heelal tot stand gekomen . In deze visie speelt de vorming van de drie bouwstenen een belangrijke rol. Om vat te krijgen op de vorming van het heelal eerst een opfrisuitstapje over de bouwstenen van tastbare dingen (materie).

    Bouwstenen
    Er zijn drie bouwstenen waarmee alles is opgebouwd, neutronen, protonen en elektronen. Protonen zijn kleine bolletjes die naar buiten toe een kleine positieve lading hebben. Een elektron is een nog veel kleiner deeltje met een negatieve lading die precies het tegenovergestelde is dan die van het proton. De positieve lading van het proton en de negatieve lading van het elektron zijn elkaars gelijke in grootte maar tegengesteld van lading. Als een enkel proton samenwerkt met een elektron is de lading neutraal en de verbintenis van de twee tegengestelde bouwstenen stabiel. Het negatieve elektron beweegt zich snel om het positieve proton heen zonder erop neer te storten. De beweging van het elektron is zeer onregelmatig binnen een voor dit elektron geschikte gebied Een gezelschap als deze twee deeltjes heet atoom( Grieks voor ondeelbaar) en heeft specifieke eigenschappen die bij een proton en een elektron horen. Dit atoom is waterstof, het lichtste gas en tevens het eenvoudigste element. Combinaties van deze drie hoofdrolspelers noemt men elementen waarvan er ongeveer 100 bekend zijn. Bij elementen waarvan meer dan een proton in de kern aanwezig is worden neutronen ingeschakeld. Een neutron is even bijna even groot als een proton maar heeft geen lading. De functie van het neutron is om de protonen in de kern bij elkaar te houden. Twee positieve bolletjes moeten niets van elkaar hebben en stoten elkaar af. De neutron(en) plaatsen zich dan als scheidsrechters tussen de protonen zodat een kern toch meerdere positieve protonen kan bevatten ondanks de afstoting tussen de protonen.
    Een atoom kan ook positief of negatief geladen zijn als er een verschil is tussen de hoeveelheid protonen en elektronen. Dan is combinatie met een ander atoom mogelijk en wordt een molecuul gevormd. De atomen doen dit door samen een of meerdere elektronen te delen. Een voorbeeld van verbindingen tussen atomen is wellicht de allerbelangrijkste stof die er op aarde is, water. Drie atomen aan elkaar geplakt omdat ze elektronen samen delen om de totale lading neutraal te maken. Niet alle combinaties van atomen zijn helemaal neutraal, gelukkig niet want anders zouden wij niet bestaan. De meest bekende formule van een molecuul is de formule van water H2O, een atoom zuurstof samen met twee atomen waterstof. Een zuurstofatoom is veel groter dan een waterstofatoom. Bij water zijn aan het zuurstofatoom twee kleine waterstofatomen geplakt met gedeelde elektronen als lijm. Ondanks het gelijke aantal protonen en elektronen is er toch iets van een negatieve lading aan de buitenkant van het watermolecuul. Dit komt door het verschil in grootte van de zuurstof¯ en waterstofatomen. De beide waterstofatomen kunnen niet tegelijk aan alle kanten van de zuurstof de negatieve “uitstraling” neutraliseren, daar zijn ze te klein voor. Het gevolg is dat een watermolecuul een klein magneetje is en een beetje gaat plakken aan de waterstofatomen van een ander watermolecuul. Maar goed ook want anders zou water bij temperaturen waarin wij leven niet vloeibaar zijn maar waterdamp. Dankzij het plakken van watermoleculen is water een vloeistof. In de magnetron wordt water heet omdat de straling in de magnetron duwtjes geeft aan de watermagneetjes zodat de watermoleculen sneller gaan bewegen.

    Als u dacht dat we nu de bouwstenen hadden gehad moet ik u teleurstellen. De mens heeft machines gemaakt waarin we deze drie elementaire deeltjes met grote snelheid tegen elkaar kunnen laten botsen. Deze deeltjesversnellers hebben indirect laten “zien” dat neutronen en protonen zijn opgebouwd uit nog kleinere deeltjes de quarks. Waar houdt het op hoor ik u denken. Voorlopig hier want het probleem is dat een quark een bedacht (hypothetisch) deeltje is en zich niet zomaar laat zien vanwege zijn bijzondere eigenschappen.
    Er zijn zes verschillende quarks met Engelse namen, up, down, charm, strange, top en bottom. Elke soort heeft een antivorm ,de antiquark. Als deze twee een combinatie vormen verdwijnen de quarks en komt er straling vrij. Deze straling (meson) vormt een groot deel van de totale kosmische straling die in het heelal aanwezig is. De quarks hebben net als het elektron een lading en zijn graag met z’n tweeën. De up en downquark zijn de bouwstenen voor het proton en neutron. Een up met lading +2/3e samen met een down met lading –1/3e geeft samen een lading van +e. Dit is de lading van een proton, de “e” staat voor de lading van een elektron. Een neutron bestaat uit een upquark en twee down wat een totale lading van nul geeft.
    De twee of drie quarks dansen als het ware om elkaar heen terwijl ze elf ook een pirouette draaien. De grootte van de danszaal is dan de grootte van een neutron of proton. De kracht die de samenwerkende quarks bij elkaar houdt wordt vergroot als geprobeerd wordt de quarks uit elkaar te trekken. Hoe harder je trekt hoe meer weerstand de quarks geven. Deze kracht heet toepasselijk gluon, zoiets als lijm in het Engels. Dit is heel bijzonder omdat krachten normaliter afnemen als de afstand groter wordt, bij quarks juist het tegenovergestelde. Vandaar de moeilijkheid deze bedachte quarkgezelschappen uit elkaar te jagen. Als er erg hard wordt getrokken, met hoge energie bestookt, schieten de quarks niet van elkaar maar worden nieuwe quarks gevormd.
    Voordat we overgaan naar de “geboorte” van het heelal en de rol van de quarks is het aardig te vermelden dat een quarklading van afstand gezien weliswaar vergelijkbaar is met die van elektronen maar dat binnenin de quark hoge energieën heersen van miljarden volts.
    De danszalen, proton of neutron, zijn voor de druk bewegende quarks vrij groot zodat ook hier weer sprake is van een bijna leeg bolletje. Als we deze loze ruimte uit onze boekenzaak op korrelformaat halen blijft er bijna niets meer over. Zo hebben we de boekenzaak (iets) laten verdwijnen tot bijna niets door alle loze ruimte te laten verdwijnen. Het kan ook omgekeerd, van bijna niets tot iets, het heelal.

    3.2 Van niets tot eerste sterren.

    Tien miljard jaar geleden was er niets behalve een (net ontstaan?) knikkergroot bolletje. Het bolletje met extreem hoge temperatuur raakte uit zijn evenwicht en knalde uit elkaar. Deze knal, de Big-Bang, vormde een mini heelal waarin quarks en antiquarks bevrijd uit hun beperkte ruimte van het eerder genoemde bolletje zich nu vrij konden bewegen. Nadat deze situatie een fractie van een seconde in stand bleef zwol dit miniheelal voor een tweede maal maar nu was de zwelling veel groter dan het eerste sprongetje (Afb.6). De kracht van het vacuüm in het overal aanwezige niets trok nu zo hard aan dit miniheelal dat, nog steeds binnen een fractie van een seconde, het volume groeide tot ruwweg de omvang die het heelal nu heeft. Met deze snelle groei werd de energie breed uitgesmeerd zodat de tot rust gekomen quarks en antiquarks met elkaar konden gaan reageren. Deze reactie is catastrofaal voor de meeste quarks, een combinatie van deeltje en antideeltje levert straling op maar de deeltjes zijn verdwenen. Nadat alle antiquarks zich hebben verenigd met quarks en dus verdwenen waren bleven er nog wat quarks over, vreemd genoeg waren er “iets” meer quarks dan antiquarks. De resterende quarks vormden, nog steeds binnen een seconde na de oerknal, neutronen en protonen. Het uitdijende heelal koelde nog verder af zodat lichte elementen zoals waterstof (ongeveer 75%), met een kern van één proton, en helium (ongeveer 25%)met een kern van twee protonen en twee neutronen gevormd konden worden. Het merendeel van de nu in het heelal aanwezige waterstof en helium, de meest eenvoudige elementen, is afkomstig uit die korte beginfase. Een klein probleem is dat berekeningen aangeven dat het model wat hier beschreven wordt alleen klopt als je ervan uitgaat dat er tien keer zoveel materie is gevormd. Er is dus 90 % zoekgeraakt, of het model klopt niet. Hoe de ontbrekende massa, die donkere materie wordt genoemd, eruit ziet en waar het zich bevind is vooralsnog onbekend.

    Van een knikker naar een groot met waterstof en helium gevuld heelal binnen een minuut is een strijd van krachten. Op een niet begrepen moment verloren de gebundelde stralingskrachten in het bolletje het tegen de kracht van het niets, de vacuümkracht. De straling kon nu zonder weerstand vrijelijk bewegen waarbij het merendeel van de straalbotsingen fataal verliepen. De overblijvende quarks vormden de bouwstenen, proton, neutron en elektron. Door de snelle uitdijing koelden deze drie bouwstenen af, vormden atomen zoals helium en zwaartekracht doet haar intree.
    Je zou verwachten dat dit nieuwe heelal perfect rond zou zijn maar dat is niet zo. In de natuur blijkt een perfecte cirkel of rechte lijn niet mogelijk. Een niet of nauwelijks waarneembare afwijking wordt bij een schaalvergroting die hier heeft plaatsgevonden sterk uitvergroot waardoor de gevormde gassen niet netjes in het zojuist gevormde heelal zijn verdeeld. Deze onregelmatigheid wordt nog eens extra versterkt omdat de waterstofatomen elkaars nabijheid voelen en beginnen te bewegen gedreven door de aantrekking van de zwaartekracht. De waterstofatomen kruipen als het ware naar elkaar toe en splitsen de onregelmatig verdeelde oernevel in miljarden grote nevels ( Afb.7). Als deze grote nevels zich beginnen te vormen houdt de beweging van de waterstofatomen niet op maar wordt juist versneld omdat de ruimte tussen de afzonderlijke waterstofatomen afneemt. De atomen bewegen zich in een bocht naar een centraal punt in de grote nevel terwijl de nevel als geheel door die beweging langzaam ronddraait. De grote nevel verandert langzaam van een grote bol naar een platte schotelvormige schijf met een ophoping in het midden van de schijf (Afb.8). De temperatuur in deze centrale bolvormige ophoping van de grote nevel begint nu ook langzaam op te lopen. Botsingen tussen de atomen tijdens de reis naar het middelpunt van de nevel veroorzaken deze stijging van temperatuur. Ondanks de vele botsingen en toenemende drukte arriveren een groot aantal waterstofatomen in het centrum van de grote nevel waar een jammerlijk lot staat te wachten.
    Ontstaan na de oerknal, een lange reis gemaakt en aangekomen in het centrum van een grote nevel is niet alleen het einde van de reis maar helaas ook het einde van het bestaan van dit waterstofdeeltje. Verantwoordelijk voor deze verdwijning is een nog niet zo lang bekend verschijnsel “ het inpakken van de boekenzaak”.
    De zwaartekrachtaantrekking tussen de samengeperste waterstofatomen in het middelpunt van de grote nevel is zo groot dat de atomen tegen en in elkaar worden gedrukt. Wat er dan gebeurt is afhankelijk van de hoeveelheid atomen die zich op deze plek in de grote nevel hebben verzameld. Bij een kleine hoeveelheid ontstaat een ster en bij een groot aanbod klapt de bolvormige opeenhoping van de nevel in elkaar en ontstaat een zwart gat. Zwaartekracht is dan zo sterk dat zelfs licht niet kan ontsnappen uit de geconcentreerde massa , al wat rest is een zwart gat. (Stephen Hawking).
    Bij de vorming van het zwarte gat is een klein gedeelte van het verzamelde waterstofgas van het toneel verdwenen. Het resterende gas in de langzaam draaiende schotelvormige nevel is ook weer niet homogeen verdeeld en begint nu samen te trekken in miljarden kleine nevels. (Afb.9). Het donkere heelal is nu een paar miljoen jaar oud en gevuld met miljarden grote nevels met veelal een zwart gat in het midden. In elk van deze grote nevels worden weer miljarden kleine nevels gevormd. De massa in het centrum van de van de kleine nevels (Afb.10) is niet groot genoeg om, net als in de grote nevel, een zwart gat te vormen. Wel begint de temperatuur in het centrum snel op te lopen door de zwaartekrachtenergie die vrij komt als een gasatoom zich tussen zijn soortgenoten heeft genesteld. De verzamelde atomen bewegen heel snel in een beperkte ruimte en botsen constant tegen elkaar. Dit proces van verdichten heet condensatie. Als de temperatuur gestegen is tot zeven miljoen graden Kelvin (zie temperatuur) zijn de botsingen zo hevig dat er zo nu en dan waterstofatomen versmelten en een nieuw maar groter atoom vormen. Na een versmelting, van waterstofkernen (kernfusie) komt erg veel energie vrij waaronder licht. Je zou verwachten dat de juist ontvlamde gaswolk, die nu een ster geworden is, zou ontploffen maar dat gebeurt niet omdat er een evenwicht is ontstaan tussen zwaartekracht , die de waterstofatomen bij elkaar houdt, en de snel bewegende atomen die al botsend proberen elkaar te ontwijken (gasdruk).
    Kernfusie kwam tot stand in de miljarden kleine nevels in elk van de van de miljarden grote nevels, het licht werd aangezet. In een aardedonker heelal verschenen ineens triljarden lichtpuntjes. Dit moet een werkelijk fantastisch gezicht zijn geweest. Zoeken in deze lichtpuntjes naar onze ster heeft geen zin want de zon zit er niet bij. Ons sterrenstelsel, de Melkweg, echter wel. Elke grote nevel is nu een verzameling sterren geworden. Een groep sterren die in één grote nevel gevormd zijn heet een sterrenstelsel. Een van die sterrenstelsels is de Melkweg ( in het Engels, The Galaxy). Onze zon en haar planeten maken nu deel uit van de Melkweg.
    De sterren in een sterrenstelsel draaien langzaam rond een middelpunt dat, indien voldoende gas in de grote nevel aanwezig was, uit een zwart gat bestaat.
    Tot op dit moment, we zijn een paar miljoen jaar na de oerknal, bestaat alles in het heelal nog steeds uit de lichte elementen die vlak na het begin zijn ontstaan. Daar komt nu verandering in omdat een ster een elementenfabriek is en daar mee door gaat totdat zij uit haar voegen barst. Het is dankzij het barsten en exploderen van deze eerste sterren dat de in de ster uit waterstof gefabriceerde producten een tweede leven kunnen gaan beginnen. Het tweede leven kan weer een ster zijn maar dan een met een kans op gezelschap van planeten. Hoe planeten, waaronder onze aarde, kunnen ontstaan is sterk verbonden met de levenswandel van de eerste sterren.

    3.3 De eerste sterren

    Ondanks het ontstaan van miljarden sterren is er toch nog nog veel van het basismateriaal waterstof en helium overgebleven. Het resterende materiaal is niet in voldoende mate aanwezig om naar elkaar toe te vallen en te ontbranden. Er gebeurt verder niets totdat de te kleine nevel een ander te kleine nevel ontmoet. Combinatie van twee te kleine nevels kan genoeg materiaal opleveren om wel te ontbranden. Er is dus nog genoeg voor handen om nieuwe sterren te vormen.
    Sterren zijn er in verschillende groottes, van groot tot klein. Maar hoe groot is groot?. In de sterrenkunde gebruikt men de massa van onze ster, de zon, als referentie.
    Men spreekt dan van een ster die bijvoorbeeld twee maal de massa is van onze zon. De massa van een ster is een soort blauwdruk voor het leven en einde van deze ster. Sterren zijn er in groottes van 1/10 tot ongeveer 60 maal de massa van onze zon. Grote sterren zijn heet, leven miljoenen jaren en eindigen met een explosie. Kleine sterren zijn minder heet, leven miljarden jaren en gaan na wat gerommel uit als een nachtkaars. Ondanks het grote verschil in levenslengte gedragen sterren zich enige tijd gelijk. Door waterstofkernen te fuseren produceren sterren in eerste instantie het zwaardere helium. Afhankelijk van de grootte van de ster, groter is heter, worden de geproduceerde elementen steeds zwaarder. De volgorde waarop de elementen ontstaan is altijd hetzelfde. Van waterstof-helium-koolstof-zuurstof tot aan het einde van de productielijn ijzer. Vanaf ijzer kost het energie om zwaardere elementen te bouwen inplaats dat er energie vrijkomt zoals bij waterstof tot helium.
    Het jonge heelal is nu rijk geworden aan nieuwe elementen waarbij ijzer een voornaame plaats inneemt. Geconcentreerd in de steeds zwaarder wordende kernen van de sterren die als gevolg van het hoge gewicht oververhit en instabiel raken. De hele grote sterren klappen eerst in elkaar en veren terug waarbij de ster verdampt en de restanten van de ster het heelal wordt ingeblazen. De middelgrote sterren ontdoen zich explosief van al het materiaal rondom de kern terwijl de kern ineenkrimpt en langzaam afkoelt (Afb.11). In beide gevallen spreekt men van van een supernova. Tijdens de supernova-explosie wordt een gedeelte van de vrijgekomen energie opgenomen door de botsende ijzermoleculen. Zo ontstaan in een flits elementen die zwaarder zijn dan ijzer waaronder radium. De hete gassen van de ontplofte eerste sterren koelen af en het heelal heeft nu plaatselijk een verrijkte samenstelling. Waterstof en helium hebben gezelschap gekregen van een reeks grotere elementen zoals koolstof,zuurstof ,silicium,ijzer etc waaronder instabiele elementen zoals radium en uranium. Elementen die instabiel zijn geworden hebben tijdens de supernova deeltjes in de kern meegekregen waar ze van af willen en dat ook doen na verloop van tijd. Na het afstoten van de te veel meegekregen massa,door middel van straling,of kerndeeltjes, ondergaat het element in de meeste gevallen een complete verandering. Zo verandert uranium , na zich ontdoen te hebben van de niet gewenste energie door uitstoting van heliumatomen , in lood. Al het lood wat we zien is eens radium geweest. Het afstoten, bekend als radioactief verval, kan onmiddellijk plaats vinden maar ook heel lang duren tot aan miljarden jaren toe. Dit hangt van het soort element af. De elementen waar het gemiddeld lang duurt blijken een grote rol onder onze voeten te gaan spelen na de volgende stap die in het heelal gemaakt wordt, de vorming van ons sterrestelsen met de zon en haar planeten.

  4. 9

    HéLarie ‘back :)

    @Mark
    Oef… Schijnt in de mode te zijn ;)

    Doet het verder iets af aan het comment zelf of is de d op de verkeerde plaats voldoende waarneming om de klok te resetten?

  5. 10

    @ Larie

    Ja, dat is allemaal wel zo Larie maar dat doet niets af aan het feit dat ik toch wil weten van Mark of die boom in het Paradijs een kastanjeboom was!

  6. 11

    Ik wil bovendien geen spelverderver zijn maar

    Er zijn drie bouwstenen waarmee alles is opgebouwd, neutronen, protonen en elektronen.

    ik heb zo een vermoeden dat dat over een tijdje ook al weer anders kan zijn als we weer meer ontdekt hebben.

  7. 16

    En vergeet niet de series vanaf Star Trek, tot nu. Ik heb het allemaal opgeslagen ergens. En dan dat prachtige universele geheugen. Plug maar in en floep …

  8. 21

    @Tess: die boom van Adam en Eva was de boom van kennis van goed en kwaad, of iets dergelijks. Eva plukte daar een appel van, dus ik gok dat het een appelboom is.

  9. 22

    Nou, in ieder geval bedankt voor het eerlijke antwoord! Als lezer wil ik toch niet helemaal in het ooitje genomen worden. Ook niet als het satire is! Begrijp je? Het moet wel kloppen wat je schrijft toch? Anders lees ik de rest ook niet meer :-)

  10. 25

    In Startrek werden de “problemen” van de toekomst verkend. Later zal blijken dat de vragen die dan opkomen in Startrek lang geleden zijn verkend, met name Data en zijn dingen.

  11. 27

    klik op m’n naam voor een lezing over de oerknal en de uitdijing van het heelal..

    Je kan ook nog googlen op “elegant universe” voor een mooie documentaire van pbs over snaartheorie.

  12. 30

    Zart wit m/z zwart wit

    Nu dan, ik ga geen columns afkraken van iemand die er net mee begint, maar ik vond hem te ingewikkeld om er lekker door heen te jagen. En dat is wat een cilumn toch moet zijn: een lekker stukkie tekst waar je even doorheen kan jassen, dus tempo, met een ondertoontje en een boodschapje of zo.

    Ik heb gezegd … en Mark no hard feelings, maar het snackje lag me iets te zwaar op de maag! ;-) :-) ;-)

    Ik reken op je!

  13. 33

    Als hier geen film van Cronenberg inzit ! En natuurlijk moeten de Ware Verantwoordelijken voor die “measurements of light from supernovae in 1998” berecht worden voor het Tribunaal voor Mensenrechten.

  14. 34

    “tussendoortje”? Erg bedankt voor de link Tim, ik zat aan mijn scherm geplakt. Ook bedankt voor boeklink Mark (is reeds besteld)…

    mijn dag is goed.