“Rousseau en ik” van Maarten Doorman

Naar aanleiding van de driehonderdste verjaardag van Jean-Jacques Rousseau (1712-1778) is onlangs het boek ‘Rousseau en ik – Over de erfzonde van de authenticiteit’ van Maarten Doorman verschenen over de betekenis die deze filosoof nu nog steeds heeft in het leven van ons allemaal. Die is niet gering. Rousseau bracht namelijk het verlangen naar authenticiteit en echtheid onder onze aandacht en dat is er nog steeds volop aanwezig, misschien zelfs meer dan ooit.

Rousseau ervaart de door talloze regels en voorschriften beheerste samenleving in het Frankrijk van de 18de eeuw als gecorrumpeerd en verstikkend en gaat naar authenticiteit en echtheid verlangen die hij in de natuur en in het eenvoudige leven op het platteland denkt te vinden. Een echtheid die ook kinderen nog hebben voordat zij die door hun opvoeding kwijtraken. Rousseau schrijft ook over opvoeding. Hij ziet er het nut niet van in dat schoolkinderen bijvoorbeeld geografie uit boeken moeten leren. Veel beter is dat zij een echte belangstelling voor geografie ontwikkelen door bijvoorbeeld zelf de weg terug naar het dorp te moeten vinden nadat zij in het bos zijn verdwaald.

Mij persoonlijk lijken de ideeën over authenticiteit en echtheid op een Freiheit für Wilfried-achtige overweging waarin Rousseau zegt: “Het is van mij en daarom kan het niet slecht zijn”. Daarom rijst voor mij ook de vraag of het vervolgens niet allemaal mis gaat en inderdaad, dat doet het ook. Vaak genoeg leidt het streven naar authenticiteit en echtheid naar precies het tegendeel daarvan. Doorman wordt niet moe talrijke van dergelijke paradoxen aan te halen. Het begint al bij Rousseau zelf die door zijn werk succes verwerft in de door hemzelf als zo verstikkend ervaren samenleving. Zelfs Marie-Antoinette had er oren naar. Teneinde ook een keer in het genot van het authentieke landleven te komen liet zij in Versailles een boerderij opzetten, maar dan wel met salons, een klavecimbel en met geparfumeerde schapen. Dergelijke kunstmatige constructies kennen wij tegenwoordig nog steeds. Tegenwoordig leidt ons verlangen naar de natuur en het eenvoudige leven op het platteland naar zorgvuldig in scène gezette televisieprogramma’s als Boer zoekt vrouw.

Wanneer gaat het mis? Misschien met het bewustzijn van authenticiteit. Dat gaat niet samen met echte authenticiteit, die vereist juist zich daar niet van bewust te zijn. Wie van zich zegt: “Ik ben nu authentiek” is het juist niet, dat is helemaal niet mogelijk. Een politicus kan niet authentiek zijn als hij een advies van zijn spindoctor opvolgt om authentiek over te komen. Authenticiteit en het daarover hebben zijn twee verschillende dingen. Wie het daarover heeft, hoeft het niet ook te zijn en is het vaak ook niet. Om dat aan te tonen, hoeft Doorman alleen een kijkje in zijn eigen koelkast te doen:

“op de mayonaisepot staat naturel, de spuitbus met slagroom verkondigt echte slagroom te bevatten, de spuitbus ernaast garandeert een heerlijke schuimlaag van echte melk, de halvarine power of nature…”

En ga zo maar door. Allemaal reclameleuzen waarin echtheid en authenticiteit wordt gebruikt als promotie van producten die het meestal helemaal niet zijn, die meestal ergens in een fabriek worden gemaakt ver weg van authentieke boeren met hun gelukkige koeien. Sinds ik het boek heb gelezen, valt het mij pas op hoe belangrijk de rol is die al dan niet geveinsde authenticiteit en echtheid in ons dagelijks leven spelen. Soms is het moeilijk te beoordelen of echte authenticiteit in het spel is of niet. Doorman haalt de Sex Pistols aan. Gaf Never mind the bollocks nu blijk van hun ruwe authenticiteit of was het slechts een product van een opportunistische en cynische marketingstrategie van hun manager Malcolm McLaren?

Misschien gaat het ook mis als manipulatie in het spel komt. Zo kan een leraar vaak lang wachten voordat hij zijn leerling een natuurlijke belangstelling voor geografie ziet ontwikkelen. Daarom kan het een keer helpen om met hem een wandeling naar het bos te maken om hem vervolgens zogenaamd te laten verdwalen en dan zelf de weg terug te laten vinden. De leerling denkt dan dat daaruit zijn belangstelling voor geografie vanuit hemzelf ontstaat, maar in werkelijkheid wordt hij door zijn leraar gemanipuleerd.

Dergelijke manipulatie wordt ook in reclame of marketing toegepast en werkt daar nu al lang op een manier die volgens mij vele malen erger is dan bijvoorbeeld communistische propaganda vroeger was. Doorman schrijft:

“Zo brengt de door Rousseau geïnspireerde opvoeding mensen voort die zich een grote vrijheid toe-eigenen door te zeggen wat ze denken en te kopen wat ze willen en boos te zijn op alles wat hen belemmert in het bevredigen van hun behoeften, terwijl zij geen enkel besef hebben van de economische en psychologische mechanismen die deze behoeften en wensen manipuleren.”

Hoe nu verder? Doorman heeft het over meer aandacht voor vooruitgang als mogelijk alternatief. Het sentimentele, nostalgische gedoe over authenticiteit en echtheid is toch meer naar het verleden gericht, naar hoe het vroeger was, terwijl vooruitgang uiteraard meer naar de toekomst kijkt.

Misschien is dat de weg. Al het reclamegeklets over authenticiteit is toch niet wat het bedoelt. Zou het niet al een hele vooruitgang zijn als wij deze ballast eindelijk achter ons lieten?

  1. 2

    Kijk je kunt over Rousseau veel zeggen en hem de hemel in prijzen hoeft van mij ook niet maar JJ de schuld geven van de fake-authenticiteit die door reclame op TV en de internets worden gevormd, gaat mij echt te ver.

    Met name de aanvangsschuldwijzing van : Zelfs Marie-Antoinette had er oren naar is verregaand fout. Ja, ze heeft een boerderijtje laten bouwen en stond ver van de realiteit. Maar is dat de schiuld van JJ? Of heeft hij dat zelfs persoonlijk haar ingefluisterd?

    Het gaat mij allemaal te ver. Zeker zoals het argument verder wordt gevoerd.

    Jean-Jacques Rousseau wilde misschien wel dat de mens dichter bij zichzelf zou blijven, trouw aan zichzelf zou blijven. Dat is op zich niet fout en de voorbeelden die worden aangehaald hebben naar mijn mening zelfs in de verste verte niets met Rousseau te maken.

    JJ bleef trouw aan zichzelf toen hij de staat bekritiseerde en moest zelfs vluchten en in ballingschap. Hem neer te zetten als een dwaas – ik kan het bijna niet anders lezen wat hierboven wordt neergepend – een romanticus en een chaotisch warhoofd met vage ideeën en vooral als erflater van een kwaadaardig gedachtegoed : Zo brengt de door Rousseau geïnspireerde opvoeding mensen voort die zich een grote vrijheid toe-eigenen door te zeggen wat ze denken en te kopen wat ze willen en boos te zijn op alles wat hen belemmert in het bevredigen van hun behoeften, terwijl zij geen enkel besef hebben van de economische en psychologische mechanismen die deze behoeften en wensen manipuleren. Het gaat mij te ver.

    JJ Rousseau was een vat vol tegenstrijdigheden in een turbulente wereld gistend van filosofieën in ontwikkeling. Hij heeft zijn grote bijdrage geleverd en een basis gelegd voor de democratie.

    Afzeiken van Rousseau is spugen op je eigen beschaving.

    En ja @1, nu maar even verder filosoferen wat we met Rousseau moeten. De prullenbak in lijkt me toch zevenmijlsstappen te ver. Hollands Hufterigheid heeft zelfs de filosofie bereikt?

  2. 3

    Rousseau is de klassieke “villain in the piece” van veel cultuurfilosofen. Met hem begon de ellende (totalitarisme, terreur, boer zoekt vrouw etc etc). Hij leent zich daar ook voor omdat hij geen echt systematische denker was zoals Kant en hij binnen de verlichtingsdenkers een nogal eigenaardige positie inneemt : hij is de eerste die de verlichting bekritiseert vanuit de verlichting zelf. Hij bekritiseerde niet alleen de bestaande corporatistische verhoudingen maar ook het liberale maatschappijmodel dat werd beijverd door meeste verlichters. Als je een boek wil lezen over Rousseau, moet je “Jean-Jacques Rousseau: la transparence et l’obstacle” van Jean Starobinski lezen. Niet in het Nederlands vertaald wel in het Engels en Duits.

  3. 4

    Het klinkt misschien vreemd, maar ik ben het helemaal met je eens. Ik geloof echter niet dat Doorman Rousseau de schuld geeft voor alles wat mis is gegaan. Ik zelf doe het zeker niet.

  4. 5

    Dan stel ik voor om maar een excuuslogje te schrijven, bv op 28 juni (JJ’s verjaardag). Vanuit jezelf en misschien ook vanuit Doorman. En richt je dan op de invloed van de man wat hij heeft gedaan en waar de problemen zitten.

    Met de terugkeer van de huidige tijd naar feodale verhoudingen, autoritaire klootzakken en Hollandse Hufters kan het echt geen kwaad eens te kijken hoe onze voorvaderen met dat soort strontbalen omgingen.

    En ja, eigenlijk ben ik echt boos over dit logje.
    Nu, een dag later is het nog niet gezakt.

    NB: en blijkbaar is het logje een recensie. Ik zou het dan ook die tag meegeven en minder persoonlijk insteken (met bv de “volgens mij” structuur : …op een manier die volgens mij vele malen erger is…). Ik kreeg werkelijk de indruk dat je iets had gelezen waar je enthousiast over was en wat je met ons wilde delen.

  5. 6

    Ja, het houdt mij ook bezig. Helaas moet ik mijn reactie kort houden, want ik zit hier op mijn werk. Waar het om gaat: Ik heb ooit in een stuk over Repin en RTL geschreven dat ik vind dat alles wat ooit mooi was uiteindelijkt verstikt onder een dikke laag commercie. In dat verband vond ik het boek van Doorman juist zo interessant, want wat daar in staat lijkt mij daar nog steeds een uitstekend voorbeeld voor. Verder vind ik dat je Rousseau net zo weinig de schuld kunt geven voor het huidige lege reclamegeklets over authenticiteit als je Repin de schuld kunt geven voor een of ander dom RTL-programma.

    Eigenlijk heb ik nog steeds het gevoel dat je boos wordt hoewel wij het eigenlijk met mee eens zijn, maar misschien vergis ik me ook. Hoe zie jij dat?

  6. 8

    Ach boos is ook maar betrekkelijk. Ik vind wel dat het logje ernstig tekort doet aan Rousseau en naar ik begrijp is Doorman daar een beetje de schuld van. Goed, het is zo en niet anders. Misschien is wat Doorman schrijft van Doorman en gaat het minder over Rousseau. En dat alles wat mooi is verstikt onder een laag commercie ben ik met je eens. Misschien mag je de aanduiding ‘mooi’ zelfs weglaten : alles verstikt onder een laag commercie. Mooi is ook maar subjectief wellicht.

    Maar verder zijn er weinig stukken die gaan over de filosofisch en maatschappelijk turbulente periode in de aanloop naar de Franse revolutie (die ik persoonlijk erg boeiend vind). In elk geval weinig op een algemeen blog als Sargasso. Dat dan te vervuilen met een zo tekort doend logje vond en vind ik iig niet zo mooi. Een gemiste kans wellicht. Rousseau had het allemaal ook niet zelf uitgevonden maar combineerde en giste er wel op los. En wat meer is hij durfde het op te schrijven en had publiek. Zijn invloed is groot en breed. Breder dan het logje doet vermoeden.

    Maar goed, ik denk dat we het verder blijkbaar wel met elkaar eens zijn in grote lijnen iig en dus kunnen we er hier een punt achter zetten. Bedankt voor je reacties.